VWS Rondetafel-gesprek over wetsvoorstel Verplichte GGZ

Op maandag 31 oktober 2016 ging ik naar de Tweede Kamer in Den Haag voor een Rondetafel-gesprek met de vaste Kamercommissie VWS over Wetsvoorstel Verplichte GGZ. Zie ook https://www.tweedekamer.nl/vergaderingen/commissievergaderingen/details?id=2016A03872

Ik was uitgenodigd als spreker namens Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights.

Het Rondetafel-gesprek bij VWS was een soort hoorzitting, waarbij verschillende groepen hun visie op het Wetsvoorstel Verplichte GGZ gaven. De Kamerleden van de Commissie VWS konden vervolgens nadere vragen stellen. Het Rondetafel-gesprek dient ter voorbereiding van de verdere behandeling van Wetsvoorstel Verplichte GGZ in de Tweede Kamer.

Vooraf was aan alle sprekers gevraagd om een Position Paper te sturen.
Lees hier het position paper van Stichting  Mind Rights tegen Wetsvoorstel Verplichte GGZ: wvggz_positionmindrights_oktober2016
En zie hier Bijlage 1:
wvggz-positionmindrights_bijlage1_crpd_guidelinesarticle14

En Bijlage 2:
wvggz_positionmindrights_bijlage-2_waarom-gedwongen-ggz-behandeling-verboden-moet-worden

Zie de lijst met alle position papers hier: https://www.tweedekamer.nl/vergaderingen/commissievergaderingen/details?id=2016A03872

Het Rondetafel-gesprek begon om 10 uur in de Groen van Prinstererzaal. Er waren 4 blokken met sprekers. In totaal waren er 24 sprekers.  Zoals ik in mijn vorige bericht al aangaf, maakte ik me wel zorgen om de verwachtte toonzetting van het debat. Maar ik was goed voorbereid, en ik hoopte echt dat het me zou lukken om als voorlaatste spreker een sterk punt te maken. Dus ik kwam strijdvaardig binnen, en nam plaats op de publieke tribune.

Om 10 uur begon het eerste blok over: Wetenschap, adviescolleges, rechtsbescherming en juridische aspecten. In elk blok kregen de sprekers elk 2 minuten om hun standpunt te presenteren, en daarna konden de Kamerleden vragen stellen.

Mw. Ploem (AMC/UvA) sprak over de Thematische Wetsevaluatie Gedwongen Zorg van ZonMw, en over verdere procedurele harmonisatie van de wetgeving om de bestaande praktijken mee te faciliteren. Dit was niet vernieuwend, maar “meer van hetzelfde”.
(zie voor mijn visie op deze Thematische Wetsevaluatie mijn eerdere bericht: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2015/03/17/schokkend-gebrek-aan-kennis-bij-thematische-wetsevaluatie-gedwongen-zorg/ )

Dhr. Ruys, (Raad voor de Rechtspraak) sprak eveneens over de procedurele harmonisatie, vooral mbt strafrechtelijke sector (TBS) en de civielrechtelijke sector (GGZ), en het faciliteren van de geplande “gemakkelijke uitwisseling daartussen”.

Mw. B. Frederiks (VUmc)  sprak over Wetsvoorstel Zorg en Dwang mbt mensen met verstandelijke beperking en ouderen. Ze pleitte dat wetsvoorstel Zorg en Dwang minder rechtsbescherming biedt dan wetsvoorstel Verplichte GGZ, en dat dit verschil niet legitiem was, en “in strijd met het VN-Verdrag” (dat klonk bijna als een “recht op gelijke mishandeling” ). Ik was het dus maar ten dele met haar eens. In mijn visie zijn beide wetsvoorstellen onrechtvaardig.

Dhr. J. Dute (Radboud Universiteit Nijmegen) sprak zijn zorgen uit over de harmonisatie, afstemming en verschillen tussen verschillende sectoren en de Wetsvoorstellen Verplichte GGZ, Zorg en Dwang, en Forensische Zorg.
(Het viel mij enorm tegen dat hij niets zei over het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen, aangezien hij ook bij het College voor de Rechten van de Mens werkt. Hoe kan hij in deze context dit VN-Verdrag negeren en buiten beschouwing laten? Ik vond dit erg deprimerend, en eerlijk gezegd zelfs onbehoorlijk voor een lid van het College voor de Rechten van de Mens.)

Dhr. T-P. Widdershoven (Stichting PVP) sprak vervolgens over de formele rechtpositie van clienten, en benadrukte het gebrek aan kaders voor huisregels, en de grote impact hiervan op de rechten van clienten. Dat was op zich een goed punt. Daarnaast stelde hij o.a. dat “dwang bij ‘wilsbekwaam verzet’ in strijd is met het VN-verdrag”. Helaas: hiermee gaf hij blijk van de valkuil om onrechtmatigheden binnen bestaande normenkaders nu opeens te betitelen als “schending van het VN-verdrag”. In plaats van een nieuw normenkader te hanteren: Alle dwang is in strijd met het VN-verdrag.

Dhr. van Marle (Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming) vergeleek de aansluiting tussen de 3 wetsvoorstellen (Forensische zorg, GGZ en VG/PG) met een lappendeken, en sprak over verschillen in behandelkaders en rechtspositie tussen strafrechtelijke sector (Forensische Zorg) en civielrechtelijke sector (GGZ).

Na deze 6 sprekers begon ik me al een beetje ellendig te voelen, omdat men te positief was over de wetsvoorstellen, alsof dwangtoepassing een goede zorg-oplossing is. En alsof voortzetting van dwang een goede zaak is, en alsof er alleen verbetering binnen de bestaande modellen mogelijk is. En ook werd de inhoud van het VN-Verdrag niet correct neergezet door de sprekers, terwijl zij in principe te boek staan als wetenschappelijke en juridische experts ter zake. Hoe kan het dat een VN-verdrag, 10 jaar na haar verschijning, in Nederland nog steeds zo onbekend en onbemind is bij de professionals? Ik begrijp gewoon niet hoe dit kan in Nederland.

Gelukkig kwamen er tijdens de discussietijd vragen van Kamerleden (R. Leijten/SP en L. Voortman/GroenLinks) over de toepasselijkheid van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen voor deze wetgeving. En als allerlaatste spreker van dit blok gaf Jos Dute aan dat het General Comment over artikel 12 van het VN-Verdrag aangeeft dat geen enkele vorm van gedwongen zorg aanvaardbaar is onder het VN-Verdrag, en hij voegde daaraan toe dat hij daar zelf als persoon desondanks anders over dacht.

Ik was oprecht blij dat Jos Dute hardop erkende dat dwang niet is toegestaan onder het VN-verdrag, en ook zijn eerlijkheid over zijn persoonlijke standpunt op dit vlak vond ik toch wel netjes. Ik heb hem in de wandelgangen bedankt voor deze opmerking over het General Comment over CRPD artikel 12.

Rond 11 uur begon Blok 2: Overheid en rechterlijke macht.
In dit blok werd door de aanwezige vertegenwoordigers vanuit gemeenten en het justitiele apparaat veel tijd besteed aan het “aanpakken van verwarde personen” en de beheersing van openbare orde. Het ging nauwelijks over zorg.

Dhr. de Jonge (Vereniging Nederlandse Gemeenten/G4) pleitte voor een snelle invoering van wetsvoorstel Verplichte GGZ, wat hij een barmhartige wet vond om “mensen die een gevaar voor zichzelf of anderen zijn beter te beschermen, inclusief door ambulante dwang”.

Mw. Spies (Aanjaagteam verwarde personen) was ook onverdeeld positief over het wetsvoorstel Verplichte GGZ, wat “een instrument was voor een sluitende aanpak van verwarde personen”.

Dhr. Hofstee (Openbaar Ministerie) plaatste kanttekeningen bij de rolverdeling en procedures, met name op het gebied van gegevensuitwisseling tussen GGZ, politie, OM en eventueel andere actoren.

Dhr. Aalbersberg (Nationale Politie) hoopte dat Wetsvoorstel Verplichte GGZ resulteert in de broodnodige 24/7 beschikbaarheid van zorg, want “het is de vraag of het humaan is om een patient in handboeien af te voeren”. Hij zei letterlijk dat dwang averechts werkt en stress oplevert voor de client. (Ik vond dat een goed punt, maar dat WVGGZ de oplossing zou zijn is een slechte conclusie).

Dhr. Crone (burgemeester Leeuwarden /G32) bracht de welbekende casus van de vermoorde ex-politica nog maar eens over het voetlicht, en stelde dat “enkel ingrijpen bij gevaar” naar zijn mening te weinig was, en dat er behoefte was aan meer mogelijkheden “om in te grijpen wanneer de familie zich zorgen maakt”. (ook deze spreker leek dwang als goede zorg te beschouwen, en pleitte voor meer “preventieve opsluiting  ter voorkoming van criminaliteit en overlast op straat” – Dit is een enorm achterhaalde opvatting, en expliciet in strijd met de mensenrechten).

Dhr. Griffioen (Nationale Politie) vertelde dat de politie een “verward persoon” niet naar een politiecel wil brengen, maar vaak is er bij de GGZ geen plek en ‘zitten alle separeers vol’, en dan wordt iemand ter overbrugging toch een tijd in een politiecel opgesloten. Dat is niet goed voor de client. Er is gespecialiseerde zorg nodig.
Ik vond dit best een goed verhaal, behalve dan dat de naam en soort van de cel (separeer versus politiecel) ook weer niet veel uitmaakt, het gaat om zorg, maar dat was ook de conclusie van deze spreker, komend vanuit de praktijk. Ik kon me hier op zich wel in vinden. (eindelijk weer iemand met een zinnige bijdrage aan dit debat).

Mw. van Buren (woningcorporatie Aedes) sprak over de verantwoordelijkheden van woningbouwcorporaties mbt leefbaarheid in wijken, en verwachtte dat “dwang achter de voordeur” (ambulante dwang) een groot deel van de sociale problemen in wijken kan oplossen. (ook weer pijnlijk ouderwets)

Daarna was het tijd voor de vragen van de Kamerleden van de Commissie VWS. Zij vroegen vooral om verduidelijking, zoals: Hoe wordt de persoon centraal gezet, en hoe wordt de rol van familie versterkt. Helaas waren er geen hoogtepunten, alleen maar dieptepunten in dit deel van het debat. De antwoorden van de sprekers namens het Aanjaagteam, de gemeenten en de woningbouwcorporatie werden weliswaar gepresenteerd in mooie zorgtermen, maar het ging niet over zorg. Het bleef maar gaan over dwang als oplossing voor tal van maatschappelijke problemen, en hoofdzakelijk als een wondermiddel voor overlastbestrijding, en de hoge verwachtingen die zij van wetsvoorstel Verplichte GGZ hebben.

Daarna begon de lunchpauze. Het was geen goede ochtendsessie geweest. Ouderwetse visies hadden de overhand bij de sprekers. Maar omdat bij het eerste blok toch wel enorm duidelijk was geworden dat het VN-Verdrag daadwerkelijk vraagt om de afschaffing van dwang in de zorg, kon ik toch hoopvol en optimistisch blijven. De meningen van de Kamerleden zijn immers nog in vorming, vandaar dit Rondetafelgesprek. De race is nog niet uitgelopen.

Na de lunchpauze, om 13.15, begon Blok 3: zorgpartijen.
(De meeste juristen en gemeentelijke vertegenwoordigers waren alweer vertrokken tijdens de middagpauze, en leken blijkbaar geen interesse te hebben om de opvattingen uit het veld zelf te horen in blok 3 en 4, zorgpartijen en clienten/familie…  Dit is eigenlijk ronduit schandalig, zeker gezien de invloed die deze juridische/gemeentelijke groep heeft op dit traject. Gelukkig was de IGZ inspectie wel de hele dag vertegenwoordigd op de publieke tribune, hetgeen getuigt van oprechte interesse)

Dhr. Klompenhouwer (GGZ Nederland) was positief over wetsvoorstel Verplichte GGZ, maar zag nog wat juridische bezwaren rond de verschillen in burgerrechten tussen de diverse groepen.

Dhr. Backx (GGD/GHOR ) sprak over het belang van de OGGZ (Openbare GGZ, ambulante GGZ) voor preventie en als vangnet, en pleitte voor sterkere positionering van OGGZ voor een betere kwaliteit van zorg.

Dhr. E. Prinsen, (psychiater bij Dimence) benadrukte dat het primaire doel in de GGZ is om zorg te verlenen, en dwang te voorkomen, en dat beveiliging een te grote plaats heeft gekregen in wetsvoorstel Verplichte GGZ. Het gaat niet over “verwarde personen”, en is geen politietaak. GGZ is een specialisme, maar dat wordt nu opeens niet meer erkend door de wetgevers. Opsluiten vanwege “vreemd gedrag” zoals de observatiemaatregel beschrijft, is absoluut onwenselijk, zeker in het licht van dwangpreventie. Hij had veel fundamentele kritiek op wetsvoorstel Verplichte GGZ.
Ik was echt superblij met deze wijze woorden van nota bene een psychiater in dit debat. Erg hoopgevend.

Mw. H. Tamsma (NVvP) was eveneens bezorgd dat de WVGGZ van behandelwet, nu een beveiligwet is geworden, met veel nieuwe expliciete verwijzingen naar veiligheid, terwijl het aspect veiligheid reeds opgenomen was in het bestaande criterium van “doelmatigheid” onder BOPZ en WVGGZ. Doelmatigheid houdt in dat de behandeling ertoe moet leiden dat het gevaar verdwijnt.

Dhr. Vader (Leger des Heils) sprak over de toename van verwarde mensen op straat, en benadrukte dat wetsvoorstel Verplichte GGZ weinig concrete handvatten biedt om teloorgang tegen te gaan. Hij pleitte voor meer “drang” , wat hij uitlegde als bijvoorbeeld “verplichte begeleiding voor mensen die minder zelfsturing hebben”, vergelijkbaar met de reclassering. (Ik vond dit eerlijk gezegd maar een eng idee. Dwang is geen zorg.)

Dhr. Bluiminck (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) benadrukte dat vanwege de inherente verschillen tussen de doelgroepen van GGZ en VG/PG, de verschillen tussen de wetsvoorstellen Zorg en Dwang en Verplichte GGZ volgens hem te rechtvaardigen zijn.

Daarna was het weer tijd voor de vragen van de Kamerleden van de Commissie VWS. De vragen gingen over de rolverdeling en plichten bij het verlenen van gedwongen zorg, en over informatie-uitwisseling en overlegstructuren, over toezicht en richtlijnen voor ambulante dwang, over kostendekking (vooral bij preventie als er geen diagnose is), en over de sociale dimensie van GGZ-problematiek en gedrag.
Vooral Dhr. E. Prinsen was wederom een sterke pleitbezorger van het sociale model, en benadrukte dat het merendeel van de WVGGZ-doelgroep geen overlastgevers zijn, en dat het onzin is om de buurt verplicht te informeren over diagnoses, hetgeen bovendien ook in strijd kan zijn met goed hulpverlenerschap waarbij maatwerk centraal staat.
Verder werd duidelijk dat er geen richtlijnen zijn voor ambulante dwang, en het toezicht is ook nog niet uitgewerkt (toezicht achter de voordeur is een zeer complex vraagstuk op zichzelf). Ook is het door de theoretische opdeling van sectoren niet altijd duidelijk welke wet er nu van toepassing is op een bepaalde persoon, bijvoorbeeld iemand met een combinatie van verstandelijke beperking en GGZ-problemen. Dit is niet praktisch, en zou simpeler moeten stelden de sprekers.

Het was een interessante discussie, waarbij er aanzienlijke kritiek was op wetsvoorstel Verplichte GGZ, en er vooral werd gepleit dat beveiliging iets anders is dan zorg. Daar kon ik me helemaal in vinden.  Ik was echt blij dat de hulpverleners zich verzetten tegen de trend van verharding en toenemende beheersmaatregelen die momenteel door andere partijen wordt opgedrongen. Wederom hoopgevend.

Om 14.35 begon het laatste blok, Blok 4: patienten en hun familie en omgeving.
Ik nam plaats in het rijtje met sprekers.

Marjan ter Avest (LPGGZ) benadrukte dat de observatiemaatregel, waarbij mensen 3 dagen kunnen worden opgesloten op basis van enkel een vermoeden en zonder rechterlijke toets, sowieso in strijd is met het VN-Verdrag, en dat deze maatregel moet worden geschrapt. Wat nodig is, is preventie en 24/7 beschikbare zorg, en terugdraaien van bezuinigingen op sociale ondersteuning.

