CAT-Follow-up meeting bij College voor de Rechten van de Mens – 8 april 2014

Op dinsdag 8 april 2014 had ik een volgende afspraak bij het College voor de Rechten van de Mens. dat was 3 dagen na terugkomst in Nederland. Ik was de kater van de vorige confrontatie met het College voor de Rechten van de Mens op 24 maart 2014, waarbij mijn dromen bruut verpletterd werden nog niet helemaal vergeten. Het voorgaande bericht spreekt voor zich.

Maar inmiddels had ik een krachtige video-boodschap van 2 vice-voorzitters van het CRPD-Committee, en ik wist dankzij het ICC waar ik zou kunnen klagen als het College voor de Rechten van de Mens  echt de verkeerde kant op zou blijven gaan. Dat maakte dat ik het aankon om zo kort na de pijnlijke discussie alweer opnieuw dezelfde situatie op te zoeken. Bij deze meeting zou de brief van de Speciale VN-Rapporteurs waarschijnlijk niet aan bod komen, dus ik parkeerde de gedachten daaraan even. Het ging nu over de mensenrechten-standaarden, en daar weet ik wel veel van via al het internationale werk wat ik doe.

Voorzichtig en toch vastberaden ging ik naar de “CAT-Follow-up meeting” bij het College voor de Rechten van de Mens op 8 april 2014. Het was een expert-meeting naar aanleiding van de Concluding Observations van het CAT-Committee.

Het CAT-Committee heeft in 2013 haar zorgen geuit over dwangtoepassing in de Nederlandse GGZ, zie: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2013/06/10/vn-levert-kritiek-op-dwang-in-de-geestelijke-gezondheidszorg/) .

Deze bezorgdheid is in gang is gezet door het schaduw-rapport van Stichting Mind Rights aan het CAT-Committee.

Het onderwerp “mensenrechten in de GGZ” was nu door het College voor de Rechten van de Mens op de agenda gezet als 1 van de 3 speerpunten waar het College zich mee bezig wilde houden mbt de CAT-Follow up ; waarbij verantwoording afgelegd wordt aan het CAT-Committee van de Verenigde Naties over de vervolg-acties in Nederland na de Concluding Observations. De andere onderwerpen waren – gebruik van stroomstootwapens door de politie en vreemdelingendetentie.  Het College voor de Rechten van de Mens wilde van het veld horen hoe de zaken er nu voorstaan, omdat ereind mei 2014 weer follow-up contact zal plaatsvinden met het CAT-Committee inzake de mensenrechten in Nederland.

Mijn doel was om te proberen het bewustzijn te stimuleren mbt mensenrechtenstandaarden mbt dwang in de Nederlandse GGZ.

Workshop 3 ging over mensenrechten in de Geestelijke Gezondheidszorg. Maar ik was niet gevraagd voor een voordracht, alleen als discussielid. Wel was Gert Schout, projectleider van ons pilot-project uitgenodigd als spreker over de inzet van Eigen Kracht in plaats van BOPZ. Dat vond ik sowieso al raar. Niet dat ze Gert hadden gevraagd om over het project te praten (hij is daar een zeer bedreven expert in), maar ik vond het vreemd dat het thema “mensenrechten” niet echt op de agenda stond. Ik vond het echt vreemd dat het College voor de Rechten van de Mens zich nu ineens probeert te verdiepen in de zorg-inhoudelijke kanten van een tweetal initiatieven, en minder op de wettige c.q. mensenrechterlijke kant van het verhaal gaat zitten, zeker gezien de grote traagheid van de Nederlandse ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen, en de hardvochtige overheidsreactie ten aanzien van de Speciale VN-Rapporteurs…  Ik begrijp deze keuze voor stilte vanuit het College voor de Rechten van de Mens echt niet.

(Misschien is het een onderzoeksfase, maar dan nog: hoe breed kan de uitkomst zijn na het bespreken van een tweetal goede initiatieven tegen dwangtoepassing?)

Ik kwam vooral om te proberen het bewustzijn mbt internationale mensenrechtenstandaarden te stimuleren, en om een oogje in het zeil te houden. En omdat ik me de vorige keer zo wanhopig had gevoeld, had ik deze keer mijn VN-jaarpas van Geneve omgehangen. Zo waren de goede inspirerende herinneringen van de week ervoor samen met WNUSP in Geneve dicht bij me, en voelde ik me minder alleen (makkelijker om kalm te blijven). Het gaf me meer zelfvertrouwen. En ik dacht natuurlijk ook aan de dag van discussie over het General Comment on article 12 of the CRPD, die op dat moment bezig was bij het CRPD-Committee in Geneve. Dat maakte 8 april 2014 een dag waarop er meerdere mijlpalen mogelijk waren. Ik was weer erg hoopvol.

Ik had de link van de video-boodschap van Theresia Degener en Carlos Rios (vice-voorzitters van het CRPD-Committee) al aan het College toegestuurd, omdat het College de inhoud voor vertoning op de meeting wilde screenen. In de video boodschap van 5 minuten, gericht aan de Nederlandse psychiaters op het Voorjaarscongres (NVVP 2014), leggen de CRPD-Committee-leden uit dat het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD)  daadwerkelijk een verbod op dwang in de psychiatrie inhoudt. Deze video was enkel bedoeld voor gebruik bij mijn activiteiten in week 15, en is daarom helaas niet openbaar. Maar het was een zeer krachtige, mooie en motiverende boodschap.

Ik had ook al bij de organisatie aangegeven dat ik moeite had met de houding van het College, en dat ik daarom twijfelde over het nut van het bijwonen van deze expert-meeting.  Het feit dat de video-boodschap vertoond mocht worden in de pauze, stemde me wat beter. Uiteindelijk werd ik door een medewerkster hartelijk welkom geheten bij ontvangst. Het leek wel alsof ze dat echt meende.
 

Verslag van de expert-meeting
De meeting werd gehouden in Utrecht, van 13.00 tot 17.00. De middag begon met een inloop en een algemeen welkomstwoord van de dagvoorzitter. Om 13.45 gaf de plenaire spreker Prof. Kees Flinterman een inleidende presentatie over de evaluatie-methode door “periodic state reviews” door diverse VN-mechanismen, zoals het Human Rights Committee, CEDAW-Committee, CAT-Committee en CRPD-Committee. Hij legde uit dat de rapporten van de betreffende Staat, de NGOs, en de mensenrechten-instituten, en ook de uitspraken van andere VN-mechanismen over de betreffende Staat worden meegenomen in de vorming van Concluding Observations door de diverse gespecialiseerde VN-Committees. Het doel van deze CAT-Follow up-expert-meeting bij het College was dus om input te verzamelen voor het Follow up-rapport van het College voor de Rechten van de Mens aan het CAT-Committee.

Na een korte pauze begonnen de parallelle workshops om 14.45. Ik ging dus naar workshop 3 over Mensenrechten in de GGZ. Er waren zo’n 10-15 experts bij deze workshop. We begonnen met een voorstelronde. Er was iemand van het Ministerie van V&J die zich bezighield met individuele klachten over mensenrechten (!), en een psychiater, en enkele clientenbelangenbehartigers (PVP, LPGGZ). De sectoren GGZ, verstandelijk gehandicapten en psychogeriatrische ouderen waren vertegenwoordigd.

