Hoorzitting Tweede Kamer over ratificatie VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen

Gisteren, maandag 9 februari 2015, ging ik naar de Tweede Kamer in Den Haag voor de Hoorzitting over de ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen. De Hoorzitting was bedoeld om de leden van de Tweede Kamer Commissie van VWS, te informeren over de reacties van veldpartijen op de ratificatie-wetsvoorstellen mbt het VN-verdrag.

 

Ik was geen spreker maar zat op de publieke tribune. Ik had me erg verheugd op de Hoorzitting, omdat dit een mijlpaal zou zijn voor de erkenning van mensenrechtenschendingen door dwang in de zorg. Dit thema zou oa onder de aandacht worden gebracht door de Coalitie voor Inclusie, door LPGGZ en door het College voor de Rechten van de Mens. Ik had er erg veel zin in om dit te aanschouwen.

 

Vooral de erkenning door het College voor de Rechten van de Mens is daarbij een mijlpaal, aangezien ik daar vorig jaar nog enkele zeer heftige discussies heb gehad (zie o.a. https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/04/16/zwaar-gesprek-bij-college-voor-de-rechten-van-de-mens-op-24-maart-2014/ ). Er is nu dus sprake is van een visie-verandering.

 

Het officiele schriftelijke advies van het College voor de Rechten van de Mens  over de ratificatie-wetsvoorstellen bevat een kritische passage over dwang in de GGZ:

 

Het College wijst er op dat het toezichthoudend VN-Comité bij het verdrag benadrukt dat gedwongen behandeling door psychiatrische en andere medische professionals strijd oplevert met de beginselen van het recht op persoonlijke integriteit (artikel 17), de vrijwaring van foltering (artikel 15) en de vrijwaring van geweld en misbruik (artikel 16). Mensen met een beperking hebben het recht een medische behandeling te kiezen. Het gedwongen opleggen van een behandeling is volgens het Comité dan ook een inbreuk op artikel 12 van het verdrag.1 Ook wanneer mensen in (psychiatrische) instellingen in crisissituaties geraken moet de Staat hun handelingsbekwaamheid respecteren.

Het College vraagt uw Kamer bij de behandeling van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang na te gaan of de verplichtingen ten aanzien van dwang in de zorg op grond van de verplichtingen uit het verdrag aanpassing behoeven.

(bron: Pagina 8 Advies College voorde Rechten van de Mens: http://www.mensenrechten.nl/publicaties/detail/34841 )

 

De omslag in de visie van het College voor de Rechten van de Mens is een belangrijke doorbraak, en ik keek er erg naar uit om dit werkelijk benoemd te horen worden in de Tweede Kamer. Dat is wellicht voor het eerst dat er echt serieus over het afschaffen van dwang wordt gesproken, een mijlpaal in de geschiedenis van de clientenbeweging.

 

Vol goede moed ging ik naar Den Haag. Om 10.00 begon de Hoorzitting over ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen.

 

De sprekers waren verdeeld over 3 blokken, en kregen elk 2 minuten om hun expert-visie toe te lichten, waarna de Kamerleden nog enkele verhelderende vragen konden stellen.

 

De eerste spreker was Dick Houtzager van het College voor de Rechten van de Mens. En hij zei het!! Hij benoemde 3 hoofdpunten:  toegankelijkheid, gelijke behandeling en regie, en bij het punt regie benoemde hij dat herzien moest worden of wetsvoorstel Zorg en Dwang en wetsvoorstel Verplichte GGZ aan het mensenrechtenverdrag voor de rechten van personen met beperkingen voldoet met het oog op ondersteuning. En dit geldt ook voor wetten over curatele, bewind en mentorschap. Ook is het College bereid om de rol van monitoring op zich te nemen.

 

Ik was blij om dit standpunt van het College voor de Rechten van de Mens te horen, ook al was het nogal summier en droog geformuleerd (er was ook maar heel weinig spreektijd). Het is een mijlpaal.

De dag begon dus goed.

 

Blok 1 vervolgde met een bijdrage vanuit de VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland), waarbij gesteld werd dat de mate van specialisatie in de zorg ook heeft bijgedragen aan exclusie, omdat de kennis van de sector niet is doorgevoerd naar de buitenwereld. Hierdoor ontstaan er oa veel problemen zijn bij de overgangen in de keten, zoals bijvoorbeeld in de bejegening van een persoon met een verstandelijke beperking in de periode voor, tijdens en na justitiele detentie. VGN pleitte er dan ook voor om de kennis die verzameld is in de sector door te voeren in de rest van de samenleving.

 

Daarna kwam aan bod: Toegankelijkheid van sport (NOC-NSF), toegankelijkheid van de horeca (Horeca Nederland), inclusie van personen met beperkingen in de bouw-uitvoering (Bouwend Nederland), de relatie tussen inclusief openbaar vervoer en specifiek doelgroep-vervoer (Connexxion/Veolia).

De laatste bijdrage van Blok 1 ging over het grote knelpunt mbt zorgvraag en indicatiestelling (WMO-onderzoek wat vaak fout gaat), waardoor op allerlei plaatsen in het land, mensen niet de zorg krijgen waar zij recht op hebben (ANBO).

 

De vragen van de Kamerleden gingen vervolgens hoofdzakelijk over toegankelijkheid, waarbij de genodigde sprekers benadrukten dat inclusie en toegankelijkheid begint met besef en bewustwording, geillustreerd met een voorbeeld van het voorlezen van de menu-kaart in de horeca (dat kost eigenlijk niets, maar het begint bij een besef van gastvrijheid en inclusie).

Helaas werd er niets meer gezegd over dwang in de GGZ.

 

Na een korte pauze van 5 minuten begon Blok 2.

 

Illya Soffer van Iederin gaf een treffende uiteenzetting van het belang van regie, inclusie en de mensenrechten in het VN-verdrag: Dat het gewoon is dat ik er ook ben. Het VN-verdrag biedt een routebeschrijving om stap voor stap tot inclusie te komen, en om beeldvorming, houdingen en gedrag ten aanzien van personen met beperkingen te veranderen. Het voeren van eigen regie, zeggenschap en keuzes behoort normaal te zijn voor ieder mens, ook voor personen met beperkingen. Iederin pleit voor een daadkrachtige implementatie en stelde dat de huidige ambities van de regering teleurstellend zijn.

 

Daarna volgde een bijdrage over de toegankelijkheid van kieslokalen en het stemproces (Kiesraad), waarbij de huidige ambitie van de regering (25% toegankelijkheid) als ondermaats wordt beschouwd.

 

Daarna sprak Conny Kooijman van LFB (vereniging door en voor verstandelijk gehandicapten) over de toegankelijkheid van informatie en voorzieningen in de samenleving voor personen met een verstandelijke beperking, zoals ontoegankelijke brieven van instanties, OV-voorzieningen en reis-informatie, het stemproces bij verkiezingen, en allerlei andere aspecten van het leven in de samenleving als medemens. Ook benadrukte Conny dat het wegvallen van subsidies een groot probleem is, waardoor de belangenorganisatie onder druk komt te staan. Betaalde krachten zijn nu onbetaald, en doen het werk als vrijwilligerswerk, en ervaren bijkomende druk van de participatiewet (verplicht betaald werk zoeken).

 

De volgende spreker was Nic Vos de Wael namens het Landelijk Platform GGZ (LPGGZ,). Hij sprak over het terugdringen van separeren in de GGZ. De ontwikkeling van High en Intensive Care in de GGZ (www.hic-psy.nl) laat zien dat het separeren teruggedrongen kan worden tot 0 of bijna 0, door het humaniseren van de zorg en het aanbieden van intensieve 1 op 1 zorg. Maar er bestaan grote verschillen tussen instellingen, en enkele instellingen melden een toename van dwang vanwege de bezuinigingen. Het VN-verdrag is een kans om goede zorg te realiseren en de afgevlakte ambitie om dwang terug te dringen te doen herleven. Het LPGGZ pleit ervoor om de interpretatieve verklaring mbt artikel 14 te schrappen, en wil graag het debat aangaan over het VN-verdrag en de GGZ. Het LPGGZ vindt dat wetsvoorstel Verplichte GGZ en wetsvoorstel Zorg en Dwang getoetst moeten worden aan het VN-verdrag.  Daarnaast benoemde LPGGZ het thema arbeid (slechts 20% heeft betaald werk) en illustreerde het thema inclusie met de problematische nieuwe regelgeving waarin de mogelijkheid bestaat om mensen een woning te weigeren op basis van overlast-meldingen uit het verleden, maar het is natuurlijk niet veiliger om deze mensen op straat te laten staan.  Het LPGGZ benadrukte: ratificatie is niet vrijblijvend en discriminerende wetten moeten worden tegengegaan.

Ik was blij dat het LPGGZ deze punten verwoordde.

 

Daarna werd er nog gesproken over de onduidelijkheden rond de rol en plichten van werkgevers mbt inclusie van personen met beperkingen  (VNO-NCW MKB Nederland),  over toegankelijkheid van winkels en webshops, en de ontwikkeling van een platform voor winkeliers voor informatie-uitwisseling mbt concrete instrumenten en aanpak (Detailhandel Nederland), en over premieberekening, risico-ontwikkeling en verzekerbaarheid  (Verbond van Verzekeraars).

 

Een krachtige bijdrage kwam vervolgens van Eva Westerhoff van Dovenschap. Zij was uitgenodigd als spreker, maar de Tweede Kamer had er niet aan gedacht om een gebaren-tolk te regelen, dus dat had ze zelf maar gedaan, en niet enkel voor zichzelf, maar ook zodat de Kamerleden haar konden begrijpen (die opmerking was een treffende illustratie van de tweeledigheid van inclusie, en bracht de Kamerleden lichtelijk in verlegenheid). Ze vertelde dat tal van aanpassingen nodig zijn in de Nederlandse wetgeving om barrieres weg te nemen voor de inclusie van doven en slechthorenden, zodat ook zij hun talenten kunnen benutten, hetgeen uiteindelijk een kostenbesparing is (geen uitkering maar een opleiding en werk). Ze pleitte expliciet voor de erkenning van de Nederlandse gebarentaal als officieel erkende Nederlandse taal, want dat is nu niet zo, hetgeen leidt tot veel problemen mbt voorzieningen.

 

De laatste bijdrage van Blok 2 was van LOC en ging over inclusief design (design for all). Veel voorzieningen zijn nu “exclusief” dwz. enkel ingericht op mensen zonder beperkingen, en aanpassingen zijn vaak duur en soms niet eens mogelijk. Door voorzieningen “inclusief” vorm te geven (toegankelijk OV, eenvoudig aanpasbare woningen enz.) worden de hoge aanpassingskosten omlaag gebracht of zelfs overbodig, en kunnen mensen met beperkingen ook zelfstandig meedoen in de samenleving, hetgeen een recht is en geen extraatje.

 

Na Blok 2 werden er ook weer vragen gesteld, wederom vooral over concrete doelgroep-voorzieningen en toegankelijkheid, en over de organisatie van clientenorganisaties (door bezuinigingen is dit voor bijna iedereen vrijwilligerswerk, en inkomsten zijn veelal versnipperde project-subsidies met een grote administratielast, en veel lokale initiatieven zijn gestopt terwijl de decentralisaties van de zorg en sociale voorzieningen nu juist vragen om lokale belangenbehartiging).

 

Na de lunchpauze van 30 minuten begon Blok 3, het laatste blok van deze bijeenkomst.

