Startbijeenkomst voor implementatie van het VN-verdrag door VWS – een soort nulpunt

Vorige week, op donderdagochtend 23 januari 2014 ging ik naar de Jaarbeurs in Utrecht, waar de startbijeenkomst voor implementatie van het VN-verdrag voor Personen met Beperkingen werd gehouden, georganiseerd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Het officiele programma begon om 10.00 uur en werd geopend door dagvoorzitter Reni de Boer (miss Nederland 2007). Zij vertelde op een vrolijke manier over de stand van zaken mbt de ratificatie-procedure; Er komt namelijk een nieuwe wet die regelt dat het VN-verdrag voor Nederland geldt (vanaf 2015), en in die wet staat o.a. dat er een Plan van Aanpak nodig is om het VN-verdrag uit te voeren in Nederland. Het wetsvoorstel doorloopt nu de officiele procedure, maar dat kost tijd, en nu heeft men bedacht dat het slim zou zijn om alvast met de veldpartijen aan dat Plan van Aanpak te werken, zodat er, als de wet er is, zo snel mogelijk begonnen kan worden aan het realiseren van de rechten van personen met beperkingen. Vandaar deze startbijeenkomst met diverse veldpartijen, waaronder veel personen met beperkingen zelf. Reni vertelde dit op een hele hartelijke manier en zette daarmee meteen een leuke gezellige open sfeer neer, waardoor de interactie al direct op gang kwam. Iedereen was vooral benieuwd naar wat er vandaag nou eigenlijk zou gaan gebeuren.

Toen kwam de speech van VWS door Elly van Kooten (Directeur Maatschappelijke Ondersteuning), ter vervanging van de staatssecretaris Martin van Rijn die niet kon komen. De volledige speech is hier te lezen: http://www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen/martin-van-rijn/toespraken/2014/01/23/iedereen-moet-de-kans-krijgen-om-mee-te-doen.html ).

Ik verslikte me wel even bij de opmerking “dat er in Nederland natuurlijk al heel veel gedaan is voor de rechten van personen met beperkingen, en dat er slechts 2 wetten hoeven worden aangepast om aan de eisen van het VN-verdrag te voldoen”. Dat is echt een understatement, want bijvoorbeeld wetsvoorstel Verplichte GGZ en wetsvoorstel Zorg en Dwang zijn ook in strijd met dit Verdrag (maar die bedoelde men hier niet, want die zijn nog buiten beschouwing gelaten..). Ik vermoed dat men ook nog andere punten over het hoofd heeft gezien. Ik vond dat VWS de implementatie te simpel en rooskleurig deed lijken, alsof er niet heel veel werk te doen is en alsof het eigenlijk al goed genoeg is, alsof het over een soort luxe-probleem gaat…. Er werd ook wederom niets over dwang in de zorg gezegd. Dat was niet echt bemoedigend.

Na het minder-enthousiaste applaus was het woord aan de volgende spreker. Dat was de “spreker van de dag” : Pim Slierings, directeur van SIRE (Stichting Ideele Reclame). Hij gaf als het ware een soort overzicht van de campagnes en beweegredenen van SIRE: het wakker-schudden van de samenleving en het stimuleren van debat over belangrijke maatschappelijke onderwerpen. Het was op zich een interessant verhaal, totdat bleek dat hij niet goed voorbereid was op een publiek met een diversiteit aan beperkingen. Hij liet een SIRE-filmpje zien waarbij doofheid centraal stond (zie http://www.youtube.com/watch?v=25o6L0CGAbk ), maar dit filmpje bevatte geen geluid, waardoor de aanwezigen met een visuele beperking uitgesloten waren. Pim Slierings verontschuldigde zich vervolgens voor het feit dat hij onbewust helaas niet met alle beperkingen rekening had gehouden. In het volgende SIRE-filmpje dat hij als voorbeeld aanhaalde, kwamen echter ook mensen met een visuele beperking voor. Pim Slierings kon deze misser daarna niet meer ongedaan maken. Het derde filmpje is niet meer vertoond. De hele situatie was behoorlijk genant, en het was eigenlijk een sterk praktijkvoorbeeld van hoe een goedwillende persoon toch net die kijkhoek mist. Dat onderstreept nou precies het belang van een Plan van Aanpak dat van onderop tot stand wordt gebracht. Deze presentatie had veel losgemaakt bij iedereen, en er werd gedurende de rest van de bijeenkomst nog veel nagepraat over deze sessie. (Persoonlijk vind ik de SIRE-filmpjes van “geweld tegen hulpverleners” wel pijnlijk, en wel puur omdat “geweld tegen clienten” onbenoemd blijft. Het gezag wordt beschermd, maar wij niet…. dat voelt krom en ongelijkwaardig. Maar ik snap de goede bedoeling achter het spotje ook wel). De informele conclusie was dat SIRE dus nog niet helemaal inclusief is.

