Workshop op het Voorjaarscongres NVVP 2012

Op woensdagmiddag 4 april 2012 ging ik naar het MECC in Maastricht om een workshop te doen over “de Nederlandse beweging tegen Dwang en Drang in de Psychiatrie” op het 40e Voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP). Ik was door Gee de Wilde (zelfstandig adviseur voor de GGZ) gevraagd om in deze workshop mee te doen, samen met Ria Trinks (oa actief als familiebehartiger via Ypsilon) en Eric Noorthoorn (onderzoeker GGZ)

In onze workshop wilden we de psychiaters een overzicht geven van de ontwikkelingen mbt het terugdringen van dwang in de psychiatrie door de jaren heen, en daarop reflecteren zowel vanuit clientenperspectief, familieperspectief en vanuit het perspectief van professionals (de zgn. triade-benadering).

Onze workshop was erg laat op de dag, van 17.30 tot 19.00 uur. Ik had geen toegang tot de rest van het 3-daagse congres, dus ik kwam enkel voor onze eigen workshop. Ik was net op tijd, en op weg naar binnen kwam ik een grote stroom psychiaters tegen die het congres vervroegd verlieten. Dat was niet zo motiverend, maar onze workshop was ook wel erg laat gepland. Ik ging tegen de stroom in naar binnen.

Er waren toch ongeveer 20 psychiaters naar ons zaaltje gekomen. Om de aanwezigen een beetje warm te maken draaiden we aan de start van de workshop een liedje: Met hart en ziel – van de Trockener Kecks (zie ook: http://youtu.be/TCTSrEVLTd4 )

Daarna begon Gee de presentatie met een overzicht van de Eerste en Tweede beweging tegen dwang.

De Eerste Beweging tegen dwang (vanaf 1982) werd gekenmerkt door Anti-isoleer-protesten, geleid door Wouter van de Graaf, en in 1988 met de schokkende foto’s van de naakt- vastgeketende Jolanda Venema aan de muur van een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Dit leidde tot een versnelde vervanging van de Krankzinnigenwet met de Wet BOPZ in 1994.

De Tweede Beweging tegen dwang begon in het begin van deze eeuw. In 2001werden de kwaliteitscriteria voor Dwang en Drang opgesteld, en vanaf 2004 werden er landelijke projecten voor het terugdringen van dwang doorgevoerd waar inmiddels ca 52 instellingen bij betrokken zijn.

Tegelijkertijd was vanaf 2002 was Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! actief (waarover ik later in de workshop meer zou vertellen). En vanaf 2005 organiseerde het Landelijk Platform voor clienten- en familieorganisaties in de GGZ jaarlijkse conferenties over het terugdringen van dwang, en daarover zou Ria Trinks nog wat meer vertellen.
Er was dus inmiddels een wil tot veranderen over de gehele breedte van de GGZ sector: clienten, familie en hulpverleners wilden gezamenlijk dwang terugdringen en de kwaliteit van zorg vergroten.

Deze Tweede beweging kreeg een volgende impuls door een aantal schokkende en spraakmakende gebeurtenissen, zoals in 2008 het trieste overlijden van Wim Maljaars, die stikte in een hap brood in een isoleercel, en in 2011 de schrijnende situatie van de jonge Brandon die al jarenlang in een tuigje zat vastgebonden aan een muur in een instelling voor verstandelijk gehandicapten.

Nu is het 2012, en we willen natuurlijk verder met het terugdringen van dwang. In de afgelopen jaren is er uiteraard ook kennis vergaard, en Gee ging wat verder in op de zogeheten Best Practices.

Yolande Voskes was ook aanwezig, en kon vanuit haar perspectief als onderzoekster naar deze Best Practices aanvullingen doen. (zie ook het onderzoeksrapport: Best Practices rondom dwangreductie in de geestelijke gezondheidszorg , http://www.ggzcentraal.nl/binaries/content/assets/website/blogs/best-practices-definitief.pdf )

Er zijn een aantal succesvolle methodes ontwikkeld die bijdragen aan het terugdringen van dwang, zoals “de eerste 5 minuten” (gastvrijheidsbeginsel), signaleringsplannen, crisisontwikkelingsmodel, triadekaart, en de inzet van consultatieteams en ervaringsdeskundigen.