Mijn introductie, waarbij ik zei dat ik regelmatig in Geneve ben voor WNUSP en als individuele expert (te zien aan mijn jaarpas) maakte indruk bij de aanwezigen. Het leek alsof de meesten zich een beetje ongemakkelijk voelden bij het thema “internationale mensenrechten”, maar ik voelde me hier juist heel erg goed in thuis, want ik weet hoe de discussies bij het hoofdgebouw van de VN verlopen, en daar heb ik veel van geleerd (oa in de week voro deze meeting). Ik voelde me goed in staat om de reguliere opvattingen te weerleggen door een “mensenrechten-antwoord” te geven.  Ik was er helemaal klaar voor.

Eerst kwamen er een tweetal presentaties over “Good Practices” bij dwangreductie.

Terugdringen van fixatie
De eerste voordracht was van Mat Gulpers van Meander Zuid-Limburg. Hij vertelde over het project met de “Ex-belt methode” in de zorg voor ouderen (psychogeriatrie). Met dit project werden het vastbinden van ouderen afgebouwd en gestopt.  Een aantal jaren terug werden veel ouderen (soms 80-90%) wel eens beperkt in hun vrijheid om “vallen te voorkomen”. Dat doet men oa door bed-rekken, banden en afsluitbare rolstoel-tafelbladen enz. De ouderen worden hier echter vaak onrustig van en kunnen dan bekneld raken, met schade en de zelfs overlijden tot gevolg (in 2008 overleden hieraan 11 mensen – minstens, want dit is op basis van geregistreerd oorzakelijk overlijden). Het inzetten van de vrijheidsbeperkende maatregelen lijkt dus niet de veiligheid op te leveren die men beoogde. Men besloot daarop om de banden weg te doen. Het bleek dat er in veel gevallen niet eens een alternatief nodig was, omdat er veel meer rust op de afdeling was. Men probeerde ook andere vrijheidsbeperkende middelen uit te bannen. Nu is ca 80% van de ouderen in die instelling zonder vrijheidsbeperkende maatregelen, en ook het gebruik van dwangmedicatie en het ontstaan van letsel door vallen is niet toegenomen.

Mat Gulpers benoemde expliciet dat dit om een project in een instelling ging, en dat men nu ook probeert iets te doen aan dwang in de thuissituatie voor oude mensen met een PG-indicatie. (Dat onderwerp raakt me zo enorm: Oudere mensen die in hun eigen huis vastgebonden worden omdat ze oud zijn en dementerend….  Ik vind dit zo onmenselijk, en het maakt me woest! Ik ben ontzettend boos om de wetten en wetsvoorstellen die dit mogelijk maken. Hoe kan het dat zo’n beleid bestaat in Nederland?? Ik moest me echt inhouden.)  Helaas werd er op dit punt geen discussie gevoerd over het mensenrechtenlijke aspect van het bestaan van dwang in de thuissituatie, maar luisterden we naar een voordracht van een van de vele dwangreductie-projecten, hetgeen al jarenlang gepresenteerd wordt door allerlei instellingen op tal van zorginhoudelijke congressen. Het bleef vreemd dat men hier op de zorginhoud inging, en niet op de mensenrechten….

Het was wel goed om te horen dat de vrijheidsbeperkende maatregelen voor veel personen waren gestopt, en dat er behalve een attitude-verandering en een cultuurverandering, eigenlijk geen concrete alternatieven nodig waren om dit te realiseren. De rust in de instelling en het welzijn van deze ouderen is hierdoor enorm verbeterd.

Inzet van Eigen Kracht-conferenties
De tweede presentatie was van Gert Schout, VUMC-onderzoeker en projectleider van  ons pilot-project “Eigen Kracht-conferenties in plaats van BOPZ”.

Eerst legde Gert uit wat een Eigen Kracht-conferentie is en hoe het werkt. Bij een Eigen Kracht-conferentie wordt het sociale netwerk van een persoon bijeen geroepen om samen om de tafel te gaan zitten om mogelijke oplossingen te bedenken. Dit proces wordt gefaciliteerd door een Eigen Kracht-coordinator, dat is geen hulpverlener, maar een vrijwillige onafhankelijke burger die geen enkele rol heeft bij de mogelijke uitkomsten van een plan. In Groningen zijn er bijvoorbeeld 2 pianostemmers die ook Eigen Kracht-coordinator zijn. Doordat de Eigen Kracht-centrale werkt met burgers voor burgers, is men ook niet zozeer gebonden aan kantoortijden. Dankzij ongeveer 750 vrijwilligers die oproepbaar zijn kan men ook in het weekend toch vaak snel een Eigen Kracht-coordinator bereid vinden.  Dat is op zich al een groot voordeel tov het reguliere circuit.

Vervolgens vertelde Gert Schout over het pilot-project in Groningen, Eindhoven en Noord-Holland-Noord, waarbij Eigen Kracht-conferenties worden ingezet in de BOPZ context, dwz om gevaar af te wenden. Centraal staat dan de vraag: Hoe komen we deze spannende fase voor de persoon en zijn/haar netwerk door? Hoe komen we de komende weken door? en soms zelfs: Hoe komen we de komende 24 uur door?  Als het lukt om met het netwerk een plan te maken, dan is er geen BOPZ nodig. Gert noemde mij en Fiet als zijnde grondleggers van dit zogeheten “Eindhovens Model”, en ik was blij met deze credits, gezien de weerbarstigheid van het College en de overheid.

Wat ervoor nodig is om de inzet van Eigen Kracht-conferenties in de BOPZ / GGZ context te doen slagen, is vooral een omslag in de rol van hulpverleners: Waar zij vroeger de oplossing probeerden te vinden VOOR de client, dienen zij nu als verwijzer op te treden om de client zijn/haar eigen plan te laten maken. In bepaalde gevallen zullen hulpverleners het plan toetsen op veiligheid van de situatie cq het afwenden van gevaar. De rol van hulpverleners is hierdoor veel meer faciliterend mbt het eigen ontwikkelingsproces van de client. Ook is de (eventuele) rol van de hulpverleners na Eigen Kracht-conferentie via het eigen plan van de client doorgaans veel meer specialistisch mbt ondersteuning van welzijn.

In het nieuwe wetsvoorstel Verplichte GGZ is opgenomen dat de client het recht heeft om een eigen plan te maken, waarbij Eigen Kracht-conferenties ondersteunend kunnen zijn om samen met het eigen netwerk een plan te maken. In de praktijk in het pilot-project wordt er bij een aanvraag voor een BOPZ-maatregel (RM of IBS) direct in een parallel proces een aanbod gedaan aan de client om via een Eigen Kracht-conferentie een eigen plan te maken om daarmee dwangmaatregelen te voorkomen.  In de zomer van 2015 worden de eindresultaten van het pilot-project verwacht.

