VN levert kritiek op dwang in de geestelijke gezondheidszorg

Een paar weken terug, van 13-17 Mei 2013, was ik bij de Verenigde Naties (VN) in Geneve, bij een sessie van het VN-comite tegen Marteling (Committee Against Torture: CAT) .  Daarbij stond de mensenrechten-situatie in Nederland centraal.

Ik heb namens Stichting Mind Rights een rapport ingezonden naar dit VN-comite met een beklag over mensenrechtenschendingen in de geestelijke gezondheidszorg in Nederland.  Het volledige rapport (in het Engels) is hier te lezen
Torture and ill-treatment in mental health care in the Netherlands.

(Zie ook eerdere berichtgeving op:

Op 13 mei 2013 heb ik deze inzending toegelicht in Geneve, bij het CAT-comite .
(zie mijn reisverslag op http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslagen/443053/cat-review-of-the-netherlands-2013/1 )

Daar heb ik ter plekke nog aanvullend en samenvattend materiaal uitgedeeld.
Handout Mind Rights CAT 2013 NL final
 Forensic care psychiatry_CAT2013NL_final

Daarna was het enige tijd stil, omdat het CAT-comite tijd nodig had om de informatie van zowel de overheid als van NGO’te verwerken, en om tot conclusies te komen.

Op vrijdag 31 mei 2013 zijn de Concluding Observations verschenen. Dit is het eindrapport van het CAT-comite. Dit rapport (eveneens in het Engels) is te vinden in de uiterst rechtse kolom op: http://www2.ohchr.org/english/bodies/cat/cats50.htm

Helaas waren deze Concluding Observations maar matig geformuleerd op het vlak van geestelijke gezondheidszorg. Er is weliswaar duidelijke kritiek op dwang in de GGZ in Nederland, maar de aanbevelingen sluiten niet echt aan bij de meest recente internationale richtlijnen (zoals Mendez en het CRPD)

Hier volgt een vertaling van de VN conclusies mbt de mensenrechten in de geestelijke gezondheidszorg in Nederland (CAT Concluding Observations 2013):

Gedwongen opname in de geestelijke gezondheidszorg

21. Het Comite is bezorgd om de grote aantallen mensen die onvrijwillig in instellingen worden gehouden, vaak voor lange duur. Het Comite is eveneens bezorgd over het veelvuldige gebruik van eenzame opsluiting, fixatie en dwangmedicatie, wat kan bijdragen aan wrede en inhumane handeling. Op basis van de informatie verkregen tijdens de beoordeling van het rapport over plannen voor geestelijke gezondheidszorg, blijft het Comite bezorgd over het gebrek aan focus op alternatieven voor opname. Tenslotte is het Comite bezorgd om het veelvuldig gebrek aan effectief en onpartijdig onderzoek naar excessief gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen in instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg (art. 2,11,13 en 16)
Het Comite raadt de Staat aan:
a. Ontwikkel alternatieven om het aantal gedwongen opgenomen personen met mentale/psychosociale problematiek te reduceren en verzeker dat onvrijwillige opname op plaatsen van vrijheidsbeperking, inclusief in psychiatrische- en sociale zorginstellingen, geschiedt op basis van een wettige beslissing met de garantie van alle effectieve wettige bescherm-maatregelen.
b. Versterk de mogelijkheden voor beroep tegen beslissingen en effectieve toegang tot klachten-procedures voor personen in instellingen.
c. Gebruik fysieke fixatie en eenzame opsluiting als een laatste redmiddel wanneer alle andere alternatieven voor controle hebben gefaald, voor de kortst mogelijke tijd en onder strikt medisch toezicht.
d. Voer effectief en onpartijdig onderzoek uit naar incidenten waarbij excessief gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen resulteren in verwondingen en/of dood van de opgenomen persoon, en
e. Voorzie in remedies en compensatie aan de slachtoffers.

Fysieke vrijheidsbeperking op plaatsen van detentie en dodelijke incidenten.
26. Het Comite neemt met bezorgdheid kennis van de verslagen van dodelijke incidenten in plaatsen van detentie waarbij in sommige gevallen verweten wordt naar een relatie met excessief gebruik van fysieke maatregelen, zoals isolatie-maatregelen.