Bert Stavenuiter (Ypsilon) vertelde dat Ypsilon blij is dat de rol van de familie sterker is uitgewerkt in het wetsvoorstel Verplichte GGZ, maar noemde vervolgens een reeks aan zorgen en verbeterpunten voor het wetsvoorstel. Echt tevreden is Ypsilon dus ook niet met dit wetsvoorstel.

May-May Meijer (ervaringsdeskundige) vertelde over haar negatieve ervaringen met dwangmedicatie, en benadrukte het belang van vrijwillige zorg en de rol van familie. Net als LPGGZ pleitte ze voor het schrappen van de observatiemaatregel. Ook onderstreepte ze het belang van goede terminologie. Over ambulante dwang zei ze: “dan was ik waarschijnlijk van huis weggelopen” (en dat is precies wat mijn achterban ook zegt).

Daarna was ik, Jolijn Santegoeds (Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights) aan de beurt.
Ik benadrukte dat dwang iets heel anders is dan zorg, en dat wetsvoorstel Verplichte GGZ in strijd is met het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen, en dus ingetrokken moet worden. Wat nodig is, is een wet die goede zorg regelt, ook in crisissituaties. Daarbij heb ik ook de petitie: Wetgevers: Regel zorg, in plaats van dwang! overhandigd aan de Commissie VWS. (het aanbieden van een petitie tijdens spreektijd schijnt niet volgens de procedures te zijn, maar er werd ter plekke een uitzondering gemaakt, en de petitie is overhandigd via de bode).
Na mijn speech kreeg ik applaus vanaf de publieke tribune (als enige), dat was een mooie statement.

Lees hier mijn 2 minuten speech 2-minuten-speech-tegen-wvggz
Klik hier om de petitie: Wetgevers: Regel zorg, in plaats van dwang! in te zien.

Als allerlaatste spreekster kwam Mw. A.-M. Bruijs (Alzheimer Nederland), en ook zij verwierp de observatiemaatregel voor “verwarde personen”, want dit biedt totaal niet de zorg en aandacht die mensen met dementie nodig hebben, en is dus geen oplossing. Wat nodig is, is meer zorg en specialisatie, en betere kennis bij leken en omstanders.

Daarna volgden de vragen van de VWS-commissieleden. Zij vroegen vooral of de wet gepast was, waar het om gaat, en wat er als belangrijkste punt beter kan.

Op hoofdlijnen waren wij als sprekers het wel met elkaar eens, bijvoorbeeld dat goede zorg dwang kan voorkomen, en dat er structurele tekorten zijn in de zorg waardoor dwang veelvuldig wordt toegepast.
Maar er waren ook verschillen. Zo is LPGGZ (met een gemixte achterban) niet tegen alle vormen van dwang, maar streven naar zo min mogelijk dwang. Ypsilon gaf aan vroeger wel geheel tegen dwang te zijn geweest, maar inmiddels richten zij zich op “best practices”. Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights is wel tegen alle vormen van dwang, en stelt dat de hoofdvraag voor wetgeving niet moet gaan over: “wanneer dwang toepassen”, maar moet gaan over: “Hoe kunnen we goede zorg verlenen in crisissituaties”.
Goede communicatie, eigen regie, goede bejegening, inzet van ervaringsdeskundigen, en echt luisteren naar de persoon werden aangehaald als cruciale aspecten waar het om gaat in de zorg. En LPGGZ benadrukte dat de verandering van het criterium voor dwangtoepassing van “voorkomen van schade” naar “voorkomen van ernstig nadeel” een zeer ongewenste ontwikkeling is, en ook daarover waren we het eens.

Toen was de tijd op, en werd het Rondetafelgesprek afgesloten.
Mw. Leijten, de voorzitter, gaf aan dat er op woensdag 23 november 2016 een volgende VWS-vergadering is over wetsvoorstel Verplichte GGZ, getiteld: Tweede nader verslag.

Daarna werden we gevraagd om de zaal te verlaten. Ik kreeg diverse complimenten vanuit het publiek, dat het een sterk en helder verhaal was geweest. Ik heb ook nog wat gepraat met Grietje en Annemarie, die speciaal waren gekomen om mijn standpunt te steunen. En daarna ging ik terug richting Eindhoven.

*

Het was een geslaagd debat. Aanvankelijk vreesde ik dat het een enorm deprimerende dag zou worden, maar dat was het niet. Wellicht kam dat omdat ik ditmaal uitgenodigd was om te spreken, en ook nog eens een petitie bij me had, en me daardoor veel minder machteloos voelde dan andere keren, zelfs wanneer er vreselijke misvattingen en stigmatiserend taalgebruik werden gebezigd.

Na afloop van het rondetafelgesprek voelde ik me zelfs echt goed en trots op mezelf. Ik had de indruk dat mijn verhaal de aanwezigen wel aan het denken had gezet, hoewel er verder geen enkele vraag over het VN-verdrag werd gesteld.

Het was bovendien een echte mijlpaal om uitgenodigd te zijn om te spreken in de Tweede Kamer.Dit is een enorme verbetering tov vorig jaar, toen we niet uitgenodigd waren, zie ook https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2015/10/20/reactie-op-wetsvoorstel-verplichte-ggz-is-nederland-nog-een-rechtsstaat/
“Na 10 jaar willen ze nu eindelijk een keer naar me luisteren”.

Op 20 november 2016 bestaat Stichting Mind Rights officieel 10 jaar (Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! is enkele jaren ouder).  En op 23 november is het volgende debat over de WVGGZ. Ik hoop dat er iets veranderd.

Ik merk dat het hele wetsvoorstel-traject me enorm raakt. De primaire oorsprong van mijn activisme ligt in mijn eigen ervaringen met onrecht, en het besef “dat de wet veranderd moet worden” om anderen dit leed te besparen. Het raakt me nu enorm, dat wetsvoorstel Verplichte GGZ nu toch zo op tafel ligt, ondanks onze vele acties. Elke ontwikkeling in het wetsvoorstel-traject levert een psychosociale achtbaan op voor mij, tussen hoop en vrees, tussen mijn grootste droom (verandering bereiken) en mijn grootste nachtmerrie (wederom geen gehoor vinden). Dit hakt er elke keer weer in.
Ik zou het echt onverteerbaar vinden als wetsvoorstel Verplichte GGZ wordt aangenomen, en als ik zou moeten concluderen dat al mijn inspanningen uiteindelijk tot geen enkel werkelijk resultaat leiden, en dat ik me opnieuw heel machteloos ga voelen, net zo machteloos als in de isoleercel, waar mijn stem ook niet gehoord werd….

Het is nog onduidelijk wat de politici zullen gaan doen met dit wetsvoorstel. Het is nu tijd om te blijven lobbyen voor verandering in lijn met het VN-verdrag, en dus: het afschaffen van dwang in de GGZ. Dat dwang niet helpt tegen psychische problemen, en daarom geen zorg genoemd kan worden, is toch niet zo moeilijk te begrijpen lijkt mij. Dit onrecht moet gewoon stoppen.

Ik heb in ieder geval mijn best gedaan bij dit Rondetafel-gesprek. Meer kan ik niet doen.
Ik heb nog steeds hoop.

Hoe mooi zou het zijn als Nederland inzet op vernieuwing. Er is inmiddels heel veel kennis ontwikkeld over dwangreductie in de klinische psychiatrie (o.a. via de projecten Dwang en Drang, en HIC, www.hic-psy.nl ). Hier is overheidsgeld aan besteed. De overheid zou juist nu de opdracht moeten geven om deze lijn voort te zetten, en een totaal ander wetsvoorstel gaan voorbereiden, over goede zorg en behoud van rechten tijdens crisissituaties. De bouwstenen zijn al deels geidentificeerd (conclusies van projecten Dwang en Drang, en HIC). Als Nederland, als kenniseconomie, nu inzet op het “leggen van de puzzel”, het formuleren van een nieuw kader (zorg in plaats van dwang), dan zou Nederland kunnen voldoen aan de internationale verwachtingen op het vlak van mensenrechten, zorg en innovatie.  Ik zie echt kansen voor Nederland mbt echte vernieuwing. Er zijn talrijke initiatieven, als puzzelstukjes.
Ik zal blijven proberen om de WVGGZ van tafel te krijgen. Het is echt mogelijk om het in Nederland ontzettend veel beter te doen, en ervoor te zorgen dat mensen met psychosociale problemen in crisissituaties goede zorg en ondersteuning krijgen, en dat dwang naar het museum gaat.

Er is hoop. Steeds meer mensen gaan “out of the box” denken, en er is groeiend draagvlak voor zorg in plaats van dwang. Langzaam sijpelt de bewustwording door. En ook al gaat het langzaam, er is dus wel beweging. Opvattingen in de GGZ beginnen te schuiven op allerlei vlakken (ook het werk van prof. Jim van Os is daar een voorbeeld van).

Ik kijk terug op het debat met gemengde gevoelens (hoop en vrees), maar toch vooral positief, omdat ik blij was dat ik een stem mocht hebben, en mijn bijdrage ging goed. En nu maar hopen dat de politici ervoor zullen kiezen om zorg te regelen in plaats van dwang!

Mind Rights position paper tegen WVGGZ

Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights is uitgenodigd om deel te nemen aan het rondetafelgesprek over Wetsvoorstel Verplichte GGZ (WVGGZ), aanstaande maandag 31 oktober 2016 bij de Tweede Kamer in Den Haag. Het is op zich goed nieuws dat ons standpunt op de agenda staat.

Het (openbare) rondetafelgesprek over het Wetsvoorstel Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg wordt gehouden door de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op maandag 31 oktober 2016 van 10.00 tot 15.20 uur, ter voorbereiding van de verdere behandeling van het wetsvoorstel.  (Voor meer info zie ook:  https://www.tweedekamer.nl/vergaderingen/commissievergaderingen/details?id=2016A03872 )

Ik ben de voorlaatste spreker, in het laatste blok:  Blok 4: Patiënten en hun familie en omgeving (14.35-15.20 uur). Er zijn nog 22 andere sprekers, en de bijeenkomst duurt bijna de hele dag.

Het rondetafelgesprek zal pittig worden, dat weet ik vrij zeker. Nog niet iedereen is even overtuigd van nieuwe mogelijkheden. Ik ga mijn uiterste best doen om draagvlak voor een nieuwe koers in lijn met het VN-Verdrag te vinden. Het wordt een zeer spannende Halloween-dag op deze manier, dat sowieso.

Inmiddels heb ik ook het WVGGZ Position paper van Stichting Mind Rights ingestuurd, met daarin ons standpunt tegen Wetsvoorstel Verplichte GGZ.

Lees hier het  Mind Rights position paper tegen WVGGZ: wvggz_positionmindrights_oktober2016
En zie hier Bijlage 1:
wvggz-positionmindrights_bijlage1_crpd_guidelinesarticle14

En Bijlage 2:
wvggz_positionmindrights_bijlage-2_waarom-gedwongen-ggz-behandeling-verboden-moet-worden

De lijst met Position Papers van alle sprekers, is te vinden op: https://www.tweedekamer.nl/vergaderingen/commissievergaderingen/details?id=2016A03872

*

Op maandag 31 oktober zullen we ook onze petitie: Wetgevers Regel zorg,  in plaats van dwang! aanbieden aan de Tweede Kamerleden. Wil je meehelpen om ons pleidooi kracht bij te zetten?  Ondertekenen kan nog steeds!
Zie: https://www.openpetition.eu/nl/petition/online/wetgevers-regel-zorg-in-plaats-van-dwang

Het debat op de tribune bijwonen kan ook. Het rondetafelgesprek heeft een openbaar karakter en vindt plaats in het gebouw van de Tweede Kamer (Groen van Prinstererzaal). In verband met de uitgebreide veiligheidsmaatregelen is het nodig om op tijd aanwezig te zijn en een geldig legitimatiebewijs mee te nemen.

Via https://www.tweedekamer.nl/home  kunnen debatten ook online gevolgd worden.

 

Hoorzitting Tweede Kamer over ratificatie VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen

Gisteren, maandag 9 februari 2015, ging ik naar de Tweede Kamer in Den Haag voor de Hoorzitting over de ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen. De Hoorzitting was bedoeld om de leden van de Tweede Kamer Commissie van VWS, te informeren over de reacties van veldpartijen op de ratificatie-wetsvoorstellen mbt het VN-verdrag.

 

Ik was geen spreker maar zat op de publieke tribune. Ik had me erg verheugd op de Hoorzitting, omdat dit een mijlpaal zou zijn voor de erkenning van mensenrechtenschendingen door dwang in de zorg. Dit thema zou oa onder de aandacht worden gebracht door de Coalitie voor Inclusie, door LPGGZ en door het College voor de Rechten van de Mens. Ik had er erg veel zin in om dit te aanschouwen.

 

Vooral de erkenning door het College voor de Rechten van de Mens is daarbij een mijlpaal, aangezien ik daar vorig jaar nog enkele zeer heftige discussies heb gehad (zie o.a. https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/04/16/zwaar-gesprek-bij-college-voor-de-rechten-van-de-mens-op-24-maart-2014/ ). Er is nu dus sprake is van een visie-verandering.

 

Het officiele schriftelijke advies van het College voor de Rechten van de Mens  over de ratificatie-wetsvoorstellen bevat een kritische passage over dwang in de GGZ:

 

Het College wijst er op dat het toezichthoudend VN-Comité bij het verdrag benadrukt dat gedwongen behandeling door psychiatrische en andere medische professionals strijd oplevert met de beginselen van het recht op persoonlijke integriteit (artikel 17), de vrijwaring van foltering (artikel 15) en de vrijwaring van geweld en misbruik (artikel 16). Mensen met een beperking hebben het recht een medische behandeling te kiezen. Het gedwongen opleggen van een behandeling is volgens het Comité dan ook een inbreuk op artikel 12 van het verdrag.1 Ook wanneer mensen in (psychiatrische) instellingen in crisissituaties geraken moet de Staat hun handelingsbekwaamheid respecteren.

Het College vraagt uw Kamer bij de behandeling van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang na te gaan of de verplichtingen ten aanzien van dwang in de zorg op grond van de verplichtingen uit het verdrag aanpassing behoeven.

(bron: Pagina 8 Advies College voorde Rechten van de Mens: http://www.mensenrechten.nl/publicaties/detail/34841 )

 

De omslag in de visie van het College voor de Rechten van de Mens is een belangrijke doorbraak, en ik keek er erg naar uit om dit werkelijk benoemd te horen worden in de Tweede Kamer. Dat is wellicht voor het eerst dat er echt serieus over het afschaffen van dwang wordt gesproken, een mijlpaal in de geschiedenis van de clientenbeweging.

 

Vol goede moed ging ik naar Den Haag. Om 10.00 begon de Hoorzitting over ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen.

 

De sprekers waren verdeeld over 3 blokken, en kregen elk 2 minuten om hun expert-visie toe te lichten, waarna de Kamerleden nog enkele verhelderende vragen konden stellen.

 

De eerste spreker was Dick Houtzager van het College voor de Rechten van de Mens. En hij zei het!! Hij benoemde 3 hoofdpunten:  toegankelijkheid, gelijke behandeling en regie, en bij het punt regie benoemde hij dat herzien moest worden of wetsvoorstel Zorg en Dwang en wetsvoorstel Verplichte GGZ aan het mensenrechtenverdrag voor de rechten van personen met beperkingen voldoet met het oog op ondersteuning. En dit geldt ook voor wetten over curatele, bewind en mentorschap. Ook is het College bereid om de rol van monitoring op zich te nemen.

 

Ik was blij om dit standpunt van het College voor de Rechten van de Mens te horen, ook al was het nogal summier en droog geformuleerd (er was ook maar heel weinig spreektijd). Het is een mijlpaal.

De dag begon dus goed.

 

Blok 1 vervolgde met een bijdrage vanuit de VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland), waarbij gesteld werd dat de mate van specialisatie in de zorg ook heeft bijgedragen aan exclusie, omdat de kennis van de sector niet is doorgevoerd naar de buitenwereld. Hierdoor ontstaan er oa veel problemen zijn bij de overgangen in de keten, zoals bijvoorbeeld in de bejegening van een persoon met een verstandelijke beperking in de periode voor, tijdens en na justitiele detentie. VGN pleitte er dan ook voor om de kennis die verzameld is in de sector door te voeren in de rest van de samenleving.