(wie meer wil weten over Eigen Kracht-conferenties kan op het YouTube-kanaal van de Eigen Kracht-centrale diverse filmpjes bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=etbkgpFivlg )


Discussie
Er kwamen enkele vragen mbt de exacte beschrijving in de wet, die niet zegt “Eigen Kracht-conferentie” maar “eigen plan”, hetgeen veel breder is: Immers sommige mensen hebben wellicht andere manieren om tot een plan te komen, zoals op eigen houtje zonder EKc, of via een Crisiskaart of een Zelfbindingsverklaring. Terecht werd opgemerkt dat deze wilsverklaring dikwijls zeer vrijblijvend waren en dat het systeem moeite heeft met flexibiliteit en vraaggestuurdheid. Op de vraag van het College wat daaraan gedaan kan worden, antwoordde ik direct:  “men zou 1 wet kunnen maken waarin alle wilsverklaringen gelijkgesteld worden, waarbij een testament, donorcodicil, psychiatrische wilsverklaring enz bindend is en er sancties op kunnen worden gegeven als de wil niet gerespecteerd wordt. – dit heb ik geleerd in de internationale context”. Dit discussiepunt leek hiermee direct afgerond.  (hoppa)

Toen begon de echte discussie. De hoofdvraag was “wat is er nodig voor de mensenrechten in de GGZ”. Het was heel bijzonder om mee te maken dat diverse aanwezigen de vragen rechtstreeks bij mij neerlegden, zoals over de goede ervaringen mbt de inzet van ervaringsdeskundigen in verpleegkundige teams, waarbij ik direct opmerkte dat het soms zwaar blijkt te zijn om als een enkele ervaringsdeskundige pionier in een regulier team te werken, en dat de taakomschrijving van ervaringsdeskundigen binnen het team (bijv. mbt dwangtoepassing) ook nog wel een aandachtspunt is. Ook is de betaling van ervaringsdeskundigen lager (niet-BIG) wat de inzet van ervaringsdeskundigheid en de gelijkwaardigheid binnen het team uiteindelijk ook geen goed doet. Daar is nog volop werk te doen.

Er was een flinke discussie over de zogenaamde “wilsonbekwaamheid en de noodzaak tot bescherming”, waarbij ik min of meer de strekking van het General Comment on article 12 of the CRPD heb herhaald. Ik legde uit dat een diagnose niet mag betekenen dat je minder rechten hebt dan een ander. En dat het label “wilsonbekwaamheid” maar al te vaak wordt toegepast op mensen die juist zeer duidelijk hun wil uitdrukken, en bijvoorbeeld heel hard NEE schreeuwen. Het gaat hier niet over mensen in een coma, maar over mensen met psychosociale problemen, voortvloeiend uit een samenhang met de omgeving en de psyche. Ieder mens heeft een wil. Zelfs een baby huilt of lacht en geeft daarmee een wil aan. Het is juist de kunst van het aflezen en communiceren. We zijn allemaal gelijkwaardig geboren en iedereen heeft het recht om zijn/haar eigen leven invulling te geven volgens eigen maatstaven. En wie beoordeelt “wilsbekwaamheid”? Houdt dat in dat we allemaal middenklasse-dummies moeten worden? Dat is in strijd met de beginselen van zelfbeschikking, diversiteit en integriteit.  Sylvia Millecam had wel zelfbeschikkingsrecht, terwijl velen vonden dat zij toch een soort gevaar voor zichzelf was. Het gaat om respect voor de persoonlijke keuzes van een individu. Elke persoon is een individu. Om deze discussie af te sluiten zei ik: “Let wel, de term wilsonbekwaamheid inmiddels echt achterhaald en is afgeschaft onder de mensenrechtenverdragen, het is vrij zinloos om hierop te blijven hangen, over 5 jaar hebben we deze discussie niet eens meer”. Ik heb alle aanwezigen aangeraden om het  General Comment on article 12 of the CRPD eens goed te bestuderen.

Ik vond dat het opvallend stil was aan de kant van het College voor de Rechten van de Mens. Alsof zij zich in de schaduw bevonden van deze discussie. En ik zat op mijn praatstoel.

Er werd ook nog gediscussieerd over het verschil in rechtspositie in de wetsvoorstellen Verplichte GGZ en Zorg en Dwang. Onder wetsvoorstel Verplichte GGZ wordt de inhoudelijke dwang vooraf getoetst door een rechter, maar onder wetsvoorstel Zorg en Dwang hoeft dit niet en kan dwang op basis van een bepaalde status/diagnose in alle vrijheid door een hulpverlener gestart worden, waarbij het enkel achteraf (op basis van registraties) getoetst wordt.  Dat is een juridische ongelijkheid vonden de aanwezigen. En men vond het ook vreemd dat de uitvoering van ambulante dwang zomaar volledig aan het veld werd overgelaten, zonder inmenging van de wet.

Daarnaast werd ook nog gesuggereerd dat het databestand van zorgkaarten met daarop de wensen en voorkeuren van de client, zoals voorgesteld onder wetsvoorstel Verplichte GGZ, een gelegenheid biedt om onderzoek te doen en een overzicht te krijgen van deze verschillende zorgwensen, wat weer kan bijdragen aan verdere kwaliteitsverbetering van de zorg.

Het ging weer over zorgkwaliteit, en niet over mensenrechten…

Ik nam het woord weer. Mijn bezwaren tegen de wetsvoorstellen waren inmiddels al wel duidelijk. Ik herhaalde dat speciale wetten die de vrijheden inperken van specifieke groepen mensen een vorm van discriminatie is, en dat we volgens de internationale verdragen toe moeten naar een systeem van ondersteuning in plaats van repressie. Dwang is een vorm van geweld en valt zelfs onder marteling en andere wrede, inhumane of vernederende behandeling of bestraffing (zie Mendez A/HRC/22/53 en de brief van de Speciale VN-Rapporteurs). Er geldt een absoluut verbod op marteling en mishandeling, en dit betekent dat men dwang in de zorg dient te verbieden. Veel mensen schijnen te denken dat dat “onveilig” is, maar het is juist onveilig om mensen die al onrustig zijn een extra trauma te geven door over hun grenzen heen te gaan. Echte zorg is mogelijk. Er is een verschil tussen zorg en dwang. De MI-principles van de Wereldgezondheidsorganisatie in 1991, waarbij “een koppeling tussen gevaar en stoornis” een wetmatige grond voor dwangtoepassing vormde, zijn ingetrokken sinds de komst van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD). Het nieuwe paradigma stelt dat beperking of diagnose, net als ras, geslacht of afkomst, geen enkele rol mag spelen in beslissingen over vrijheid. Zorg kan enkel gebaseerd zijn op vrije, geinformeerde keuze. Helaas zijn de wetsvoorstellen Verplichte GGZ en Zorg en Dwang nog volledig gebaseerd op de MI-principles, en daarmee voldoen zij niet aan de mensenrechtenstandaarden.

Er viel weer een soort van korte filosofische stilte, en vervolgens werd er gesproken over de veldnormen en multidisciplinaire richtlijnen mbt dwang die in ontwikkeling zijn. Ik weet dat deze richtlijnen en veldnormen nog vooral gebaseerd op het oude paradigma, net als wetsvoorstel Verplichte GGZ,  en ik verwacht hier dus ook niet veel goeds van.

Mijn intuitie vertelde me dat iedereen diep na zat te denken en probeerde het nieuwe paradigma te bevatten. Ik kreeg het gevoel dat ik hier iets heel moois had bereikt, namelijk een gespreksopening. Als men nu bereid is om zich daadwerkelijk over het nieuwe paradigma te buigen, en na te denken over de toekomst, dan is dat een MIJLPAAL!

De video-boodschap
De workshop was inmiddels ongeveer afgelopen en mijn video-boodschap van de CRPD-Committee werd aangekondigd. Alle aanwezigen bleven zitten om deze video-boodschap van 5 minuten te zien. . De boodschap dat het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD) daadwerkelijk een verbod op dwang in de psychiatrie inhoudt kwam echt aan, dat was te voelen in de atmosfeer. De video was duidelijk. Dit was doorslaggevend bewijs dat er een grote omslag aan zit te komen. Het leek mij het beste om hier niets mee aan toe te voegen. Het voelde alsof ik mijn punt gemaakt had. En ik voelde ook dat de aanwezigen dit echt wel serieus namen. Ik had iedereen stof tot nadenken gegeven. Dat gaf mij een enorm gevoel van succes. Ik was blij en trots.