Het Comite raadt de Staat gedegen onderzoek uitvoert naar sterfgevallen en verzekert of er een link bestaat tussen het gebruik van maatregelen van fysieke vrijheidsbeperking en de dodelijke incidenten in plaatsen van detentie.

Het is juridisch een sterk punt dat erkend wordt dat “het veelvuldige gebruik van eenzame opsluiting, fixatie en dwangmedicatie kan bijdragen aan wrede en inhumane handeling”, want wrede en Inhumane behandelingen vallen onder de juridische term “ill-treatment” en dat is per definitie niet toelaatbaar. (Nederland heeft de Convention Against Torture ondertekend).

Het is dan ook raar dat deze maatregelen niet sterk worden afgekeurd in de aanbevelingen van dit VN-comite, zeker gezien de recente ontwikkelingen bij de VN (CRPD, Nowak en Mendez). De aanbevelingen van het CAT-comite zijn daarom niet helemaal bevredigend.

Direct na het verschijnen van deze Concluding Observations ben ik aan de slag gegaan – samen met enkele andere personen uit de internationale clientenbeweging – om een weerwoord te geven aan het CAT-comite. Het rapport was immers een “voorlopige onbewerkte versie” (advance unedited version). Het leek ons goed om het Comite te wijzen op de tekortkomingen in de Concluding Observations.

Zie hier de pittige brief (met 2 bijlagen) die ik samen met anderen heb opgesteld. Deze brief is op maandag 3 Juni 2013 verzonden naar het CAT-comite.
letter to CAT_concerns about Concluding Observations_final version
Appendix 1 Reply to CAT COs on Estonia
Appendix 2 USPKenya letter CAT -Final

De aanbevelingen voor Nederland zouden in lijn met de internationale verdragen op enkele punten gewijzigd moeten worden, en daarbij zou onze suggestie zijn:

Punt 21.a) Verbied gedwongen opname en ontwikkel alternatieven om te verzekeren dat alle geestelijke gezondheidszorg, inclusief in psychiatrische- en sociale zorg instellingen, geschiedt op basis van vrije, geinformeerde keuze van de betreffende persoon zelf, met de garantie van alle effectieve wettige bescherm-maatregelen.

Punt 21.c) Verbied fysieke fixatie, eenzame opsluiting en dwangmedicatie in de context van alle gezondheidszorg.

Punt 21.d) Voer effectief en onpartijdig onderzoek uit naar incidenten waarbij gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen resulteren in verwondingen en/of dood van de opgenomen persoon,

We zijn nu inmiddels een week verder, het is maandag 10 juni 2013, en ik heb vooralsnog geen antwoord mogen ontvangen van het CAT-comite. Wel heb ik uit betrouwbare bron vernomen dat het CAT-comite de nieuwe normen van Mendez nog zal bediscussieren. Dat heeft men nog nu niet gedaan. Dat biedt dus in ieder geval hoop voor de toekomst.

Ik weet niet of het CAT-Comite de aanbevelingen in de Concluding Observations over Nederland nog zal aanpassen. Het zou erg jammer zijn als men dit niet doet.

Maar dan nog blijven de internationale verdragen ook direct van toepassing op Nederland, en ook al zegt het CAT-comite het niet expliciet: Dwang in de zorg is niet langer toelaatbaar onder internationale mensenrechtenstandaarden. (zie een vorig weblog-bericht, het rapport van de Special Rapporteur on Torture: Mendez A/HRC/22/53 en zijn samenvattende speech, en het CRPD).

Hoe dan ook is deze actie denk ik niet voor niets geweest.

De VN heeft in ieder geval zijn bezorgdheid geuit over dwangtoepassing in de Nederlandse GGZ, inclusief de gebrekkige rechtspositie voor clienten en de niet-onafhankelijke monitoring en bescherming van mensenrechten.
Dat moet dus allemaal beter worden de komende tijd!

Ook de nieuwe beleidsontwikkelingen in de GGZ worden door de VN geproblematiseerd, omdat deze niet in de wenselijke richting van alternatieven voor opname gaan. Uit de beschikbare achtergrond informatie blijkt dat het hierbij concreet gaat om:
• de wetsvoorstellen ‘Verplichte GGZ’ en ‘Zorg & Dwang’
• de ontwikkeling van Extra Beveiligde Kamers en andere zogenaamde “alternatieven” voor separeercellen.
• het stoppen van het specifieke budget voor de projecten Dwang en Drang voor dwangreductie in de zorg.