 

Daarna kwam aan bod: Toegankelijkheid van sport (NOC-NSF), toegankelijkheid van de horeca (Horeca Nederland), inclusie van personen met beperkingen in de bouw-uitvoering (Bouwend Nederland), de relatie tussen inclusief openbaar vervoer en specifiek doelgroep-vervoer (Connexxion/Veolia).

De laatste bijdrage van Blok 1 ging over het grote knelpunt mbt zorgvraag en indicatiestelling (WMO-onderzoek wat vaak fout gaat), waardoor op allerlei plaatsen in het land, mensen niet de zorg krijgen waar zij recht op hebben (ANBO).

 

De vragen van de Kamerleden gingen vervolgens hoofdzakelijk over toegankelijkheid, waarbij de genodigde sprekers benadrukten dat inclusie en toegankelijkheid begint met besef en bewustwording, geillustreerd met een voorbeeld van het voorlezen van de menu-kaart in de horeca (dat kost eigenlijk niets, maar het begint bij een besef van gastvrijheid en inclusie).

Helaas werd er niets meer gezegd over dwang in de GGZ.

 

Na een korte pauze van 5 minuten begon Blok 2.

 

Illya Soffer van Iederin gaf een treffende uiteenzetting van het belang van regie, inclusie en de mensenrechten in het VN-verdrag: Dat het gewoon is dat ik er ook ben. Het VN-verdrag biedt een routebeschrijving om stap voor stap tot inclusie te komen, en om beeldvorming, houdingen en gedrag ten aanzien van personen met beperkingen te veranderen. Het voeren van eigen regie, zeggenschap en keuzes behoort normaal te zijn voor ieder mens, ook voor personen met beperkingen. Iederin pleit voor een daadkrachtige implementatie en stelde dat de huidige ambities van de regering teleurstellend zijn.

 

Daarna volgde een bijdrage over de toegankelijkheid van kieslokalen en het stemproces (Kiesraad), waarbij de huidige ambitie van de regering (25% toegankelijkheid) als ondermaats wordt beschouwd.

 

Daarna sprak Conny Kooijman van LFB (vereniging door en voor verstandelijk gehandicapten) over de toegankelijkheid van informatie en voorzieningen in de samenleving voor personen met een verstandelijke beperking, zoals ontoegankelijke brieven van instanties, OV-voorzieningen en reis-informatie, het stemproces bij verkiezingen, en allerlei andere aspecten van het leven in de samenleving als medemens. Ook benadrukte Conny dat het wegvallen van subsidies een groot probleem is, waardoor de belangenorganisatie onder druk komt te staan. Betaalde krachten zijn nu onbetaald, en doen het werk als vrijwilligerswerk, en ervaren bijkomende druk van de participatiewet (verplicht betaald werk zoeken).

 

De volgende spreker was Nic Vos de Wael namens het Landelijk Platform GGZ (LPGGZ,). Hij sprak over het terugdringen van separeren in de GGZ. De ontwikkeling van High en Intensive Care in de GGZ (www.hic-psy.nl) laat zien dat het separeren teruggedrongen kan worden tot 0 of bijna 0, door het humaniseren van de zorg en het aanbieden van intensieve 1 op 1 zorg. Maar er bestaan grote verschillen tussen instellingen, en enkele instellingen melden een toename van dwang vanwege de bezuinigingen. Het VN-verdrag is een kans om goede zorg te realiseren en de afgevlakte ambitie om dwang terug te dringen te doen herleven. Het LPGGZ pleit ervoor om de interpretatieve verklaring mbt artikel 14 te schrappen, en wil graag het debat aangaan over het VN-verdrag en de GGZ. Het LPGGZ vindt dat wetsvoorstel Verplichte GGZ en wetsvoorstel Zorg en Dwang getoetst moeten worden aan het VN-verdrag.  Daarnaast benoemde LPGGZ het thema arbeid (slechts 20% heeft betaald werk) en illustreerde het thema inclusie met de problematische nieuwe regelgeving waarin de mogelijkheid bestaat om mensen een woning te weigeren op basis van overlast-meldingen uit het verleden, maar het is natuurlijk niet veiliger om deze mensen op straat te laten staan.  Het LPGGZ benadrukte: ratificatie is niet vrijblijvend en discriminerende wetten moeten worden tegengegaan.

Ik was blij dat het LPGGZ deze punten verwoordde.

 

Daarna werd er nog gesproken over de onduidelijkheden rond de rol en plichten van werkgevers mbt inclusie van personen met beperkingen  (VNO-NCW MKB Nederland),  over toegankelijkheid van winkels en webshops, en de ontwikkeling van een platform voor winkeliers voor informatie-uitwisseling mbt concrete instrumenten en aanpak (Detailhandel Nederland), en over premieberekening, risico-ontwikkeling en verzekerbaarheid  (Verbond van Verzekeraars).

 

Een krachtige bijdrage kwam vervolgens van Eva Westerhoff van Dovenschap. Zij was uitgenodigd als spreker, maar de Tweede Kamer had er niet aan gedacht om een gebaren-tolk te regelen, dus dat had ze zelf maar gedaan, en niet enkel voor zichzelf, maar ook zodat de Kamerleden haar konden begrijpen (die opmerking was een treffende illustratie van de tweeledigheid van inclusie, en bracht de Kamerleden lichtelijk in verlegenheid). Ze vertelde dat tal van aanpassingen nodig zijn in de Nederlandse wetgeving om barrieres weg te nemen voor de inclusie van doven en slechthorenden, zodat ook zij hun talenten kunnen benutten, hetgeen uiteindelijk een kostenbesparing is (geen uitkering maar een opleiding en werk). Ze pleitte expliciet voor de erkenning van de Nederlandse gebarentaal als officieel erkende Nederlandse taal, want dat is nu niet zo, hetgeen leidt tot veel problemen mbt voorzieningen.

 

De laatste bijdrage van Blok 2 was van LOC en ging over inclusief design (design for all). Veel voorzieningen zijn nu “exclusief” dwz. enkel ingericht op mensen zonder beperkingen, en aanpassingen zijn vaak duur en soms niet eens mogelijk. Door voorzieningen “inclusief” vorm te geven (toegankelijk OV, eenvoudig aanpasbare woningen enz.) worden de hoge aanpassingskosten omlaag gebracht of zelfs overbodig, en kunnen mensen met beperkingen ook zelfstandig meedoen in de samenleving, hetgeen een recht is en geen extraatje.

 

Na Blok 2 werden er ook weer vragen gesteld, wederom vooral over concrete doelgroep-voorzieningen en toegankelijkheid, en over de organisatie van clientenorganisaties (door bezuinigingen is dit voor bijna iedereen vrijwilligerswerk, en inkomsten zijn veelal versnipperde project-subsidies met een grote administratielast, en veel lokale initiatieven zijn gestopt terwijl de decentralisaties van de zorg en sociale voorzieningen nu juist vragen om lokale belangenbehartiging).

 

Na de lunchpauze van 30 minuten begon Blok 3, het laatste blok van deze bijeenkomst.

Peter Hoogenveen van de Coalitie voor Inclusie sprak over de tendens in de huidige samenleving waarbij iedereen met een streepje uitgesloten wordt, hetgeen leidt tot een onhoudbare en onbetaalbare situatie. Mensen met een beperking zijn geen kostenpost, maar de uitsluiting is de kostenpost. Het is zaak om de toegankelijkheid van de samenleving te repareren, hetgeen weerspiegeld wordt in de uitspraak: van medisch naar sociaal model.  Gelijkheid voor de wet betekent dat zeggenschap en beslissingen van een persoon niet overgenomen kunnen worden door een ander, en het VN-verdrag stelt dat er zonodig begeleiding beschikbaar moet zijn ter ondersteuning van de uitoefening van de wil en wensen van de persoon. Er kan geen voorbehoud zijn op zelfbeschikking. Meedoen is een recht, dus in plaats van lange discussies zou de Nederlandse staat ambitie moeten tonen, en bijv. mbt verkiezingen de norm stellen op 90-100% toegankelijke stemlocaties ipv de huidige 25%.

 

Daarna werd er gesproken over: het advies om nader onderzoek te doen naar procedures en aanpassingskosten voor bestaande ondernemers in geval van verzoeksprocedures voor aanpassingen (Actal)

 

Hadewych Cliteur van de koepel van ouderenorganisaties (CSO) sprak over de positie van ouderen,  die steeds langer thuis wonen, echter vaak in niet-levensloopbestendige woningen, waarvan de aanpassing complex en duur is. Ouderen ondervinden vaak tal van barrieres in de samenleving, zoals toenemende digitalisering, en een afname van voorzieningen als pinautomaten, buurtwinkels, kerken enz. De ratificatie van het VN-verdrag biedt kansen om niet enkel te kijken naar de gezondheidszorg, maar ook naar de kwaliteit van leven en de toegankelijkheid van de samenleving voor ouderen. Het VN-verdrag is geen bezigheidstherapie, en net als veel andere sprekers benadrukte ze dat er een gedegen plan van aanpak voor implementatie dient te komen.

 

Vanuit de Oogvereniging werd er aandacht gevraagd voor tal van barrieres die gelijkwaardig meedoen verhinderen voor blinden en slechtzienden, zoals het OV-chipkaart-systeem dat niet toegankelijk is, ontoegankelijke websites en informatie, problematische toegang tot het stemproces bij verkiezingen, en voorzieningen die blindegeleidehonden weigeren enz. Slechts 39% heeft betaald werk.

 

Daarna volgde een bijdrage vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over lokale implementatie waarbij er diversiteit bestaat tussen gemeenten bij het vormgeven van gemeentelijke beleid en praktische voorzieningen. Enkele gemeenten houden al rekening met het VN-verdrag als leidraad bij beleid (o.a. Middelburg en Utrecht).

 

Daarna werd er vanuit de NS gesproken over de (on)toegankelijkheid van het spoorwegvervoer, waarbij benadrukt werd dat de fysieke aanpassing van treinen zeer lastig is ivm de afschrijftijd van 30 jaar, maar de NS hoopt wel elk jaar iets te verbeteren….  (dit was geen indrukwekkende bijdrage).

 

Gerrit van der Meer van de Landelijke Clientenraad mbt sociale zekerheid (LCR) stelde eveneens dat er een goed plan van aanpak voor implementatie nodig is, en dat er een discrepantie bestaat tussen de participatiewet en het VN-verdrag, mbt discriminatie op het vlak van arbeid. Een inclusieve samenleving is veel rijker dan een samenleving die mensen uitsluit.

 

Daarna was er een bijdrage van Aline Saers van PerSaldo (belangenorganisatie van PGB-houders). Eigen regie is een voorwaarde voor participatie en maatschappelijke deelname, en eigen regie is bovenal een basisrecht. Uitsluiting van personen met beperkingen vindt nog dagelijks plaats, en het is nu nodig om stappen te zetten die echt bijdragen aan volwaardig meedoen en inclusie. Er zijn nog veel barrieres, zoals bijvoorbeeld: de lijst met verzekerde zorg bevat geen hulp buitenshuis (moet je dan maar altijd binnenblijven?). Ook zijn de voorzieningen opgedeeld over verschillende loketten en regels, waardoor het een enorm grote uitdaging wordt om levenslange en levensbrede ondersteuning te regelen. Door het zorgdomein te koppelen aan het VN-verdrag, komt participatie en inclusie van personen met beperkingen op de agenda. De huidige wetten en regels dienen getoetst te worden aan het VN-verdrag , en gemeenten dienen voorwaarden mb inclusie en participatie te stellen aan zichzelf en anderen.

 

De laatste spreker was Jacqueline Kool vanuit Disability Studies. Ratificatie van het VN-verdrag is een historisch moment omdat personen met beperkingen worden erkend als burgers, net als anderen. Personen met beperkingen hebben nog vaak te maken met discriminatie en uitsluiting, o.a. op het vlak van autonomie en eigen regie. Het VN-verdrag benadrukt het belang van actie om gelijkheid te realiseren. Een rode draad in het VN-verdrag is het participatiebeginsel: Nothing about us, without us. Dit impliceert dat de ervaringsdeskundigheid en kennis van personen met beperkingen dient worden erkend en benut bij kennisontwikkeling, en ook bij beleidsvorming en uitvoering van het VN-verdrag. Het thema eigen regie is een belangrijk thema in het VN-verdrag.  De huidige terugloop van voorzieningen bijt de uitvoering van het VN-verdrag.

 

Daarna was het tijd voor de vragen van de Kamerleden over Blok 3.

 

De eerste vraag was van Kamerlid Renske Leijten (SP) en zij vroeg aan de sprekers of zij konden aangeven welke wetten er gewijzigd dienden te worden voor een goede uitvoering van het VN-verdrag. Er werden tal van wetten genoemd, zoals kieswet, participatiewet, zorgverzekeringswet, quotumwet, omgevingswet, ziektewet, WIA, onderwijs en langdurige zorg. Maar er werd niets meer gezegd over dwang in de GGZ (wet verplichte GGZ en wet Zorg en Dwang) , terwijl de Coalitie voor Inclusie hier in principe ook onze belangen zou behartigen…

Dat trok ik even niet. Ik voelde me vergeten, en dat had ik niet verwacht, omdat ik binnen de Coalitie juist gehoor vindt (en het staat wel in de schriftelijke reactie, p4-5 http://www.vnverdragwaarmaken.nl/images/vninfo/14-0411_Bijlage_Alliantie.pdf ).

Misschien was het juist daarom, dat ik het ongelooflijk schokkend vond dat dit thema “vergeten” werd. Het voelde opeens weer alsof men alles belangrijker vindt dan het lot van de mensen die opgesloten zitten in isoleercellen, onderworpen aan dwang in de GGZ… Het voelde als uitsluiting, terwijl ik er juist op rekende dat het ditmaal anders zou zijn… dat deed echt pijn, en ik werd er zelfs onverwacht emotioneel van, dus toen ben ik maar heel even weggegaan naar de wc.

 

Daarna heb ik nog naar de laatste vragen en antwoorden geluisterd, wat o.a. ging over good practices, proportionaliteit van aanpassingen, gemeentelijk beleid (individueel maatwerk versus algemeen beleid) en clientenparticipatie.

 

Het viel me wel op dat de vragen van de Kamerleden voornamelijk praktisch van aard waren (welke voorzieningen en wijzigingen zijn er nodig), en het leek alsof dit vanuit een “ouderwets” zorg-perspectief werd benaderd (in het licht van versnipperde zorgkosten en haalbaarheid, grenzend aan symptoombestrijding), terwijl het gaat over inclusie: meedoen is een basisrecht.  Deze omslag in denken zag ik nog niet terug in de vragen.

 

Rond 15.00 was de sessie afgelopen. De Tweede kamer zal nu gaan kijken of er nog een consultatie-ronde en/of hoorzitting nodig is voordat men overgaat tot parlementaire behandeling van de ratificatie-wetsvoorstellen.

 

Ik had echt een dubbel gevoel toen ik wegging: Enerzijds was ik echt blij omdat het College voor de Rechten van de Mens, en ook LPGGZ, het punt hadden gemaakt dat dwang in de GGZ niet langer toelaatbaar is onder de nieuwe mensenrechtenstandaarden. Dat is een mijlpaal!
Maar ik was ook teleurgesteld dat dit thema aan het einde van de sessie alweer uit beeld was geraakt, en het is pijnlijk en zorgelijk dat de spreker van de Coalitie voor Inclusie ons zomaar eventjes vergat (dat hoort niet te kunnen). Maar ja, de spreektijd was ook erg kort, en wellicht was hij overdonderd door de vraag. Het was vast een eenmalige vergissing. Maar toch, in de toekomst moet dit wel beter, want mensen in isoleercellen, mensen onderworpen aan dwang in de zorg, mogen niet langer worden vergeten als het gaat over mensenrechten! 

 

Ik ben echt benieuwd hoe dit verder zal gaan.

Persoonlijke verklaring: 16 years old, depressed and tortured in psychiatry

Het is 10 december 2014, de dag van de mensenrechten. Daarom wil ik vandaag aandacht vragen voor de mensenrechtenschendingen door dwang in de psychiatrie in Nederland.

Vandaag publiceer ik mijn verklaring van mijn persoonlijke afschuwelijke ervaringen met mensenrechtenschendingen door dwang in de psychiatrie.

Eerder dit jaar, in maart 2014, werden mijn klachten over mensenrechtenschendingen door dwangtoepassing in de psychiatrie zeer serieus genomen door de VN Special Rapporteur on Torture and other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment en de VN Special Rapporteur on the Right of Everyone to the Enjoyment of the Highest Attainable Standard of Physical and Mental Health, die een alarmerende brief stuurden aan de Nederlandse Staat.