Het belangrijkste is echter dat er behalve veranderingen in de werkwijze, ook veranderingen in de structuur en cultuur van een organisatie moeten plaatvinden, anders worden de veranderingen beperkt, en kan de ware kwaliteitsimpuls niet plaatsvinden. De Best Practices kennen dus 3 niveaus van verandering, namelijk: cultuur, werkwijze en structuur. Goed leiderschap is daarbij erg belangrijk.

Het is belangrijk dat psychiaters beseffen dat zij belangrijke cultuurdragers zijn binnen de organisatie, en dus een grote rol hebben in het mogelijk maken van verandering en dwangreductie. Bij telling bleek dat ongeveer de helft van de aanwezige psychiaters een leidende functie had bij dwangreductie-projecten. (en men hoort ook vaak: “de psychiater had geen tijd voor deze bijeenkomst”). Hier kan dus nog verbetering plaatsvinden.

 

Daarna was het woord aan Ria Trinks, die als familielid zeer actief is voor Ypsilon, vereniging van familieleden en naasten van mensen met een verhoogde psychotische kwetsbaarheid, www.ypsilon.org/ . Ria is ook actief voor het Landelijk Platform van clienten- en familieorganisaties in de GGZ , LPGGZ, www.platformggz.nl/lpggz/

Ria vertelde hoe zwaar het is om als familielid of naastbetrokkenen te moeten meemaken dat er dwang wordt toegepast op een dierbare persoon. Je hart breekt op dat moment. Dwang is absoluut niet wenselijk, er is juist zorg nodig.
Ria benadrukte ook hoe belangrijk de rol van familie en naastbetrokkenen kan zijn bij het de-escaleren, het vormgeven van kwaliteit van zorg, en bij het terugdringen van dwang en drang.

Speciaal daarvoor heeft Ypsilon de Triadekaart ontwikkeld; een soort lijst waarmee taken verdeeld kunnen worden onder familie, naastbetrokkenen en hulpverleners. De triadekaart geeft duidelijkheid over hoe en wanneer deze personen wel/niet ingeschakeld kunnen worden. Zie ook: www.ypsilon.org/triadekaart

Een ander belangrijke ontwikkeling van de laatste jaren, werd gevormd door de jaarlijkse landelijke Dwang en Drang- conferenties, georganiseerd door LPGGZ. Op deze conferenties trokken clienten, familie en hulpverleners samen op om dwang te verminderen. Er zijn een aantal publicaties verschenen naar aanleiding van deze ontwikkelingen en conferenties, namelijk:

Het boekje “Opsluiting is geen zorg” (2008) , te vinden op: http://www.platformggz.nl/lpggz/download/lpggz-reacties-persberichten-rapporten-etc/publicatie—opsluiten-is-geen-zorg.pdf

Het boekje “Dwang en Drang in de psychiatrie – een verkenning” (2009) , te vinden op: http://www.platformggz.nl/lpggz/download/lpggz-reacties-persberichten-rapporten-etc/rapport-dwang—drang-18-09-2009.pdf

Helaas heeft het LPGGZ geen financiele mogelijkheden meer om deze landelijke conferenties te doen. Dit is zeer zeker een gemis in de beweging om dwang terug te dringen.

 

Daarna was ik aan de beurt om een bijdrage te doen aan de workshop. Ik vertelde kort wat over mijn slechte ervaringen met de dwang in de GGZ (en de wet BOPZ), en hoe de kwaadheid daarover heeft geleid tot het oprichten van Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! en Stichting Mind Rights (www.mindrights.nl) Ik besloot niet uit te leggen wat ik allemaal aan projecten doe, om te voorkomen dat we zouden ingaan op het nieuwe wetsvoorstel. We wilden deze bijeenkomst namelijk wat breder houden, namelijk over dwangreductie in de GGZ.