Het is goed dat deze zaken worden ontmaskerd. En het is hoopvol dat de situatie in de geestelijke gezondheidszorg nu op de prioriteiten-agenda van de mensenrechtenbescherming in Nederland staat. Laten we hopen dat dit een impuls vormt voor de verdere cultuuromslag in de zorg: Van beheersing naar intensieve aandacht.

Advertenties

SPT sessie over mensenrechten in instellingen

Op 19-20 juni 2012 was ik bij het mooie VN-gebouw Palais des Nations in Geneve (Zwitserland) voor een 2-daags besloten trainingsprogramma, onderdeel van de 17e Sessie van het Subcommittee on the Prevention of Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (SPT).

Het SPT is een commitee van de VN (Verenigde Naties) dat bezoeken aflegt aan gevangenissen en instellingen over heel de wereld, om te kijken of er mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Ik was samen met enkele andere ervaringsdeskundigen op persoonlijke titel uitgenodigd bij deze SPT-vergadering om als expert mee te discussieren over de concept-richtlijnen voor het monitoren van mensenrechten in GGZ-instellingen (wereldwijd), omdat dit meer en meer een aandachtspunt wordt van het SPT (mede in het kader van het nieuwe VN-verdrag inzake de rechten van personen met beperkingen, het CRPD, zie http://www.un.org/disabilities/ )

Het SPT-Working paper Mental Health and Detention (in ontwerpfase) vormde de leidraad voor deze 2-daagse besloten vergadering, waar ik dus ook niet al te veel over kan zeggen ivm het besloten karakter. We gingen dieper in op diverse aspecten van monitoring, zoals methodes van onderzoek, aandachtsgebieden en valkuilen. Ik was gevraagd om een toelichting te geven over mijn ervaringen en over goede alternatieven voor dwangtoepassing. Ik heb voornamelijk over goede alternatieve gepraat, omdat er te weinig tijd was om het allebei te vertellen. Achteraf vind ik dat wel echt jammer, maar ik hoop dat ik nog eens de kans zal krijgen om mijn ervaringskennis met het SPT te delen. Zeker ook omdat gaandeweg toch wel duidelijk werd dat de adviserende Medische expertgroep (met o.a. vrij veel psychiaters aan boord) een nogal grote invloed leek te hebben op de richtlijnen en beeldvorming, en naar mijn mening zeker niet in positieve zin.

Gaandeweg ontstond er dan ook steeds meer discussie, tot ik uiteindelijk lijnrecht tegenover een aantal deelnemers stond, met name bij het laatste programma-onderdeel; een publieke sessie waarbij ik ook namens WNUSP kon spreken. In die laatste sessie waren Vicky (IDA) en Dodo (MDAC) ook aanwezig, die mijn uitspraken steunden en kracht bijzetten. We waren echt een goed team samen, en het voelde heel erg goed om gezamenlijk aan een betere (juridisch-georienteerde) beeldvorming te trekken. Het was dus weer een mooie en leerzame ervaring, en ik zal mijn best blijven doen om het bewustzijn te vergroten ten aanzien van mensenrechtenschendingen in de GGZ, ook op VN-niveau.

Aangezien men om feedback had gevraagd, heb ik daarna een 30-pagina’s tellend rapport geschreven ( genaamd: Human Rights Monitoring in mental health institutions and social care facilities 2.0 ) als reactie op de SPT-checklist voor het monitoren van mensenrechten in instellingen. In dat rapport heb ik geprobeerd om tekortkomingen in methode en visie bloot te leggen, en mogelijke oplossingen aan te dragen. Daarbij heb ik ook geprobeerd om een visie te geven op ware zorg (zonder dwang en/of mensenrechtenschendingen). Dit rapport is helaas niet openbaar vanwege het besloten karakter van deze pre-consultatie.

In actie tegen Tsjechische kooibedden bij de VN in Geneve

Ik heb op 10-11 mei 2012 een last-minute trip naar de VN in Geneve gemaakt.

Ik was gevraagd door het Europees Netwerk van Users/Survivors of Psychiatry (ENUSP, www.enusp.org ) om een bijdrage te doen aan de 48e sessie van het Committee Against Torture (CAT), waarbij de Tsjechische Republiek beoordeeld zou worden op naleving van de mensenrechtenverdragen.