Na deze opmerkelijke sessie gingen we in 4 groepen uiteen voor de workshops die allemaal hetzelfde thema hadden, namelijk: betekenisvolle stappen voor het VN-verdrag en suggesties voor het proces om te komen tot een plan van aanpak. We zaten met ongeveer 20 personen in een kring en deden eerst een kennismakingsrondje. Daarna kregen we de opdracht om invulling te geven aan de zin: ”Het zou zo mooi zijn als…”, waarbij ook motto’s en slogans welkom waren als feedback. De eerste opmerking was: “Het zou zo mooi zijn als deze bijeenkomst beter was georganiseerd, en als er geleerd zou worden van vorige bijeenkomsten. Het lijkt wel alsof we steeds hetzelfde blijven zeggen, maar er niets mee gebeurd. Alsof dit een rijdende kar is zonder richting, zonder bestuurder”. De hele groep leek zich hierin te vinden. De opdracht “het zou zo mooi zijn als…” had beter kunnen luiden “wat we nu gaan doen is…”. We kregen allemaal een vlaggetje uitgedeeld om onze hartenkreet op te schrijven. De wensen werden daarna in de groep gegooid en besproken, en dat gaf een interessante discussie over tal van ideeen (een checklist voor inclusie, een verplichte inclusie-effect-rapportage, beeldvorming, tegengaan van stereotypering en stigma, weg met de kaders van normaalheid, nothing about us without us, het belang van concrete doelstellingen (SMART) op zowel korte als lange termijn, de beperkingen van het bedrijfsleven (bijv. verschillen tussen ZZP-ers en grote bedrijven), leiderschap en coordinatie door een focal point, de kracht van onderop en goede praktijken, het sneeuwbal-effect, enz.) Mijn opmerking “Diversiteit is vrijheid” viel in goede aarde en werd die dag nog enkele keren herhaald. De sfeer was constructief, en we leken elkaar allemaal wel te kunnen vinden in de opmerkingen die gemaakt werden. We wensen allemaal dat er nu echt wordt doorgepakt, en dat er een doordacht proces zal plaatsvinden, waarbij bijvoorbeeld ook meer aandacht wordt besteed aan de invulling van zo’n dag als dit (samen met mensen met beperkingen zelf), want bijvoorbeeld het niveau van de gastspreker had echt beter gekund. Dit genante voorval had men vooraf kunnen voorkomen door een betere voorbereiding, bijvoorbeeld door personen met beperkingen actief te betrekken in het voorbereidingsproces en de selectie van sprekers.
Persoonlijk denk ik dat de situatie van vandaag beschouwd kan worden als de “nul-meting” (wellicht beter gezegd: het nulpunt). Laten we hopen dat dit het grootste dieptepunt was, en dat het vanaf nu beter zal gaan.

Om 12.45 gingen we allemaal weer de grote zaal in voor de afsluiting met samenvattingen van de diverse workshops en een vrolijk slotwoord door Reni de Boer. Om 13.30 stond er vervolgens een lange tafel met een lekkere lunch voor ons klaar en daarna was het afgelopen en ging ieder zijn eigen weg.

Ik heb tussen de sessies door een vertegenwoordiger van het Comite van de Rechten van de Mens (D.Houtzager) aangesproken over het pijnlijke standpunt (“bang dat de bureaucratie een drempel vormt voor dwangtoepassing”) dat verspreid was door een andere vertegenwoordiger van het Comite voor de Rechten van de Mens (J.Dute) op maandag bij de frustrerende hoorzitting bij de Tweede Kamer. Ik heb benadrukt dat er tal van VN-documenten zijn die erg duidelijk zijn over het verbieden van dwang in de zorg, en die documenten heb ik ze allang toegestuurd. En als het Comite voor de Rechten van de Mens een ander standpunt inneemt dan de VN voorschrijft, dan is dat in strijd met de Paris Principles for NHRIs. D.Houtzager zei toen: “Ik vind het niet leuk dat je dreigementen en dwang gebruikt”. Waarop ik zei: “Dat is precies het punt, gedwongen behandeling is onacceptabel. We kunnen het niet gebruiken dat het Comite van de Rechten van de Mens het tegenovergestelde promoot als wat er door de VN is vastgelegd. Dat is bijzonder schadelijk voor de beeldvorming en een bedreiging voor de rechten van clienten in de praktijk. Dit kan echt niet!”. Ik voegde eraan toe dat ik bereid ben om even een pas op de plaats te maken voordat ik klachten zou indienen over het functioneren van het Comite van de Rechten van de Mens, maar dan wil ik hier wel over in gesprek gaan, een serieus gesprek. Er is mij beloofd dat men zich zou verdiepen in de situatie, en dat ik uitgenodigd zou worden. En als er 1 organisatie is van wie ik een hoogstaand mensenrechteninzicht mag verwachten, dan is het het Comite voor de Rechten van de Mens (en anders is die naam misschien gewoon ongepast). We zullen wel zien waar dit uitkomt. Ik wacht op de uitnodiging van het Comite voor de Rechten van de Mens (CRM). De discussie met het CRM bevindt wat mij betreft nu op het scherpst van de snede. Als het CRM geen ander standpunt inneemt, dan zie ik mij genoodzaakt om dit te melden bij een hoger orgaan, puur omdat de kwetsbare mensen om wie het hier gaat ook recht hebben op bescherming van hun mensenrechten. Ik hoop echt dat we eruit kunnen komen en dat we een constructieve samenwerking kunnen opstarten mbt de mensenrechten voor clienten in Nederland.