Zie evt. dit eerdere blog-bericht over de brief van de VN Special Rapporteurs

Zie ook de TV-uitzending van EenVandaag van 29 mei 2014:  Het einde van de isoleercel? http://www.eenvandaag.nl/buitenland/51755/het_einde_van_de_isoleercel_

 

Helaas reageerde de Nederlandse overheid niet zoals gehoopt, en stonden zij afwijzend tegenover het verzoek van de VN Special Rapporteurs om een onderzoek te starten naar mijn persoonlijke klachten.

Nu, 20 jaar na 1994 is het mij nog steeds niet gelukt om mijn dossier door een rechter te laten toetsen. Persoonlijk vind ik het noodzakelijk om de doofpot nu te doorbreken, door mijn ervaringen publiekelijk te delen, zodat eenieder weet welke taferelen aan het zicht onttrokken zouden zijn gebleven in het huidige Nederlandse systeem. Ik beschouw het als mijn plicht om dit bizarre onrecht te melden, en als dat niet op de reguliere weg kan, dan moet het blijkbaar via een persoonlijke publicatie.

Hier dient het nodige van geleerd te worden, zodat andere mensen dit leed bespaard kan blijven.

Mijn verklaring is in het Engels, zodat deze zaak ook door internationale ogen gevolgd kan worden.

Klik hier voor mijn Engelstalige verklaring over mijn persoonlijke ervaringen met dwang in de psychiatrie:16 years old depressed and tortured in psychiatry

Nederlandse ratificatie-wet op gespannen voet met VN-verdrag – artikel 14

We zitten in een spannende tijd. Het is inmiddels vast wel bekend; er is een nieuw VN-verdrag sinds 2006: Het Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD).

 

De ratificatie (goedkeuring) van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen staat in Nederland gepland op 1 juli 2015. Daarmee zijn wij een van de laatste landen van Europa die dit verdrag ondertekenen, zie ook de publicatie: Nederland als laatste van medisch model naar mensenrechtenmodel?

 

De Nederlandse staat is momenteel bezig met een ratificatie-wet (Kamerstuk 33 992 / R2034). De toelichting van het ratificatie-wetsvoorstel (Kamerstuk 33 992 / R2034 nr.3) beschrijft de interpretatie die de Nederlandse Staat geeft aan het VN-verdrag, en  beschrijft de beoogde uitvoering van het VN-verdrag in Nederland. Het ratificatie-wetsvoorstel is echter niet in overeenstemming met het VN-verdrag. Er bestaan nog grote verschillen tussen de visie van de Nederlandse Staat, en de visie van de Verenigde Naties.

 

Het VN-verdrag verbiedt dwang in de GGZ, o.a. op basis van artikel 14 Vrijheid en veiligheid van de persoon.

 

Article 14, Liberty and security of person
1. State Parties shall ensure that persons with disabilities, on an equal basis with others:
a.Enjoy the right to liberty and security of person
b.Are not deprived of their liberty unlawfully or arbitrarily, and that any deprivation of liberty is in conformity with the law, and that the existence of a disability shall in no case justify a deprivation of liberty

 

Dit betekent dat het hebben van een beperking of diagnose geen rol mag spelen in beslissingen over vrijheid en opsluiting, want dat zou discriminerend zijn. Een beperking of diagnose is geen keuze, maar een persoonlijke eigenschap. En persoonlijke eigenschappen mogen geen grond zijn voor vrijheidsbeperking, want elk mens heeft recht op vrijheid, ongeacht afkomst, leeftijd, geslacht, beperking enz.

 

In het Nederlandse ratificatie-wetsvoorstel wordt dwang in de GGZ o.a. benoemd onder artikel 14.

 

Onder artikel 14 (midden pagina 51) stelt de overheid: ” Het gevaarscriterium (Artikel 1, onderdeel f, van de wet BOPZ) voorkomt dat een stoornis van de geestvermogens als zodanig, dus enkel het bestaan van een handicap, een grond voor opname zou kunnen zijn. Alleen als een persoon met een stoornis van de geestvermogens zichzelf of anderen in gevaar brengt, kan de rechter een machtiging afgeven voor gedwongen opname.”

Ook over het wetsvoorstel Verplichte GGZ, zeggen zij (op pagina 52): ” Onder het wetsvoorstel Verplichte GGZ is verplichte zorg slechts mogelijk als uiterste middel indien >> het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot aanzienlijk risico op ernstige schade voor hemzelf of voor een ander >>  Ook in dit wetsvoorstel is het hebben van een psychische stoornis als zodanig, dus enkel het bestaan van een handicap, geen grond voor verplichte zorg.”

 

 

Maar toch is het gevaarscriterium binnen de visie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen een discriminerende constructie. Er bestaat namelijk al een algemeen systeem om “gevaarlijk gedrag” mee aan te pakken, namelijk de algemene wet die geldt voor iedereen. Als een zogeheten gezond persoon gevaarlijk gedrag vertoont, dan wordt dit getoetst aan de algemene wetgeving die voor iedereen geldt, met o.a. aspecten als: is er een wet overtreden, is daar bewijs voor, wat is de verdediging, en welke kaders zijn er voor een redelijke sanctie. Als er –gekoppeld aan een diagnose of beperking- een apart systeem met aparte wetten bestaat, dat bepaalde mensen uitzondert van bepaalde rechten, en veel verder ingrijpt op de persoonlijke vrijheden dan de algemene wet ingrijpt in het leven van zogeheten gezonde burgers, dan is dat discriminatie op basis van beperking.

 

Straf is straf. Zorg is zorg.

 

Vrijheidsbeperking en de ontneming van fundamentele rechten heeft niets te maken met goede zorgverlening. De term verplichte zorg suggereert dat de Nederlandse overheid dwang in de GGZ nog steeds beschouwt als een werkzame, heilzame kwalitatieve zorg-interventie. Maar dwang draagt niet bij aan geestelijk welzijn. Dwang is ouderwetse symptoombestrijding, en leidt tot meer trauma’s, meer strijd, meer problemen, en meer kans op nieuwe escalaties. Dwang is achterhaald.

Echte zorg vereist een goede zorgrelatie.

 

Het VN-verdrag roept op tot een grote verandering in de GGZ, waarbij dwang niet langer verward wordt met zorgverlening.

 

Voor bestraffing cq vrijheidsbeneming geldt de algemene wetgeving voor iedereen op gelijke voet. Discriminatie op basis van een beperking is verboden. Goede zorg heeft niets met vrijheidsbeneming te maken, en dus is vrijheidsbeneming op basis van het gevaarscriterium gekoppeld aan een diagnose een discriminerende constructie.

 

Dit wordt ook bevestigd in de recente Verklaring van het CRPD Committee over artikel 14
zie http://www.ohchr.org/EN/NewsEvents/Pages/DisplayNews.aspx?NewsID=15183&LangID=E

 

 

In de praktijk betekent dit dus dat dwang moet verdwijnen uit de zorg. Opsluiting is geen zorg, maar een straf. Straf en zorg dienen volledig gescheiden te zijn.

 

Zorg is een vrije keuze. Vanuit respect voor diversiteit mag men iemand immers niet dwingen om zijn/haar persoonlijkheid te veranderen (dat zou marteling en wrede, inhumane en vernederende behandeling of bestraffing zijn, en dat is verboden). Mensen met beperkingen hebben dezelfde rechten als gezonde mensen, stelt het VN-verdrag.  Je hebt het recht om “ziek” te zijn, stelde het Europese Hof (Pleso v. Hungary, 2 oktober 2012). Gezondheid mag dus geen voorwaarde voor vrijheid zijn.

 

De wet geldt voor iedereen. Beslissingen over straf en vrijheidsbeneming dienen op basis van gelijkwaardigheid voor de algemene wet te worden besloten (dus geen preventieve opsluiting op basis van vermoedens, aannames en vooroordelen gelinkt aan diagnoses).

Het opleggen van een eventuele straf of vrijspraak dient te geschieden op basis van een zorgvuldige afweging, waarbij alle omstandigheden in ogenschouw worden genomen, en er in principe geen rigide, buitenproportionele of contraproductieve maatregelen hoeven te worden opgelegd, maar juist rechtvaardigheid wordt nagestreefd. Er zijn constructies mogelijk die passende consequenties op maat mogelijk maken ( dat heet “ reasonable accomodation ” ), zodat er geen disproportionele strafbelasting is.  Zorg kan echter nooit als straf opgelegd worden. Zorg is zorg. Straf is straf.

 

Goede zorg kan escalaties voorkomen, en daarmee kunnen sociale problemen, en de roep om gedwongen interventies, en ook straffen voorkomen worden. Dit blijkt o.a. uit de projecten Dwang en Drang ,  de ontwikkeling van High/Intensive Care in de psychiatrie (HIC, www.hic-psy.nl/ ), de signaleringsplannen,
de Crisiskaart  , de inzet van Eigen Kracht-conferenties  en ook inhet buitenland met bijv. Open Dialogue in Finland (zie de documentaire van 74-minuten op YouTube: http://www.youtube.com/watch?v=HDVhZHJagfQ ).

Bij al deze initiatieven staat respectvolle bejegening, crisispreventie en ondersteuning van herstel centraal.

 

Het is dus mogelijk om dwang te vervangen door goede zorg (met name crisispreventie).

 

In Nederland zijn er een heleboel hoopgevende initiatieven in de GGZ , en er is een groeiende weerstand tegen dwangtoepassing (denk aan de vastgebonden Brandon ). Clienten, naasten en hulpverleners hebben zich allang verenigd tegen dwang (zie ook intentieverklaring mbt het voorkomen van dwang in de GGZ ). Eigenlijk is onze samenleving en ook de zorgpraktijk klaar voor de omslag van dwang naar zorg. Het is een wens van velen.

 

Alleen laat de Nederlandse overheid het nog wel afweten. De teksten in het ratificatie-wetsvoorstel getuigen allerminst van inzicht in de moderne mensenrechtenstandaarden, en in plaats van te benoemen welke inspanningen er worden geleverd om dwang uit te bannen, beschrijft de overheid “hoe goed zij is in het uitvoeren van dwang”. Dat druist uiteraard volledig in tegen de strekking van het VN-verdrag.

 

Aan het eind van de paragraaf over artikel 14 in het ratificatie-wetsvoorstel (onderaan pagina 54), legt de Nederlandse overheid een  interpretatieve verklaring af:

 

The Kingdom of the Netherlands provides an interpretive declaration on CRPD article 14.
The Kingdom of the Netherlands recognises that all persons with disabilities enjoy the right to liberty and security of person, and a right to respect for physical and mental integrity on an equal basis with others. Furthermore, the Kingdom of the Netherlands declares iots understanding that the Convention allows for compulsory care or treatment of persons, including measures to treat mental illnesses, when circumstances render treatment of this kind necessary as a last resort, and the treatment is subject to legal safeguards.

 

Ook deze verklaring van de Nederlandse Staat geeft aan dat hun begrip van de mensenrechten voor personen met beperkingen nog in de kinderschoenen staat, en dat de Nederlandse Staat keihard inzet op het handhaven van dwang, in plaats van het afschaffen van dwang, en het realiseren van goede zorg in- en ter preventie van crisissituaties.

 

Het is de vraag hoelang dat overheidsstandpunt nog houdbaar is in onze samenleving. Dat is dus erg spannend. Het is niet ondenkbaar dat de Verenigde Naties een dergelijke interpretatie onvoldoende vinden. En het is ook niet ondenkbaar dat de samenleving toch weet aan te sturen op de beoogde verandering.

 

Als je het mij vraagt heeft dwang in de zorg in ieder geval zijn langste tijd gehad.

 

Wil je meehelpen om dwang te laten verdwijnen uit de GGZ?

Teken onze petitie: Wetgevers: Regel zorg in plaats van dwang in de GGZ
Het is hard nodig dat de GGZ verandert, en daarvoor zijn andere wetten nodig.
Laat mensen niet in een isoleercel zitten tijdens moeilijke tijden. Keer hen niet de rug toe. Geef je stem om te laten zien dat Nederland klaar is voor de omslag van dwang naar zorg!
Om de petitie te ondertekenen, vul je je email-adres in op deze site: http://www.avaaz.org/nl/petition/Aan_de_Voorzitter_en_de_leden_van_de_Tweede_Kamer_der_StatenGeneraal_Wetgevers_Regel_zorg_in_plaats_van_dwang_in_de_GGZ_3/?copy

 

Een andere wereld is mogelijk!

 

 

 

 

 

 

Nadere info over het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen:

bericht: Je hoeft niet 100% gezond te zijn om mensenrechten te hebben
publicatie: Nederland als laatste van medisch model naar mensenrechtenmodel?
publicatie: Herstel de depressie in het clientenrecht

 

 

Zie ook de website van het VN-comite voor het Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen, het CRPD Committee, http://www.ohchr.org/en/hrbodies/crpd/pages/crpdindex.aspx

 

Het CRPD Committee benadrukt in enkele officiele toelichtingen expliciet dat dwangtoepassing in de GGZ niet langer toelaatbaar is. Zie

 

 

Petitie aan wetgevers: Regel zorg in plaats van dwang in de GGZ

Wij hebben uw steun nodig om de GGZ te veranderen.

Er zijn andere wetten nodig.
Teken onze petitie, als je vindt dat de Tweede Kamer goede zorg moet regelen in plaats van dwang in de GGZ.

***
Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights heeft een petitie tegen Wetsvoorstel Verplichte GGZ gelanceerd:

Petitie:  * Wetgevers: Regel zorg, in plaats van dwang in de GGZ *
http://www.avaaz.org/nl/petition/Aan_de_Voorzitter_en_de_leden_van_de_Tweede_Kamer_der_StatenGeneraal_Wetgevers_Regel_zorg_in_plaats_van_dwang_in_de_GGZ_3/

Wij verzoeken om intrekking van wetsvoorstel Verplichte GGZ.

Wetsvoorstel Verplichte GGZ (Kamerstuk 32399) staat toe dat kwetsbare mensen op een ruwe wijze behandeld worden.

Het doel van de Nederlandse GGZ is niet: Kwetsbare mensen ruw behandelen, maar het doel is: goede zorg verlenen in crisissituaties.

Dwangtoepassing in de GGZ is een probleem, en geen oplossing!

De werkelijke hoofdvraag voor wetgeving mbt zorg in crisissituaties zou moeten zijn:
“Hoe te voorzien in een goed zorgaanbod in crisissituaties dat dwang overbodig maakt?”

Er is een transitie nodig in het GGZ-crisiszorg-aanbod.
Daarvoor zijn andere wetten nodig.

Wij verzoeken aan de Tweede Kamer:
Regel goede zorg, in plaats van dwang.

Om de hele petitie te lezen en te ondertekenen, ga naar:
http://www.avaaz.org/nl/petition/Aan_de_Voorzitter_en_de_leden_van_de_Tweede_Kamer_der_StatenGeneraal_Wetgevers_Regel_zorg_in_plaats_van_dwang_in_de_GGZ_3/

(Onderteken de petitie op de bovenstaande website, door je email-adres in te vullen)

De petitie zal aangeboden worden aan de Tweede Kamer op een nog te bepalen tijdstip. Hierover volgt tzt nader bericht.

Regel goede zorg ipv dwang_Avaaz

Recente activiteiten en Reactie op Tweede Nota van Wijziging Wetsvoorstel Verplichte GGZ

Hieronder een verslag van diverse activiteiten:

Reactie op Tweede Nota van Wijziging Wetsvoorstel Verplichte GGZ
Afgelopen week, op 8 juli 2014, heb ik een reactie gestuurd naar de Ministeries van VWS en V&J, en naar diverse politici, over de Tweede Nota van Wijziging van Wetsvoorstel Verplichte GGZ. Stichting Mind Rights was niet benaderd door de ministeries voor deze consultatie, maar kreeg toch inzage via andere connecties, en bracht daarna ongevraagd advies uit. Het is heel schokkend dat het gevaarscriterium steeds verder wordt opgerekt: Nu spreekt men van “ernstig nadeel voor zichzelf of anderen” (bestwil-criterium). Dat is veel ruimer dan gevaar of schade. De deur naar dwangtoepassing wordt dus weer wagenwijd opengezet met deze nieuwe wijzigingen. Het is onwaarschijnlijk dat deze absurde verruiming gaat leiden tot een vermindering van dwangtoepassing.