Het Committee Against Torture (CAT) is een organisatie van 10 onafhankelijke experts uit heel de wereld, die beoordelen of het Verdrag tegen marteling en andere wrede, inhumane of vernederede behandeling of bestraffing wordt nageleefd in de staten die getekend hebben voor dit Verdrag.(De officiele naam is: Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment, afgekort tot CAT en OPCAT voor het Optional Protocal, zie ook http://www2.ohchr.org/english/bodies/cat/ )

De Staten moeten elke 4 jaar een rapport uitbrengen, en het CAT committee beoordeelt dan hoe de situatie ervoor staat. Om alle informatie boven tafel te krijgen praat het CAT Committee ook met stichtingen en mensenrechtenorganisaties, zoals het Europees Netwerk. Het CAT Committee stelt na haar onderzoek een lijst op met aanbevelingen en punten van bezorgdheid. Dat zijn de Concluding Observations.

Ik was uitgenodigd voor de Private Session of CAT on Czech Republic op vrijdag 11 mei 2012, waarbij het CAT Committee dus met stichtingen wilde praten om te kijken of en hoe er mensenrechten worden geschonden in Tsjechie.

De Tsjechische clientenorganisatie heeft zich samen met het Europees netwerk ENUSP sterk gemaakt tegen kooibedden en netbedden. Ze vroegen mij om hun pleidooi te versterken, aangezien ik een expert ben op het gebied van het terugdringen van dwang, en ook bestuurslid van het Wereldnetwerk WNUSP, World Network of Users and Survivors of Psychiatry, www.wnusp.net . Ik was daar samen met Michal Caletka (ENUSP deputy member en Czech survivor of Caged beds).

We wilden het CAT Committee voorlichten, zodat ze precies zouden kunnen begrijpen wat er allemaal fout is aan dwangmaatregelen, en in het bijzonder kooibedden en netbedden. Een goed begrip is belangrijk, want we willen natuurlijk dat het CAT Commitee de mensenrechtenschendingen in de psychiatrie ook in andere landen kan signaleren en aan de kaak kan stellen. Onze missie was dus iets breder dan alleen de Tsjechische Republiek.

We hebben een heel duidelijk standpunt ingenomen tegen kooibedden en tegen dwang in het algemeen. Michal vertelde zijn verschrikkelijke ervaringen van 10 dagen in een kooibed toen hij psychische hulp nodig had. Ik vulde zijn verhaal aan met een wat algemener pleidooi tegen dwang in de psychiatrie.

Het was heel bijzonder om bij te kunnen dragen aan deze sessie van de VN, en om concreet de mensenrechten te verdedigen op dit niveau. Het voelt ook zo fijn om deel uit te maken van een internationaal netwerk, want dat verbindt ons en versterkt ons. We zijn allemaal pioniers in ons eigen land, maar in het internationale netwerk vinden we elkaar (ENUSP/WNUSP). Het is zo fijn als we elkaar samen kunnen versterken. En de internationale netwerken zijn in de groei, en we worden met de dag daadkrachtiger. Het was dus heel erg inspirerend om deze sessie bij het CAT committee te kunnen doen. We voelen de groei die ENUSP doormaakt, en dat maakt ons allemaal trots!!

Het was dus een zeer geslaagde actie voor ENUSP (www.enusp.org )

Mijn Engelstalige verslag is te lezen op www.punkertje.waarbenjij.nu

LPGGZ Vergadering over het VN-verdrag CRPD

Op donderdagmiddag 19 januari 2012 ging ik naar Utrecht voor een bijeenkomst met het Landelijk Platform van clienten- en familieorganisaties in de GGZ (LPGGZ). De vergadering ging over het nieuwste VN verdrag: Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) oftewel: het Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen.

De bijeenkomst was georganiseeerd door LPGGZ, om af te tasten wat er nodig is voor ratificatie van het nieuwe VN verdrag CRPD (dwz. definitieve ondertekening door Nederland) en wat er nodig is voor de implementatie (invoering) van dit VN-verdrag in de GGZ-sector, zodat de rechten uit het VN-verdrag ook in Nederland gerealiseerd worden, ook voor patienten in de GGZ.

We waren met zijn zessen: Christine vd Hoeven, Rene vd Male, Wouter vd Graaf, Clemens Huitink, Steven Makkink en ik. Vanuit clientenperspectief / clientenbelangenbehartiging keken we naar de stand van zaken in Nederland, en hoe we de invoering van het VN-verdrag kunnen bevorderen.