Tijdens het weggaan uit het workshopzaaltje, ving ik nog wel wat verdedigende opmerkingen op. Deze kwamen met name vanuit de hulpverleningshoek, zoals “Er wordt niet gezegd dat het wetsvoorstel Verplichte GGZ fout is” (toen dacht ik: wat verwacht je allemaal van zo’n VN-committee, kan je zelf dan helemaal geen verbanden leggen?). Ook werd gezegd: “mensen hebben wel geleerd hoe ze iemand vast moeten binden, maar niet om het anders te doen”. (tja, dat zal dan snel geleerd moeten worden…). Maar de discussie was eigenlijk al klaar. Ik zei alleen dat de VN-documenten echt wel duidelijk zijn, en dat er een nieuwe tijd aankomt.

Een persoon opperde de vraag: “Waar staat het College mbt afschaffen van dwang?” , waarop JD van het College zei: “wij nemen niet hetzelfde standpunt in, wij interpreteren het niet als afschaffen, maar wel als reduceren” . Dat vond ik persoonlijk echt arrogant: Hij weet het beter dan de VN?!?

Ik ging niet meer op dit standpunt van het College in. De video had al gesproken. Als men hier niks mee wil doen, dan zijn ze dus geen echt mensenrechten-instituut volgens de Paris Principles.  Later bij de borrel heb ik aan een andere medewerkster van het College nog wel mijn beklag gedaan, en gevraagd of ze van mij verwachten dat ik Ban Ki Moon persoonlijk meebreng, en of ze dan ook gaan zeggen “Wij interpreteren het toch anders”…  (Ik vraag me bovendien af of ze mbt andere vormen van geweld ook voor reductie ipv afschaffing zijn, zoals tav kindermishandeling, vrouwenbesnijdenis enz…). Maar anyway, ik weet zeker dat ik ze aan het denken heb gezet. En ik hoop dat dit de laatste keer is dat het College een andere lijn kiest dan de internationale mensenrechtenverdragen.

“Volgens mij gaat het je lukken”
Bij het verlaten van de workshop-ruimte zeiden een paar clientenbelangenbehartigers tegen me: “Goed hoor. Ik denk dat jij het echt gaat redden met je acties. Ik denk dat het je gaat lukken”. DAT WAS ZOO GEWELDIG OM TE HOREN!!! Het gaf me enorme hoop. Een innerlijke jubelstemming. De praktijk verandert namelijk enkel met steun vanuit het veld. Het feit dat de aanwezigen mijn pleidooi sterk vonden en zelfs een doorbraak aan zagen komen, was echt supergeweldig! (en ook zonder het College voor de Rechten van de Mens kunnen er dingen veranderen).

Achteraf had ik daarom een supergoed gevoel over de middag. Aan de tafel was er een beweging in het bewustzijn ontstaan. Ik denk dat ik iedereen aan het denken heb gezet, en dat voelde goed!!  Ik besefte ook dat de atmosfeer het mogelijk had gemaakt dat mijn stem gehoord werd. Ik werd niet aan de zijlijn geplaatst of monddood gemaakt, maar mijn woorden mochten meedoen in de discussie. En ik had het idee dat ik de discussie domineerde met mijn kennis van de mensenrechten-standaarden zoals het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD) en het CAT-verdrag tegen Marteling. Het College ging dit keer niet lijnrecht tegen mij in, maar er viel vaak een stilte als ik een punt had gemaakt. Dat voelde echt goed!! Ik voelde me erkend als expert.

Na de tweede korte pauze was er om 16.00 een plenaire terugkoppeling van de workshops. Daarna was er een afsluiting door de dagvoorzitter, en nog een borrel. Ik heb toen tegen een medewerker van de Nationale Ombudsman verteld dat het mij een goed idee lijkt om een speciale Ombudspersoon voor de GGZ of voor beperkingen aan te stellen, omdat deze specifieke vormen van vrijheidsbeperking vaak ten onrechte buiten het werkveld van de reguliere Ombudsman blijken te vallen vanwege het specialistische karakter.Een speciale Ombudspersoon voor de zorg blijkt in andere landen erg succesvol te zijn.

Ik ben verder niet lang blijven hangen. Het College voor de Rechten van de Mens is voor mij niet echt “the place to be”. Ze zijn ofwel een deel van het probleem, of een deel van de oplossing, maar vooralsnog lijkt het vooral op het eerste…  (“zij interpreten het vast anders” 😉

Maar er is dus wel iets gebeurd op deze meeting, ook al is het College nog niet echt “uit de kast”. Ik denk dat ik ze wel aan het denken heb gezet, zeker met de video-boodschap van het CRPD-Committee. Het feit dat het contact niet op een volgende ruzie is uitgelopen, maar dat ik een flinke stem had in de discussie is echt een grote winst ten opzichte van de vorige keer.

Ik voelde me echt goed na deze meeting. Alsof ik uit een heel diep dal kwam. Alles leek weer mooier. Zelfs de brief van de Speciale VN-Rapporteurs kreeg hierdoor weer wat meer glans, want het gevoel van machteloosheid en exclusie was weer veranderd in hoop en zinvolle participatie. Het voelde voor mij als een soort keerpunt, wellicht omdat ik deze keer het gevoel had dat mijn woorden en inspanningen WEL iets uitmaakten (in tegenstelling tot vorige keer).

Het feit dat sommige mensen zeiden “Jij gaat het vast redden”. DAT was echt een waanzinnige doorbraak. Op het einde van de dag kreeg ik te horen dat het General Comment on article 12 of the CRPD was aangenomen. Dat was supergoed nieuws, en maakte me nog blijer. Het was hoe dan ook een bijzondere dag.

Ik was echt heel erg blij dat deze meeting op 8 april toch beter was gegaan dan de vorige keer op 24 maart bij het College voor de Rechten van de Mens. En nu maar afwachten wat ze ervan gaan bakken…

Advertenties

Zwaar gesprek bij College voor de Rechten van de Mens op 24 maart 2014

Op maandag 24 maart 2014 ging ik naar het College voor de Rechten van de Mens. Ik had een afspraak met 2 personen van het College over: Het standpunt inzake dwang in de GGZ (zie bericht 21 januari 2014 Frustrerende hoorzitting Wetsvoorstel Verplichte GGZ bij Tweede Kamer ) , en de uitkomst van de correspondentie tussen de Speciale VN-Rapporteurs en de Nederlandse Staat. (zie oa het vorige bericht)

Ik had heel veel hoop. In de brief van de Speciale VN-Rapporteurs stond immers o.a.: “herstel aan ALLE slachtoffers” , en de vrijwaring van marteling impliceert “de garantie van non-repetitie” (dus dat het nooit meer mag gebeuren met wie dan ook, wat weer inhoudt dat de Nederlandse wetten aangepast dienen te worden.). De brief van de Speciale VN-Rapporteurs is een krachtig signaal. Daarover wilde ik dus praten met het College voor de Rechten van de Mens. Misschien konden we immers wel een mooie samenwerking starten om de mensenrechten in de GGZ te realiseren. Dat hoopte ik. Dus ik ging vol goede moed naar Utrecht, naar het College voor de Rechten van de Mens (www.mensenrechten.nl)

Verslag van 24 maart 2014
Ik werd ontvangen in de Kleine Zittingszaal, en ik dacht nog: “Jee, dat voelt serieus. Wat goed!”. Helaas liep het hele gesprek daarna geheel anders dan gepland. Er kwam een lading van afwerende argumenten over me heen. Dat had ik niet verwacht en bracht me helemaal van mijn stuk.

