WHO Toolkit – zonder mijn naam

Op donderdag 28 juni 2012 heeft de World Health Organization (WHO ) een nieuwe set richtlijnen uitgegeven: de WHO Quality Rights Toolkit.
Zie ook http://www.who.int/mental_health/policy/quality_rights/en/index.html

Deze kwaliteitscriteria zijn gebaseerd op het nieuwe verdrag van de Verenigde Naties; het Verdrag inzake de Rechten van Personen met Beperkingen: de Convention on the Rights of Persons with Disabilities (UN CRPD), zie http://www.un.org/disabilities/

De nieuwe uitgangspunten voor kwalitatieve zorg zijn dus gebaseerd op het CRPD, en zijn o.a. : “free en informed consent, supported decision making, right to liberty, freedom from torture and ill-treatment, non-discrimination and non-seggregation”

Ik heb in 2009 en 2011 zelf meegewerkt aan deze WHO Quality Rights Toolkit. Ik heb uitgebreide feedback gegeven, waarvan ook een aantal punten zijn overgenomen. Daarna benaderden de WHO projectleiders mij met de vraag of ik in de lijst van Referenties vernoemd wilde worden. Dat heb ik echter geweigerd, omdat ik de omschrijvingen op sommige punten nog onvoldoende vond.

Deze Toolkit is op zich een stap in de goede richting, en de inleiding is erg sterk. Maar op sommige punten kan ik me er nog steeds niet helemaal in vinden.

De criteria omtrent medicatie (“aard en dosis passend bij diagnose”) vond ik erg magertjes uitgedrukt waarbij er toch nog een soort “medisch model” doorschemert, en dat vond ik onacceptabel.

Ook de zinsnede: “when a person is unable to express his/her will” vind ik een foutieve benaming, die grove afbreuk doet aan de rest van de visie die beschreven wordt.

Ook vind ik dat het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen en separatie (“restraints and seclusion”) nog duidelijker ontkracht had kunnen worden (werkelijk ontkracht). Men laat dit nu voortbestaan als “lage standaard” (bij gebrek aan beter), maar ik vind dat onjuist. Deze opvatting is gebaseerd op het idee dat “arme landen” niet in staat zouden zijn om dit anders te doen, maar dit is onjuist, want “menselijke aandacht” wordt in beginsel niet bepaald door geld, maar door andere factoren. Dwang is onacceptabel, zowel in arme als in rijke landen. Ik zie echt geen reden om het bestaan van dwang te rechtvaardigen, want het werkt averechts op het welzijn van de client, waardoor de problemen dus alleen maar toenemen. Dat is dus geen zorg, maar het tegenovergestelde.

De Toolkit kan door deze “lage standaarden” dus nog steeds tot verkeerde ouderwetse interpretaties leiden. Ik hoop dat dat niet gebeurd, maar naar mijn mening had dit nog sterker verwoord kunnen worden in de Toolkit. Daarom heb ik mij teruggetrokken toen het op naamsvermelding aankwam.

Ik hoop dat de Nederlandse beleidsmakers deze Toolkit ruimhartig zullen interpreteren. In beginsel dienen alle VN-stukken namelijk uitgelegd te worden met een zo groot mogelijk voordeel voor iedereen, dat houdt dus in dat er gestreefd moet worden naar een maximalisering van de beschreven rechten in het voordeel van de clienten.

Ik ben momenteel bezig aan een soortgelijk project, namelijk het geven van feedback op de toolkit van een ander VN-committee, namelijk de SPT (Subcommittee on the Prevention of Torture and Ill-treatment), zie ook: http://www2.ohchr.org/english/bodies/cat/opcat/index.htm Ik ben hiervoor op persoonlijke titel uitgenodigd (daarom ging ik 19/20 juni ook naar Geneve voor een 2-daagse workshop met de leden van het SPT). Ook dit zijn weer interne zaken waar ik nu niet direct openheid over kan geven, maar ik blijf even kritisch als altijd.

Advertenties