Even schokkend is het feit dat Nederland zich met wetsvoorstel Verplichte GGZ en de voorgestelde wijzigingen steeds verder distantieert van de internationale ontwikkelingen en de mensenrechtenstandaarden. Sinds de totstandkoming van het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen is er een internationale cultuurverandering gaande mbt de rechten van clienten. Er is een nieuwe visie met nieuwe normen. In het kort: Dwang is geen goede zorg, en wanneer gedwongen psychiatrische interventies ernstige pijn of lijden veroorzaken, dan valt het onder mishandeling en marteling. Dwangtoepassing in de zorg dient uitgebannen en verboden te worden. Tekorten in het systeem zijn geen rechtvaardiging voor mishandeling. De zorg dient op peil te worden gebracht. Goede zorg kan dwang overbodig maken. Het is nodig om te investeren in zorg en niet in dwang. Helaas gaat het Wetsvoorstel Verplichte GGZ niet over het verlenen van goede zorg in crisissituaties, integendeel: dwang wordt makkelijker: de mogelijkheden, criteria en inhoud van dwang wordt verruimd onder de WVGGZ. Dat staat haaks op internationale ontwikkelingen: De VN pleit voor een absoluut verbod op alle vormen van dwang in de zorg.

Lees hier de Reactie van Stichting Mind Rights op Tweede Nota van Wijziging WVGGZ

 

Dwangcijfers in Argus-rapport en Nieuwsuur
Verder heb ik uiteraard ook het nieuwe ARGUS-rapport bekeken, uitgekomen op 17 juni 2014: Zes jaar ARGUS- registratie van vrijheidsbeperkende interventies in de GGz in 2012 en ontwikkelingen ten opzichte van voorgaande jaren, http://www.ggznederland.nl/uploads/assets/Rapport%20-%20zes%20jaar%20argus%2017062014.pdf.pdf. Dit rapport bevat de dwangcijfers per instelling over 2012. Het verwerken van de gegevens kostte blijkbaar bijna 2 jaar (het is nu 2014). Dat betekent dat men pas na 2 jaar een overzicht c.q. inzicht heeft van de dwangpraktijken. Wat zegt dat over de rechtsbescherming van clienten!! Moeten zij 2 jaar wachten voordat men afwijkende trends signaleert? Krijgen zij dan na 2 jaar excuses als er een kliniek onder de maat scoort? Of komt de inspectie dan kijken 2 jaar te laat?? Dat is mosterd na de maaltijd, en de instelling zal dan zeggen dat er elk jaar weer veel nieuwe ontwikkelingen zijn en dat de data alweer verouderd zijn… Wat heb je aan cijfers die 2 jaar te laat komen??!! (bijv. als de klachtenprocedures al geweest zijn enz.)

Ook heb ik de uitzending van Nieuwsuur gezien op 17 juni 2014: Opsluiten psychiatrie: 60 extreme gevallen. http://nieuwsuur.nl/onderwerp/662367-opsluiten-psychiatrie-60-extreme-gevallen.html .
De openingszin van het item is: “Eenzame opsluiting in de psychiatrie is sinds een aantal jaren niet meer geaccepteerd, maar het gebeurt nog vaak: In 2012 bijvoorbeeld 10.000x”. Dat cijfer is afschuwelijk hoog, zeker voor iets dat niet meer geaccepteerd is. Dat zijn ontzettend veel mensen die er een diep trauma bij hebben gekregen!! In 2012 zaten 60 mensen zeer langdurig in eenzame opsluiting (langer dan 3 maanden). Het is onbegrijpelijk dat deze afschuwelijke verwaarlozing nog steeds kan plaatsvinden in Nederland, zonder echte sancties vanuit inspectie of de wetgeving.

De Nederlandse staat is inmiddels al tweemaal berispt mbt dwangtoepassing in de GGZ, en verschillende VN-organen drukken hun zorgen uit om de torenhoge dwangcijfers in Nederland (zie de  Reactie van Stichting Mind Rights op Tweede Nota van Wijziging WVGGZ). Men signaleert jaarlijks dat er torenhoge dwangcijfers zijn in Nederland, maar wanneer leidt dat tot consequenties?? Wanneer worden de clienten gered van deze verwaarlozing en mishandeling??!

 

Het moet anders: geen dwang maar zorg!
Bekijk hier nogmaals de uitzending van EenVandaag van 29 mei 2014: Het einde van de isoleercel? http://www.eenvandaag.nl/buitenland/51755/het_einde_van_de_isoleercel_
Nederland moet het omgaan met psychosociale crisissituaties echt anders gaan aanpakken! Zonder dwang en met zorg.

Stichting Mind Rights heeft in reactie op de Tweede Nota van Wijziging van de WVGGZ uiteengezet hoe het anders aangepakt kán worden: De WVGGZ moet van tafel, en er moet een wet komen die goede zorg in crisissituaties regelt en dwang overbodig maakt. Lees hier de  Reactie van Stichting Mind Rights op Tweede Nota van Wijziging WVGGZ.

 

Overige activiteiten:

Japanse delegatie bestudeert inzetten Eigen Kracht-conferenties ter voorkoming van dwang
Verder was er deze week op 11 en 12 juli een delegatie uit Japan in Nederland, om meer te leren over het inzetten van Eigen Kracht-conferenties om dwang en institutionalisering in de GGZ te voorkomen. Japan heeft het hoogste aantal dwangtoepassingen in de GGZ van de hele wereld, ongeveer 4x zo hoog als het gemiddelde van de OECD-landen (Belgie staat op enige afstand op nummer 2, en Nederland staat op 3). Mari Yamamoto, Yoshikazu Ikehara en Reiko Iciki uit Japan hebben een trainingsworkshop van 2 dagen gevolgd bij de Eigen Kracht-Centrale in Amsterdam (www.eigen-kracht.nl ), gegeven door Hedda van Lieshout (Eigen Kracht-centrale) en ik. Gert Schout (projectmanager/onderzoeker Eigen Kracht bij BOPZ) deed ook een bijdrage via Skype. We zijn erg trots dat deze Japanse delegatie speciaal is afgereisd naar Nederland om te leren over ons project met Eigen Kracht-conferenties ter voorkoming van dwang in de GGZ. 🙂

 

Human Rights Committee
Aankomende week ben ik weer een aantal dagen in Geneve (van 14-17 juli), samen met Tina Minkowitz (USA), Hege Orefellen (Noorwegen) en de Japanse delegatie. We gaan naar de 111e sessie van het Human Rights Committee. Het Human Rights Committee werkt aan een document over vrijheidsbeperking (Draft General Comment no.9 on the right to liberty and security of persons). Het Human Rights Committee heeft ook de ICCPR-review van Japan en Ierland op het programma staan. Ik ga met het World Network of Users and Survivors of Psychiatry (WNUSP, www.wnusp.net) proberen het bewustzijn van het Human Rights Committee te vergroten mbt de mensenrechtenschendingen door dwang in de zorg, en de schaduwrapporten van NGO’s en cliëntenorganisaties uit Japan en Ierland ondersteunen. Ook zal WNUSP proberen invloed uit te oefenen op het document over vrijheid en vrijheidsbeperkingen, door een seminar te organiseren voor de leden van het Human Rights Committee over dwangtoepassing en mensenrechten. Mijn reisverslagen zijn te vinden op www.punkertje.waarbenjij.nu

CAT-Follow-up meeting bij College voor de Rechten van de Mens – 8 april 2014

Op dinsdag 8 april 2014 had ik een volgende afspraak bij het College voor de Rechten van de Mens. dat was 3 dagen na terugkomst in Nederland. Ik was de kater van de vorige confrontatie met het College voor de Rechten van de Mens op 24 maart 2014, waarbij mijn dromen bruut verpletterd werden nog niet helemaal vergeten. Het voorgaande bericht spreekt voor zich.

Maar inmiddels had ik een krachtige video-boodschap van 2 vice-voorzitters van het CRPD-Committee, en ik wist dankzij het ICC waar ik zou kunnen klagen als het College voor de Rechten van de Mens  echt de verkeerde kant op zou blijven gaan. Dat maakte dat ik het aankon om zo kort na de pijnlijke discussie alweer opnieuw dezelfde situatie op te zoeken. Bij deze meeting zou de brief van de Speciale VN-Rapporteurs waarschijnlijk niet aan bod komen, dus ik parkeerde de gedachten daaraan even. Het ging nu over de mensenrechten-standaarden, en daar weet ik wel veel van via al het internationale werk wat ik doe.

Voorzichtig en toch vastberaden ging ik naar de “CAT-Follow-up meeting” bij het College voor de Rechten van de Mens op 8 april 2014. Het was een expert-meeting naar aanleiding van de Concluding Observations van het CAT-Committee.

Het CAT-Committee heeft in 2013 haar zorgen geuit over dwangtoepassing in de Nederlandse GGZ, zie: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2013/06/10/vn-levert-kritiek-op-dwang-in-de-geestelijke-gezondheidszorg/) .

Deze bezorgdheid is in gang is gezet door het schaduw-rapport van Stichting Mind Rights aan het CAT-Committee.

Het onderwerp “mensenrechten in de GGZ” was nu door het College voor de Rechten van de Mens op de agenda gezet als 1 van de 3 speerpunten waar het College zich mee bezig wilde houden mbt de CAT-Follow up ; waarbij verantwoording afgelegd wordt aan het CAT-Committee van de Verenigde Naties over de vervolg-acties in Nederland na de Concluding Observations. De andere onderwerpen waren – gebruik van stroomstootwapens door de politie en vreemdelingendetentie.  Het College voor de Rechten van de Mens wilde van het veld horen hoe de zaken er nu voorstaan, omdat ereind mei 2014 weer follow-up contact zal plaatsvinden met het CAT-Committee inzake de mensenrechten in Nederland.

Mijn doel was om te proberen het bewustzijn te stimuleren mbt mensenrechtenstandaarden mbt dwang in de Nederlandse GGZ.

Workshop 3 ging over mensenrechten in de Geestelijke Gezondheidszorg. Maar ik was niet gevraagd voor een voordracht, alleen als discussielid. Wel was Gert Schout, projectleider van ons pilot-project uitgenodigd als spreker over de inzet van Eigen Kracht in plaats van BOPZ. Dat vond ik sowieso al raar. Niet dat ze Gert hadden gevraagd om over het project te praten (hij is daar een zeer bedreven expert in), maar ik vond het vreemd dat het thema “mensenrechten” niet echt op de agenda stond. Ik vond het echt vreemd dat het College voor de Rechten van de Mens zich nu ineens probeert te verdiepen in de zorg-inhoudelijke kanten van een tweetal initiatieven, en minder op de wettige c.q. mensenrechterlijke kant van het verhaal gaat zitten, zeker gezien de grote traagheid van de Nederlandse ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen, en de hardvochtige overheidsreactie ten aanzien van de Speciale VN-Rapporteurs…  Ik begrijp deze keuze voor stilte vanuit het College voor de Rechten van de Mens echt niet.

(Misschien is het een onderzoeksfase, maar dan nog: hoe breed kan de uitkomst zijn na het bespreken van een tweetal goede initiatieven tegen dwangtoepassing?)

Ik kwam vooral om te proberen het bewustzijn mbt internationale mensenrechtenstandaarden te stimuleren, en om een oogje in het zeil te houden. En omdat ik me de vorige keer zo wanhopig had gevoeld, had ik deze keer mijn VN-jaarpas van Geneve omgehangen. Zo waren de goede inspirerende herinneringen van de week ervoor samen met WNUSP in Geneve dicht bij me, en voelde ik me minder alleen (makkelijker om kalm te blijven). Het gaf me meer zelfvertrouwen. En ik dacht natuurlijk ook aan de dag van discussie over het General Comment on article 12 of the CRPD, die op dat moment bezig was bij het CRPD-Committee in Geneve. Dat maakte 8 april 2014 een dag waarop er meerdere mijlpalen mogelijk waren. Ik was weer erg hoopvol.

Ik had de link van de video-boodschap van Theresia Degener en Carlos Rios (vice-voorzitters van het CRPD-Committee) al aan het College toegestuurd, omdat het College de inhoud voor vertoning op de meeting wilde screenen. In de video boodschap van 5 minuten, gericht aan de Nederlandse psychiaters op het Voorjaarscongres (NVVP 2014), leggen de CRPD-Committee-leden uit dat het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD)  daadwerkelijk een verbod op dwang in de psychiatrie inhoudt. Deze video was enkel bedoeld voor gebruik bij mijn activiteiten in week 15, en is daarom helaas niet openbaar. Maar het was een zeer krachtige, mooie en motiverende boodschap.

Ik had ook al bij de organisatie aangegeven dat ik moeite had met de houding van het College, en dat ik daarom twijfelde over het nut van het bijwonen van deze expert-meeting.  Het feit dat de video-boodschap vertoond mocht worden in de pauze, stemde me wat beter. Uiteindelijk werd ik door een medewerkster hartelijk welkom geheten bij ontvangst. Het leek wel alsof ze dat echt meende.
 

Verslag van de expert-meeting
De meeting werd gehouden in Utrecht, van 13.00 tot 17.00. De middag begon met een inloop en een algemeen welkomstwoord van de dagvoorzitter. Om 13.45 gaf de plenaire spreker Prof. Kees Flinterman een inleidende presentatie over de evaluatie-methode door “periodic state reviews” door diverse VN-mechanismen, zoals het Human Rights Committee, CEDAW-Committee, CAT-Committee en CRPD-Committee. Hij legde uit dat de rapporten van de betreffende Staat, de NGOs, en de mensenrechten-instituten, en ook de uitspraken van andere VN-mechanismen over de betreffende Staat worden meegenomen in de vorming van Concluding Observations door de diverse gespecialiseerde VN-Committees. Het doel van deze CAT-Follow up-expert-meeting bij het College was dus om input te verzamelen voor het Follow up-rapport van het College voor de Rechten van de Mens aan het CAT-Committee.

Na een korte pauze begonnen de parallelle workshops om 14.45. Ik ging dus naar workshop 3 over Mensenrechten in de GGZ. Er waren zo’n 10-15 experts bij deze workshop. We begonnen met een voorstelronde. Er was iemand van het Ministerie van V&J die zich bezighield met individuele klachten over mensenrechten (!), en een psychiater, en enkele clientenbelangenbehartigers (PVP, LPGGZ). De sectoren GGZ, verstandelijk gehandicapten en psychogeriatrische ouderen waren vertegenwoordigd.

Mijn introductie, waarbij ik zei dat ik regelmatig in Geneve ben voor WNUSP en als individuele expert (te zien aan mijn jaarpas) maakte indruk bij de aanwezigen. Het leek alsof de meesten zich een beetje ongemakkelijk voelden bij het thema “internationale mensenrechten”, maar ik voelde me hier juist heel erg goed in thuis, want ik weet hoe de discussies bij het hoofdgebouw van de VN verlopen, en daar heb ik veel van geleerd (oa in de week voro deze meeting). Ik voelde me goed in staat om de reguliere opvattingen te weerleggen door een “mensenrechten-antwoord” te geven.  Ik was er helemaal klaar voor.

Eerst kwamen er een tweetal presentaties over “Good Practices” bij dwangreductie.

Terugdringen van fixatie
De eerste voordracht was van Mat Gulpers van Meander Zuid-Limburg. Hij vertelde over het project met de “Ex-belt methode” in de zorg voor ouderen (psychogeriatrie). Met dit project werden het vastbinden van ouderen afgebouwd en gestopt.  Een aantal jaren terug werden veel ouderen (soms 80-90%) wel eens beperkt in hun vrijheid om “vallen te voorkomen”. Dat doet men oa door bed-rekken, banden en afsluitbare rolstoel-tafelbladen enz. De ouderen worden hier echter vaak onrustig van en kunnen dan bekneld raken, met schade en de zelfs overlijden tot gevolg (in 2008 overleden hieraan 11 mensen – minstens, want dit is op basis van geregistreerd oorzakelijk overlijden). Het inzetten van de vrijheidsbeperkende maatregelen lijkt dus niet de veiligheid op te leveren die men beoogde. Men besloot daarop om de banden weg te doen. Het bleek dat er in veel gevallen niet eens een alternatief nodig was, omdat er veel meer rust op de afdeling was. Men probeerde ook andere vrijheidsbeperkende middelen uit te bannen. Nu is ca 80% van de ouderen in die instelling zonder vrijheidsbeperkende maatregelen, en ook het gebruik van dwangmedicatie en het ontstaan van letsel door vallen is niet toegenomen.