Over de brief van de Speciale VN-Rapporteurs…
D.H. en J.D. van het College voor de Rechten van de Mens pleitten dat “Speciale VN-Procedures niet bindend zijn, en dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wel bindend is, maar dat er aan het EHRM nog geen verschuiving zichtbaar is”. Mijn argument dat het 193 tegen 47 landen is, en dat het Europees Hof voortvloeit uit de VN-mensenrechtenverdragen leek daar niets aan te veranderen. Zij claimden dat er geen hierarchie is tussen de VN en de EU, en tegelijkertijd is in hun optiek Europa bepalend.  Deze medewerkers van het College voor de Rechten van de Mens claimden ook dat zij in de internationale documentatie geen legale aanknopingspunten zagen om tegen dwang te zijn, en meenden dat de uitgangspunten van “laatste redmiddel” en het gevaarcriterium prima voldoen, en verder achten zij dat de nieuwe wetsvoorstellen over gedwongen behandeling meer “bescherming” bieden aan clienten. Zij zagen ook niet in dat “speciale wetten voor speciale mensen” een vorm van discriminatie is.. Daar zagen ze geen basis voor in het internationale recht. “Zij lazen het anders, zij zagen geen uitspraken die een absoluut verbod op dwang afkondigden”.

Ik dacht dat ik gek werd! De stukken lagen recht onder hun neus, en ze zeiden gewoon “Wij lezen het anders”!! Wat moet je daar dan mee? Zo is er toch geen normaal gesprek meer te voeren !?
Ik vroeg ze wat de VN-stukken betekenden, en of het voor hun uberhaupt nog wat uitmaakt wat de VN schrijft, of ze het uberhaupt lezen (CRPD en Mendez), en of ze uberhaupt zaten te wachten op mijn werk als activist.. En of de brief van de Speciale VN-Rapporteurs enige betekenis had voor hun.

Ze antwoordden: “Zo werkt het niet. We moeten realistisch zijn. Mensenrechten worden bediscussieerd op verschillende platforms, zoals het Europees Hof”. Ik vroeg toen of de mensenrechten onderhandelbaar waren (!) of dat deze duidelijk vastgelegd zijn inde universele mensenrechtenverklaringen (!). Ze zeiden: “De VN schrijft dingen op papier, en de verschillende mechanismen, zoals het Europees Hof, bepalen de inhoud en omstandigheden waaronder deze woorden van toepassing zijn” (jurisprudentie). Dus volgens hem bepalen de verschillende omstandigheden die vastgesteld zijn aan het Europees Hof, of er sprake is van schending van mensenrechten. Hij liet het klinken alsof de woorden van de Verenigde Naties nogal onbruikbaar zijn, omdat ze te abstract zijn om toe te passen, en alsof het allemaal draait om Europa. (Ze hadden duidelijk ook nog geen lange-termijn visie mbt de Europese implementatie van het Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen). Met deze houding van het College werden alle VN-documenten als het ware van tafel af gewimpeld. Er was geen greintje menselijkheid te bekennen in deze definitie van mensenrechten. Het was puur gereduceerd tot papierwerk. Ik voelde me echt zo machteloos. Men wil er niet naar kijken (“te abstract”), en men leest/interpreteert de inhoud ook niet goed. Wat een puinhoop!! Uit frustratie scheurde een van de documenten zelfs kapot (de overheidsreactie aan de VN-Rapporteurs) “Als het dan toch allemaal niks betekent….”  Er viel een kille stilte. Daarna verontschuldigde ik me voor de intensiteit van mijn pleidooi.

Het leek me beter om het niet meer over mijn persoonlijke zaak te hebben. De rest van het gesprek probeerde ik het standpunt van het College inzake dwangtoepassing in de GGZ in het algemeen te achterhalen.
Over de rechtspositie van cliënten…
Over dwangmedicatie en vrijheidsbeperkende maatregelen zeiden ze: “In andere landen is het veel erger, het gaat niet zo slecht bij ons. Misschien zijn onze cijfers wat aan de hoge kant, en dan zouden we dat moeten reduceren, en zeker wanneer de Inspectie concludeert dat dit mogelijk is, zoals het geval is”. Die uitspraak was nog enigszins positief op te vatten. Dwangreductie is dus wel bespreekbaar in hun visie.
(Maar sowieso spreekt het College zichzelf hiermee tegen, want het College voor de Rechten van de Mens heeft wel een positieve, steunende reactie gestuurd aan het CRPD-Committee inzake General Comment No1 on Article 12 of the CRPD , waarover later meer).

Ik vertelde aan het College dat klachten van clienten vaak niet gehoord worden, en dat er nog steeds erg veel misgaat (zoals o.a. te lezen is in het schaduw-rapport van Stichting Mind Rights aan het CAT-Committee, met zaken als Brandon en ‘Roelie’). Ik legde ook uit dat het erg moeilijk is om een advocaat bereid te vinden (onderbetaald, veel werk aan complexe dossiers, veel betrokkenen, strijdend tegen een leger van instellings-advocaten, en minimale kans van slagen aan het Tuchtcollege waar de doctoren elkander beoordelen, dus advocaten nemen deze zaken vaak niet aan). De medewerker van het College voor de Rechten van de Mens bevestigde het falen van de Tuchtraad (Dat ga ik onthouden, want wellicht is daar dus wel verandering mogelijk)

Maar helaas, deze man van het College ging mij vervolgens uitleggen “hoeveel mogelijkheden ik had om mijn beklag te doen onder de Nederlandse wet, en wat ik allemaal zou kunnen hebben doen”… “zelfs zonder advocaat”.. Ik legde uit waarom het anders was, maar hij bleef volhouden dat het Nederlandse systeem goed was, en het leek alsof hij meende dat het een beetje “overdreven” van mij was geweest om naar de Speciale VN-Rapporteur te gaan met mijn klachten. Hij zei dat ik ook gewoon “de normale route had kunnen nemen”. En hij zei dat het ook nogal wat betekende dat de klachtencommissie van de instelling geen fout had bevonden, want hij had zelf ooit in een klachtencommissie van een instelling gewerkt, en “daarom wist hij dat dergelijke klachtencommissies goed en betrouwbaar waren in hun oordeel”.  Deze meneer was dus uiteindelijk het beleid van de Staat aan het verdedigen, en wat ik ook zei, we kwamen niet op 1 lijn. Het leek alsof ik niet gehoord werd. Het voelde totaal niet gelijkwaardig.
 

Wanhopig
Mijn hoop en goede moed was inmiddels vervlogen. Ik koos ervoor om te vertrekken. Ik was inmiddels echt overstuur van deze foute houding van dit zogenaamde mensenrechten-college. Ik weigerde om de medewerkers een hand te geven. Ik kon niet begrijpen waarom zij geen waarde hechtten aan de brief van de Special Rapporteurs. Ik was er echt stuk van. Hoe kon dit nou zo gebeuren? Ik had tal van VN-stukken doorgestuurd, die echt wel duidelijk zijn, en de brief van de Speciale VN-Rapporteurs… (zie ook de links in het vorige bericht). Het was alsof alles wat ik doe uiteindelijk lucht was… En alsof mijn “laatste redmiddel” geen effect had.  Alsof het niks uitmaakte dat mijn klachten opgepikt waren door de Speciale VN-Rapporteurs. Ik voelde me echt machteloos, nog erger dan voorheen, met lege handen en eenzaam. Wat kan ik dan nog doen om WEL gehoord te worden als men alles negeert. Hoger dan de VN bestaat niet… Deze strop was daarom heel moeilijk te verteren.