Peter Hoogenveen van de Coalitie voor Inclusie sprak over de tendens in de huidige samenleving waarbij iedereen met een streepje uitgesloten wordt, hetgeen leidt tot een onhoudbare en onbetaalbare situatie. Mensen met een beperking zijn geen kostenpost, maar de uitsluiting is de kostenpost. Het is zaak om de toegankelijkheid van de samenleving te repareren, hetgeen weerspiegeld wordt in de uitspraak: van medisch naar sociaal model.  Gelijkheid voor de wet betekent dat zeggenschap en beslissingen van een persoon niet overgenomen kunnen worden door een ander, en het VN-verdrag stelt dat er zonodig begeleiding beschikbaar moet zijn ter ondersteuning van de uitoefening van de wil en wensen van de persoon. Er kan geen voorbehoud zijn op zelfbeschikking. Meedoen is een recht, dus in plaats van lange discussies zou de Nederlandse staat ambitie moeten tonen, en bijv. mbt verkiezingen de norm stellen op 90-100% toegankelijke stemlocaties ipv de huidige 25%.

 

Daarna werd er gesproken over: het advies om nader onderzoek te doen naar procedures en aanpassingskosten voor bestaande ondernemers in geval van verzoeksprocedures voor aanpassingen (Actal)

 

Hadewych Cliteur van de koepel van ouderenorganisaties (CSO) sprak over de positie van ouderen,  die steeds langer thuis wonen, echter vaak in niet-levensloopbestendige woningen, waarvan de aanpassing complex en duur is. Ouderen ondervinden vaak tal van barrieres in de samenleving, zoals toenemende digitalisering, en een afname van voorzieningen als pinautomaten, buurtwinkels, kerken enz. De ratificatie van het VN-verdrag biedt kansen om niet enkel te kijken naar de gezondheidszorg, maar ook naar de kwaliteit van leven en de toegankelijkheid van de samenleving voor ouderen. Het VN-verdrag is geen bezigheidstherapie, en net als veel andere sprekers benadrukte ze dat er een gedegen plan van aanpak voor implementatie dient te komen.

 

Vanuit de Oogvereniging werd er aandacht gevraagd voor tal van barrieres die gelijkwaardig meedoen verhinderen voor blinden en slechtzienden, zoals het OV-chipkaart-systeem dat niet toegankelijk is, ontoegankelijke websites en informatie, problematische toegang tot het stemproces bij verkiezingen, en voorzieningen die blindegeleidehonden weigeren enz. Slechts 39% heeft betaald werk.

 

Daarna volgde een bijdrage vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over lokale implementatie waarbij er diversiteit bestaat tussen gemeenten bij het vormgeven van gemeentelijke beleid en praktische voorzieningen. Enkele gemeenten houden al rekening met het VN-verdrag als leidraad bij beleid (o.a. Middelburg en Utrecht).

 

Daarna werd er vanuit de NS gesproken over de (on)toegankelijkheid van het spoorwegvervoer, waarbij benadrukt werd dat de fysieke aanpassing van treinen zeer lastig is ivm de afschrijftijd van 30 jaar, maar de NS hoopt wel elk jaar iets te verbeteren….  (dit was geen indrukwekkende bijdrage).

 

Gerrit van der Meer van de Landelijke Clientenraad mbt sociale zekerheid (LCR) stelde eveneens dat er een goed plan van aanpak voor implementatie nodig is, en dat er een discrepantie bestaat tussen de participatiewet en het VN-verdrag, mbt discriminatie op het vlak van arbeid. Een inclusieve samenleving is veel rijker dan een samenleving die mensen uitsluit.

 

Daarna was er een bijdrage van Aline Saers van PerSaldo (belangenorganisatie van PGB-houders). Eigen regie is een voorwaarde voor participatie en maatschappelijke deelname, en eigen regie is bovenal een basisrecht. Uitsluiting van personen met beperkingen vindt nog dagelijks plaats, en het is nu nodig om stappen te zetten die echt bijdragen aan volwaardig meedoen en inclusie. Er zijn nog veel barrieres, zoals bijvoorbeeld: de lijst met verzekerde zorg bevat geen hulp buitenshuis (moet je dan maar altijd binnenblijven?). Ook zijn de voorzieningen opgedeeld over verschillende loketten en regels, waardoor het een enorm grote uitdaging wordt om levenslange en levensbrede ondersteuning te regelen. Door het zorgdomein te koppelen aan het VN-verdrag, komt participatie en inclusie van personen met beperkingen op de agenda. De huidige wetten en regels dienen getoetst te worden aan het VN-verdrag , en gemeenten dienen voorwaarden mb inclusie en participatie te stellen aan zichzelf en anderen.

 

De laatste spreker was Jacqueline Kool vanuit Disability Studies. Ratificatie van het VN-verdrag is een historisch moment omdat personen met beperkingen worden erkend als burgers, net als anderen. Personen met beperkingen hebben nog vaak te maken met discriminatie en uitsluiting, o.a. op het vlak van autonomie en eigen regie. Het VN-verdrag benadrukt het belang van actie om gelijkheid te realiseren. Een rode draad in het VN-verdrag is het participatiebeginsel: Nothing about us, without us. Dit impliceert dat de ervaringsdeskundigheid en kennis van personen met beperkingen dient worden erkend en benut bij kennisontwikkeling, en ook bij beleidsvorming en uitvoering van het VN-verdrag. Het thema eigen regie is een belangrijk thema in het VN-verdrag.  De huidige terugloop van voorzieningen bijt de uitvoering van het VN-verdrag.

 

Daarna was het tijd voor de vragen van de Kamerleden over Blok 3.

 

De eerste vraag was van Kamerlid Renske Leijten (SP) en zij vroeg aan de sprekers of zij konden aangeven welke wetten er gewijzigd dienden te worden voor een goede uitvoering van het VN-verdrag. Er werden tal van wetten genoemd, zoals kieswet, participatiewet, zorgverzekeringswet, quotumwet, omgevingswet, ziektewet, WIA, onderwijs en langdurige zorg. Maar er werd niets meer gezegd over dwang in de GGZ (wet verplichte GGZ en wet Zorg en Dwang) , terwijl de Coalitie voor Inclusie hier in principe ook onze belangen zou behartigen…

Dat trok ik even niet. Ik voelde me vergeten, en dat had ik niet verwacht, omdat ik binnen de Coalitie juist gehoor vindt (en het staat wel in de schriftelijke reactie, p4-5 http://www.vnverdragwaarmaken.nl/images/vninfo/14-0411_Bijlage_Alliantie.pdf ).

Misschien was het juist daarom, dat ik het ongelooflijk schokkend vond dat dit thema “vergeten” werd. Het voelde opeens weer alsof men alles belangrijker vindt dan het lot van de mensen die opgesloten zitten in isoleercellen, onderworpen aan dwang in de GGZ… Het voelde als uitsluiting, terwijl ik er juist op rekende dat het ditmaal anders zou zijn… dat deed echt pijn, en ik werd er zelfs onverwacht emotioneel van, dus toen ben ik maar heel even weggegaan naar de wc.

 

Daarna heb ik nog naar de laatste vragen en antwoorden geluisterd, wat o.a. ging over good practices, proportionaliteit van aanpassingen, gemeentelijk beleid (individueel maatwerk versus algemeen beleid) en clientenparticipatie.

 

Het viel me wel op dat de vragen van de Kamerleden voornamelijk praktisch van aard waren (welke voorzieningen en wijzigingen zijn er nodig), en het leek alsof dit vanuit een “ouderwets” zorg-perspectief werd benaderd (in het licht van versnipperde zorgkosten en haalbaarheid, grenzend aan symptoombestrijding), terwijl het gaat over inclusie: meedoen is een basisrecht.  Deze omslag in denken zag ik nog niet terug in de vragen.

 

Rond 15.00 was de sessie afgelopen. De Tweede kamer zal nu gaan kijken of er nog een consultatie-ronde en/of hoorzitting nodig is voordat men overgaat tot parlementaire behandeling van de ratificatie-wetsvoorstellen.

 

Ik had echt een dubbel gevoel toen ik wegging: Enerzijds was ik echt blij omdat het College voor de Rechten van de Mens, en ook LPGGZ, het punt hadden gemaakt dat dwang in de GGZ niet langer toelaatbaar is onder de nieuwe mensenrechtenstandaarden. Dat is een mijlpaal!
Maar ik was ook teleurgesteld dat dit thema aan het einde van de sessie alweer uit beeld was geraakt, en het is pijnlijk en zorgelijk dat de spreker van de Coalitie voor Inclusie ons zomaar eventjes vergat (dat hoort niet te kunnen). Maar ja, de spreektijd was ook erg kort, en wellicht was hij overdonderd door de vraag. Het was vast een eenmalige vergissing. Maar toch, in de toekomst moet dit wel beter, want mensen in isoleercellen, mensen onderworpen aan dwang in de zorg, mogen niet langer worden vergeten als het gaat over mensenrechten! 

 

Ik ben echt benieuwd hoe dit verder zal gaan.

Advertenties

Opening HIC-afdeling bij GGZ Breburg

Op woensdagmiddag 28 januari 2015 ging ik naar GGZ Breburg, Jan Wierhof in Tilburg voor de opening van de HIC, de nieuwe High en Intensive Care afdeling. De opening bestond uit een paar korte presentaties over de nieuwe HIC-afdeling en visie, en daarna een rondleiding over de nieuwe, verbouwde afdeling. Het was een echte openings-ceremonie met tal van trotse gezichten en dankwoorden enzo.  Gelukkig was het niet al te feestelijk (dus niet zoals bij Parnassia in 2011 waar men slingers in de zogeheten separeer-nieuwe-stijl had gehangen). Vooral de rondleiding vond ik toch wel heftig en zette me enorm aan het denken.

Officieel deel
De middag begon om 13.30. Het officiele programma was al begonnen toen ik binnenkwam. Als eerste legde Tom van Mierlo, directeur behandelzaken, heel kort de HIC-visie uit. Dit verhaal was mij al bekend, zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/06/11/hic-congres-5-juni-2014-nooit-meer-eenzame-opsluiting/

Daarna was er een bijdrage vanuit ervaringsdeskundig perspectief, door Alwin Verdonk en Bram Berkvens. Zij benoemden een aantal leerpunten op een ludieke manier, in de stijl van:  “Weet je nog, vroeger, toen er geen aandacht was…”. Daarna vertelden ze over hun eigen herstelproces, en de belangrijke bijdrage van persoonlijke leefomstandigheden en sociale relaties aan herstel . Ook spraken zij over goede nieuwe ontwikkelingen in het HIC-zorgaanbod, waarbij er nu meer aandacht is voor de persoonlijke context en persoonlijke wensen op sociaal en maatschappelijk vlak.

Niek van Haasteren haakte hierop aan vanuit familieperspectief, en benadrukte het belang van het betrekken van familie bij de behandeling, en de noodzaak om dit dan ook te faciliteren op de afdelingen door bijv. een open deur voor bezoek, Rooming-In (logeerbed, maaltijd enz.) en trainingen op het gebied van herstel en empowerment (HEE) speciaal voor familie en naastbetrokkenen.

Tenslotte was het woord ook nog even aan prof. Niels Mulder (Erasmus universiteit) die benadrukte dat de HIC-ontwikkeling een enorme historische mijlpaal was, omdat het HIC-model herstel als leidend principe neemt, en niet de opsluiting, zoals sinds de 18e eeuw gewoon was in de GGZ. En het is ook erg bijzonder dat deze verandering Bottom-Up (vanuit het veld, niet door de politiek) is ingezet. En bovendien is het HIC-model ook een ongekende samenwerking vanuit de zorg, wetenschappers en ervaringsdeskundigen.

Hij vond dat ervaringsdeskundigen het openingsritueel behoorden te voltrekken, en een aantal aanwezige ervaringsdeskundigen van GGZ Breburg onthulden vervolgens een kunstwerk van een oude separeerdeur bedrukt met teksten.

Rondleiding
Na de pauze begon de rondleiding, verdeeld in kleinere groepjes. Hieronder zal ik uitleggen wat ik heb gezien.