Mat Gulpers benoemde expliciet dat dit om een project in een instelling ging, en dat men nu ook probeert iets te doen aan dwang in de thuissituatie voor oude mensen met een PG-indicatie. (Dat onderwerp raakt me zo enorm: Oudere mensen die in hun eigen huis vastgebonden worden omdat ze oud zijn en dementerend….  Ik vind dit zo onmenselijk, en het maakt me woest! Ik ben ontzettend boos om de wetten en wetsvoorstellen die dit mogelijk maken. Hoe kan het dat zo’n beleid bestaat in Nederland?? Ik moest me echt inhouden.)  Helaas werd er op dit punt geen discussie gevoerd over het mensenrechtenlijke aspect van het bestaan van dwang in de thuissituatie, maar luisterden we naar een voordracht van een van de vele dwangreductie-projecten, hetgeen al jarenlang gepresenteerd wordt door allerlei instellingen op tal van zorginhoudelijke congressen. Het bleef vreemd dat men hier op de zorginhoud inging, en niet op de mensenrechten….

Het was wel goed om te horen dat de vrijheidsbeperkende maatregelen voor veel personen waren gestopt, en dat er behalve een attitude-verandering en een cultuurverandering, eigenlijk geen concrete alternatieven nodig waren om dit te realiseren. De rust in de instelling en het welzijn van deze ouderen is hierdoor enorm verbeterd.

Inzet van Eigen Kracht-conferenties
De tweede presentatie was van Gert Schout, VUMC-onderzoeker en projectleider van  ons pilot-project “Eigen Kracht-conferenties in plaats van BOPZ”.

Eerst legde Gert uit wat een Eigen Kracht-conferentie is en hoe het werkt. Bij een Eigen Kracht-conferentie wordt het sociale netwerk van een persoon bijeen geroepen om samen om de tafel te gaan zitten om mogelijke oplossingen te bedenken. Dit proces wordt gefaciliteerd door een Eigen Kracht-coordinator, dat is geen hulpverlener, maar een vrijwillige onafhankelijke burger die geen enkele rol heeft bij de mogelijke uitkomsten van een plan. In Groningen zijn er bijvoorbeeld 2 pianostemmers die ook Eigen Kracht-coordinator zijn. Doordat de Eigen Kracht-centrale werkt met burgers voor burgers, is men ook niet zozeer gebonden aan kantoortijden. Dankzij ongeveer 750 vrijwilligers die oproepbaar zijn kan men ook in het weekend toch vaak snel een Eigen Kracht-coordinator bereid vinden.  Dat is op zich al een groot voordeel tov het reguliere circuit.

Vervolgens vertelde Gert Schout over het pilot-project in Groningen, Eindhoven en Noord-Holland-Noord, waarbij Eigen Kracht-conferenties worden ingezet in de BOPZ context, dwz om gevaar af te wenden. Centraal staat dan de vraag: Hoe komen we deze spannende fase voor de persoon en zijn/haar netwerk door? Hoe komen we de komende weken door? en soms zelfs: Hoe komen we de komende 24 uur door?  Als het lukt om met het netwerk een plan te maken, dan is er geen BOPZ nodig. Gert noemde mij en Fiet als zijnde grondleggers van dit zogeheten “Eindhovens Model”, en ik was blij met deze credits, gezien de weerbarstigheid van het College en de overheid.

Wat ervoor nodig is om de inzet van Eigen Kracht-conferenties in de BOPZ / GGZ context te doen slagen, is vooral een omslag in de rol van hulpverleners: Waar zij vroeger de oplossing probeerden te vinden VOOR de client, dienen zij nu als verwijzer op te treden om de client zijn/haar eigen plan te laten maken. In bepaalde gevallen zullen hulpverleners het plan toetsen op veiligheid van de situatie cq het afwenden van gevaar. De rol van hulpverleners is hierdoor veel meer faciliterend mbt het eigen ontwikkelingsproces van de client. Ook is de (eventuele) rol van de hulpverleners na Eigen Kracht-conferentie via het eigen plan van de client doorgaans veel meer specialistisch mbt ondersteuning van welzijn.

In het nieuwe wetsvoorstel Verplichte GGZ is opgenomen dat de client het recht heeft om een eigen plan te maken, waarbij Eigen Kracht-conferenties ondersteunend kunnen zijn om samen met het eigen netwerk een plan te maken. In de praktijk in het pilot-project wordt er bij een aanvraag voor een BOPZ-maatregel (RM of IBS) direct in een parallel proces een aanbod gedaan aan de client om via een Eigen Kracht-conferentie een eigen plan te maken om daarmee dwangmaatregelen te voorkomen.  In de zomer van 2015 worden de eindresultaten van het pilot-project verwacht.

(wie meer wil weten over Eigen Kracht-conferenties kan op het YouTube-kanaal van de Eigen Kracht-centrale diverse filmpjes bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=etbkgpFivlg )


Discussie
Er kwamen enkele vragen mbt de exacte beschrijving in de wet, die niet zegt “Eigen Kracht-conferentie” maar “eigen plan”, hetgeen veel breder is: Immers sommige mensen hebben wellicht andere manieren om tot een plan te komen, zoals op eigen houtje zonder EKc, of via een Crisiskaart of een Zelfbindingsverklaring. Terecht werd opgemerkt dat deze wilsverklaring dikwijls zeer vrijblijvend waren en dat het systeem moeite heeft met flexibiliteit en vraaggestuurdheid. Op de vraag van het College wat daaraan gedaan kan worden, antwoordde ik direct:  “men zou 1 wet kunnen maken waarin alle wilsverklaringen gelijkgesteld worden, waarbij een testament, donorcodicil, psychiatrische wilsverklaring enz bindend is en er sancties op kunnen worden gegeven als de wil niet gerespecteerd wordt. – dit heb ik geleerd in de internationale context”. Dit discussiepunt leek hiermee direct afgerond.  (hoppa)

Toen begon de echte discussie. De hoofdvraag was “wat is er nodig voor de mensenrechten in de GGZ”. Het was heel bijzonder om mee te maken dat diverse aanwezigen de vragen rechtstreeks bij mij neerlegden, zoals over de goede ervaringen mbt de inzet van ervaringsdeskundigen in verpleegkundige teams, waarbij ik direct opmerkte dat het soms zwaar blijkt te zijn om als een enkele ervaringsdeskundige pionier in een regulier team te werken, en dat de taakomschrijving van ervaringsdeskundigen binnen het team (bijv. mbt dwangtoepassing) ook nog wel een aandachtspunt is. Ook is de betaling van ervaringsdeskundigen lager (niet-BIG) wat de inzet van ervaringsdeskundigheid en de gelijkwaardigheid binnen het team uiteindelijk ook geen goed doet. Daar is nog volop werk te doen.

Er was een flinke discussie over de zogenaamde “wilsonbekwaamheid en de noodzaak tot bescherming”, waarbij ik min of meer de strekking van het General Comment on article 12 of the CRPD heb herhaald. Ik legde uit dat een diagnose niet mag betekenen dat je minder rechten hebt dan een ander. En dat het label “wilsonbekwaamheid” maar al te vaak wordt toegepast op mensen die juist zeer duidelijk hun wil uitdrukken, en bijvoorbeeld heel hard NEE schreeuwen. Het gaat hier niet over mensen in een coma, maar over mensen met psychosociale problemen, voortvloeiend uit een samenhang met de omgeving en de psyche. Ieder mens heeft een wil. Zelfs een baby huilt of lacht en geeft daarmee een wil aan. Het is juist de kunst van het aflezen en communiceren. We zijn allemaal gelijkwaardig geboren en iedereen heeft het recht om zijn/haar eigen leven invulling te geven volgens eigen maatstaven. En wie beoordeelt “wilsbekwaamheid”? Houdt dat in dat we allemaal middenklasse-dummies moeten worden? Dat is in strijd met de beginselen van zelfbeschikking, diversiteit en integriteit.  Sylvia Millecam had wel zelfbeschikkingsrecht, terwijl velen vonden dat zij toch een soort gevaar voor zichzelf was. Het gaat om respect voor de persoonlijke keuzes van een individu. Elke persoon is een individu. Om deze discussie af te sluiten zei ik: “Let wel, de term wilsonbekwaamheid inmiddels echt achterhaald en is afgeschaft onder de mensenrechtenverdragen, het is vrij zinloos om hierop te blijven hangen, over 5 jaar hebben we deze discussie niet eens meer”. Ik heb alle aanwezigen aangeraden om het  General Comment on article 12 of the CRPD eens goed te bestuderen.

Ik vond dat het opvallend stil was aan de kant van het College voor de Rechten van de Mens. Alsof zij zich in de schaduw bevonden van deze discussie. En ik zat op mijn praatstoel.

Er werd ook nog gediscussieerd over het verschil in rechtspositie in de wetsvoorstellen Verplichte GGZ en Zorg en Dwang. Onder wetsvoorstel Verplichte GGZ wordt de inhoudelijke dwang vooraf getoetst door een rechter, maar onder wetsvoorstel Zorg en Dwang hoeft dit niet en kan dwang op basis van een bepaalde status/diagnose in alle vrijheid door een hulpverlener gestart worden, waarbij het enkel achteraf (op basis van registraties) getoetst wordt.  Dat is een juridische ongelijkheid vonden de aanwezigen. En men vond het ook vreemd dat de uitvoering van ambulante dwang zomaar volledig aan het veld werd overgelaten, zonder inmenging van de wet.

Daarnaast werd ook nog gesuggereerd dat het databestand van zorgkaarten met daarop de wensen en voorkeuren van de client, zoals voorgesteld onder wetsvoorstel Verplichte GGZ, een gelegenheid biedt om onderzoek te doen en een overzicht te krijgen van deze verschillende zorgwensen, wat weer kan bijdragen aan verdere kwaliteitsverbetering van de zorg.

Het ging weer over zorgkwaliteit, en niet over mensenrechten…

Ik nam het woord weer. Mijn bezwaren tegen de wetsvoorstellen waren inmiddels al wel duidelijk. Ik herhaalde dat speciale wetten die de vrijheden inperken van specifieke groepen mensen een vorm van discriminatie is, en dat we volgens de internationale verdragen toe moeten naar een systeem van ondersteuning in plaats van repressie. Dwang is een vorm van geweld en valt zelfs onder marteling en andere wrede, inhumane of vernederende behandeling of bestraffing (zie Mendez A/HRC/22/53 en de brief van de Speciale VN-Rapporteurs). Er geldt een absoluut verbod op marteling en mishandeling, en dit betekent dat men dwang in de zorg dient te verbieden. Veel mensen schijnen te denken dat dat “onveilig” is, maar het is juist onveilig om mensen die al onrustig zijn een extra trauma te geven door over hun grenzen heen te gaan. Echte zorg is mogelijk. Er is een verschil tussen zorg en dwang. De MI-principles van de Wereldgezondheidsorganisatie in 1991, waarbij “een koppeling tussen gevaar en stoornis” een wetmatige grond voor dwangtoepassing vormde, zijn ingetrokken sinds de komst van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD). Het nieuwe paradigma stelt dat beperking of diagnose, net als ras, geslacht of afkomst, geen enkele rol mag spelen in beslissingen over vrijheid. Zorg kan enkel gebaseerd zijn op vrije, geinformeerde keuze. Helaas zijn de wetsvoorstellen Verplichte GGZ en Zorg en Dwang nog volledig gebaseerd op de MI-principles, en daarmee voldoen zij niet aan de mensenrechtenstandaarden.

Er viel weer een soort van korte filosofische stilte, en vervolgens werd er gesproken over de veldnormen en multidisciplinaire richtlijnen mbt dwang die in ontwikkeling zijn. Ik weet dat deze richtlijnen en veldnormen nog vooral gebaseerd op het oude paradigma, net als wetsvoorstel Verplichte GGZ,  en ik verwacht hier dus ook niet veel goeds van.

Mijn intuitie vertelde me dat iedereen diep na zat te denken en probeerde het nieuwe paradigma te bevatten. Ik kreeg het gevoel dat ik hier iets heel moois had bereikt, namelijk een gespreksopening. Als men nu bereid is om zich daadwerkelijk over het nieuwe paradigma te buigen, en na te denken over de toekomst, dan is dat een MIJLPAAL!

De video-boodschap
De workshop was inmiddels ongeveer afgelopen en mijn video-boodschap van de CRPD-Committee werd aangekondigd. Alle aanwezigen bleven zitten om deze video-boodschap van 5 minuten te zien. . De boodschap dat het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD) daadwerkelijk een verbod op dwang in de psychiatrie inhoudt kwam echt aan, dat was te voelen in de atmosfeer. De video was duidelijk. Dit was doorslaggevend bewijs dat er een grote omslag aan zit te komen. Het leek mij het beste om hier niets mee aan toe te voegen. Het voelde alsof ik mijn punt gemaakt had. En ik voelde ook dat de aanwezigen dit echt wel serieus namen. Ik had iedereen stof tot nadenken gegeven. Dat gaf mij een enorm gevoel van succes. Ik was blij en trots.

Tijdens het weggaan uit het workshopzaaltje, ving ik nog wel wat verdedigende opmerkingen op. Deze kwamen met name vanuit de hulpverleningshoek, zoals “Er wordt niet gezegd dat het wetsvoorstel Verplichte GGZ fout is” (toen dacht ik: wat verwacht je allemaal van zo’n VN-committee, kan je zelf dan helemaal geen verbanden leggen?). Ook werd gezegd: “mensen hebben wel geleerd hoe ze iemand vast moeten binden, maar niet om het anders te doen”. (tja, dat zal dan snel geleerd moeten worden…). Maar de discussie was eigenlijk al klaar. Ik zei alleen dat de VN-documenten echt wel duidelijk zijn, en dat er een nieuwe tijd aankomt.

Een persoon opperde de vraag: “Waar staat het College mbt afschaffen van dwang?” , waarop JD van het College zei: “wij nemen niet hetzelfde standpunt in, wij interpreteren het niet als afschaffen, maar wel als reduceren” . Dat vond ik persoonlijk echt arrogant: Hij weet het beter dan de VN?!?

Ik ging niet meer op dit standpunt van het College in. De video had al gesproken. Als men hier niks mee wil doen, dan zijn ze dus geen echt mensenrechten-instituut volgens de Paris Principles.  Later bij de borrel heb ik aan een andere medewerkster van het College nog wel mijn beklag gedaan, en gevraagd of ze van mij verwachten dat ik Ban Ki Moon persoonlijk meebreng, en of ze dan ook gaan zeggen “Wij interpreteren het toch anders”…  (Ik vraag me bovendien af of ze mbt andere vormen van geweld ook voor reductie ipv afschaffing zijn, zoals tav kindermishandeling, vrouwenbesnijdenis enz…). Maar anyway, ik weet zeker dat ik ze aan het denken heb gezet. En ik hoop dat dit de laatste keer is dat het College een andere lijn kiest dan de internationale mensenrechtenverdragen.

“Volgens mij gaat het je lukken”
Bij het verlaten van de workshop-ruimte zeiden een paar clientenbelangenbehartigers tegen me: “Goed hoor. Ik denk dat jij het echt gaat redden met je acties. Ik denk dat het je gaat lukken”. DAT WAS ZOO GEWELDIG OM TE HOREN!!! Het gaf me enorme hoop. Een innerlijke jubelstemming. De praktijk verandert namelijk enkel met steun vanuit het veld. Het feit dat de aanwezigen mijn pleidooi sterk vonden en zelfs een doorbraak aan zagen komen, was echt supergeweldig! (en ook zonder het College voor de Rechten van de Mens kunnen er dingen veranderen).

Achteraf had ik daarom een supergoed gevoel over de middag. Aan de tafel was er een beweging in het bewustzijn ontstaan. Ik denk dat ik iedereen aan het denken heb gezet, en dat voelde goed!!  Ik besefte ook dat de atmosfeer het mogelijk had gemaakt dat mijn stem gehoord werd. Ik werd niet aan de zijlijn geplaatst of monddood gemaakt, maar mijn woorden mochten meedoen in de discussie. En ik had het idee dat ik de discussie domineerde met mijn kennis van de mensenrechten-standaarden zoals het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD) en het CAT-verdrag tegen Marteling. Het College ging dit keer niet lijnrecht tegen mij in, maar er viel vaak een stilte als ik een punt had gemaakt. Dat voelde echt goed!! Ik voelde me erkend als expert.

Na de tweede korte pauze was er om 16.00 een plenaire terugkoppeling van de workshops. Daarna was er een afsluiting door de dagvoorzitter, en nog een borrel. Ik heb toen tegen een medewerker van de Nationale Ombudsman verteld dat het mij een goed idee lijkt om een speciale Ombudspersoon voor de GGZ of voor beperkingen aan te stellen, omdat deze specifieke vormen van vrijheidsbeperking vaak ten onrechte buiten het werkveld van de reguliere Ombudsman blijken te vallen vanwege het specialistische karakter.Een speciale Ombudspersoon voor de zorg blijkt in andere landen erg succesvol te zijn.