Bij binnenkomst werd ik erg warm en emotioneel onthaald, als een nieuwe generatie activist, en we stonden even stil bij de activisten van de oudere generatie en de vele sterfgevallen van de laatste tijd. Daarna begonnen we onze vergadering.

Ratificatie
Ten eerste hadden we het over de juridische aspecten van ratificatie.

De staatssecretaris schijnt aangegeven te hebben dat het VN-verdrag een (te) grote impact heeft op het huidige stelsel, en dat men de effecten van ratificatie eerst nader wil onderzoeken. Het klopt inderdaad dat het VN-verdrag CRPD feitelijk de hele wetgeving ter discussie stelt (m.n. op het gebied van ontvoogding en dwangtoepassingen).

Nederland is een van de allerlaatste landen in de Europese Unie die het VN-verdrag nog niet heeft geratificeerd.
De Europese Unie heeft het VN-verdrag CRPD al wel geratificeerd, en de EU wil o.a. door middel van financiele prikkels de ontwikkelingen in de lidstaten beinvloeden. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is bezig met het doorvoeren van nieuwe richtlijnen, in lijn met het nieuwe bewustzijn tov de rechten van personen met beperkingen.
Internationaal gezien is er dus een grote verandering gaande, maar in Nederland merken we daar vooralsnog bijna niets van.

Het uitstellen van ratificatie door Nederland is wel te verklaren. In de Grondwet staat dat internationale wetgeving boven nationale wetgeving staat. Dat houdt dus in dat het nieuwe VN-verdrag de huidige wetgeving vervangt, en dat clienten dus opeens volledige rechten hebben. De Nederlandse staat is wellicht huiverig voor de gevolgen daarvan (rechtszaken tegen het zorgsysteem en tegen discriminerende wetgeving die clienten marginaliseert). De Nederelandse staat wil dus liever eerst de veranderingen uitwerken en uitvoeren, voordat men het risico wil nemen om hierop aangesproken te worden.

Het is echter goed om te vermelden dat de rechten van patienten ook onder andere verdragen kunnen worden bepleit (zoals de Convention against Torture, CAT en OPCAT), want patienten zijn niet alleen patient, maar ook mens, en kunnen dus niet uitgezonderd worden van de mensenrechten (zoals vrijheid, zelfbeschikking, (zorg)keuze enz.). Het CRPD verdrag is enkel een extra bevestiging en verduidelijking van wat er eigenlijk al in alle andere mensenrechtenverdragen staat, maar het was blijkbaar wederom nodig om de mensenrechten van een kwetsbare groep extra te benadrukken, omdat deze groep ernstig wordt uitgesloten en gemarginaliseerd, overal op de wereld, ook in het rijke westen.

Strategie
Sommige organisaties hebben de strategie om in de communicatie met de overheid, de grote impact van het VN-verdrag te verzwijgen, met de hoop dat de overheid het verdrag tekent voordat men doorheeft waar het nou echt om gaat. (maar ik denk niet dat de overheid zo onwetend is, en ik denk dat ze best wel weet waar het verdrag over gaat. De overheid heeft waarschijnlijk zeer bewust gekozen voor het uitstellen van ratificatie)

Persoonlijk hou ik niet van die aanpak waarbij het VN-verdrag als een Paard van Troje wordt binnengebracht. Dat nodigt namelijk niet uit voor verdere samenwerking. Als men achteraf opeens met allerlei nieuwe feiten aankomt, wekt dat geen vertrouwen, en zal de overheid misschien bij andere standpunten ook addertjes onder het gras verwachten en wantrouwend zijn, uit angst voor onprettige verrassingen. Dit zal de samenwerking tussen clientenorganisaties en de overheid uiteindelijk dus geen goed doen, en mogelijk juist voor meer afstand en wantrouwen gaan zorgen ipv samenwerking.

Persoonlijk bied ik dus liever direct oprechte hulp aan, waarbij ik actief meedenk, om gezamenlijk het proces in goede banen te laten verlopen. Ik ben liever meteen eerlijk en constructief (zonder tijdverlies). En juist door actief mee te helpen, en praktische kennis aan te bieden, en zo het enorme proces te vergemakkelijken voor de leken bij de overheid, denk ik dat er goede bruggen gesmeed kunnen worden, waarbij de expertise van clienten eindelijk serieus genomen zal worden. Het is juist enorm belangrijk dat men ervaart dat clienten slim en waardevol zijn, en niet onbetrouwbaar of opstandig.