Er waren in totaal 5 verschillende types faciliteiten:   1. Medium Care, 2. High Care, 3. Intensive Care met open deur, 4. Intensive Care met dichte deur en 5. EBK (Extra Beveiligde Kamer)

 

1. Medium Care = een gesloten afdeling met 10 eenpersoons-slaapkamers, en een gezamenlijke huiskamer, keuken en activiteitenruimte.

Medium Care slaapkamer
Afbeelding: Medium Care slaapkamer

 

De tweede variant was de High Care-afdeling:

2. High Care = gesloten afdeling met 10 eenpersoons-slaapkamers, en een gezamenlijke huiskamer, keuken en activiteitenruimte.

High Care slaapkamer
Afbeelding: High Care slaapkamer

Zowel bij Medium Care als bij High Care kan er een logeerbed voor een naaste in de slaapkamer worden bijgezet. Er zijn ook Familie-kamers, waar naasten kunnen intrekken (hetzelfde type kamer).

 

De derde variant was de Intensive Care:  Hier wordt intensieve 1 op 1 begeleiding gegeven, de psychiater komt 2x per dag langs.

3. Intensive Care = een gesloten afdeling met 4 grote afsluitbare kamers ofwel “Intensive Care-units” en 2 Extra Beveiligde Kamers (EBK).

4. Intensive Care Unit = grote slaapkamer die op slot kan

Bij de Intensive Care zitten er lampjes in de deurklink. Het lichtje in de deurklink kan door de client ingesteld worden op Groen of Oranje, of door de verpleging op Rood. Groen betekent : open deur, Oranje betekent: dichtgemaakt door client, en Rood betekent: op slot door verpleging.

Intensive Care deur   Intensive Care Unit
Afbeelding: Intensive Care unit

 

Het laatste type is de Extra Beveiligde Kamer (EBK)

5. Extra Beveiligde Kamer (EBK) = separeer of isoleercel, hoewel men dat ontkent, en zegt dat een EBK “humaner” is dan een separeer, omdat er een soort rare WC in zit.

De 2 aanwezige EBK’s wil men overigens NIET gaan gebruiken. Men wil dat de zorg op de IC zo goed is dat de EBK niet nodig is.

EBK - Extra Beveiligde Kamer

EBK toiletEBK raamEBK deur EBK deur

EBK bel en krijtbordkale EBKEBK - Extra Beveiligde KamerEBK - Extra Beveiligde Kamer
Afbeelding: EBK – Extra Beveiligde Kamer

Tja. Wat vind ik hier nou van. Het is behoorlijk dubbel allemaal. De slaapkamers op zich zeggen natuurlijk niet zoveel. Het gaat om de uiteindelijke sfeer en de bejegening. En de EBK is natuurlijk gewoon een isoleercel, ongeacht de officiele naam. (Het blijft onbegrijpelijk dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg deze ruimtes als pseudo-alternatief voor separeercellen voorschrijft). De EBK heeft niets met goede zorg te maken. Het is een brute afstraffing van psychiatrische problemen. Dat is barbaars en primitief. Echte zorg is iets heel anders.

Ik was er behoorlijk ziek van om deze EBK te zien. Ik was meteen bang dat men helemaal niets geleerd had in de afgelopen jaren. Ik had op zich een redelijk vertrouwen in het HIC-model, maar  als je dan zo’n cel ziet, dan vraag je je toch af of dat vertrouwen terecht is. Maar er is wel een lichtpuntje. Een aantal jaren geleden waren er nog 28 separeercellen bij GGZ Breburg. Dat is via de projecten Dwang en Drang eerst afgebouwd naar 14, toen naar 11, toen naar 8, en nu zullen er nog 4 EBK’s overblijven.  Het worden dus wel steeds minder cellen, en dat is een reden om toch hoop te houden, ondanks de absurde, onmenselijke, vernederende EBK, die meer lijkt op een politiecel dan op een zorg-faciliteit.

Ik weet dat men de cel niet wil gaan gebruiken, (en dat de cel wellicht om die reden zo afschrikwekkend is opgezet). Men wil inzetten op Intensive Care, maar die kan ook op slot. In totaal zijn er behalve de 4 EBK’s bij heel GGZ Breburg in totaal ook nog 8 IC-Units die op slot kunnen.  En het is mij niet duidelijk of de overige slaapkamers mogelijk door de verpleging op slot kunnen worden gezet (zoals een zogeheten kamer-programma of verplichte rusttijd). Maar aangezien GGZ Breburg wel ambitie toont in het afschaffen van dwang, hoop ik dat dit niet gebeurt.

De hele HIC-afdeling blijft een heel dubbel gevoel oproepen, want je kan er niet weg. Hoe is het om opgesloten te zitten in een iets luxere kamer (IC-unit), ook al is het geen EBK-cel? Of om verplicht op een afdeling te zijn waar je niet af mag, enkel een paar meter binnentuin…?  Dat is nog steeds niet prettig.  De instelling heeft wel zijn best gedaan om de slaapkamers mooi te maken, door een grote verbouwing, en er valt bijv. veel meer daglicht binnen. Maar toch, het blijft een instelling. De gangen met kamerdeuren zijn gebleven.  En de afdelingen zitten allemaal op slot, dus je kan er niet zomaar uit. Dan is 1 vleugel van dit gebouw je hele leefwereld. Dat vind ik toch wel beklemmend, en het roept een gevoel van ongelijkheid en minderwaardigheid (ondergeschiktheid) op als een ander bepaalt waar je mag gaan en staan.

gang van High Care-afdeling 
Afbeelding: gang van High Care afdeling

De hele situatie doet me ook denken aan de opening van de High Care-unit bij GGzE in Eindhoven in 2012.  (zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/07/high-care-unit-van-ggze-brengt-me-van-mijn-stuk/ )

Ook dat is een nieuw gebouw met veel licht, kleur en technologische snufjes, bedoeld als zogenaamde Healing Environment (helende omgeving). Maar het is wel een afgesloten gebouw, een gesloten afdeling. Als je daar zit, dan mag je niet weg.

Ik herinner me een zeer treffende presentatie van Chantal Schiks, ervaringsdeskundige en herstelcoach (oa bij GGzE). Zij gaf eens een sterke illustratie van een Helende Omgeving. Ze legde uit dat haar auto soms een helende omgeving is waar ze helemaal tot rust kan komen, maar niet als ze in de file staat… en dat geldt ook voor de bank thuis, die is tijdelijk prettig, maar gaat ook vervelen. Het is belangrijk dat je uit de auto kan stappen, of je huis uit kan gaan als het niet meer fijn en helend voelt. De optie om eruit te kunnen is belangrijk.

En dat is precies wat ik ook voel bij de High Care (HIC) van Breburg. Het gaat niet om het gebouw. Het gaat om het leven van de mensen die erin moeten zitten, en dat kan je niet zien aan de muren.

Het feit dat er sloten op de deuren zitten, wekt bij mij de vraag op in hoeverre dit anders is dan een  andere gesloten afdeling??

En het feit dat de sloten een grotere rol krijgen bij Intensive Care is toch ook zorgwekkend, omdat er blijkbaar nog steeds een automatische link wordt gelegd tussen de intensiteit van de zorgvraag en de mate van vrijheid.  Wat men noemt: opschaling naar 1 op 1 begeleiding op de Intensive Care, kan men ook uitleggen als een verdere exclusie van de groep en een verarming van het sociale leven.  Is dat uberhaupt helend??

Het is ook ronduit bizar om te zien dat de Helende Omgeving stopt bij de EBK (daar is frisse buitenlucht al taboe). Daar houden dus alle principes op te bestaan… Dan ben je de beschaving voorbij… En dat is dan blijkbaar nog steeds gewoon legaal, zonder proces of strafblad in een cel, onder het mom van ZORG??

En is het helend om opgesloten te worden in een slaapkamer (IC-unit)??  Is het helend om opgesloten te worden in een prive-vleugel?  Is het helend om opgesloten te worden met een groep van 10 anderen met een mooie slaapkamer voor jezelf en een groep verpleging die je verder ook niet kent?? Is een kliniek uberhaupt een zinnig concept??

Geestelijke gezondheidszorg hoeft in principe niet locatie-gebonden te zijn, en zeker niet in een isolement.

 

Ik denk dat oprecht dat er een ander antwoord op crisis-situaties nodig is, waarbij de client niet zijn vrijheid hoeft in te ruilen voor hulp, en waarbij er ruimte is voor maximale diversiteit, want geen enkele situatie is hetzelfde.

Er zijn ook echte alternatieven, zoals bijvoorbeeld een Eigen Kracht-conferentie (www.eigen-kracht.nl ) , waarbij de persoon en het netwerk gezamenlijk de wenselijke ideeen in kaart brengen om een crisis-situatie te doorstaan, en daarmee onwenselijke maatregelen zoals dwang en opname kunnen voorkomen.

Ook de Open Dialogue-benadering (https://www.youtube.com/watch?v=ywtPedxhC3U ) is een zeer inspirerende ontwikkeling, waarbij mensen in een psychotische episode niet langer uitgesloten worden van contact (zoals het ouderwetse verbannen naar totale eenzaamheid of wegdrogeren), maar waar juist het gesprek wordt aangegaan om samen te leren leven, in welke hoedanigheid dan ook.

 

Mijn conclusie
De HIC-afdeling van Breburg op zichzelf is dus niet echt vernieuwend, en ongeveer even dubbelzinnig als de High Care-afdeling van GGzE, met mooie woorden en mooie verf voor een gesloten afdeling, en nog steeds isoleercellen.

MAAR, toch zijn er wel echt tekenen van een cultuurverandering. De verbouwing is een gevolg van een bewustzijnsverandering, en ook zonder de verbouwing heeft men het separeergebruik al drastisch teruggedrongen op deze locatie, dus wellicht geeft deze verbouwing weer een extra zetje aan de cultuurverandering, en kan men nu voorkomen dat men de lugubere EBK in gebruik neemt.  We zullen het zien.

Daarnaast maakt de HIC-afdeling (de fysieke, klinische afdeling) deel uit van een groter verander-traject: het HIC-model, waarbij opname niet langer centraal staat bij de zorg, maar enkel dient voor crisis-situaties die de ambulante zorg (nog) niet aankan.

Voor informatie over het bredere HIC-model, zie:  https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/06/11/hic-congres-5-juni-2014-nooit-meer-eenzame-opsluiting/

Het HIC-model is een doorontwikkelings-model, dwz dat de situatie nog niet uit-ontwikkeld is. Het is de bedoeling om steeds meer goede zorgpraktijken bijeen te brengen, waardoor dwang overbodig zal worden. De ervaringen van clienten en andere betrokkenen zullen moeten uitwijzen hoe de HIC-afdeling, en het HIC-traject bij GGZ Breburg uiteindelijk bevallen.

We kunnen enkel hopen dat er via het hele HIC-traject uiteindelijk een doorbraak gerealiseerd kan worden in het afschaffen van de ouderwetse opsluit- en dwangpraktijken. Van 28 naar 4 cellen is sowieso hoopgevend. Ik kan alleen maar zeggen: Ga door met veranderen!

Bijeenkomst bij College voor de Rechten van de Mens – dit keer positief

Afgelopen vrijdag 30 oktober ging ik naar ’t Veerhuis in Nieuwegein voor de bijeenkomst “Leven met een beperking in Nederland”, georganiseerd door het College voor de Rechten van de Mens, zie https://mensenrechten.nl/agenda/bijeenkomst-leven-met-een-beperking-nederland

Het bleek een bijzondere dag te worden.

 

Het doel van de bijeenkomst was, dat mensen met beperkingen en ervaringsdeskundigen meedenken over de uitwerking en invulling van het VN-verdrag, en informatie aan het College geven voor de implementatie (uitvoering) van het VN-verdrag.