Ik nam een voorschot op de discussie, en zei dat ik vond dat de dwangreductieprojecten steeds meer in de zakelijke materiele sfeer komen, waarbij men wederom allerlei keuzemogelijkheden voorselecteert als “gestandaardiseerd zorg-aanbod” en de spirit van de cultuurverandering een beetje weg ebt. Denk bijvoorbeeld aan discussies over welke muziek er past in een high-tech isoleercel; wat voor de een rustgevend is, is voor de ander juist irriterend of opfokkend. Volgens mij is het zinloos om te proberen dit in algemeenheden te vangen en in het aanbodsgerichte-denken te blijven hangen. De focus moet liggen op de client, en per situatie moet er aansluiting gemaakt worden met passende zorg. Het uitgangspunt kan niet zijn “dit is zorg”, maar “wat is zorg voor deze client”. De weg door zorgland moet per persoon, en per situatie bepaald worden. Er is meer flexibiliteit, creativiteit en innovatie nodig om de geijkte zorgpaden te verlaten, en het vraagt een hart en een ziel om werkelijk contact te maken, als bondgenoot van de client, waarbij het welbevinden van de client werkelijk sturend is in de zorg.

Ik had het ervaringsboekje bij me: “Als ik gek ben wil ik niet gestoord worden” , van Arkin (GGZ Amsterdam) geschreven door Helen Eikenaar en Linda Kramer. ISBN: 9789461907677 te bestellen via roos.buntjer@arkin.nl
In dit boekje staan voorbeelden van succesvolle de-escalaties, vaak relatief simpel en juist zeer persoonlijk (bijv. een hond op een klinische afdeling, het draaien van persoonlijke muziek, een de-escalatie-ondersteuner die door het team ingeroepen kan worden op moeilijke momenten enz.).

De kracht van dwangreductie en de-escalatie zit hem in de bereidheid om de focus werkelijk op de client te leggen, en te kijken naar wat een persoon nodig heeft om tot rust en welzijn te komen, en dat vervolgens ook mogelijk te maken. Het zorgkader is dan niet star meer, maar zorgzaam en warm.

Ik riep alle psychiaters op om nieuwe dingen te proberen waar de client werkelijk wat aan heeft. De vertechnocratisering is niet goed voor de zorgkwaliteit. Psychiatrie is mensenwerk, en dat kan je het beste met hart en ziel doen. Laten we de cultuurverandering vooral doorzetten!

 

Vervolgens was het woord aan Eric Noorthoorn, die als onderzoeker van de Argus-registratie (registratie van dwangtoepassingen) erg veel weet van de cijfers uit alle dwangreductie-projecten. Hij liet zien hoe de cijfers rond dwangtoepassing er nu voor staan, en lichtte verschillende berekeningen toe. Het is te zien dat er (gelukkig) geen excessieve toename is in gedwongen medicatie, en dat het isoleercelgebruik heel langzaam afneemt, met ongeveer 5,5% in het jaar 2009/2010. De doelstelling van 10% minder per jaar wordt dus helaas niet gehaald.

 

Onder alle aanwezigen werd de zorg gedeeld dat de aandacht voor dwangreductie met name op politiek en beleidsniveau onder spanning staat, en er heerste overeenstemming dat het onderwerp dwangreductie op de agenda moet blijven, ondanks bezuinigingen en de lange adem die nodig is om een cultuurverandering te bewerkstelligen.

We besloten de workshop met een aantal stellingen, en er ontstond een levendige discussie over zorgconcepten en interventies, angst, stigmatisering en lokale uitstoting, rolverdeling en zorg-organisatie. Alle aanwezigen waren zo toegewijd en betrokken, dat we uiteindelijk eigenlijk tijd tekort kwamen, en om 19.00 uur moesten we de discussie afkappen omdat de zaal leeg moest. Dat was toch een erg mooi resultaat van zo’n late workshop.

Ik vond het een prettige workshop met meer betrokkenheid dan ik aanvankelijk had verwacht. Dat is in ieder geval hoopgevend.

Advertenties