Het was dus weer een dag aan de frontlinie, waarbij we als veldpartijen proberen de weg vrij te maken voor een hoger niveau van inclusie en mensenrechten (en een hoger niveau van dialoog en activiteiten zou ook al heel prettig zijn). Het was de startbijeenkomst van het VN-verdrag, je zou verwachten dat zoiets heel prettig is, maar het voelde alsof er nog een grote afstand te overbruggen was. Het belang van het VN-verdrag stond daardoor wel als een paal boven water. De inclusieve kijkhoek is nog lang niet vanzelfsprekend, en is blijkbaar zelfs voor goedwillende mensen nog erg moeilijk. Wellicht is dat toch een goede opbrengst van deze bijeenkomst, en wordt de bewustwording hierdoor gestimuleerd. De resultaten van vandaag vormen hopelijk een opstapje naar een werkelijk doordacht proces van algehele verandering ten gunste van personen met beperkingen. Zoals de staatssecretaris van VWS vandaag zei: “Iedereen moet kunnen meedoen”.

Advertenties

Frustrerende hoorzitting wetsvoorstel Verplichte GGZ bij Tweede Kamer

Gisteren, maandag 20 januari 2014, ben ik naar Den Haag geweest voor een hoorzitting / rondetafelgesprek bij de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Verplichte GGZ. (zie ook http://tweedekamer.nl/vergaderingen/commissievergaderingen/details/index.jsp?id=2013A05514  )

Ik was niet uitgenodigd als spreker, dus ik zat op de publieke tribune. Als publiek mag je niks zeggen en niet reageren, en dat was heel zwaar. Ik kon alleen maar aanhoren wat er gezegd werd. Dat was zo pijnlijk en frustrerend, dat ik zelfs overspoeld raakte door wanhoop, en haast het gevoel kreeg dat ik opnieuw in de isoleercel zat, omringd door onbegrip en onmacht. De bijdrage van het Comité voor de Rechten van de Mens bracht me letterlijk aan het huilen (die vroeg zich af of de bureaucratie geen onnodige drempel zou vormen voor de uitvoering van dwang – alsof het een mensenrecht is om tegen je wil in vernederd te worden!). De empathie was ver te zoeken.

De eerste sessie van 10.00 – 11.30 was voor de wetenschappers en artsen.
Daarbij ging de discussie vooral over de beoogde nieuwe rol van de geneesheer-directeur bij gedwongen behandeling. In het wetsvoorstel staat dat de geneesheer-directeur belast is met de regie over de gedwongen behandeling. Echter deze is niet onafhankelijk van de zorgaanbieder (dat was de reden dat er destijds een multidisciplinaire commissie was bedacht voor deskundig advies inzake dwangbehandeling). Tot op heden is het de Officier van Justitie/OM die de regierol heeft, omdat het onder de BOPZ over vrijheidsbeperking ging. Maar de OvJ/OM willen niet langer de regierol bij dwang hebben, want in het wetsvoorstel Verplichte GGZ gaat het over zorginhoud (eufemistisch “dwang op maat” genoemd). Ze kregen het gevoel dat ze daarmee als rechters worden gedwongen om een witte jas aan te trekken, en dat vinden ze ongepast. Nu is het dus feitelijk zo dat de geneesheer-directeur een toga aan zal moeten trekken. Dat is ook niet wenselijk. (enkele sprekers pleitten dat de geneesheer-directeur “onafhankelijk, onbevangen en onbevooroordeeld” te werk gaat, maar dat is niet genoeg om rechtsbescherming te waarborgen – de kans op belangenverstrengeling is te groot)

Daarnaast ontstaat er complexiteit door de introductie van 3 wetsvoorstellen (Verplichte GGZ, Zorg en Dwang en Forensische Zorg) ter vervanging van de wet BOPZ, waardoor er in de praktijk schotten tussen de sectoren ontstaan terwijl men juist meer aansluiting beoogde. Eveneens mist er samenhang in o.a. de terminologie van de 3 wetsvoorstellen, waardoor individuele interpretatie in de hand wordt gewerkt, hetgeen de rechtsbescherming en uniformiteit niet ten goede komt.

De vrees bestaat dat na 1 juli 2014 (na de invoering van wetsvoorstel Forensische Zorg), de clienten uit de Forensische sector de beschikbare plaatsen in de klinische GGZ zullen gaan bezetten, waardoor er voor de reguliere GGZ geen bedden meer zijn ivm de beddenreductie.
Ik was erg geschokt toen men begon over “de mogelijkheden voor het opschalen van veiligheidsregimes door het tijdelijk uitplaatsen van GGZ-clienten naar een TBS-kliniek – via de achterdeur” . Het is toch te bizar voor woorden dat iemand die zorg nodig heeft zomaar zonder strafblad in een TBS-kliniek kan worden geschoven!!! Ik was oprecht blij om te horen dat er hierbij een praktisch probleem was: namelijk dat de DBC-vergoeding voor forensische clienten hoger is, waardoor de client/zorgaanbieder in de praktijk een dergelijke plaatsing in de TBS-kliniek niet zal kunnen betalen (wat een geluk!!)

Men verwacht dat de ambulante dwang (dwang in de thuissituatie) voor GGZ-clienten zal toenemen o.a. door de druk van bezuinigingen, de beddenreductie en door de druk van de forensische sector. Daarbij is het kwaliteitstoezicht een steeds terugkerend punt van zorg, want dat is nog helemaal niet geregeld.