 

Om 14.00 begon het programma met een korte inleiding over de stand van zaken rond het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen in Nederland. Er zijn verschillende thema’s die belangrijk zijn en uitgewerkt worden, bijvoorbeeld mobiliteit en toegankelijkheid, onderwijs en werk, zelfstandig wonen, maar ook zeggenschap en het nemen van beslissingen, hoewel over dat laatste nog weinig wordt geschreven in het ratificatie wetsvoorstel van de regering. Het is nu dus de bedoeling dat mensen met beperkingen en ervaringsdeskundigen actief meedenken over goede oplossingen om de mensenrechten voor personen met beperkingen in Nederland goed en volledig te realiseren. Ik was er uiteraard om de belangen van GGZ-clienten te behartigen.

 

Vanaf 14.15 begonnen er 6 verdiepende workshops, met 6 verschillende thema’s. Ik ging naar de workshop over Persoonlijke integriteit en Privacy. Er waren ongeveer 10 deelnemers met diverse achtergronden en chronische aandoeningen, en ook Nannie Flim van de Stichting PVP was erbij. Als eerste benoemde iedereen een paar belangrijke knelpunten waar hij/zij tegenaan liep. Dat leverde een interessante uitwisseling op over vooroordelen (afwijzing), bureaucratie en de vele brieven die gestuurd worden (niet allemaal even doordacht en vriendelijk…), dossiervormen en wat daarmee allemaal mee gebeurt, en het figuurlijk uitkleden van mensen door het afpakken van voorzieningen die er waren en non-stop herkeuren (3 of 4x per jaar, alsof je bij voorbaat een fraudeur bent). Ook kwam het onderwerp dwang aan de orde: zowel de fysieke als manipulatieve dwang. Veel mensen met beperkingen ervaren manipulatieve dwang, waarbij er maatregelen dreigen als ze niet doen wat een ander wil, bijvoorbeeld: Als men een bepaalde behandeling niet ondergaat wordt de uitkering stopgezet (bijv. verplichte psychotherapie bij de ziekte ME, een ziekte die niet overal erkend is). Dan is de persoon niet meer vrij om te beslissen over medische zorg. Dit is ook dwang. Er was veel herkenning onderling.

Na een korte pauze praatten we verder over: Hoe ziet de wereld eruit in 2031. Wat zijn de oplossingen? Educatie, bewustwording en minder bureaucratie werden direct genoemd. Daarna discussieerden we over het begrip Menswaardigheid, en vervolgens over sociaal isolement en diverse groepen zorgmijders. Er was een korte pittige discussie over het recht om zorg te weigeren, en hoe zich dat verhoudt tot bijv. iemand wegduwen van een spoorweg. We waren het erover eens dat bij zorgverlening zelfbeschikking altijd het uitgangspunt moet zijn, zowel bij het ontvangen als bij het weigeren van zorg, en dat moet zonder sancties zijn, en ook de beschikbaarheid van verschillende keuzes speelt een rol, en de acceptatie van keuzes (als je bijvoorbeeld aan je arts vraagt om informatie over meditatie, yoga en wandelen, in plaats van het pillen aanbod). Ook hadden we het over “het recht om in een schoon huis te wonen” (iets wat voor veel mensen met beperkingen steeds verder wordt afgebroken).

Onder het kopje: goede voorbeelden en het versterken van de regie van de persoon, benoemde ik de Eigen Kracht-conferenties (http://www.eigen-kracht.nl/ ) , waarbij de hoofdpersoon met zijn/haar eigen (zelfgekozen) netwerk kan overleggen over wat zij zelf willen dat er gebeurt, en gezamenlijk een plan maken om een bepaalde situatie mee aan te pakken. Dit kan eigenlijk overal over gaan (bijv. wat is er nodig om: zelfstandig thuis te wonen, een opleiding af te ronden, een bepaalde crisis door te komen enz.). Het eigen plan wordt dan de basis voor alle zorg en begeleiding en ondersteuning, en dit kan helpen om regie en eigen kracht van de hoofdpersoon te versterken. Dit is een concrete methode die op veel terreinen ingezet kan worden om mensen zelf de regie te geven over de “menswaardigheid” van hun bestaan.

 

Om 16.15 moesten we afronden en terug naar de plenaire zaal, waar de dagvoorzitter nog enkele vragen aan het publiek stelde. Daarna was er nog een borrel met gelegenheid tot napraten.

 

Mijlpaal

Ik heb nog even met Dick Houtzager van het College voor de Rechten van de Mens gesproken, en die zei me dat er inmiddels visieveranderingen gaande waren bij het College voor de Rechten van de Mens. Hij wees me op de reactie van het College op het ratificatie wetsvoorstel. Hij dacht dat ik daar wel blij mee zou zijn. We praatten nog wat, en het was opvallend genoeg een constructief gesprekje (hoe anders dan voorgaande keren…)

 

Ik ben deze keer niet overstuur weggegaan bij deze bijeenkomst van het College voor de Rechten van de Mens. Deze keer was ik hoopvol toen ik de bijeenkomst verliet. Ik heb de reactie van het College op het ratificatie wetsvoorstel doorgenomen (te vinden op: http://www.mensenrechten.nl/publicaties/detail/34841 ), en ik zie inderdaad verandering.

 

Het College voor de Rechten van de Mens beschrijft in hun Advies over de wetsvoorstellen ter ratificatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, o.a. hun visie op  artikel 14 van het VN-verdrag (zie ook mijn vorige bericht: Nederlandse ratificatie wet op gespannen voet met VN-verdrag artikel 14 ) over vrijheidsbeperking en dwang in de zorg:

 

Artikel 14 Vrijheid en veiligheid van persoon (MvT p.50)

In de Memorie van Toelichting wordt terecht opgemerkt dat het gevaarscriterium van de Wet BOPZ voorkomt dat het enkele bestaan van een psychische beperking een grond voor gedwongen opname zou kunnen zijn. Ook bij vergelijkbare criteria, zoals te vinden in de voorgenomen Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (ernstige schade) en de voorgenomen Wet Zorg en Dwang (ernstig nadeel), wordt deze lijn aangehouden. Wel stelt het College vast dat het verdrag ervan uitgaat dat gevaar zonder de aanwezigheid van een geestesstoornis niet tot een gedwongen opneming kan leiden. Dit betekent dat anders wordt omgegaan met personen met een beperking (in de vorm van een geestesstoornis in de zin van de wet). Dit lijkt in strijd met artikel 14 lid 1 van het verdrag.

Het College stelt vast dat het toepassen van dwangbehandeling, -middelen en –maatregelen op grond van de Wet BOPZ niet alleen bij wilsonbekwame, maar ook bij wilsbekwame patiënten kan plaatsvinden. Het College wijst er op dat het toezichthoudend VN-Comité bij het verdrag benadrukt dat gedwongen behandeling door psychiatrische en andere medische professionals strijd oplevert met de beginselen van het recht op persoonlijke integriteit (artikel 17), de vrijwaring van foltering (artikel 15) en de vrijwaring van geweld en misbruik (artikel 16). Mensen met een beperking hebben het recht een medische behandeling te kiezen. Het gedwongen opleggen van een behandeling is volgens het Comité dan ook een inbreuk op artikel 12 van het verdrag. Ook wanneer mensen in (psychiatrische) instellingen in crisissituaties geraken moet de Staat hun handelingsbekwaamheid respecteren.

Het College vraagt uw Kamer bij de behandeling van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang na te gaan of de verplichtingen ten aanzien van dwang in de zorg op grond van de verplichtingen uit het verdrag aanpassing behoeven.

 

De regering stelt een interpretatieve verklaring voor bij dit artikel. Een dergelijke verklaring is onnodig. Immers, het verdrag doelt op vrijheidsontneming vanwege het enkele bestaan van een beperking. Nu eventuele vrijheidsontneming gebaseerd moet zijn op het gevaar dat iemand vormt voor zichzelf of voor zijn omgeving, is duidelijk dat deze niet is gebaseerd op het enkele bestaan van een beperking.

Het College beveelt de Kamer aan te bewerkstelligen dat deze verklaring niet wordt opgenomen bij de ratificatie.

(bron: http://www.mensenrechten.nl/publicaties/detail/34841 )

 

Dit is echt een verandering!!! Het is nog pril, maar het blijft een echte mijlpaal!! Het College geeft een belangrijk signaal af, en toont aan dat het VN-verdrag in opkomst is. Hopelijk vinden we nu ook eindelijk een plek waar de klachten over dwang in de zorg wel serieus worden genomen. Het is dus een belangrijke mijlpaal dat het College voor de Rechten van de Mens zich nu uitlaat tegen dwang, en haar visie begint bij te stellen in lijn met het VN-verdrag. Dat is heel erg hoopgevend. Dan kunnen we constructief gaan samenwerken aan oplossingen (dat was ook de verandering die ik voelde toen ik met Dick Houtzager praatte). Ik ben echt blij met deze wending. Ik vond het dus wel een positieve bijeenkomst.

 

 

Verder werd ik ook nog gewezen op de Thematische Wetsevaluatie Gedwongen Zorg van ZonMW, zie http://www.zonmw.nl/nl/publicaties/detail/thematische-wetsevaluatie-gedwongen-zorg/?no_cache=1&cHash=3f72b13f461cbc5d3141aa73e2e13655

Deze publicatie was dan weer een stuk minder positief. Het zijn meer dan 500 pagina’s zonder vernieuwende visie. Het is geschreven door een groep onderzoekers van 3 universiteiten. In het rapport verdedigen zij het Nederlandse beleid, en doen de VN af als “globaal adviserend orgaan dat niet bindend is”, en VN-verdragen noemen ze “soft law” die men als “inspiratie” beschouwd in plaats van als internationale fundamentele universele RECHTEN. Deze houding insinueert dat het ondertekenen van VN-verdragen eigenlijk niets betekent ?!? … Dit is onjuist, want de VN-verdragen beschrijven juist dat de lidstaten een verantwoordelijkheid hebben in het waarborgen van deze RECHTEN, en als men daarvoor tekent (dmv ratificatie), dan verbindt men zich aan dat internationale contract. Het feit dat er geen boetes zijn bij contractbreuk, betekent niet meteen dat het contract niks waard is…..

 

Anyway, met een dergelijke denigrerende inleiding ten aanzien van de internationale fundamentele mensenrechten, is voor mij al wel duidelijk in wat voor een verdedigende toonzetting dit rapport geschreven is. De professoren pogen in 500 pagina’s uit te leggen welke details er nog afgestemd dienen te worden tussen de vele verschillende wetten die gedwongen behandeling regelen (BOPZ, WZD, WVGGZ, WFZ, Jeugdwet, PIJ enz. enz.). Zelf zou ik het boekwerk willen beschrijven als bureaucratisch, paternalistisch en lomp, en niet meer van deze tijd.

 

De Thematische Wetsevaluatie Gedwongen Zorg is trouwens een duidelijk voorbeeld van een “adviserende tekst die niet bindend is”, in tegenstelling tot getekende mensenrechtenverdragen.

 

 

Het is 2014. Het is tijd voor compassie in de zorg. Geen dwang meer. Het is tijd voor mensenrechten.

Wil je meehelpen om dwang te laten verdwijnen uit de GGZ?