Alle blijheid, hoop en erkenning die ik had gevoeld door de brief van de Speciale VN-Rapporteurs leek nu alweer de grond ingeboord te worden door de overheid en het College voor de Rechten van de Mens. Alles leek zinloos. Mijn droom leek wederom kapot gemaakt.. De moed zonk haast in mijn schoenen. Ik was pas 1 week terug in Nederland, en ik was meteen weer depressief.

Ik weet dat het College voor de Rechten van de Mens in principe hoort op te komen voor de mensenrechten, maar ze laten hier grote steken vallen.  Ik was gruwelijk teleurgesteld in alles, en ik wilde er eigenlijk gewoon even niet meer aan denken, want het werd me echt een beetje teveel.

Ik was blij dat ik (weer) een weekje naar Geneve ging, van 29 maart tot 5 april 2014 (zie ook mijn Engelstalige reisverslagen op: http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslagen/468638/un-crpd-committee-sessions-april-2014/1 .
Weekje bij het CRPD-Committee in Geneve   (29 maart – 5 april 2014)

Ik kon gelukkig meteen weer even weg van het frustrerende Nederland, en kon ik me weer omringen met mensenrechten-activisten en VN-medewerkers: een enorm inspirerende en hoopgevende omgeving, waar het moderne bewustzijn volop aanwezig is. Het was als een kuuroord voor mijn welzijn. Ik heb genoten van de vele gesprekken die ik heb gevoerd met gelijkgestemden. Mijn hoop werd weer levend. Er zijn genoeg slimme mensen die echt werken aan de veranderingen voor de mensenrechten in de zorg.

Ik besefte weer heel duidelijk dat ik niet alleen ben in deze strijd. Er zijn zoveel pioniers. Zij maken hetzelfde mee, en we vechten samen voor hetzelfde doel. Dat schept een enorm begrip, een band. Dat was zo enorm goed om te ervaren. Ik kikkerde er echt weer van op.

Ondersteunen van  “Draft General Comment on Article 12 of the CRPD”
De hoofdreden dat er een WNUSP-delegatie naar Geneve was afgereisd, was de Draft General Comment No.1 on article 12 of the CRPD. Dit document is zo belangrijk voor clienten wereldwijd, dat we het CRPD-Committee wilden steunen in de stevige discussie die over dit onderwerp was losgebarsten. Het (Draft) General Comment bevestigd dat alle psychiatrische patienten/clienten recht hebben op zelfbeschikking, en dat dwang in strijd is met de mensenrechtenverdragen. De discussie over het Draft General Comment zou pas plaatsvinden op 8 april 2014, in de tweede week van de CRPD-sessies, maar het was zeker nuttig om 1 week eerder al daar te zijn voor de morele ondersteuning van het CRPD Committee. (Op 8 april zelf kon ik namelijk niet in Geneve zijn, vanwege een expert-meeting/conferentie bij het College voor de Rechten van de Mens – Daar zag ik wel tegenop, maar ik wist dat het belangrijk was om daarbij te zijn).

De echte aanname van het definitieve General Comment No1 on Article 12 of the CRPDheb ik dus helaas moeten missen, maar via internet bleef ik nog steeds direct betrokken. En HET IS GELUKT!! De General Comment no.1 is de week erna aangenomen op 8 april 2014!! Iedereen feliciteerde elkaar en er heerste een feeststemming bij de VN en bij de clientenbeweging overal ter wereld :D. Het was echt een mooi moment in de geschiedenis, een echte mijlpaal. Een enorme steun voor de clientenbeweging. Het was als een kroon op vele jaren werk van alle grote en kleine initiatieven van clienten-organisaties en activisten wereldwijd. Echt heel mooi! 

Maar anyway, in de week dat ik in Geneve was, was dit debat nog niet klaar, dus het was nog steeds spannend voor iedereen wat er zou gaan gebeuren, en of de Draft General Comment aangenomen zou gaan worden. De spanning en de hoop omtrent dit document was voelbaar in de atmosfeer. Iedereen leefde toe naar het grote moment op 8 april: de dag van de discussie over de (Draft) General Comment on article 12 of the CRPD.

Verslag van activiteiten in Geneve
Het was weer erg leerzaam om zo dicht betrokken te zijn bij de gang van zaken bij de VN, en om het werk van het VN-Comite voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD-Committee) van dichtbij mee te maken. Zie ook mijn Engelstalige reisverslagen op: http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslagen/468638/un-crpd-committee-sessions-april-2014/1 .

In de eerste week van de sessies van het CRPD-Committee was de opening sessie met daarin samenvattingen van veschillende actoren mbt de implementatie van het CRPD. Aansluitend vonden de CRPD sessies met de evaluatie van de ingezonden statusrapporten van Zweden, Azerbaijan en Costa Rica plaats.  Mbt Zweden en Costa Rica heeft WNUSP nog kanalen aangewend om de stem van GGZ-clienten uit die landen te includeren (daar heb ik via mijn netwerken ook aan meegeholpen). In de vraagstelling van het CRPD-Committee was al duidelijk dat dit comite zich zeker bekommert om het doorgaans vreselijke lot van mensen met psychosociale problematiek overal ter wereld.  We zullen het zien in de Concluding Observations, maar die zijn doorgaans supergoed van het CRPD-Committee.

Het CRPD-Committee voelde als een soort veilige plek voor mij. Zij snappen echt dat dwang geen zorg is.  Ik hoefde niet zo bang te zijn om verder gekwetst te worden, maar ik voelde juist respect overal. Zo mooi!!  Dat had ik echt even nodig na alle stress en dompers van Nederlandse overheid en het College voor de Rechten van de Mens.
Empowered bij terugkomst
Op donderdag 3 april 2014 heb ik 2 CRPD-Committee leden bereid gevonden om speciaal voor mijn aankomende activiteiten in Nederland een video-boodschap in te spreken. Dat deden ze omdat de internationale spreker Mr. Gabor Gombos (ervaringsdeskundige en voormalig lid van het CRPD Committee) verhinderd was om naar Nederland te komen, en ik daardoor op zoek was naar een “plan B” voor het Voorjaarscongres (NVVP 2014). Daarom had ik andere comite-leden benaderd.   Ms. Theresia Degener and Mr. Carlos Rios Espinosa , beiden vice-voorzitters van het CRPD-Committee, waren zo vriendelijk om een video boodschap van 5 minuten in te spreken, gericht aan de Nederlandse psychiaters op het Voorjaarscongres (NVVP 2014), waarin zij uitleggen dat het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen (CRPD)  daadwerkelijk een verbod op dwang in de psychiatrie inhoudt. Deze video was voor eenmalig gebruik bij mijn discussie-sessie, en is daarom helaas niet openbaar. Maar het was een zeer krachtige en mooie boodschap. Zeer empowerend! 

Een ander ding dat mij empowerde was, dat ik op vrijdag 4 april 2014 in Geneve eenafspraak had gehad met het Internationale Coordinatie Committee (ICC), dat is het internationale overkoepelende orgaan van alle Colleges voor de Rechten van de Mens (NHRIs) in alle landen. Zie ook mijn Engelstalige verslag van deze dag op: http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslag/4690229/icc-how-to-deal-with-nhri
Bij deze meeting heb ik onder andere concrete informatie gekregen over wat ik kan doen als het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens zich niet aan de mensenrechten-standaarden en de Paris Principles houdt. Dat was ook heel erg empowerend.  Nu ben ik minder machteloos.