Toezicht is niet een kwestie van het verzamelen van een hele hoop digitale gegevens op een centraal punt. Toezicht op het systeem en de procedures is niet genoeg. Het is juist belangrijk dat er daadwerkelijk toezicht is op de feitelijke individuele toepassing van dwangmaatregelen en dat de inhoud en toepassing wordt gecontroleerd. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt nu als het ware toezicht op afstand. Zij verzamelen administratieve gegevens en hebben niet voldoende capaciteit om individuele klachten te behandelen. Zij houden geen toezicht op elk individueel geval van dwangtoepassing. Dat is een zeer ernstig tekort in het kwaliteitstoezicht. (ze kunnen hun doelstellingen dus nu al niet waarmaken). Dwangtoepassing in de thuissituatie is straks helemaal aan het zicht van de hulpverleners, mede-clienten en inspectie onttrokken, omdat het plaats vindt achter de voordeur. De IGZ heeft nog steeds geen plan gemaakt over hoe zij dit tekort aan toezicht op denkt te gaan lossen.
Er is vanuit diverse veldpartijen wel een Multidisciplinaire Richtlijn voor Dwangtoepassing in ontwikkeling, waarin de voorschriften en randvoorwaarden voor dwangtoepassingen in beschreven gaan worden, dus o.a. welke vormen van dwang er ambulant mogelijk zullen zijn, en in welke vorm enz. Maar zo’n protocol is niet genoeg. Er is actief toezicht nodig op de uitvoering van dwangtoepassingen.

Bij dwang in de thuissituatie krijgen politie, hulpverleners en inspectie het recht om het huis van de client zonder toestemming te betreden. Ook zullen gegevens van de client op een heleboel plaatsen uitgewisseld worden (politie, justitie, hulpverleners, vertrouwenspersonen, familie) en wil men een landelijk registratiesysteem van dwangtoepassingen opzetten, zodat men “als men iemand uit Groningen aantreft in Amsterdam niet zoveel moeite hoeft te doen om te achterhalen of deze persoon al een machtiging voor gedwongen behandeling op zijn/haar naam heeft staan – en om zo dubbele procedures te voorkomen”. Het is nog onduidelijk wie er allemaal toegang zou krijgen tot een dergelijk systeem, maar het is duidelijk dat de privacy van de client op deze manier wordt afgebroken. (Een spreker wilde zelfs het recht om de buren te informeren mbt individuele interventies en acties, maar dat gaat echt veel te ver. Zoiets kan enkel met instemming van de client zelf).

Ik vond het erg cynisch dat men zich wel druk maakte om de privacy en de bescherming van de gegevens van de client, maar dat er geen discussie was over de inbreuk op de vrijheid bij de dwangtoepassing zelf. Alsof men het prima vindt om een persoon op te sluiten, maar dat mag niet iedereen weten “dat is prive”…. Ik miste de balans in deze discussie over persoonsbescherming.

Het stoorde mij ook dat de beddenreductie werd uitgelegd als een negatief gevolg van de economische crisis en bezuinigingen, maar dat is niet zo!! Het internationale beleid voor beddenreductie is een bewuste keuze voor inclusie in de samenleving. Namelijk, het hebben van een diagnose of beperking mag geen reden zijn om niet in de samenleving te zijn (net zoals geslacht of afkomst geen reden mag zijn voor minder kansen). Zie voor meer informatie o.a. : http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslag/4423087/mhe-event-mapping-exclusion-at-european-parliament#ad-image-119390308  )
Ik vond het dus pijnlijk dat de sprekers met een negatieve ondertoon over beddenreductie spraken. Nederland heeft bijna het grootste aantal personen in instellingen, we staan op nummer 2 binnen Europa. Nederland staat ook in de Europese top 3 van landen met het grootste aantal dwangtoepassingen. De roep om beddenreductie is dus legitiem. (En zorg in de samenleving is niet duurder, maar juist goedkoper. Het is bewezen efficienter om de zorg te organiseren op de plaats waar de client zich bevindt, dan om de client in de zorgsetting te plaatsen, zie o.a. ook het Deense onderzoek: JAG-report: The price of Freedom of Choice, Self-Determination and Integrity: http://w1.jag.se/kunskap/The%20price%20of.pdf  ). Beddenreductie is dus een manier om zorg te verbeteren en leidt tegelijkertijd tot kostenbesparing. Dat is niet negatief. Helaas werd dit punt niet opgemerkt in de discussie. En zo sloop er weer een misvatting in de beeldvorming…