Teken onze petitie: Wetgevers: Regel zorg in plaats van dwang in de GGZ

verslag HIC platformbijeenkomst Soest

Op woensdagmiddag 1 oktober 2014 was ik in Soest voor de platformbijeenkomst van High en Intensive Care (HIC, www.hic-psy.nl )

Voor meer info over het basisbegrip van HIC, zie https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/06/11/hic-congres-5-juni-2014-nooit-meer-eenzame-opsluiting/

 

Om 13.00 werden we allemaal welkom geheten door Tom van Mierlo, voorzitter Stichting HIC. Hij vertelde over hoe het in de jaren 60 heel normaal was om je kind in een ziekenhuis achter te laten, en het kind weer op te halen als het beter was. Tegenwoordig is dat anders, en beseffen we dat je een patient niet eenzaam met wat medicatie kan achterlaten tijdens de herstelperiode. Maar helaas bestaat het nog wel. Er zijn zelfs nog opname-afdelingen die in de eerste week geen familie toelaten, en de tweede week 1x, en als dat goed gaat, dan mag het in de 3e week meer. Dit kan echt niet meer.

Deze middag is bedoeld om samen te kijken naar de verdere ontwikkeling van HIC, want de HIC is immers een doorontwikkelings-model.

 

Het programma begon met 6 korte presentaties in TedX-achtige stijl, bedoeld ter inspiratie voor de doorontwikkeling van kwalitatief goede zorg.

De eerste bijdrage ging over: HIC Jeugd: samenwerken is de sleutel –door Pierre Herpers, kinder- en jeugdpsychiater van Karakter (expertisecentrum kinder- en jeugdpsychiatrie) in Zetten. Hij haakte aan op de introductie van Tom van Mierlo:  In een somatisch ziekenhuis, en zeker de IC, is het niet meer gebruikelijk om je kind achter te laten en pas weer op te halen als het weer beter is. En dit hoort ook niet meer plaats te vinden in de GGZ. Vroeger dacht men dat langdurige zorg op klinische afdelingen behoorde bij goede zorg, maar dat is veranderd. Tegenwoordig beseft men dat de leefomgeving betrokken moet worden bij het herstelproces. De meeste long-stay afdelingen moeten sowieso worden gesloten vanwege politieke besluiten.

In Zetten heeft men deze opdracht uitgevoerd, en 3 klinische locaties zijn gesloten. Tegenwoordig ligt de focus op intensieve zorg, met enkel opname voor de meest-acute fase, zo kort mogelijk. De meeste aandacht gaat uit naar Intensive Home Treatment (IHT). IHT komt uit Zweden, en er is wellicht niet zo’n groot verschil met FACT-Jeugd. Bij IHT komen de sociotherapeuten meerdere keren per week enkele uren bij een gezin in huis, om zorg en ondersteuning te bieden op de vlakken die nodig zijn. De ervaringen met IHT zijn zeer goed. Er is nu alleen nog een crisis-afdeling in Zetten. De crisis-afdeling is een HIC (gefocust op intensieve zorg), en de maximale opnameduur is 2 weken.

In de praktijk bleek het lastig om de HIC en de IHT tegelijkertijd naast elkaar op te zetten, omdat het idee van een intensieve opname-afdeling (HIC) niet echt aansloot binnen de visie van de Intensieve thuisbehandeling (IHT), waarbij crisis, agressie en preventie wordt beschouwd als een heel proces dat juist in samenhang met de omgeving moet worden gezien. Een opname koppelt het systeem los, en past dus niet zo goed bij de IHT-visie.

In Zetten is dit behandelvisie-probleem opgelost door intensieve interne samenwerking tussen de HIC en de IHT. De teamleden kunnen rouleren tussen HIC en IHT, en elke HIC-opname gaat gepaard met een intensief ambulant traject (IHT) met naastbetrokkenen en ketenpartners. De zorg is gericht op ontslag en verdere thuisbehandeling. In de jeugdpsychiatrie betekent dit o.a. nauwe samenwerking met alle gezinsleden, bureau Jeugdzorg, en ook met scholen: Men heeft bijv. contact met 60 scholen in de regio om geschikte plaatsen te kunnen vinden, want ook het interne schooltje in de jeugd-ggz is afgeschaft. De inzet van de hulpverlening is dus vooral gericht op thuisbehandelen, waarbij de omgeving betrokken wordt. Dit vraagt om flexibiliteit en veerkracht van de hulpverleners.

Verpleegkundigen, clienten en ouders zijn erg tevreden over de IHT. Het is te zien dat het aantal incidenten met agressie sterk is afgenomen. Er is nu nog 1 separeer op de crisis-afdeling (en die is al lang niet meer gebruikt). Na de nieuwbouw is er straks 1 EBK (Extra Beschermde Kamer) , en de verwachting is dat ook deze niet of nauwelijks gebruikt zal gaan worden…

 

Ik vond het -uitgezonderd de opmerking over de separeer en EBK voor kinderen en jeugd- toch een positief verhaal, en ik ben blij dat er een cultuuromslag aan het plaatsvinden is in de jeugd-ggz. Ik geloof wel dat IHT echt een stap in de goede richting is.

 

 

 

De tweede spreker was Niels Bouwhuis, verpleegkundig specialist bij GGZ Breburg. Hij vertelde over Werken met crisissignaleringsplannen op de HIC. Een crisissignaleringsplan houdt in dat de waarneembare signalen in kaart worden gebracht, met daarbij de dingen die goed zijn om spanningsopbouw te voorkomen. Daarmee kan men agressie en incidenten voorkomen. Bovendien is het nodig voor goede zorgverlening  dat er een veilig werkklimaat is, waarin ook de client zich veilig voelt. Het crisissignaleringsplan is persoonlijk, en wordt gezamenlijk opgesteld met de triade van client, naasten en hulpverlener(s).

Nu heeft de Inspectie (IGZ) onlangs na een bezoek aan GGZ Breburg besloten dat er voor elke client een crisissignaleringsplan moet zijn op de eerste dag van opname op de HIC. Maar in de praktijk is dit lastig bij nieuwe clienten, want het crisissignaleringsplan vraagt om gedegen voorbereiding, contact en samenwerking, en men wil niet dat het crisissignaleringsplan een simpel papiertje zonder persoonlijke diepgang is.

Bij GGZ Breburg heeft men geprobeerd om zowel aan de IGZ-eisen en kwaliteits-eisen te voldoen, door een stapsgewijze aanpak. Allereerst heeft men goed gekeken naar de oorzaken van interventies en agressie. Dat zijn globaal in 2 groepen: de interactie-oorzaken en de persoonlijke intrinsieke oorzaken (zoals boosheid, verdriet, angst en suicidaliteit), die allemaal kunnen leiden tot incidenten en interventies. Bij GGZ Breburg heeft men nu voor elk van deze scenarios een standaard-crisissignaleringsplan gemaakt, waarmee gestart kan worden op de eerste dag van opname. Dat plan wordt daarna steeds meer op maat gemaakt. Zo kan men op de eerste dag direct beginnen met een basis-crisissignaleringsplan (IGZ-eis), dat vervolgens nadere invulling krijgt met de nodige zorgvuldigheid (aandacht voor kwaliteit).   Niels vroeg zich af hoe hier in andere instellingen mee werd omgegaan.

Het gebruik van crisissignaleringsplannen is een goede basis voor de hulpverlening, en draagt bij aan een hoge doorstroming van clienten in de HIC-opname. Dit brengt overigens voor verpleegkundigen een enorme uitdaging met zich mee: De signalen moet je immers uit je hoofd kennen, en de wenselijke reacties ook. Een opname duurt gemiddeld nog maar ca 20 dagen, dus dit vraagt behoorlijk veel energie van de hulpverleners.

 

 

 

De derde presentatie riep bij mij wat meer zorgen op.

Jeroen Terpstra , psychiater, hoofd en vicedirecteur van GGZ Centraal sprak over “Snelle doch zeer zorgvuldige diagnostiek”. Hij vertelde dat het belangrijk was dat psychiaters niet enkel dossier-informatie krijgen, hetgeen een vertekend beeld kan opleveren. Psychiaters moeten ook daadwerkelijk de client kunnen zien ivm non-verbale signalen. Omdat 60% van de opnames buiten kantooruren plaatsvindt, is er meestal geen psychiater bij het eerste contact met de client, en krijgt de psychiater enkel een verslag.

Als oplossing hiervoor wil men nu 3-10 minuten van het eerste contact met de hulpverleners op video opnemen, om op basis daarvan tot een “betere beoordeling en beter advies” te komen. Ook kan men gezamenlijk terugkijken op de situatie en de gemaakte keuzes bespreken. Er is een mobiele camera-zuil (een soort paaltje) waarme bijvoorbeeld de crisisdienst een beoordelingsgesprek in de thuissituatie kan vastleggen. Hierdoor zouden diagnoses betrouwbaarder en transparanter worden. De video wordt bewaard in het Elektronisch dossier (EPD) met de gebruikelijke bewaartermijn voor behandelzaken, en is toegankelijk voor alle betrokkenen bij de behandeling.

 

Ik kreeg eerlijk gezegd echt een akelig gevoel bij dit plan. Mijn zorgen: een momentopname wordt nu nog meer bepalend in diagnostiek, een video-fragment kan enorm suggestief en stigmatiserend zijn, (de context is niet in beeld), pijnlijke persoonlijke prive-ervaringen (bijv. breekmomenten) kunnen door allerlei verschillende professionals keer op keer worden bekeken, en de vastgelegde ervaring slijt niet weg uit het computergeheugen.

Het argument dat gemaakte keuzes (bijv. gedwongen opname) beter ge-evalueerd kunnen worden met een video-fragment uit het eerste gesprek, overtuigt mij ook helemaal niet, integendeel. Want als “juridische beordeling” het doel wordt van de video-registratie, dan is het vrij eenvoudig voor een hulpverlener om clienten die toch al kwetsbaar zijn eerst onrustig te maken, om vervolgens een interventie te legitimeren met een losgerukt fragment. Dat is geenszins een waterdicht systeem. Ik vind het dus nogal een schijn-maatregel. En bovendien:  Waarom zou een psychiater niet buiten kantoor-uren kunnen werken, dan is die hele camera niet nodig….

 

 

 

De vierde presentatie was van mij, Jolijn Santegoeds, over internationale ontwikkelingen mbt dwang in de GGZ. Ik vertelde dat ik nergens ter wereld zo slecht behandeld ben als in GGZ, en dat is natuurlijk geen goede recensie voor de zorg. Het is goed dat er nu een bewustwording is dat dwang niet bij zorg hoort. Die bewustwording beperkt zich niet tot Nederland: Ook de Verenigde Naties stellen dat dwangtoepassing niet bij zorg hoort en verboden moet worden. Er zijn inmiddels een aantal nieuwe internationale normen, waarvan ik 3 hoofdlijnen zal toelichten:

 

Ten eerste is er sinds 2006 een nieuw VN-verdrag voor de rechten van personen met beperkingen (CRPD). Dit verdrag is leidend in vrijwel alle internationale beleidslijnen. Het VN-verdrag benadrukt dat de universele mensenrechten ook gelden voor mensen met een beperking of diagnose. Een diagnose mag niet leiden tot minder zeggenschap, minder vrijheid, of bijv. wrede, inhumane of vernederende behandeling. Dit verdrag is inmiddels door nagenoeg alle EU-landen geratificeerd, echter nog niet door Nederland. Dat is bijzonder vreemd, gezien de Nederlandse traditie met mensenrechtenverdragen. De Nederlandse overheid benoemt ook nog eens allerlei uitzonderingen op dit verdrag. Ook dat is onbegrijpelijk.