Na 1 week in Geneve keerde ik op 5 April 2014 weer terug naar Nederland. Ik voelde me gesterkt met de krachtige video-boodschap van de 2 vice-chairs van het CRPD Committee, en de informatie van het ICC over de beklagmogelijkheden mbt het College voor de Rechten van de Mens.

3 dagen na terugkomst in Nederland, op dinsdag 8 april had ik een volgende afspraak bij het College voor de Rechten van de Mens. Ditmaal was het een expert-meeting naar aanleiding van de Concluding Observations van het CAT-Committee, zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2013/06/10/vn-levert-kritiek-op-dwang-in-de-geestelijke-gezondheidszorg/ . Deze meeting was dus ietsje minder persoonlijk dan het gesprek over mijn zaak bij de VN, dat maakt het hopelijk een ietsepietsje makkelijker om kalm te blijven. Voorzichtig en toch vastberaden ging ik naar de CAT-Follow-up meeting bij het College voor de Rechten van de Mens op 8 april 2014. Ik had een video-boodschap en beklagmogelijkheden. En ik had mijn VN-jaarpas van Geneve om, zodat ik me niet zo alleen zou voelen.

Het liep op 8 april 2014 gelukkig een stuk beter dan het gesprek op 24 maart 2014.

Mijn reactie op de overheidsreactie- en de betekenis van mijn zaak bij de VN

De afgelopen weken waren zeer intensief voor mij. Er is ontzettend veel gebeurd. Mijn hoofd is nog steeds erg vol met alles. Maar het gaat wel heel goed.

Brief van de Verenigde Naties aan de Nederlandse Staat
In mijn vorige bericht was al te lezen hoe 2 belangrijke Speciale VN-Rapporteurs zich hebben gebogen over mijn persoonlijke klachten van mensenrechtenschendingen in de GGZ (langdurige dwangtoepassingen in de GGZ en de ontoegankelijkheid van het rechtssysteem met deze klachten).

De Speciale VN-Rapporteur tegen Marteling, Juan E. Méndez, en de Speciale VN-Rapporteur voor het Recht van Iedereen op Gezondheid, Anand Grover schreven een belangrijke brief aan de Nederlandse overheid om hun zorgen uit te drukken over de mensenrechten in mijn persoonlijke situatie, en ze vragen daarbij ook hoever Nederland is met het afschaffen van dwang. De Speciale VN-Rapporteurs geven een lange opsomming van artikelen en referenties, waaruit blijkt dat zij zich op al deze punten zorgen maken over de mensenrechten in de Nederlandse GGZ.

Op maandag 10 maart 2014, in Geneve kreeg ik deze brief voor het eerst te zien, en ik was erg blij met deze erkenning van de VN-Rapporteurs.
• klik hier voor de brief van de Speciale VN-Rapporteurs aan de Nederlandse Staat. https://spdb.ohchr.org/hrdb/24th/public_-_AL_Netherlands_08.10.13_(2.2013).pdf
• Klik hier voor ons Persbericht over deze brief van de Speciale VN-Rapporteurs:

Reactie van de Nederlandse Staat aan de Verenigde Naties
Een paar dagen na thuiskomst, rond 20 maart 2014, toen ik een beetje bijgekomen was, durfde ik het aan om de brief met de reactie van de Nederlandse overheid nogmaals te lezen. Ik had deze reactie van de Nederlandse Staat al wel vluchtig bekeken, en had al gezien dat het geen erkenning gaf. Ik had dit terzijde geschoven, want de eerste dagen wilde ik eigenlijk gewoon genieten van de erkenning die ik WEL had gekregen van de Speciale VN-Rapporteurs. Maar het moment was gekomen dat ik de reactie van de Nederlandse overheid nog eens goed wilde bestuderen.
• klik hier voor de brief: State Reply: 05/12/2013

Ik las de brief grondig, en ik was er meteen erg ziek van. De Nederlandse overheid ontkende mijn klachten; zeiden dat ik nooit geklaagd had; claimden dat ik geen toestemming had gegeven om gegevens te delen; en men zag geen reden om een onderzoek te starten omdat mijn klachten dateren van 1994. Ook werd geclaimd dat de nieuwe wetsvoorstellen (Verplichte GGZ en Zorg en Dwang) de rechten voor clienten voldoende zouden beschermen. De Staat maakt zich dus duidelijk GEEN zorgen om de mensenrechten in de Nederlandse GGZ.

Mijn reactie op de overheidsreactie
Ik was er behoorlijk stuk van om dit alles zo te lezen. Veel argumenten zijn gewoonweg niet waar. Het deed me pijn, en ik voelde me weer enigszins machteloos. Weer aan de kant geduwd… Wat een lompe reactie, nota bene aan de Verenigde Naties Speciale Rapporteurs! Waarom een onderzoek afhouden?? Dit stinkt. Ergens is deze publieke afhoudendheid wederom een bewijs van de ontoegankelijkheid van het Nederlandse rechtssysteem voor klachten zoals de mijne.

Toekomst
Er zullen vast nog meer lastige vragen aan de Nederlandse Staat gesteld gaan worden vanuit de internationale gemeenschap, want mijn zaak staat nu in het jaarrapport van de Speciale VN Rapporteur tegen Marteling en de Speciale VN-Rapporteur voor het Recht van Iedereen op Gezondheid aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. (pagina 84, A/HRC/25/60 add2 )
En ook het VN-Comite tegen Marteling (CAT-Committee) maakt zich zorgen om de mensenrechten in de Nederlandse GGZ, zie ook https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2013/06/10/vn-levert-kritiek-op-dwang-in-de-geestelijke-gezondheidszorg/

Nieuwe normen
In de brief van de Speciale VN-Rapporteurs aan de Nederlandse Staat staat ook iets over het “gevaarcriterium”, omdat mijn zaak dateert van 1994, en toen was de norm: “zo min mogelijk dwang, enkel ter afwending van acuut gevaar voor zichzelf of anderen”. De Special Rapporteurs benoemen dat punt om de aandacht daarop te vestigen. (mijn zaak lijkt namelijk eerder op “zoveel mogelijk dwang”).

De rest van de brief gaat over de huidige standaarden van deze eeuw. De universele mensenrechtenstandaarden mbt dwang in de GGZ zijn sinds 2008 in ontwikkeling, mede naar aanleiding van het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen. zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/03/23/vn-verdrag-erkent-de-rechten-van-personen-met-beperkingen/
Deze ontwikkeling werd ook door de voorgaande Special Rapporteur tegen Marteling, Manfred Nowak opgepakt in 2008 (A/63/175 p.44) en 2009 (A/HRC/10/48 p.48,49).
Sinds 2013 (Mendez A/HRC/22/53) geldt dat er een absoluut verbod dient te komen op alle vormen van dwang in de zorg. Deze paradigma-verschuiving (cultuurverandering) wordt o.a. geillustreerd door de vragen die gesteld worden aan de Nederlandse Staat. “Hoever is Nederland met het afschaffen van dwang? “

Het onderwerp “dwang in de GGZ” staat voortaan onder het thema “marteling” op de internationale mensenrechten-agenda van de Verenigde Naties. Dat betekent dat er internationale druk is om de situatie van dwang in de Nederlandse GGZ te veranderen. Elke overheid is namelijk verplicht om AL haar burgers te beschermen tegen marteling, en AL haar burgers te voorzien van goede zorg. De huidige mensenrechtenverdragen verplichten de lidstaten om dwang in de zorg af te schaffen en bij de wet te verbieden. (Zie ook General Comment No1 on article 12 of the CRPD )

Een andere wereld is mogelijk!