Het was dan ook uitermate pijnlijk dat de spreker van het Comité voor de Rechten van de Mens , bovenop al het voorgaande, ook nog eens meende dat de bureaucratie weleens een drempel kon vormen voor de uitvoering van dwang (“eufemistisch “de noodzakelijke zorg en bescherming”). Ik had mijn hoop gevestigd op deze spreker, omdat de internationale jurisprudentie van de VN de laatste jaren zeer duidelijk is over het uitbannen van dwang in de zorg (zie bijvoorbeeld pagina 13 en verder van het rapport over Torture in Health Care Settings, http://www.ohchr.org/Documents/HRBodies/HRCouncil/RegularSession/Session22/A.HRC.22.53_English.pdf  , maart 2013, met daarin een algeheel verbod op dwangtoepassing in/door de zorg.
Helaas koos deze man “de verkeerde kant” in de discussie, en daarmee vervloog mijn hoop dat het Comité van de Rechten van de Mens behulpzaam zou zijn voor de rechten van clienten. Ik was zwaar geschokt dat hij dwang wilde bevorderen. De tranen sprongen in mijn ogen. Dit was wederom enorm slecht voor de beeldvorming: De echte mensenrechten van de VN verbieden dwang, maar deze man propageert een eigen versie, uit naam van het Nederlands Comité van de Rechten van de Mens. Dat zou niet moeten kunnen….

De stellingname van het Comité van de Rechten van de Mens als voorstander van deze dwangwet, kwam enorm hard binnen bij mij.
Ik heb deze spreker na de sessie nog aangesproken om te zeggen dat ik diep teleurgesteld was in zijn bijdrage, en ik heb hem een artikel gegeven dat onlangs ook gepubliceerd was in Journaal GGZ en Recht. Ik hoop dat hij zijn standpunt heroverweegt. (Het Comité voor de Rechten van de Mens is immers een onderdeel van het National Human Rights Institution (NHRI), en dient volgens de Paris Principles te werken, wat o.a. inhoudt dat ze de mensenrechten volgens de VN definieren, en niet op eigen houtje). Ik zal het Comité van de Rechten van de Mens benaderen voor overleg hierover.

Na de pijnlijke en teleurstellende eerste sessie begon het tweede blok (11.35 – 13.00). Dat ging over het juridisch en formele kader. Ook hier was het inlevingsvermogen en de empathie ver te zoeken. Men maakte zich blijkbaar vooral zorgen om de bekostiging en de procedurele werklast. Daardoor voelde ik me hoe langer hoe eenzamer. En ik mocht niks zeggen. Ik was machteloos en werd gekweld door de gruwelijkheden om mij heen. Het voelde alsof ik opnieuw in de isoleercel zat, met zoveel onrecht, maar ik had niks in te brengen. Diezelfde kille procedurele benadering, terwijl het over mensenlevens gaat. Ik werd echt vreselijk depressief van deze bedoening. Iedereen leek voorbij te gaan aan de ware kern van de zaak.

Inmiddels was het mij duidelijk dat de grootste misvatting in de beeldvorming zit: Men ziet clienten als “monsters” die beveiligd en gemanaged dienen te worden. Van de 13 sprekers + 6 Kamerleden had nog niemand zich openlijk afgevraagd of deze dwang nu allemaal wel nodig was. Niemand leek enige aandacht te hebben voor “oorzaak-gevolg” verbanden.
Maar een gevaar voor jezelf of je omgeving word je niet zomaar. Men zou zich af moeten vragen “wie of wat heeft die persoon zover gebracht?” en “wat kan daaraan gedaan worden?”. Maar in plaats van inhoudelijke zorg, spreekt men enkel over dwang (wat wel eufemistisch “noodzakelijke zorg” wordt genoemd). Deze misplaatste bewoordingen vervuilen het debat zo ontzettend! Er is op deze manier haast geen inhoudelijk gesprek te voeren over dit onderwerp. We hebben het over dwang, en dat is geen zachtzinnige zorg. Dwang is een worsteling, strijd, soms zelfs geweld.

In het wetsvoorstel Verplichte GGZ is de inhoud van gedwongen zorg een grenzeloos begrip:

Artikel 3:2

Zorg kan bestaan uit:
a. een interventie, bestaande uit een vorm van verzorging, bejegening, behandeling, begeleiding of bescherming;
b. toediening van medicatie, vocht en voeding, regelmatige medische controle of andere medische handelingen;
c. pedagogische of therapeutische maatregelen;
d. opname in een accommodatie;
e. beperking van de bewegingsvrijheid;
f. afzondering of separatie in een daartoe geschikte verblijfsruimte;
g. beperking van het recht op het ontvangen van bezoek of het gebruik van communicatiemiddelen;
h. toezicht op betrokkene;
i. onderzoek aan kleding of lichaam;
j. controle op de aanwezigheid van gedrag beïnvloedende middelen;
k. beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.

Er is dus feitelijk geen enkele handeling die NIET onder wetsvoorstel Verplichte GGZ uitgelegd kan worden. NB bijvoorbeeld electroshocks zijn op zijn retour in Nederland, en zullen straks ook weer mogelijk zijn onder dwang. Daarmee gaan we terug naar de vorige eeuw, waarbij onder de Krankzinnigenwet alles mocht vanuit het “bestwil-criterium”. Dit is een uitermate zware schending van de burgerrechten.

Dwang in de zorg gaat over vrijheidsbeperking en schending van de integriteit van de persoon. Niet over “noodzakelijke zorg”. Dwang IS geen zorg. Dwang is het ergste wat mensen elkaar kunnen aandoen, terwijl zorg juist iets moois is. Dwang geeft trauma’s en daardoor ontstaan juist meer problemen. Zorg gaat over herstellen van problemen. Dat is een groot verschil. Dwang kan geen zorg genoemd worden.
En we hebben het over clienten, mensen met psychosociale problemen. Clienten zijn geen gewetenloze monsters, maar mensen met levensproblemen. Niet “ernstig zieke mensen die geen inzicht hebben in hun ziektebeeld”, maar mensen die in paniek zijn, en door dwang nog meer in paniek raken. Paniek bestrijdt je niet met dwang. Dwang is juist olie op het vuur.