Ik ben verder niet lang blijven hangen. Het College voor de Rechten van de Mens is voor mij niet echt “the place to be”. Ze zijn ofwel een deel van het probleem, of een deel van de oplossing, maar vooralsnog lijkt het vooral op het eerste…  (“zij interpreten het vast anders” 😉

Maar er is dus wel iets gebeurd op deze meeting, ook al is het College nog niet echt “uit de kast”. Ik denk dat ik ze wel aan het denken heb gezet, zeker met de video-boodschap van het CRPD-Committee. Het feit dat het contact niet op een volgende ruzie is uitgelopen, maar dat ik een flinke stem had in de discussie is echt een grote winst ten opzichte van de vorige keer.

Ik voelde me echt goed na deze meeting. Alsof ik uit een heel diep dal kwam. Alles leek weer mooier. Zelfs de brief van de Speciale VN-Rapporteurs kreeg hierdoor weer wat meer glans, want het gevoel van machteloosheid en exclusie was weer veranderd in hoop en zinvolle participatie. Het voelde voor mij als een soort keerpunt, wellicht omdat ik deze keer het gevoel had dat mijn woorden en inspanningen WEL iets uitmaakten (in tegenstelling tot vorige keer).

Het feit dat sommige mensen zeiden “Jij gaat het vast redden”. DAT was echt een waanzinnige doorbraak. Op het einde van de dag kreeg ik te horen dat het General Comment on article 12 of the CRPD was aangenomen. Dat was supergoed nieuws, en maakte me nog blijer. Het was hoe dan ook een bijzondere dag.

Ik was echt heel erg blij dat deze meeting op 8 april toch beter was gegaan dan de vorige keer op 24 maart bij het College voor de Rechten van de Mens. En nu maar afwachten wat ze ervan gaan bakken…

Zwaar gesprek bij College voor de Rechten van de Mens op 24 maart 2014

Op maandag 24 maart 2014 ging ik naar het College voor de Rechten van de Mens. Ik had een afspraak met 2 personen van het College over: Het standpunt inzake dwang in de GGZ (zie bericht 21 januari 2014 Frustrerende hoorzitting Wetsvoorstel Verplichte GGZ bij Tweede Kamer ) , en de uitkomst van de correspondentie tussen de Speciale VN-Rapporteurs en de Nederlandse Staat. (zie oa het vorige bericht)

Ik had heel veel hoop. In de brief van de Speciale VN-Rapporteurs stond immers o.a.: “herstel aan ALLE slachtoffers” , en de vrijwaring van marteling impliceert “de garantie van non-repetitie” (dus dat het nooit meer mag gebeuren met wie dan ook, wat weer inhoudt dat de Nederlandse wetten aangepast dienen te worden.). De brief van de Speciale VN-Rapporteurs is een krachtig signaal. Daarover wilde ik dus praten met het College voor de Rechten van de Mens. Misschien konden we immers wel een mooie samenwerking starten om de mensenrechten in de GGZ te realiseren. Dat hoopte ik. Dus ik ging vol goede moed naar Utrecht, naar het College voor de Rechten van de Mens (www.mensenrechten.nl)

Verslag van 24 maart 2014
Ik werd ontvangen in de Kleine Zittingszaal, en ik dacht nog: “Jee, dat voelt serieus. Wat goed!”. Helaas liep het hele gesprek daarna geheel anders dan gepland. Er kwam een lading van afwerende argumenten over me heen. Dat had ik niet verwacht en bracht me helemaal van mijn stuk.

Over de brief van de Speciale VN-Rapporteurs…
D.H. en J.D. van het College voor de Rechten van de Mens pleitten dat “Speciale VN-Procedures niet bindend zijn, en dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wel bindend is, maar dat er aan het EHRM nog geen verschuiving zichtbaar is”. Mijn argument dat het 193 tegen 47 landen is, en dat het Europees Hof voortvloeit uit de VN-mensenrechtenverdragen leek daar niets aan te veranderen. Zij claimden dat er geen hierarchie is tussen de VN en de EU, en tegelijkertijd is in hun optiek Europa bepalend.  Deze medewerkers van het College voor de Rechten van de Mens claimden ook dat zij in de internationale documentatie geen legale aanknopingspunten zagen om tegen dwang te zijn, en meenden dat de uitgangspunten van “laatste redmiddel” en het gevaarcriterium prima voldoen, en verder achten zij dat de nieuwe wetsvoorstellen over gedwongen behandeling meer “bescherming” bieden aan clienten. Zij zagen ook niet in dat “speciale wetten voor speciale mensen” een vorm van discriminatie is.. Daar zagen ze geen basis voor in het internationale recht. “Zij lazen het anders, zij zagen geen uitspraken die een absoluut verbod op dwang afkondigden”.

Ik dacht dat ik gek werd! De stukken lagen recht onder hun neus, en ze zeiden gewoon “Wij lezen het anders”!! Wat moet je daar dan mee? Zo is er toch geen normaal gesprek meer te voeren !?
Ik vroeg ze wat de VN-stukken betekenden, en of het voor hun uberhaupt nog wat uitmaakt wat de VN schrijft, of ze het uberhaupt lezen (CRPD en Mendez), en of ze uberhaupt zaten te wachten op mijn werk als activist.. En of de brief van de Speciale VN-Rapporteurs enige betekenis had voor hun.

Ze antwoordden: “Zo werkt het niet. We moeten realistisch zijn. Mensenrechten worden bediscussieerd op verschillende platforms, zoals het Europees Hof”. Ik vroeg toen of de mensenrechten onderhandelbaar waren (!) of dat deze duidelijk vastgelegd zijn inde universele mensenrechtenverklaringen (!). Ze zeiden: “De VN schrijft dingen op papier, en de verschillende mechanismen, zoals het Europees Hof, bepalen de inhoud en omstandigheden waaronder deze woorden van toepassing zijn” (jurisprudentie). Dus volgens hem bepalen de verschillende omstandigheden die vastgesteld zijn aan het Europees Hof, of er sprake is van schending van mensenrechten. Hij liet het klinken alsof de woorden van de Verenigde Naties nogal onbruikbaar zijn, omdat ze te abstract zijn om toe te passen, en alsof het allemaal draait om Europa. (Ze hadden duidelijk ook nog geen lange-termijn visie mbt de Europese implementatie van het Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen). Met deze houding van het College werden alle VN-documenten als het ware van tafel af gewimpeld. Er was geen greintje menselijkheid te bekennen in deze definitie van mensenrechten. Het was puur gereduceerd tot papierwerk. Ik voelde me echt zo machteloos. Men wil er niet naar kijken (“te abstract”), en men leest/interpreteert de inhoud ook niet goed. Wat een puinhoop!! Uit frustratie scheurde een van de documenten zelfs kapot (de overheidsreactie aan de VN-Rapporteurs) “Als het dan toch allemaal niks betekent….”  Er viel een kille stilte. Daarna verontschuldigde ik me voor de intensiteit van mijn pleidooi.

Het leek me beter om het niet meer over mijn persoonlijke zaak te hebben. De rest van het gesprek probeerde ik het standpunt van het College inzake dwangtoepassing in de GGZ in het algemeen te achterhalen.
Over de rechtspositie van cliënten…
Over dwangmedicatie en vrijheidsbeperkende maatregelen zeiden ze: “In andere landen is het veel erger, het gaat niet zo slecht bij ons. Misschien zijn onze cijfers wat aan de hoge kant, en dan zouden we dat moeten reduceren, en zeker wanneer de Inspectie concludeert dat dit mogelijk is, zoals het geval is”. Die uitspraak was nog enigszins positief op te vatten. Dwangreductie is dus wel bespreekbaar in hun visie.
(Maar sowieso spreekt het College zichzelf hiermee tegen, want het College voor de Rechten van de Mens heeft wel een positieve, steunende reactie gestuurd aan het CRPD-Committee inzake General Comment No1 on Article 12 of the CRPD , waarover later meer).

Ik vertelde aan het College dat klachten van clienten vaak niet gehoord worden, en dat er nog steeds erg veel misgaat (zoals o.a. te lezen is in het schaduw-rapport van Stichting Mind Rights aan het CAT-Committee, met zaken als Brandon en ‘Roelie’). Ik legde ook uit dat het erg moeilijk is om een advocaat bereid te vinden (onderbetaald, veel werk aan complexe dossiers, veel betrokkenen, strijdend tegen een leger van instellings-advocaten, en minimale kans van slagen aan het Tuchtcollege waar de doctoren elkander beoordelen, dus advocaten nemen deze zaken vaak niet aan). De medewerker van het College voor de Rechten van de Mens bevestigde het falen van de Tuchtraad (Dat ga ik onthouden, want wellicht is daar dus wel verandering mogelijk)

Maar helaas, deze man van het College ging mij vervolgens uitleggen “hoeveel mogelijkheden ik had om mijn beklag te doen onder de Nederlandse wet, en wat ik allemaal zou kunnen hebben doen”… “zelfs zonder advocaat”.. Ik legde uit waarom het anders was, maar hij bleef volhouden dat het Nederlandse systeem goed was, en het leek alsof hij meende dat het een beetje “overdreven” van mij was geweest om naar de Speciale VN-Rapporteur te gaan met mijn klachten. Hij zei dat ik ook gewoon “de normale route had kunnen nemen”. En hij zei dat het ook nogal wat betekende dat de klachtencommissie van de instelling geen fout had bevonden, want hij had zelf ooit in een klachtencommissie van een instelling gewerkt, en “daarom wist hij dat dergelijke klachtencommissies goed en betrouwbaar waren in hun oordeel”.  Deze meneer was dus uiteindelijk het beleid van de Staat aan het verdedigen, en wat ik ook zei, we kwamen niet op 1 lijn. Het leek alsof ik niet gehoord werd. Het voelde totaal niet gelijkwaardig.
 

Wanhopig
Mijn hoop en goede moed was inmiddels vervlogen. Ik koos ervoor om te vertrekken. Ik was inmiddels echt overstuur van deze foute houding van dit zogenaamde mensenrechten-college. Ik weigerde om de medewerkers een hand te geven. Ik kon niet begrijpen waarom zij geen waarde hechtten aan de brief van de Special Rapporteurs. Ik was er echt stuk van. Hoe kon dit nou zo gebeuren? Ik had tal van VN-stukken doorgestuurd, die echt wel duidelijk zijn, en de brief van de Speciale VN-Rapporteurs… (zie ook de links in het vorige bericht). Het was alsof alles wat ik doe uiteindelijk lucht was… En alsof mijn “laatste redmiddel” geen effect had.  Alsof het niks uitmaakte dat mijn klachten opgepikt waren door de Speciale VN-Rapporteurs. Ik voelde me echt machteloos, nog erger dan voorheen, met lege handen en eenzaam. Wat kan ik dan nog doen om WEL gehoord te worden als men alles negeert. Hoger dan de VN bestaat niet… Deze strop was daarom heel moeilijk te verteren.

Alle blijheid, hoop en erkenning die ik had gevoeld door de brief van de Speciale VN-Rapporteurs leek nu alweer de grond ingeboord te worden door de overheid en het College voor de Rechten van de Mens. Alles leek zinloos. Mijn droom leek wederom kapot gemaakt.. De moed zonk haast in mijn schoenen. Ik was pas 1 week terug in Nederland, en ik was meteen weer depressief.

Ik weet dat het College voor de Rechten van de Mens in principe hoort op te komen voor de mensenrechten, maar ze laten hier grote steken vallen.  Ik was gruwelijk teleurgesteld in alles, en ik wilde er eigenlijk gewoon even niet meer aan denken, want het werd me echt een beetje teveel.

Ik was blij dat ik (weer) een weekje naar Geneve ging, van 29 maart tot 5 april 2014 (zie ook mijn Engelstalige reisverslagen op: http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslagen/468638/un-crpd-committee-sessions-april-2014/1 .
Weekje bij het CRPD-Committee in Geneve   (29 maart – 5 april 2014)

Ik kon gelukkig meteen weer even weg van het frustrerende Nederland, en kon ik me weer omringen met mensenrechten-activisten en VN-medewerkers: een enorm inspirerende en hoopgevende omgeving, waar het moderne bewustzijn volop aanwezig is. Het was als een kuuroord voor mijn welzijn. Ik heb genoten van de vele gesprekken die ik heb gevoerd met gelijkgestemden. Mijn hoop werd weer levend. Er zijn genoeg slimme mensen die echt werken aan de veranderingen voor de mensenrechten in de zorg.

Ik besefte weer heel duidelijk dat ik niet alleen ben in deze strijd. Er zijn zoveel pioniers. Zij maken hetzelfde mee, en we vechten samen voor hetzelfde doel. Dat schept een enorm begrip, een band. Dat was zo enorm goed om te ervaren. Ik kikkerde er echt weer van op.

Ondersteunen van  “Draft General Comment on Article 12 of the CRPD”
De hoofdreden dat er een WNUSP-delegatie naar Geneve was afgereisd, was de Draft General Comment No.1 on article 12 of the CRPD. Dit document is zo belangrijk voor clienten wereldwijd, dat we het CRPD-Committee wilden steunen in de stevige discussie die over dit onderwerp was losgebarsten. Het (Draft) General Comment bevestigd dat alle psychiatrische patienten/clienten recht hebben op zelfbeschikking, en dat dwang in strijd is met de mensenrechtenverdragen. De discussie over het Draft General Comment zou pas plaatsvinden op 8 april 2014, in de tweede week van de CRPD-sessies, maar het was zeker nuttig om 1 week eerder al daar te zijn voor de morele ondersteuning van het CRPD Committee. (Op 8 april zelf kon ik namelijk niet in Geneve zijn, vanwege een expert-meeting/conferentie bij het College voor de Rechten van de Mens – Daar zag ik wel tegenop, maar ik wist dat het belangrijk was om daarbij te zijn).

De echte aanname van het definitieve General Comment No1 on Article 12 of the CRPDheb ik dus helaas moeten missen, maar via internet bleef ik nog steeds direct betrokken. En HET IS GELUKT!! De General Comment no.1 is de week erna aangenomen op 8 april 2014!! Iedereen feliciteerde elkaar en er heerste een feeststemming bij de VN en bij de clientenbeweging overal ter wereld :D. Het was echt een mooi moment in de geschiedenis, een echte mijlpaal. Een enorme steun voor de clientenbeweging. Het was als een kroon op vele jaren werk van alle grote en kleine initiatieven van clienten-organisaties en activisten wereldwijd. Echt heel mooi! 

Maar anyway, in de week dat ik in Geneve was, was dit debat nog niet klaar, dus het was nog steeds spannend voor iedereen wat er zou gaan gebeuren, en of de Draft General Comment aangenomen zou gaan worden. De spanning en de hoop omtrent dit document was voelbaar in de atmosfeer. Iedereen leefde toe naar het grote moment op 8 april: de dag van de discussie over de (Draft) General Comment on article 12 of the CRPD.

Verslag van activiteiten in Geneve
Het was weer erg leerzaam om zo dicht betrokken te zijn bij de gang van zaken bij de VN, en om het werk van het VN-Comite voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD-Committee) van dichtbij mee te maken. Zie ook mijn Engelstalige reisverslagen op: http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslagen/468638/un-crpd-committee-sessions-april-2014/1 .

In de eerste week van de sessies van het CRPD-Committee was de opening sessie met daarin samenvattingen van veschillende actoren mbt de implementatie van het CRPD. Aansluitend vonden de CRPD sessies met de evaluatie van de ingezonden statusrapporten van Zweden, Azerbaijan en Costa Rica plaats.  Mbt Zweden en Costa Rica heeft WNUSP nog kanalen aangewend om de stem van GGZ-clienten uit die landen te includeren (daar heb ik via mijn netwerken ook aan meegeholpen). In de vraagstelling van het CRPD-Committee was al duidelijk dat dit comite zich zeker bekommert om het doorgaans vreselijke lot van mensen met psychosociale problematiek overal ter wereld.  We zullen het zien in de Concluding Observations, maar die zijn doorgaans supergoed van het CRPD-Committee.