* Weerleggen van onjuistheden mbt mijn persoonlijke zaak:
Ik voel de behoefte om persoonlijk te reageren op de argumenten van de overheid, want het meeste wat ze schrijven is gewoonweg niet waar.
1. De Nederlandse overheid is van mening dat ik nooit heb geklaagd, enkel bij de klachtencommissie in 2004 en dat is “ongegrond” verklaard. Dus volgens hun had ik nog allerlei opties in Nederland om te klagen.

Mijn reactie: Ik heb wél overal geprobeerd te klagen, maar ik kom er niet doorheen! Bij diverse politiebureaus werd ik weggestuurd, en aangifte is pas op 6 januari 2014 gelukt (en ik heb tot op vandaag nog steeds geen reactie daarop ontvangen….). De advocaat die ik sinds 2002 had werd rond 2007 ernstig ziek en moest zijn werk staken. In mijn zoektocht verder, heb ik vele afwijzende brieven gehad van diverse advocaten, de Ombudsman, het College voor de Rechten van de Mens, de PVP, en ook medewerkers van het Ministerie van VWS en V&J konden me niet verder helpen. Zelfs topadvocaten zelf hebben geprobeerd iemand voor me te vinden, en dat lukte ze niet. Zijn er geen experts meer? Zie ook mijn blog: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/01/noodklok-waar-is-de-advocaat-voor-ex-clienten/
Ik heb een waslijst aan pogingen ondernomen om mijn recht te krijgen, en dat is al jarenlang openbaar op internet te vinden, o.a. via deze weblog en in interviews bijvoorbeeld: Interview Psy 2007_Jolijn_Santegoeds
Het rechtssysteem is niet toegankelijk!!

2. De Nederlandse overheid is van mening dat ik geen toestemming heb gegeven om mijn persoonlijke gegevens te delen.

Mijn reactie: Nou ja zeg, geen toestemming?! Ze hebben me niet eens ooit gevraagd om toestemming! Ik zou ja gezegd hebben. Bovendien, mijn verhaal is allang openbaar op internet en andere media (vakbladen, kranten, zelfs op televisie). Eenvoudig te vinden via Google en andere zoekmachines. Mijn separeerbeleid staat al jaren op facebook (ook in het Engels vertaald), en ik heb het hier (onderaan) ook bijgevoegd om aan te tonen dat het voor mij geen geheim hoeft te zijn. Ik heb geen reden om er niet open over te zijn. Ik wil de beerput juist aan het licht brengen. Ik heb zelf de Special Rapporteur benaderd, en ingestemd met publicatie van de gegevens. Mijn naam staat wel openbaar op de klacht. Het argument dat de overheid hier hanteert, dat ik zogenaamd geen toestemming gegeven zou hebben voor het delen van persoonlijk gegevens, getuigt (wederom) van volledige afhoudendheid, en zelfs van onwil (want men heeft het niet eens gevraagd en vult dingen onterecht voor mij in – dat is echt respectloos). Dit illustreert opnieuw de ontoegankelijkheid van de rechtspraak met mijn persoonlijke zaak. Het is een doofpot…

3. De Nederlandse overheid is van mening dat het te lang geleden is om mijn klachten nu nog te onderzoeken.

Mijn reactie: Nou ja… Belachelijk! Echt een doofpot dus… Alsof mijn klachten niet meer geldig zijn omdat de weg te lang is??? Ik ben nooit gestopt met proberen, eigenlijk al 20 jaar. Ik schrijf nog altijd regelmatig brieven met de vraag om juridische hulp. Begin 2014 schreef ik bijvoorbeeld aan juristen (NJCM) en aan Pro Deo (TV-programma), en het College voor de Rechten van de Mens. En jaren eerder, rond 2010/2011 schreef ik dus de Speciale VN-Rapporteur tegen Marteling. Dat was voor mij ook een “uiterste redmiddel”, want ik liep in Nederland dus tegen een muur aan…. Uit wanhoop heb ik mijn volledige dossier in het Engels vertaald, speciaal voor de Speciale VN-Rapporteurs. In Nederland kon/kan ik namelijk helaas geen juridische steun vinden. Ik probeer het nog steeds. En het is juist hoe langer hoe erger. Iedere afwijzing doet zeer. Alsof ze zo opnieuw al mijn rechten van me afnemen.

Maar gelukkig vind ik bij de Verenigde Naties dus wel erkenning. En er is een hele mooie internationale revolutie gaande onder het nieuwe VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen, en ik hoop dat Nederland snel zal aansluiten bij deze internationale trend. Ik heb wel hoop. Ik denk dat de Nederlandse zorgsector werkelijk goede bedoelingen heeft, en dat men er alles aan wil doen om de zorg op het hoogste niveau te brengen. De overheid is eindverantwoordelijk voor de zorgkwaliteit, dus zij dienen deze omslag te faciliteren. Een andere GGZ is mogelijk!

Op de vragen mbt het beleid inzake dwang in de Nederlandse GGZ werd door de Nederlandse Staat verdedigend geantwoord dat het nieuwe wetsvoorstel Verplichte GGZ “clienten zal beschermen” enz. Maar die wetsvoorstellen laten dwang toe, en zijn daarom helemaal niet in lijn met de VN-gedachte. Ik heb hier al eerder tal van berichten over geschreven: zie de tab: Wetswijziging BOPZ/ Verplichte GGZ
Het is duidelijk dat de Nederlandse ontwikkelingen steeds verder achterop raken. In allerlei andere landen wordt al gewerkt aan nieuwe wetgeving in lijn met artikel 12 van het VN-verdrag, zoals onder andere in Argentinie, Australie, Bulgarije, Engeland, India, Ierland, Kroatie, Moldavie, Peru en Spanje bijvoorbeeld.

Moraal van het verhaal.
De grote winst is dus dat de VN-Rapporteurs een pittige brief aan de Nederlandse Staat hebben gestuurd en dat zij zich zorgen maken om de slachtoffers van dwang in de GGZ in Nederland, en dat zij vragen hoever Nederland is met een absoluut verbod op dwang. Dat is echte erkenning van het leed, voor ALLE slachtoffers van dwang in de GGZ!!

Maar helaas, de Nederlandse Staat houdt een onderzoek vooralsnog af en probeert er een doofpot van te maken. We zijn dus nog niet klaar.

Dit alles ging me natuurlijk niet in de koude kleren zitten, en het is nog steeds erg veel om te bevatten. Het is heftig met 2 extreem tegengestelde reacties: Eindelijk Erkenning versus Weer Teleurgesteld. Dat is echt best lastig te hanteren als persoon. En helaas is mijn oorspronkelijke advocaat opnieuw ziek en buiten beeld, en voelt het soms alsof ik er in Nederland dus min of meer alleen voor sta. Dat is soms best wel zwaar.

Gelukkig had ik al een afspraak staan met het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens, enkele dagen later. Ik hoopte dat zij me zouden kunnen helpen met het verdedigen van de mensenrechten voor mensen die met dwang in de GGZ te maken hebben (gehad). Op maandag 24 maart 2014 ging ik naar het College voor de Rechten van de Mens.

Hieronder: Afbeelding separeerbeleid; Is dit zorg?? (nee dus)

img_separeerbeleid001