Ik voelde een enorme behoefte om de misvattingen in de beeldvorming en het onrecht aan te kaarten. Maar ik mocht niks zeggen, en de misvattingen bleven bestaan in het debat, dat enkel over procedures, tijd en geld ging… Ik vond het vreselijk om in deze positie aan de zijlijn te verkeren, en de ene denigrerende insinuatie na de andere te horen. Het was in die zin echt een Blue Monday voor mij.

Het debat ging verder wederom over de rol van de geneesheer-directeur in het wetsvoorstel (onafhankelijk of niet?), en over het toezicht van de Inspectie, met name bij ambulante dwang (dwang in de thuissituatie).

De medewerker van de Politie Nederland maakte nog de opmerking dat de politie en justitie ook een Ultimum Remedium is, net als dwang, en dat het politie-apparaat vindt dat ze veel tijd kwijt is met het opsporen van weglopers enz (die doorgaans binnen 24-uur terugkeren). Men vroeg of de GGZ daarin meer eigen verantwoordelijkheid wilde nemen. Ook werd de zorg uitgesproken dat het bij dwang in de thuissituatie bovendien te verwachten is dat meer clienten met psychosociale problematiek op straat zullen zijn, (en wellicht boos of bang zijn). En hoe zich dat zal gaan verhouden met de openbare orde… Helaas werd hier niet over doorgepraat (ook niet over de oorzaak van het weglopen en het tekort aan goede ondersteuning in de samenleving.). Men bleef enkel doorpraten op de procedurele vlakte, met steekwoorden zoals werklast, financiering, noodzaak aan trainingen, implementatietermijnen, met een ondertoon van “onze sector zit niet te wachten op een grotere werklast”. Het klonk niet bepaald zorgzaam.

Ik was blij dat de lunchpauze aanbrak, want ik zat inmiddels behoorlijk vol met frustraties. Ik probeerde de Kamerleden te benaderen, maar daar kan je niet zomaar naartoe lopen. Het is gelukkig toch gelukt om mijn artikel (zie hieronder) te verspreiden onder de aanwezige Kamerleden (met hulp van H. van Gerven die het artikel na de lunch bij alle sprekers op tafel heeft gelegd, waarvoor dank!). Ik ben blij dat ik een kritisch geluid kon verspreiden, want het leek wel of de zaal vol zat met voorstanders van het wetsvoorstel.

Zie hier het artikel uit Journaal GGZ en Recht (Oktober 2013)

Na de lunch was de derde sessie van 14.00 – 15.30, met als titel: Vertegenwoordigers GGZ / ervaringsdeskundigen. (helaas zaten er geen echte ex-clienten of ervaringsdeskundigen aan de spreektafel). Maar gelukkig was de inhoud van het rondetafelgesprek in de middag iets beter. Eindelijk verschoof de focus van beveiliging naar inhoudelijke zorg en preventie. Er werd niet langer lichtzinnig gedaan over vrijheidsbeneming. Dat was voor mij een verademing, waardoor mijn acute depressie weer wat begon te zakken. Ik kreeg weer wat hoop.

Wederom werd het gebrek aan toezicht op dwang in de thuissituatie geproblematiseerd. Er werden ook vragen gesteld mbt een toename in de belasting van naasten in de samenleving bij ambulante dwang, en hoe ermee omgegaan wordt als het dan toch niet thuis blijkt te gaan (dan grijpt men vermoedelijk alsnog naar gedwongen opname – maar met welke procedure?). Een goede systeem-benadering en goede communicatie met alle betrokkenen wordt gezien als een voorwaarde voor ambulante dwang. Daarmee krijgen de naasten dus eigenlijk heel veel zeggenschap, waarbij terecht werd opgemerkt dat naasten wel vaker het idee hebben dat een familielid “verkeerde keuzes” maakt, maar dat men erg terughoudend moet zijn om daar overheidsingrijpen tegenover te stellen.

Ook werd de vraag gesteld of er uberhaupt wel 24-uurs ambulante zorg beschikbaar is, om ambulante dwang te kunnen verlenen in noodsituaties. Daarop bleef het stil.

Er werd ook aandacht gevraagd voor de mate van vrijheidsbeperking door de huisregels van zorgaanbieders, daar dient ook kwaliteitstoezicht op te zijn, want deze kunnen verstrekkende gevolgen hebben in het leven van de client.

Er volgden wat vragen van de Kamerleden, o.a. over resultaten van de landelijke projecten voor dwangreductie (project Dwang en Drang dat inmiddels afgelopen is door de subsidiestop), en wat de sector nu zelf deed om dwang te reduceren. Het antwoord van de vertegenwoordiger van GGZ Nederland was dat alles nu “back to usual” was. Wederom een zeer pijnlijk, beschamend moment. Het ergste is nog dat het einde van het dwangreductie-project door de GGZ-sector stilzwijgend is geaccepteerd, waaruit wederom blijkt dat geld de motor is in de zorg van tegenwoordig, en dat de zorg niet geleid wordt door de menselijke behoeften en zorgzaamheid. Men ziet dwang blijkbaar nog steeds als een soort “oplossing”, maar dwang is geen oplossing, dwang is een probleem!