 

Ten tweede, sinds de totstandkoming van het VN-verdrag voor de rechten van personen met beperkingen, zijn ook andere VN-organen in beweging gekomen tegen dwang in de zorg. Dit geldt bijvoorbeeld voor het VN-mandaat tegen foltering en andere wrede, inhumane of vernederende behandeling of bestraffing. De definitie van foltering of marteling houdt in: “iemand hardhandig dwingen om te veranderen – met medewerking van de Staat”. Dwang in GGZ valt onder marteling en andere wrede, inhumane of vernederende behandeling of bestraffing, en krijgt daarom aandacht van het VN-mandaat tegen foltering (CAT-committee en de VN Special Rapporteur on Torture)

In 2013 verscheen er een rapport van de huidige VN-Special Rapporteur, Juan E Mendez, getiteld: Torture in Health Care Settings. Daarin wordt alle dwang in de zorg die pijn of lijden veroorzaakt benoemd als mensenrechtenschending, en er wordt opgeroepen tot een absoluut verbod op dwang in de zorg.  Ook het CAT-Committee  benadrukte bij de evaluatie van de Nederlandse mensenrechtensituatie in 2013 de bezorgdheid rond de mensenrechten bij dwang in de Nederlandse GGZ.  En in 2014 stuurde de VN-Special Rapporteur on Torture een brief gericht aan de Nederlandse overheid, waarin opnieuw bezorgdheid wordt geuit over dwangtoepassing in de Nederlandse GGZ, en verzocht wordt om een onderzoek.  De Nederlandse Staat reageerde echter afwijzend op het verzoek van VN Special Rapporteur, en blijkt de signalen te negeren. Dit is opnieuw een reactie die niet bij de Nederlandse mensenrechtentraditie past.

 

Ten derde: Er is ook nog een recht op hoogst haalbare standaard van fysieke en geestelijke gezondheid. Dat recht is beschreven in meerdere mensenrechtenverdragen. Dit impliceert een recht op de beste zorg. Maar de zorg schiet op veel plekken nog steeds tekort, en is nog lang niet optimaal geregeld. Het kan veel beter, maar wederom laat de overheid het afweten, en gaat ondertussen verder met de wetsvoorstellen Verplichte GGZ, en Zorg en Dwang, en verdere bezuinigingen in GGZ.

 

Al met al lijkt er dus sprake van een trend in de overheidspolitiek, met als rode lijn: afwijzing van de VN-normen. Dat is echt heel erg. Er worden nu dus mensenrechten geschonden in de Nederlandse GGZ!! Dat mag niet blijven bestaan. Wellicht is het afwijzende overheidsstandpunt de reden dat deze nieuwe normen nog onbekend zijn bij de hulpverleners.  En de vraag is of we dit accepteren. Het lijkt me dat de GGZ haar werk niet goed kan doen op deze manier.

Voor hulpverleners is het belangrijk om te beseffen dat de mate van beschaving bepaald wordt door de behandeling van de meest kwetsbare burgers. En het is de praktijk die telt. Het zijn dus de handen van de hulpverleners die het verschil kunnen maken. Mijn oproep is dan ook:  Stop met dwang, en werk aan alternatieven. Het is tijd voor actie.

 

Het was een vrij heftige presentatie, en de zaal leek geraakt. Na afloop kwamen er nog een aantal mensen naar me toe met de vraag: Wat kunnen we nu concreet doen, morgen op het werk? (die waren dus direct al gemotiveerd). Ik benadrukte dat verdere ontwikkeling van goede zorg nog steeds hard nodig is. De ontwikkeling van HIC is een goede stap op weg, maar er zijn nog steeds veel mogelijkheden die onderbenut blijven, zoals bijv. de Crisiskaart en Eigen Kracht-conferenties. Er is nog steeds veel te verbeteren in de zorg. Volgens mij heb ik de aanwezigen wel gemotiveerd tot verdere inspanningen, en aangespoord dat zij zich niet de kaas van het brood moeten laten eten door de politiek.

 

Achteraf heb ik ook onze petitie naar alle deelnemers verstuurd:
Wetgevers: Regel zorg in plaats van dwang in de GGZ:
https://secure.avaaz.org/nl/petition/Aan_de_Voorzitter_en_de_leden_van_de_Tweede_Kamer_der_StatenGeneraal_Wetgevers_Regel_zorg_in_plaats_van_dwang_in_de_GGZ_3/

 

 

 

Daarna was het woord aan Karin Artz, beleidsmedewerker van GGz Eindhoven, over technologische innovatie op de HIC. Het ouderwetse separeren, waarbij de client eenzaam wordt achtergelaten in een kille ruimte en waarbij het volledige contact verbroken wordt is niet meer van deze tijd.

Bij GGz Eindhoven is er geinvesteerd in technologische mogelijkheden die de opsluiting moeten verzachten, zoals speciale verlichting en een groot touch-screen met mogelijkheden voor de licht-instellingen, muziek, spelletjes en communicatie.  De technologie kan ook uitgeschakeld worden “als het nodig is om de regie even over te nemen”. Men is nog op zoek naar de balans, niet overprikkelen, en ook niet onderprikkelen. Karin pleitte dat technologie kan bijdragen aan herstel, als het op de juiste manier wordt ingezet.

Persoonlijk vind ik het hele touch-screen een stom idee. Ik geloof niet in “humane dwang”.  Ik denk niet dat technologie de oplossing is voor de problemen in de ggz. Volgens mij ligt de echte oplossing in echt persoonlijk contact, met diepgang. Misschien is de technologie wel een tastbaar symbool dat de visieverandering ondersteunt: de tijd van ouderwets separeren is echt voorbij, en goede zorg mag wat kosten. Dat is de enige positieve waarde die ik kan ontdekken aan die hele technologische hype in de ggz.

 

 

 

De laatste presentatie was weer wel interessant: over de Inzet van ervaringsdeskundigheid in de keten van crisisinterventie, door Henriette aan de Stegge (ervaringsdeskundige) en Monique Coolen (adviseur In voor zorg!) van GGZ Oost-Brabant.

Vroeger was separatie niet bespreekbaar en beleefde de client een eenzaam trauma. Tegenwoordig is dat anders. Bij GGz Oost-Brabant komt er na een dwang- en drangmaatregel een ervaringsdeskundige praten met de client, om te achterhalen hoe de client dit beleefd heeft, en wat er verbeterd kan worden bij een eventuele volgende crisissituatie. De evaluatie helpt de client bij het verwerken van de ervaring en draagt bij aan het verbeteren van de zorg. De uitkomsten van de evaluatie kunnen confronterend zijn voor de hulpverleners. Terugkoppeling aan de verpleging gebeurt elke week, en het is per team verschillend in hoeverre men open staat voor deze feedback. Enkele concrete bevindingen zijn bijvoorbeeld dat een opname voorkomen had kunnen worden door meer tijd te nemen, en stress te voorkomen. En een client die voorheen veel in de separeer zat, gebruikt nu een verzwaringsdeken, en voelt zich daar veel veiliger en prettiger bij.  Veel clienten blijken ook onwetend over de vele behandelmogelijkheden, rechten en alternatieven in de zorg, en een ervaringsdeskundige kan dan bijv.  voorlichting geven. De ervaringsdeskundige staat naast de client, en helpt om bruggen te bouwen. Dat houdt de verpleegkundigen scherp. Door de evaluaties en intensieve communicatie met de client weten de ervaringsdeskundigen goed wat er binnen de zorgrelatie speelt, en kunnen belangrijke thema’s gesignaleerd worden. De inzet van ervaringsdeskundigen helpt bij het verminderen van dwang en het verbeteren van de zorg.

 

 

De presentaties gaven mij ook stof tot nadenken, vooral omdat ik niet alle ontwikkelingen toejuich, zoals bijvoorbeeld de hype van technologie. En sommige dingen klinken wel mooi, maar de praktijk kan weerbarstig zijn. Mijn bezoek aan de HIC-unit bij GGzE blijft me ook nog altijd bij. Daar werd ik niet vrolijk van (zie mijn verslag op https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/07/high-care-unit-van-ggze-brengt-me-van-mijn-stuk/ )  Dus ik vraag me af hoe de mooie presentaties over intensieve thuisbehandeling zich verhouden tot de ware praktijk. (Ik ben uitgenodigd om eens in Zetten te komen kijken).  Ik ben benieuwd en enigszins bezorgd mbt de praktijk.

Maar al met al, behalve de (zieke) trend van camera’s en touch-screens, zie ik ook een (gezonde) visie-verandering mbt contact, gelijkwaardigheid en crisispreventie die hopelijk niet meer stopt, en die de zorg echt beter gaat maken. Ik krijg dus nog steeds hoop van bepaalde ontwikkelingen binnen het HIC-model. En ik blijf het nauwlettend volgen.

 

 

Na de pauze hadden we de keus uit 5 workshops. Ik ging naar de workshop over Jeugd, waarbij nog dieper werd ingegaan op de stapsgewijze benadering van intensieve thuisbehandeling (IHT) en de crisis-afdeling (HIC). Bij de HIC-unit voor jeugd wil men dat er de eerste 48 uur een van de ouders aanwezig is, en ook blijft slapen.  Bij jeugd is de problematiek immers vaak verweven met de opvoedingssituatie. Het verblijf van gezinsleden op de afdeling geeft nieuwe uitdagingen in de dagelijkse gang van zaken op de afdeling, en men loopt tegen nieuwe situaties aan, zoals het gedrag van ouders (mag die bijv. ’s avonds een wijntje drinken op de afdeling?). Ook zijn er organisatorische uitdagingen zoals financien (extra matrassen en maaltijden), en de verwachtingen van ketenpartners die nog in het klassieke instellingsdenken zitten, waarbij ze denken dat een instelling “met slechts enkele bedden”  geen clienten in nood kan aannemen.  Het concept van thuisbehandeling vraagt ook bij veel ketenpartners om een visie- en rolverandering (bijv. bij scholen), en het is een uitdaging om dat te realiseren.

 

Het HIC-model werkt alleen als de IHT (thuisbehandeling) goed werkt. De IHT empowert het hele systeem, waardoor opname voorkomen kan worden, en er maar weinig bedden zijn op de HIC-unit. De HIC-unit werkt alleen als er nauw wordt samengewerkt met de IHT, en er direct wordt gewerkt aan de ondersteuning die nodig is voor ontslag en terugkeer naar huis.  Dat is de basis van het HIC-model.

 

Ik vond het weer een interessante dag. Het is voelbaar dat we midden in een ontwikkeling zitten, waarbij men zoekend is. Maar ik heb het gevoel dat er wel steeds meer richting ontstaat. Het zou zo mooi zijn als de puinhoop in de GGZ nu eindelijk eens echt opgeruimd wordt. Het is echt fijn om hulpverleners tegen te komen die dit snappen en zich hiervoor inzetten. Dat geeft echt hoop voor ons allemaal, want niemand wordt blij van dwangtoepassing. Zoals gezegd, ik blijf de ontwikkeling van het HIC-model nauwlettend volgen. Het is best spannend om te zien wat hier nou echt uit gaat komen.

 

Uitgebreid verslag: Dwangtoepassingen in de psychiatrie

Op woensdag 21 mei 2014 ging ik naar congrescentrum de Reehorst in Ede voor het congres: Dwangtoepassingen in de psychiatrie – Belangrijke veranderingen voor de praktijk. (zie ook: http://www.sympopna.nl/ddp.html ). Het was een lange dag, waarbij veel informatie, actuele trends en cijfers mbt dwangtoepassing werden besproken. Hieronder volgt een verslag met een uitgebreide informatie over de actuele stand van zaken, cijfers en ontwikkelingen op het gebied van dwangtoepassing in de GGZ in Nederland.

Ik had het congres zelf min of meer per toeval ontdekt via mijn achterban, en had vreemd genoeg geen officiele aankondiging of uitnodiging ontvangen (terwijl er wel een workshop over het inzetten van Eigen Kracht-conferenties op het programma staat; mijn idee). Aanvankelijk zou ik dus als ervaringsdeskundige bezoeker (vrijwilligerswerk) 295 euro entree moeten betalen, maar na enige mailtjes over en weer heeft het LPGGZ (www.platformggz.nl ) mij gelukkig op de gastenlijst gezet, en kon ik zonder te betalen toch participeren. Dergelijke hoge entreeprijzen zijn bij elk congres weer een drempel voor clientenparticipatie.