Het CRPD-Committee voelde als een soort veilige plek voor mij. Zij snappen echt dat dwang geen zorg is.  Ik hoefde niet zo bang te zijn om verder gekwetst te worden, maar ik voelde juist respect overal. Zo mooi!!  Dat had ik echt even nodig na alle stress en dompers van Nederlandse overheid en het College voor de Rechten van de Mens.
Empowered bij terugkomst
Op donderdag 3 april 2014 heb ik 2 CRPD-Committee leden bereid gevonden om speciaal voor mijn aankomende activiteiten in Nederland een video-boodschap in te spreken. Dat deden ze omdat de internationale spreker Mr. Gabor Gombos (ervaringsdeskundige en voormalig lid van het CRPD Committee) verhinderd was om naar Nederland te komen, en ik daardoor op zoek was naar een “plan B” voor het Voorjaarscongres (NVVP 2014). Daarom had ik andere comite-leden benaderd.   Ms. Theresia Degener and Mr. Carlos Rios Espinosa , beiden vice-voorzitters van het CRPD-Committee, waren zo vriendelijk om een video boodschap van 5 minuten in te spreken, gericht aan de Nederlandse psychiaters op het Voorjaarscongres (NVVP 2014), waarin zij uitleggen dat het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD)  daadwerkelijk een verbod op dwang in de psychiatrie inhoudt. Deze video was voor eenmalig gebruik bij mijn discussie-sessie, en is daarom helaas niet openbaar. Maar het was een zeer krachtige en mooie boodschap. Zeer empowerend! 

Een ander ding dat mij empowerde was, dat ik op vrijdag 4 april 2014 in Geneve eenafspraak had gehad met het Internationale Coordinatie Committee (ICC), dat is het internationale overkoepelende orgaan van alle Colleges voor de Rechten van de Mens (NHRIs) in alle landen. Zie ook mijn Engelstalige verslag van deze dag op: http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslag/4690229/icc-how-to-deal-with-nhri
Bij deze meeting heb ik onder andere concrete informatie gekregen over wat ik kan doen als het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens zich niet aan de mensenrechten-standaarden en de Paris Principles houdt. Dat was ook heel erg empowerend.  Nu ben ik minder machteloos.

Na 1 week in Geneve keerde ik op 5 April 2014 weer terug naar Nederland. Ik voelde me gesterkt met de krachtige video-boodschap van de 2 vice-chairs van het CRPD Committee, en de informatie van het ICC over de beklagmogelijkheden mbt het College voor de Rechten van de Mens.

3 dagen na terugkomst in Nederland, op dinsdag 8 april had ik een volgende afspraak bij het College voor de Rechten van de Mens. Ditmaal was het een expert-meeting naar aanleiding van de Concluding Observations van het CAT-Committee, zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2013/06/10/vn-levert-kritiek-op-dwang-in-de-geestelijke-gezondheidszorg/ . Deze meeting was dus ietsje minder persoonlijk dan het gesprek over mijn zaak bij de VN, dat maakt het hopelijk een ietsepietsje makkelijker om kalm te blijven. Voorzichtig en toch vastberaden ging ik naar de CAT-Follow-up meeting bij het College voor de Rechten van de Mens op 8 april 2014. Ik had een video-boodschap en beklagmogelijkheden. En ik had mijn VN-jaarpas van Geneve om, zodat ik me niet zo alleen zou voelen.

Het liep op 8 april 2014 gelukkig een stuk beter dan het gesprek op 24 maart 2014.

Mijn reactie op de overheidsreactie- en de betekenis van mijn zaak bij de VN

De afgelopen weken waren zeer intensief voor mij. Er is ontzettend veel gebeurd. Mijn hoofd is nog steeds erg vol met alles. Maar het gaat wel heel goed.

Brief van de Verenigde Naties aan de Nederlandse Staat
In mijn vorige bericht was al te lezen hoe 2 belangrijke Speciale VN-Rapporteurs zich hebben gebogen over mijn persoonlijke klachten van mensenrechtenschendingen in de GGZ (langdurige dwangtoepassingen in de GGZ en de ontoegankelijkheid van het rechtssysteem met deze klachten).

De Speciale VN-Rapporteur tegen Marteling, Juan E. Méndez, en de Speciale VN-Rapporteur voor het Recht van Iedereen op Gezondheid, Anand Grover schreven een belangrijke brief aan de Nederlandse overheid om hun zorgen uit te drukken over de mensenrechten in mijn persoonlijke situatie, en ze vragen daarbij ook hoever Nederland is met het afschaffen van dwang. De Speciale VN-Rapporteurs geven een lange opsomming van artikelen en referenties, waaruit blijkt dat zij zich op al deze punten zorgen maken over de mensenrechten in de Nederlandse GGZ.

Op maandag 10 maart 2014, in Geneve kreeg ik deze brief voor het eerst te zien, en ik was erg blij met deze erkenning van de VN-Rapporteurs.
• klik hier voor de brief van de Speciale VN-Rapporteurs aan de Nederlandse Staat. https://spdb.ohchr.org/hrdb/24th/public_-_AL_Netherlands_08.10.13_(2.2013).pdf
• Klik hier voor ons Persbericht over deze brief van de Speciale VN-Rapporteurs:

Reactie van de Nederlandse Staat aan de Verenigde Naties
Een paar dagen na thuiskomst, rond 20 maart 2014, toen ik een beetje bijgekomen was, durfde ik het aan om de brief met de reactie van de Nederlandse overheid nogmaals te lezen. Ik had deze reactie van de Nederlandse Staat al wel vluchtig bekeken, en had al gezien dat het geen erkenning gaf. Ik had dit terzijde geschoven, want de eerste dagen wilde ik eigenlijk gewoon genieten van de erkenning die ik WEL had gekregen van de Speciale VN-Rapporteurs. Maar het moment was gekomen dat ik de reactie van de Nederlandse overheid nog eens goed wilde bestuderen.
• klik hier voor de brief: State Reply: 05/12/2013

Ik las de brief grondig, en ik was er meteen erg ziek van. De Nederlandse overheid ontkende mijn klachten; zeiden dat ik nooit geklaagd had; claimden dat ik geen toestemming had gegeven om gegevens te delen; en men zag geen reden om een onderzoek te starten omdat mijn klachten dateren van 1994. Ook werd geclaimd dat de nieuwe wetsvoorstellen (Verplichte GGZ en Zorg en Dwang) de rechten voor clienten voldoende zouden beschermen. De Staat maakt zich dus duidelijk GEEN zorgen om de mensenrechten in de Nederlandse GGZ.

Mijn reactie op de overheidsreactie
Ik was er behoorlijk stuk van om dit alles zo te lezen. Veel argumenten zijn gewoonweg niet waar. Het deed me pijn, en ik voelde me weer enigszins machteloos. Weer aan de kant geduwd… Wat een lompe reactie, nota bene aan de Verenigde Naties Speciale Rapporteurs! Waarom een onderzoek afhouden?? Dit stinkt. Ergens is deze publieke afhoudendheid wederom een bewijs van de ontoegankelijkheid van het Nederlandse rechtssysteem voor klachten zoals de mijne.

Toekomst
Er zullen vast nog meer lastige vragen aan de Nederlandse Staat gesteld gaan worden vanuit de internationale gemeenschap, want mijn zaak staat nu in het jaarrapport van de Speciale VN Rapporteur tegen Marteling en de Speciale VN-Rapporteur voor het Recht van Iedereen op Gezondheid aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. (pagina 84, A/HRC/25/60 add2 )
En ook het VN-Comite tegen Marteling (CAT-Committee) maakt zich zorgen om de mensenrechten in de Nederlandse GGZ, zie ook https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2013/06/10/vn-levert-kritiek-op-dwang-in-de-geestelijke-gezondheidszorg/

Nieuwe normen
In de brief van de Speciale VN-Rapporteurs aan de Nederlandse Staat staat ook iets over het “gevaarcriterium”, omdat mijn zaak dateert van 1994, en toen was de norm: “zo min mogelijk dwang, enkel ter afwending van acuut gevaar voor zichzelf of anderen”. De Special Rapporteurs benoemen dat punt om de aandacht daarop te vestigen. (mijn zaak lijkt namelijk eerder op “zoveel mogelijk dwang”).

De rest van de brief gaat over de huidige standaarden van deze eeuw. De universele mensenrechtenstandaarden mbt dwang in de GGZ zijn sinds 2008 in ontwikkeling, mede naar aanleiding van het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen. zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/03/23/vn-verdrag-erkent-de-rechten-van-personen-met-beperkingen/
Deze ontwikkeling werd ook door de voorgaande Special Rapporteur tegen Marteling, Manfred Nowak opgepakt in 2008 (A/63/175 p.44) en 2009 (A/HRC/10/48 p.48,49).
Sinds 2013 (Mendez A/HRC/22/53) geldt dat er een absoluut verbod dient te komen op alle vormen van dwang in de zorg. Deze paradigma-verschuiving (cultuurverandering) wordt o.a. geillustreerd door de vragen die gesteld worden aan de Nederlandse Staat. “Hoever is Nederland met het afschaffen van dwang? “

Het onderwerp “dwang in de GGZ” staat voortaan onder het thema “marteling” op de internationale mensenrechten-agenda van de Verenigde Naties. Dat betekent dat er internationale druk is om de situatie van dwang in de Nederlandse GGZ te veranderen. Elke overheid is namelijk verplicht om AL haar burgers te beschermen tegen marteling, en AL haar burgers te voorzien van goede zorg. De huidige mensenrechtenverdragen verplichten de lidstaten om dwang in de zorg af te schaffen en bij de wet te verbieden. (Zie ook General Comment No1 on article 12 of the CRPD )

Een andere wereld is mogelijk!

* Weerleggen van onjuistheden mbt mijn persoonlijke zaak:
Ik voel de behoefte om persoonlijk te reageren op de argumenten van de overheid, want het meeste wat ze schrijven is gewoonweg niet waar.
1. De Nederlandse overheid is van mening dat ik nooit heb geklaagd, enkel bij de klachtencommissie in 2004 en dat is “ongegrond” verklaard. Dus volgens hun had ik nog allerlei opties in Nederland om te klagen.

Mijn reactie: Ik heb wél overal geprobeerd te klagen, maar ik kom er niet doorheen! Bij diverse politiebureaus werd ik weggestuurd, en aangifte is pas op 6 januari 2014 gelukt (en ik heb tot op vandaag nog steeds geen reactie daarop ontvangen….). De advocaat die ik sinds 2002 had werd rond 2007 ernstig ziek en moest zijn werk staken. In mijn zoektocht verder, heb ik vele afwijzende brieven gehad van diverse advocaten, de Ombudsman, het College voor de Rechten van de Mens, de PVP, en ook medewerkers van het Ministerie van VWS en V&J konden me niet verder helpen. Zelfs topadvocaten zelf hebben geprobeerd iemand voor me te vinden, en dat lukte ze niet. Zijn er geen experts meer? Zie ook mijn blog: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/01/noodklok-waar-is-de-advocaat-voor-ex-clienten/
Ik heb een waslijst aan pogingen ondernomen om mijn recht te krijgen, en dat is al jarenlang openbaar op internet te vinden, o.a. via deze weblog en in interviews bijvoorbeeld: Interview Psy 2007_Jolijn_Santegoeds
Het rechtssysteem is niet toegankelijk!!

2. De Nederlandse overheid is van mening dat ik geen toestemming heb gegeven om mijn persoonlijke gegevens te delen.

Mijn reactie: Nou ja zeg, geen toestemming?! Ze hebben me niet eens ooit gevraagd om toestemming! Ik zou ja gezegd hebben. Bovendien, mijn verhaal is allang openbaar op internet en andere media (vakbladen, kranten, zelfs op televisie). Eenvoudig te vinden via Google en andere zoekmachines. Mijn separeerbeleid staat al jaren op facebook (ook in het Engels vertaald), en ik heb het hier (onderaan) ook bijgevoegd om aan te tonen dat het voor mij geen geheim hoeft te zijn. Ik heb geen reden om er niet open over te zijn. Ik wil de beerput juist aan het licht brengen. Ik heb zelf de Special Rapporteur benaderd, en ingestemd met publicatie van de gegevens. Mijn naam staat wel openbaar op de klacht. Het argument dat de overheid hier hanteert, dat ik zogenaamd geen toestemming gegeven zou hebben voor het delen van persoonlijk gegevens, getuigt (wederom) van volledige afhoudendheid, en zelfs van onwil (want men heeft het niet eens gevraagd en vult dingen onterecht voor mij in – dat is echt respectloos). Dit illustreert opnieuw de ontoegankelijkheid van de rechtspraak met mijn persoonlijke zaak. Het is een doofpot…

3. De Nederlandse overheid is van mening dat het te lang geleden is om mijn klachten nu nog te onderzoeken.

Mijn reactie: Nou ja… Belachelijk! Echt een doofpot dus… Alsof mijn klachten niet meer geldig zijn omdat de weg te lang is??? Ik ben nooit gestopt met proberen, eigenlijk al 20 jaar. Ik schrijf nog altijd regelmatig brieven met de vraag om juridische hulp. Begin 2014 schreef ik bijvoorbeeld aan juristen (NJCM) en aan Pro Deo (TV-programma), en het College voor de Rechten van de Mens. En jaren eerder, rond 2010/2011 schreef ik dus de Speciale VN-Rapporteur tegen Marteling. Dat was voor mij ook een “uiterste redmiddel”, want ik liep in Nederland dus tegen een muur aan…. Uit wanhoop heb ik mijn volledige dossier in het Engels vertaald, speciaal voor de Speciale VN-Rapporteurs. In Nederland kon/kan ik namelijk helaas geen juridische steun vinden. Ik probeer het nog steeds. En het is juist hoe langer hoe erger. Iedere afwijzing doet zeer. Alsof ze zo opnieuw al mijn rechten van me afnemen.

Maar gelukkig vind ik bij de Verenigde Naties dus wel erkenning. En er is een hele mooie internationale revolutie gaande onder het nieuwe VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen, en ik hoop dat Nederland snel zal aansluiten bij deze internationale trend. Ik heb wel hoop. Ik denk dat de Nederlandse zorgsector werkelijk goede bedoelingen heeft, en dat men er alles aan wil doen om de zorg op het hoogste niveau te brengen. De overheid is eindverantwoordelijk voor de zorgkwaliteit, dus zij dienen deze omslag te faciliteren. Een andere GGZ is mogelijk!

Op de vragen mbt het beleid inzake dwang in de Nederlandse GGZ werd door de Nederlandse Staat verdedigend geantwoord dat het nieuwe wetsvoorstel Verplichte GGZ “clienten zal beschermen” enz. Maar die wetsvoorstellen laten dwang toe, en zijn daarom helemaal niet in lijn met de VN-gedachte. Ik heb hier al eerder tal van berichten over geschreven: zie de tab: Wetswijziging BOPZ/ Verplichte GGZ
Het is duidelijk dat de Nederlandse ontwikkelingen steeds verder achterop raken. In allerlei andere landen wordt al gewerkt aan nieuwe wetgeving in lijn met artikel 12 van het VN-verdrag, zoals onder andere in Argentinie, Australie, Bulgarije, Engeland, India, Ierland, Kroatie, Moldavie, Peru en Spanje bijvoorbeeld.

Moraal van het verhaal.
De grote winst is dus dat de VN-Rapporteurs een pittige brief aan de Nederlandse Staat hebben gestuurd en dat zij zich zorgen maken om de slachtoffers van dwang in de GGZ in Nederland, en dat zij vragen hoever Nederland is met een absoluut verbod op dwang. Dat is echte erkenning van het leed, voor ALLE slachtoffers van dwang in de GGZ!!

Maar helaas, de Nederlandse Staat houdt een onderzoek vooralsnog af en probeert er een doofpot van te maken. We zijn dus nog niet klaar.

Dit alles ging me natuurlijk niet in de koude kleren zitten, en het is nog steeds erg veel om te bevatten. Het is heftig met 2 extreem tegengestelde reacties: Eindelijk Erkenning versus Weer Teleurgesteld. Dat is echt best lastig te hanteren als persoon. En helaas is mijn oorspronkelijke advocaat opnieuw ziek en buiten beeld, en voelt het soms alsof ik er in Nederland dus min of meer alleen voor sta. Dat is soms best wel zwaar.

Gelukkig had ik al een afspraak staan met het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens, enkele dagen later. Ik hoopte dat zij me zouden kunnen helpen met het verdedigen van de mensenrechten voor mensen die met dwang in de GGZ te maken hebben (gehad). Op maandag 24 maart 2014 ging ik naar het College voor de Rechten van de Mens.

Hieronder: Afbeelding separeerbeleid; Is dit zorg?? (nee dus)

img_separeerbeleid001