Ook werden er nog wat vragen gesteld over dat er bij een roep om dwang ook een mogelijkheid is opgenomen voor het maken van een “eigen plan van aanpak” (bijvoorbeeld door een Eigen Kracht-conferentie of door een Crisiskaart enz.). Dit leek alle sprekers een goed idee dat mogelijk kan bijdragen aan het verminderen en voorkomen van dwang. Dat was wel fijn om te horen. Het inzetten van een eigen plan (middels Eigen Kracht-conferenties) was immers mijn tegenvoorstel in de consultatie van wetsvoorstel Verplichte GGZ, en dit “Eindhovens Model” is nu in de pilot-fase in 3 regios: Eindhoven, Groningen en Noord Holland Noord (olv. Gert Schout, VUMC)
Het was fijn om te horen dat het “eigen plan” wel echt erkenning krijgt. Dat was dus toch nog iets positiefs op die deprimerende zitting (het gaat me allemaal zo enorm aan mijn hart, ik voel welk leed deze wetgeving met zich meebrengt, en ik snap echt niet dat er niet harder gewerkt wordt aan prachtige alternatieven waar iedereen blij van wordt, waarbij het over zorg gaat, en niet over dwang…

Om 15.30 was de hoorzitting afgelopen, en ik moest meteen door naar de Mediatoren, samen met Bert Stavenuiter van Ypsilon. We waren samen gevraagd voor EenVandaag Radio, die een studio hadden gehuurd voor ons. We zaten met zijn 2en in een hok in Den Haag, en de presentatoren zaten in Hilversum, dat was een beetje raar. En ik zat nog vol met rare emoties van die tergende hoorzitting bij de Tweede Kamer, dus ik moest even omschakelen. Maar het ging uiteindelijk toch goed. En dat gaf me ook meteen een wat beter gevoel (“toch nog iets kunnen doen – minder onmacht”). Het item over gedwongen behandeling in de thuissituatie is te beluisteren bij EenVandaag Radio via deze link (10 minuten): http://www.eenvandaag.nl/gezondheid/48719/gedwongen_zorg_voor_psychiatrische_pati_nten

Het was voor mij een echte “Blue Monday”. Maar ik heb het overleefd, en ik weet wat me te doen staat. Er is nog heel veel werk te doen rond de beeldvorming en bewustwording.

Voor wie wil weten wat dwang in de GGZ voor mij betekent: Lees hier mijn persoonlijke verhaal (tijdschrift Psy, 2007)

Foto: overhandiging van mijn artikel aan T. Kuzu (Kamerlid voor PVDA)

foto

Koop loten voor Stichting Mind Rights bij de Vriendenloterij

Wil je onze acties tegen dwang in de GGZ steunen, en tegelijkertijd kans maken op een prijs?  Wil je dat onze acties onafhankelijk blijven van de overheid en de GGZ?  Koop dan loten voor Stichting Mind Rights!!

Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights doet mee aan een actie van de Vriendenloterij, waarbij we in 1 maand tijd zoveel mogelijk loten voor Stichting Mind Rights willen verkopen. We streven ernaar om 75 loten te verkopen voor 10 februari 2014, dan krijgen wij een leuke bonus.

Mensen kunnen via de website www.vriendenloterij.nl zichzelf aanmelden om mee te spelen met de Vriendenloterij, en kunnen daarbij kiezen voor: Club: Stichting Mind Rights Eindhoven. (zie ook de handleiding hieronder). Stichting Mind Rights krijgt dan 50% van de verkoopprijs van elk lot, en dat maakt onze acties mogelijk. De lotprijs is 12 euro per trekking (14x per jaar). Opzeggen kan op elk moment.

Ieder lot voor Stichting Mind Rights kan ook het lot van anderen in de GGZ verbeteren. Elke aanmelding helpt ons. De inkomsten van de Vriendenloterij vormen een belangrijke inkomstenbron voor Stichting Mind Rights, waardoor onze acties onafhankelijk kunnen blijven van de GGZ-mechanismen en de overheid.

Dus wil je onze acties tegen dwang in de GGZ steunen, en tegelijkertijd kans maken op een prijs? Koop dan loten voor Stichting Mind Rights bij de Vriendenloterij.

Handleiding voor aanmelden bij de Vriendenloterij

1. Ga naar www.vriendenloterij.nl
2. Klik de reclame weg door midden op de pagina Bezoek onze website op http://www.vriendenloterij.nl te kiezen.

3. Je bent nu op de Homepage. Kies rechts-bovenin het tabblad Clubs (grote blauwe letters)
4. Je ziet nu de pagina Clubs en Verenigingen met 2 grote rode vlakken: Ik ben clubbestuurder, en Ik ben clublid.
5. Klik op de ronde button rechts-bovenaan: Koop Loten.
6. Ga naar vraag 1: Voor welk goed doel speelt u mee? Kies het derde bolletje: Ik speel mee voor mijn favoriete club of vereniging.