Om 9.30 opende de dagvoorzitter Niels Mulder het congres.

De eerste spreker was dhr. Tunahan Kuzu, Tweede Kamer-lid voor de PvdA. Hij benadrukte dat het positief was dat congressen zoals dit dwangtoepassing bespreekbaar maken, want daardoor is verbetering mogelijk. De variatie in de toepassing van dwang door het land heen is zorgwekkend, maar geeft ook aan dat er ruimte is om dwang samen te voorkomen. Dwang is een ingrijpende beperking van de autonomie en de ergste en vergaande maatregel in de zorg die er is. “Dwang in de psychiatrie laat je nooit meer los”. Een cultuurverandering betekent hard werken en zorgen dat alle neuzen dezelfde kant opstaan. Er is eigenlijk al een cultuurverandering op gang gekomen: Dwang is bespreekbaar en we proberen te leren van fouten, zoals de behandeling van Brandon. De Tweede Kamer was geschokt en vond deze behandeling niet te rechtvaardigen. Voor Brandon kwam deze bezorgdheid te laat, want hij heeft al een trauma, maar de PvdA wil dat dit nooit meer gebeurd. En Brandon was niet de enige. Er was ook nog Alex Oudman, die geen behandeling kreeg, enkel eten en drinken in een cel. En Roelie, de vrouw die overleed door dwangtoepassing. Patienten hebben snel en veel te maken met dwang. Er zijn onvoldoende alternatieven en het duurt te lang. De schrijnende situaties van Brandon, Alex en Roelie geven een moment om te leren van fouten. En de urgentie is voelbaar en ook zichtbaar aan de grote opkomst bij dit congres.

alex oudman Brandon Roelie

Het is belangrijk om te bespreken hoe dwang teruggedrongen kan worden, en om betere wetten te maken, door ervaringen te delen en alternatieven te ontwikkelen. Hiervoor is samenwerking nodig. Het beginsel is NEE, … TENZIJ. Dat wil zeggen: “tenzij in uiterste situaties waarbij alle andere maatregelen geprobeerd zijn, en dat moet men dan ook kunnen hardmaken”. (Helaas is “nee, tenzij..” toch iets anders dan “nooit weer”)
Tunahan Kuzu zei: We hebben een gezamenlijke missie om dwang terug te dringen, en hij vond het wetsvoorstel Verplichte GGZ een stap in de goede richting, omdat er een recht is om een eigen plan van aanpak te maken om dwang te voorkomen. Den Haag heeft het veld nodig voor ideeen. Het is belangrijk om de handen ineen te slaan en dwang te beperken, en dat er een leercultuur is waarbij we elkaar kunnen aanspreken op fouten. Professionals zoeken alternatieven er wordt ge-experimenteerd met ambulante dwang en nieuwe gebouwen om dwang te beperken en te bestrijden, en naasten worden vaker betrokken. De wet of “Den Haag” kan niet zomaar een oplossing voorschrijven. Er zijn ideeen uit het veld nodig om de juiste invulling te geven aan de papieren normen. Het heeft dus ook zin om brieven te sturen aan de vaste Kamercommissie over wat er wel en niet werkt. Het kan en moet anders, en het is belangrijk om stappen te zetten en dit bespreekbaar te houden. Dwang kan alleen een uiterste uitzondering zijn. “Dwang laat je nooit meer los”, aldus Tunahan Kuzu.

 

De volgende spreker was Prof. Niels Mulder. Hij vertelde hoe het staat met dwangtoepassing in Nederland. Het aantal mensen met een Rechterlijke Machtiging stijgt nog steeds. In 2003 waren er 45 RM’s per 100.000 inwoners per jaar, en in 2013 zijn dat er 89 per 100.000 inwoners. Dat is dus een verdubbeling van het aantal RM’s in 10 jaar tijd.

aantal RM 2003-2013

Tussen 1998 en 2008 steeg het aantal separaties jaarlijks met 3,2 %. Tussen 2008 en 2011 neemt het aantal separaties jaarlijks met 2 procent af.
Voor de toepassing van dwangmedicatie was er een stijging van 8,5% per jaar tussen 1998 en 2008. En tussen 2008 en 2011 is daar weinig aan veranderd en steeg de toepassing van dwangmedicatie met 8,0 % per jaar.

reductie separeren 1998-2011

Er is een trendbreuk te zien mbt separatie, met name in de duur, maar er wordt nog wel steeds meer dwangmedicatie toegediend.

Niels Mulder gaf aan dat er momenteel veel ontwikkelingen zijn waar de GGZ rekening moet houden, zoals druk van buitenaf. Er zijn veel veranderingen gaande in beleid- en regelgeving, en natuurlijk bezuinigingen. Dit zorgt voor onduidelijkheid in het veld, en een onduidelijk toekomstbeeld. Wat zal ons antwoord zijn? FACT? HIC? WRAP? Crisismonitor? Crisiskaart? Eigen Kracht-conferenties?
(Ik was trots dat Eigen Kracht genoemd werd)

 

Toen was het woord aan Drs. Marjan ter Avest van het Landelijk Platform GGZ (www.platformggz.nl ), over de visie op recente ontwikkelingen op het gebied van Dwang & Drang vanuit clientenperspectief.
Clienten- en familie-organisaties voeren al jarenlang protesten tegen dwang in de psychiatrie.

protest 80s_isolatie is folter(protest in de jaren 80 – Clientenbond)

En toen zag ik mezelf op het scherm:

protest opsluiting=straf en flyerfrontside
(protest in 2003 – Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! http://www.mindrights.nl )

Marjan ter Avest vertelde dat het Landelijk Platform GGZ sinds 2005 jaarlijkse werkconferenties heeft georganiseerd over het verminderen van Dwang en Drang. Hieruit zijn o.a. 2 publicaties uit voortgekomen: een verslag van dwangreductie-activiteiten: Opsluiten is geen zorg en een Verkenning van mogelijke alternatieven) zie ook: http://www.platformggz.nl/lpggz/projecten_afgesloten/dwang_drang_2010

cover_publicatie LPGGZ opsluiten is geen zorg en cover_dwang-drang-verkenning LPGGZ

(publicaties van LPGGZ 2008 en 2009, te bestellen via: http://www.platformggz.nl/lpggz/projecten_afgesloten/dwang_drang_2010

Marjan ter Avest benadrukte dat dwangtoepassing in de GGZ een schending is van de mensenrechten. Personen die geen misdrijf hebben gepleegd mogen niet worden opgesloten. Opsluiting draagt niet bij aan genezing, maar leidt tot trauma’s en toenemende problemen. De Verenigde Naties hebben al meermaals kritiek geleverd op de dwangtoepassingen in de GGZ in Nederland. In 2013 heeft de VN een absoluut verbod afgekondigd op dwangtoepassing in de zorg. Wat betreft de mensenrechten is het nu dus 5 voor 12 in Nederland. Het terugdringen van dwang is niet meer vrijblijvend.

In de afgelopen jaren is er 35 miljoen uitgegeven aan projecten om dwang te verminderen. De ambitie was om vanaf 2006 jaarlijks 10% dwangtoepassing te verminderen. De separatiekans is inmiddels afgenomen van 11,8% van de opgenomen clienten in 2008 naar 6,5% van de opgenomen clienten in 2012. Maar per jaar worden er nog steeds ongeveer 10.000 separaties uitgevoerd, dat is bijna 30 per dag!

overzicht separaties 2008-2012

Er zijn nog steeds grote verschillen in het aantal separatie-uren bij verschillende instellingen. Er is inmiddels een stagnatie in de reductie te zien (misschien vanwege het stoppen van project-gelden of verslappen van de aandacht?).

separatie-uren per 1000 beduren  per instelling

In het verleden heeft het LPGGZ de boodschap van dwangreductie op een zachte manier gebracht, want men snapt het dilemma op de werkvloer en men wilde uitgaan van een stimulerende benadering in de hoop dat de cultuuromslag dan gerealiseerd zou worden. Maar na 10 jaar en 35 miljoen euro begint de LPGGZ ongeduldig te worden en lijkt de stimulerende aanpak te vrijblijvend.

Voor clienten zijn er nog steeds nauwelijks alternatieven beschikbaar, en 50% is ontevreden over de contacten met de hulpverlening. In de publicaties van LPGGZ zijn veel Best Practices te vinden. Het HIC-model is op zich ook een goed initiatief, maar men dient te waken voor afschuiving waarbij de HIC alles mag oplossen. Er zijn veel eenvoudige alternatieven in de bejegening (presentie, gastvrijheid, betrekken van naasten, Non-Violent-Resistance, signaleringsplannen, crisiskaart, comfortrooms enz.), en deze Good Practices zijn voor alle hulpverleners nuttig, maar deze lijken nu opeens weer minder aandacht te krijgen. Het is goed om na te denken over de duurzaamheid van dwangreductie en in hoeverre de mindset in de GGZ echt veranderd.

Het doel is samenwerken. Dwangreductie is niet langer vrijblijvend, en is een gezamenlijk doel. De GGZ-praktijk faalt. De zorg dient uit te gaan van de kracht van de persoon, en eenzame opsluiting is not done. En er is extra aandacht nodig voor de Jeugd-GGZ, waar helaas ook nog steeds eenzame opsluiting bestaat.

Marjan gaf het woord aan Christine de Haan. Zij vertelde op indringende wijze over haar ervaringen met dwang in de jeugdpsychiatrie, en hoe vernederend en traumatisch dat was. Hoe het is om als kind tegen de grond gewerkt te worden en overal blauwe plekken te hebben. Dan voel je je niet veilig. Het is onbegrijpelijk dat volwassenen dit niet door hebben. Het is heel heftig om in een scheurjurk in een isoleercel te zitten. Dan raak je in paniek en ga je je verzetten, zelfs slaan en bijten. En dan hoop je dat ze zien dat je dit niet wilt, maar ze lijken het niet te zien. Dan voel je je zo eenzaam en alleen, en onveilig. Dat helpt niet. Dat wens je geen enkel kind toe. En kinderen in de GGZ zijn extra kwetsbaar. Als kind ken je bovendien meestal je rechten niet, en dan heb je geen idee hoe je er iets aan kan doen.
Christine gaf een heleboel tips over hoe het beter zou kunnen: Hou contact, praat, leg uit wat er kan en helpt, bijvoorbeeld uitleggen dat de separatie stopt als je weer rustig wordt. En niet dwingen om kleding uit te trekken en erbij staan kijken, maar gewoon de eigen kleren aanhouden. En met ervaringsdeskundigen praten over het verwerken van problemen, ook de problemen van de separatie. Dat zou geen taboe moeten zijn. En de verpleging moet goed opletten en zich aan de afspraken houden en de tijd niet vergeten. En bezoek toelaten en vragen hoe het gaat, want je zit de hele dag alleen met jezelf en de muur.

Christine vertelde ook dat ze op een afdeling zonder isoleercellen had gezeten, en dat dat veel verschil had gemaakt voor haar herstel. Op de afdeling met separeers was ze boos op de cel en ze was erg tegendraads. Op de afdeling zonder separeers kon ze haar onrust niet langer “projecteren op de verpleging” door het aangaan van strijd, maar ze zelf moest leren omgaan met al haar gevoelens. Dat was weliswaar eigenlijk veel moeilijker, maar ook veel beter voor haar herstel. (dit vond ik echt een enorm leerzame opmerking!!)