Ik pleit er zelf dus voor om direct openheid te geven over de gevolgen van het VN-verdrag CRPD, en om de angsten en onduidelijkheid weg te nemen. Want volgens mij is angst en onmacht DE grote reden van mensenrechtenschending in de GGZ (men denkt altijd direct aan Gevaar, en dit is wellicht een reden waarom het Verdrag nog niet geratificeerd is). Het is onze taak om de hete hangijzers uit het vuur te halen, en de zaken duidelijk te benoemen, en daarbij direct aan te geven hoe men daarmee om zou moeten gaan. Clienten zijn de experts die een leidraad kunnen bieden, en zo moeten we ons ook opstellen vind ik (en niet in strijd blijven hangen). Ik speel dus liever open kaart om de overheid te empoweren.

Inmiddels zijn er ook andere clubjes actief mbt het invoeren van het VN-verdrag CRPD in Nederland, bijv. de Coalitie voor Inclusie, waarbij diverse organisaties aangesloten zijn, maar echter eigenlijk vooral op het gebied van lichamelijke of verstandelijke beperkingen, en niet de GGZ-sector. Er zal geprobeerd worden om samenwerking aan te gaan.

En persoonlijk vind ik het eigenlijk heel opvallend dat overal op de wereld, de belangbehartiging voor de GGZ en evt PG/VG een aparte plaats inneemt naast de belangenbehartiging mbt mensen met lichamelijke beperkingen. Het is heel typisch dat men blijkbaar overal denkt dat dit een aparte groep mensen is, die anders zijn, en voor wie cellen en dwang misschien wel heilzaam zijn, alsof het mensen zijn die niks kunnen leren en voelenx85 dat is uiteraard niet zo!

We zullen gaan werken aan meer verbinding tussen de sectoren en doelgroepen die belang hebben bij het nieuwe VN-verdrag, om gezamenlijk tot coherente acties te komen.

Implementatie
Vervolgens gingen we nog even wat verder in op wat er nodig is voor implementatie (invoering) van het nieuwe VN-verdrag CRPD in Nederland. En daarbij kwamen twee belangrijke punten naar voren:

Ten eerste moeten de mensen overal op de hoogte gebracht worden van hun rechten, waarbij o.a. lidorganisaties een belangrijke voorlichtende rol kunnen spelen.

Ten tweede moet ook de Staat worden voorlicht, dwz de politici, maar ook de media en het volk. Dit kan bijvoorbeeld door middel van (gezamenlijke) campagnes, congressen enz.

Deze bijeenkomst bij het LPGGZ was op zich een eerste stap op weg naar het uitstippelen van zo’n gezamenlijk voorlichtingstraject.

Het leek ons erg belangrijk om vooral ook Goede Voorbeelden (good practices) te benadrukken, om zo de koudwatervrees weg te nemen. Positieve ervaringen zijn de beste manier om angst en vooroordelen weg te nemen. En het is belangrijk om te laten zien dat het niet zo ingewikkeld is om respect te hebben voor mensen met psychische/sociale problemen. Het IS mogelijk om deze mensen gelijke rechten te geven zoals de rest van de samenleving, zoals vrije keuze over het eigen leven (zelfbeschikking), en recht op integriteit (dus geen dwangmedicatie) enz.. En het is enorm belangrijk om te laten zien hoeveel kracht een positieve benadering kan hebben. Positiviteit is noodzakelijk om wanhoop te verwisselen voor hoop, en om te inspireren, enthousiasmeren en commitment te krijgen.

Ik vind het persoonlijk nodig om in de voorlichting een positieve en constructieve boodschap af te geven, en leidraad te bieden aan eenieder die geen expert is.

Huidige veranderende wetgeving
Het lijkt mooi dat er in deze aanlooptijd voor het VN-verdrag, aandacht wordt besteed aan het maken van nieuwe wetsvoorstellen over dwang in de psychiatrie, verstandelijk gehandicaptenzorg, psychogeriatrie en TBS.