7. Er opent een venster: Je ziet nu de vraag: Voor welke club speelt u mee?
8. Bij Naam en/of Trefwoord vul je dan in: Stichting Mind Rights. Bij plaats vul je in: Eindhoven. Klik op Zoek.
9. Je ziet nu bij Zoekresultaten: Stichting Mind Rights, Eindhoven, Welzijn, ideele organisatie. Klik op de rode button: Speel mee.
10. Je keert nu terug op het aanmeldscherm. Bij vraag 1, het derde bolletje staat nu: Ik speel mee voor Stichting Mind Rights
11. Vul je gegevens in, en verstuur het formulier.

Voor eventuele hulp bij het aanmelden kan je een mailtje sturen naar tekeertegendeisoleer@hotmail.com

Hartelijk bedankt namens Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights
(meer info over onze acties is te vinden op www.mindrights.nl )

Aangifte gedaan van mishandeling door GGZ

Vandaag, 6 januari 2014, was een hele bijzondere dag voor mij. Ik heb vandaag officieel bij de politie aangifte gedaan van zware mishandeling met voorbedachten rade en vrijheidsbeneming door de GGZ.

Het gaat over mijn eigen verleden. Ik ben bijna 2 jaar lang opgesloten, vastgebonden, ontkleed, gevisiteerd en platgespoten, eerst op een afdeling voor kinder- en jeugdpsychiatrie en daarna op een gesloten afdeling voor volwassenenpsychiatrie.  Het was mensonterend. Het gebeurde tussen oktober 1994 en juli 1996. Zie o.a. een  voorgaand interview over mijn ervaringen (Psy – Oktober 2007) : Interview_Jolijn_Santegoeds

Het is nu 2014, bijna 20 jaar later, en het is gelukkig nog niet verjaard.

Dat het pas zo laat gelukt is om aangifte te doen is ook pijnlijke zaak. Dit was niet mijn eerste stap naar aangifte, zeker niet.  Maar in 1994-1996 vond men mij wilsonbekwaam en minderjarig, dus kon ik geen aangifte doen. Daarna (1997-1999) was ik dakloos en had geen adres voor correspondentie, waardoor men mij nog steeds niet serieus nam. Pas toen ik studeerde (2002) vond ik een advocaat die me kon en wilde bijstaan.  Samen hebben we toen een officiele klacht bij de klachtencommissie van de betreffende GGZ-instelling neergelegd.  Er volgde een zitting van de klachtencommissie die mijn klachten ongegrond verklaarde. Helaas werd mijn advocaat daarna plotseling ernstig ziek (rond 2008). Ik kwam wederom “alleen” te staan en probeerde een nieuwe advocaat te vinden die mij verder zou kunnen helpen. Veel afwijzingen volgden  (en sommigen gaven helemaal geen antwoord). Het leek een doodlopende weg: geen advocaat, geen rechtszaak, geen recht…  Dat was erg pijnlijk en zwaar.

Naar aanleiding van publicaties op mijn weblog over slechte behandeling heb ik in 2008 een paar gesprekken gehad bij de betreffende instelling, waarbij de instelling een soort van aanbod deed mbt “genoegdoening”. (zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2008/10/ )  Echter dat aanbod en de voorwaarden waren niet acceptabel voor mij: Men sprak over een gift aan mijn stichting, maar dat is geen persoonlijke genoegdoening vond ik. Uiteindelijk liepen de gesprekken hierop vast, en leek de zaak weer muurvast te zitten.

Ik ben brieven blijven schrijven, met de vraag waar ik gespecialiseerde rechtsbijstand zou kunnen vinden.  Niemand schijnt het te weten, ook de juridische experts zelf niet…  zie o.a. ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/01/noodklok-waar-is-de-advocaat-voor-ex-clienten/

Uit wanhoop heb ik ondertussen mijn volledige dossier pagina voor pagina in het Engels vertaald. In 2010/2011 heb ik mijn situatie voorgelegd aan de UN Special Rapporteur on Torture and other Cruel Inhuman or Degrading Treatment or Punishment, Prof. Juan E. Mendez, in de hoop dat hij een uitspraak kan doen in mijn persoonlijke zaak als zijnde een schending van het recht op vrijwaring van foltering of andere wrede, inhumane of vernederende behandeling of bestraffing. Deze zaak loopt nog.

In 2013 bleek mijn advocaat genezen te zijn, en konden we toch nog verder aan mijn zaak. Dat was een bijzondere wending. Nu kunnen we de nodige juridische stappen zetten. Vandaar dat het nu (6 januari 2014) pas is gelukt om aangifte te doen, samen met mijn advocaat.

De succesvolle aangifte van vandaag is dus een mijlpaal voor mij. Als het goed is hoor ik over een aantal weken of het OM een onderzoek zal instellen.  (Een onderzoek is wel nodig lijkt mij). En dan hopelijk rechtsspraak. Misschien komt er dan toch nog ooit een einde aan mijn persoonlijke strijd.

Erkenning van het probleem is de eerste stap naar verandering.

Het is nou eenmaal niet goed om kwetsbare mensen op zo’n ruwe wijze te behandelen. Dwang is het tegenovergestelde van zorg.

“wordt vervolgd”