Maar helaas, de nieuwe conceptwetten: wetsvoorstel Verplichte GGZ (psychiatrie), wetsvoorstel Zorg en Dwang (VG/PG), en wetsvoorstel Forensische Zorg (TBS), voldoen alle drie niet aan de eisen van het nieuwe VN-verdrag. Het zijn allemaal dwangwetten die over beheersing gaan en niet over zorg. Al deze wetsvoorstellen zijn gemaakt vanuit ontvoogdingsprincipes, waarbij mensen de zeggenschap verliezen over hun eigen leven (NB niet op strafrechtelijke gronden, maar vanwege lastig en afwijkend gedrag). Dat IS een mensenrechtenschending, want je mag iemand niet het zelfbeschikkingsrecht ontnemen op basis van beperkingen. Ik heb vanaf 2008 al aangegeven dat deze wetsvoorstellen niet toekomstbestendig zijn, maar er is tot op heden nog geen fundamenteel gewijzigd voorstel gekomen van de overheid. (wel heb ik vervolgens zelf een alternatief bedacht en een pilot project opgezet, met de naam Eindhovens Model: Eigen Kracht-conferenties in crisissituaties mbt GGZ).

Ondanks alle protesten en al het lobbywerk van de clientenbewegingen, liggen de dwangwetten nog steeds ter discussie in de Tweede Kamer, terwijl deze inhoud al volledig achterhaald is door het aankomende VN-verdrag CRPD. Ik vind dit in mijn eigen woorden echt stom. Waarom is de overheid niet wat slimmer en constructiever??

Wij blijven ons verzetten tegen de dwangwetten, zowel gezamenlijk, als met eigen expertise.

Internationale samenhang
Zoals gezegd, er gebeurt veel op het internationale vlak, maar wij merken daar hier in Nederland vooralsnog niet veel van. Toch is inmiddels al heel veel internationale regelgeving veranderd, zoals de Europese regelgeving bij de EU en EHRM. Ook de WHO werkt aan een set concrete nieuwe richtlijnen, die de huidige WHO-richtlijnen (de MI-principles) zal vervangen. De oude MI-principles schreven voor dat dwang enkel mocht na een second opinion van een onafhankelijke arts. Dit is inmiddels achterhaald door het nieuwe VN-verdrag, dat stelt dat Substitute Decision Making moet worden vervangen door zelfbeschikking (legal capacity) en Supported Decision Making. Dit universele recht op zelfbeschikking (legal capacity) is het hart van elk VN-verdrag.
Iedereen is iemand!

Het is belangrijk om goed op te hoogte te zijn van de internationale ontwikkelingen, en daar zullen we dus ook de nodige aandacht aan gaan besteden.

Tenslotte nog 1 actiepunt:
De Nederlandse vertaling van de tekst van het VN-verdrag CRPD is niet goed.
De VN vraagt bijv. expliciet om het woord Handicap te vermijden, en een dynamische, wederkerige term te gebruiken die aangrijpt op interactie-barrieres. De Nederlandse tekst spreekt echter consequent van Handicap, maar het juiste woord zou moeten zijn: Beperking.
Beperkingen zitten niet vast in de persoon, maar zijn een effect van interactie met beperkende factoren (dus een gedeeld, wederkerig probleem).

We zullen moeten uitzoeken hoe de bewoordingen herzien en aangepast kunnen worden. Ik heb hiervoor al eens een aantal mailtjes verstuurd, maar vooralsnog zonder succes.

Het was al met al een fijne inspirerende middag. We gaan lekker aan de slag om te zorgen dat het goedkomt met de clientenrechten.

Citaat van p. 4 van CRPD Handbook for Parliamentarians Verenigde Naties (VN) / OHCHR.

Disability resides in society, not in the person.

A person in a wheelchair might have difficulties being gainfully employed, not because his/her condition, but because there are environmental barriers, such as inaccessible busses or staircases in the workplace, that impede his/her access.

A child with an intellectual disability might have difficulties in school because of teacher’s attitudes towards him/her, inappropriate curricula and learning materials, inflexible school boards, and parents who are unable to adapt to students with different learning capacities.

In a society where corrective lenses are available for a person with extreme myopia (short-sightedness), this person would not be considered as having a disability. But someone with the same condition in a society where corrective lenses were not available would be considered as having a disability, especially if the person were unable to perform the tasks expected of him/her, such as shepherding, sewing or farming.

All people must have the opportunity to reach their full potential.