 

Toen was het woord aan Tom van Mierlo, psychiater en directeur behandeling bij Zorggroep Impact/ GGz Breburg, met de presentatie: “het HIC-model: de nieuwe professionele standaard?”.
Tom van Mierlo is niet pessimistisch over de reductie van separatie. Bij GGZ Breburg was door de landelijke projecten Dwang en Drang zo’n 50% van het separeren gereduceerd. En er verandert van alles, o.a. door het besef dat we in Nederland het meeste separeren van heel Europa, en die positie willen we niet. Men is anders gaan denken. De Inspectie stelt “Een zieke laat je niet alleen”. Bij Breburg heeft dat allemaal samen geleid tot een doorbraak. Er was een nieuwbouw nodig, en de vraag werd op tafel gelegd: Hoeveel separeercellen zijn er nodig in de nieuwbouw? Men heeft toen de koppen bijeen gestoken, en bedacht dat er behoefte was aan het ontwikkelen separeervrije zorg.
Vervolgens werden er zogeheten Heidagen georganiseerd, waarbij experts van 11 GGZ instellingen samen Intensive Care wilden definieren en ontwikkelen, door de Good Practices samen te brengen. Hieruit is het HIC-model ontstaan.

Men wilde meer thuis behandelen, en de ambulante behandeling dient door te gaan bij opname in de kliniek. De vraag rees of open afdelingen dan wel nodig waren. Ook wil men geen standaard separatie bij binnenkomst, maar iedereen een nieuwe kans bieden, door intensieve zorg vanaf het begin, om escalaties en dwangtoepassing te voorkomen.

Schema van het HIC-model:

hic-model

De focus van het HIC-model ligt dus bij ambulante behandeling (groene fase, zie bovenstaande schema). Als de crisis te groot wordt en ook na de opschaling van FACT enz. niet afgewend kan worden, dan kan een korte opname op de (gesloten) HIC-unit plaatsvinden (oranje fase). Als ook op de HIC-unit met intensieve zorg de situatie gevaarlijk is, dan is er de Intensive Care –unit (ICU, rode fase) met intensieve 1-op-1 begeleiding en geen prikkels van de groep. Het streven is dat de IC in principe leeg hoort te zijn, door de kwaliteit van zorg in eerdere fases (ambulant en HIC).

Op de ICU is ook een Extra Beveiligde Kamer (dat is een soort luxere isoleercel met een touch-screen, een luchtplaats en vaak een eigen wc/douche, en waar men probeert om het contact te behouden of te herstellen en de client altijd iemand in de buurt heeft om mee te praten, door een glazen deur of raam.. ikzelf vind dit nog steeds wrang).

Bij GGZ Breburg is het HIC model ingevoerd, en inmiddels zijn er van de 28 separeers die er binnen de hele instelling waren, nog 14 separeers over op 5 locaties. Inmiddels is er bij GGZ Breburg in de laatste 4 maanden sprake van een drastische daling, en is er nu nog maar ca 10% aan separaties vergeleken met de nulmeting voorafgaand aan het starten van de vele dwangreductie-projecten bij GGZ Breburg (dus een reductie van 90%). De resterende 10% wordt nu verder onderzocht om te zien of dit bijvoorbeeld samenhangt met de weekenden.

Argus cijfers Breburg 2013-2014Argus-cijfers Breburg – separatie-uren 2013 en begin 2014

verblijfsduur HICs Breburg 2013-2014Gemiddelde verblijfsduur HIC’s Breburg – 2013 en begin 2014

 

Na deze uitleg over het HIC-model volgde een leuk intermezzo van Ingmar Heytze, dichter en schrijver, die als woorden-kunstenaar een soort van ludieke, poetische reflectie gaf op de speeches. Dat was heel leuk 🙂

In de pauze kwam Tunahan Kuzu (de eerste spreker en Kamerlid voor de PvdA) op me af, en hij was geinteresseerd in mijn visie op dwangreductie en de rol van de overheid. We hebben het gehad over de onmacht van clienten en verpleging, en over het kromme systeem dat goede zorg vaak onmogelijk maakt, en over de (ineffectieve) inspectie. Daarna nodigde hij mij uit om hier een keertje verder over door te praten. Dat lijkt me een goed idee, dus ik heb die uitnodiging aangenomen 🙂

 

De volgende spreker was prof. Lieuwe de Haan, professor en hoogleraar psychotische stoornissen, AMC Amsterdam, over de ontwikkeling van de multidisciplinaire richtlijn Dwang en Drang. Hij begon met een inleiding over de begrenzingen van de openbare orde, en dat psychiatrie te maken heeft met mensen die over die grenzen heengaan. Hij gaf vervolgens een aantal cijfers. Er zijn grote regionale verschillen in het aantal onvrijwillige opnamen per 10.000 inwoners (In Limburg ruim 2x zoveel als in Groningen). De separatieduur neemt sneller af dan het aantal separaties. In 2002 duurde een separatie gemiddeld 16 dagen. In 2008 was dat nog 5 dagen.

Hij gaf ook een internationale vergelijking, waarbij te zien is dat Nederland wat betreft het aantal separaties ver boven de gemiddelden zit:

internationale vergelijking separaties

Het was heel schokkend om te zien dat de dwangmedicatie enorm toeneemt. Tussen 2002 en 2009 is er een toename van 45% inde toepassing van gedwongen medicatie (en het totale aantal dwangbehandelingen is gestegen met 3%). De toename van gedwongen medicatie is dus enorm.

dwangmedicatie 2002-2009

Daarna werkte hij een lijst met verschillende alternatieven af en vinkte aan welke van deze initiatieven er “evidence-based” waren. Het leek alsof deze spreker “wetenschappelijk evidence” (met RCT) als het heilige en noodzakelijke bewijs zag dat geleverd moet worden om van goede zorg te spreken (en vermoedelijk is de multidisciplinaire richtlijn dwang en drang op dat idee gestoeld). Ik ben zelf niet overtuigd van die benadering, want niet alles is meetbaar, zoals bijvoorbeeld de warmte van contacten. Maar de afwezigheid van “evidence” of “meetbare definitie” voor de warmte van contact, betekent niet dat die warmte niet belangrijk is voor goede zorg.

Toen maakte Lieuwe de Haan de opmerking dat dwangmedicatie dan weliswaar erg is, maar hij vroeg zich af of “iemand in een psychose laten” niet ook mishandeling was? Hij refereerde aan een stelling van Anoiksis; dat het verdedigbaar zou zijn om iemand 1x onder dwang antipsychotica toe te dienen, zodat iemand die ernstig in de war is het effect van medicatie kan ervaren, ook als diegene “teveel in de war is om ervoor te kiezen”. Na een eerste ervaring kan de client dan zelf beoordelen of het wel of niet beter is.
Ik werd echt kwaad om deze opmerking. Alsof het alleen maar zwart-wit is! Dwang versus niks doen. Het belang van contact, vertrouwen en gevoel van veiligheid wordt niet eens benoemd! We moeten af van deze tunnelvisie! Dergelijke ongenuanceerde uitspraken zijn wellicht de oorzaak van de stijging van dwangmedicatie. Ik was erg teleurgesteld dat dit soort uitlatingen nog steeds op dit niveau plaatsvinden, en zelfs nog steeds een podium krijgen. Ik vind dit echt erg!

 

De laatste spreker voor de lunch was Peter Lepping over de MySore Coercion Declaration van de EVIPRG. Ik wist al bij voorbaat dat deze presentatie niet goed zou zijn, want ik had de MySore Coercion Declaration al gelezen, en het is geen goed stuk, zie: http://www.mysorecoercion.com/content/mysore-declaration   De MySore Coercion Declaration is bedoeld als een aanzet tot een internationaal raamwerk voor het omgaan met dwangtoepassingen. Maar de uitgangspunten van “wilsonbekwaamheid” en dwangbehandeling zijn niet in lijn met de mensenrechtenverdragen, en kunnen dus ook geen toekomstbestendig raamwerk vormen. In de MySore Coercion Declaration wordt wel her en der gesproken over de rechten van clienten, zelfs over mensenrechten, maar het feit dat dwang een mensenrechtenschending is, wordt totaal niet erkend. Sterker nog, dwang wordt goedgepraat. Dat kan echt niet meer anno 2014. Ik wist dus al bij voorbaat dat deze presentatie waarschijnlijk niet zinnig zou zijn. En dat was ook zo. Dus ik wil hier verder ook niet bij stilstaan. De MySore Coercion Declaration is tijdverspilling. Er is een veel belangrijker document dat onze aandacht verdiend: het mensenrechtenverdrag voor de rechten van personen met beperkingen (UN CRPD, zie www.un.org/disabilities en www.vnverdragwaarmaken.nl ). Laten we ons daar eens mee gaan bezig houden!!

 

Na dit vermoeiende ochtendprogramma was het tijd voor de lunch (die was erg lekker). In de middag waren er nog 2 workshop-rondes. Dat was gelukkig wat luchtiger.

Ik ging eerst naar de workshop over Eigen Kracht-conferenties in de GGZ door Gert Schout (projectleider Eigen Kracht bij BOPZ, VUMC, zie ook http://www.eigen-kracht.nl/nl/categorie/onderwerp/vumc ). Het was een interactieve workshop, waarbij er continu ruimte was voor vragen vanuit de zaal. Gert legde uit dat Eigen Kracht-conferenties ingezet worden in dreigende BOPZ situaties of in situaties waarin er al een uitgesproken maatregel is. Een Eigen Kracht-conferentie (EK-c) is een bijeenkomst met familie, buren, vrienden en andere mensen die belangrijk zijn om samen een plan te maken als antwoord op de vraag van de hoofdpersoon. Als het eigen plan de rechter overtuigt van de veiligheid dan is er geen maatregel meer nodig. In de jeugdhulpverlening en OGGZ worden Eigen Kracht-conferenties al ingezet om bijv. uithuisplaatsing te voorkomen. Het model komt uit Nieuw Zeeland, en sinds 2000 bestaat er een organisatie in Nederland: de Eigen Kracht-centrale (www.eigen-kracht.nl ).

(klik hieronder voor de handout met een schematisch overzicht van het inzetten van Eigen Kracht-conferenties bij BOPZ).

EKC schema

Het inzetten van Eigen Kracht-conferenties om BOPZ-maatregelen mee af te wenden is uniek in de wereld. Bij Eigen Kracht-conferenties gaat vaak om spannende situaties waarbij maatregelen dreigen. Doordat bij een Eigen Kracht-conferentie allerlei zorgen bespreekbaar worden, treedt er vaak een soort algehele ontspanning op binnen het netwerk, waardoor herstel bevorderd wordt. In situaties waarin de GGZ meestal geen risico wil nemen en op “safe” gokt, brengt een EK-c vaak gezonde boerenwijsheid en nieuwe ideeen om het anders te doen.

De Eigen Kracht-coordinator helpt bij de voorbereiding van de Eigen Kracht-conferentie. De coordinator is geen verpleegkundige, maar een (getrainde) mede-burger die verbonden is aan de Eigen Kracht-centrale. Bij de inhoudelijke uitvoering van het plan heeft deze coordinator verder geen enkele rol. VUMC doet onderzoek naar de effecten van het inzetten van EK-c bij BOPZ-situaties, en de eerste resultaten zijn positief. Er blijken nog wel wat organisatorische knelpunten te zijn. Zo worden Eigen Kracht-conferenties doorgaans door de gemeente betaald (ca 4000 euro per conferentie, doorgaans eenmalig, omdat er 1 plan nodig is per casus), echter de winst van de uitgespaarde ligdagen in instellingen is voor de zorgverzekeraar. Hier gaat het systeem dus scheef, en er wordt nu geprobeerd hier een oplossing voor te vinden.

Een belangrijke rol van de GGZ is het verwijzen naar Eigen Kracht-conferenties. Een Eigen Kracht-conferentie helpt om het verhaal van de client in beeld te krijgen. Bij een EK-c kan de client zelf vertellen wat hij/zij ervaart, om vervolgens samen met het eigen netwerk op zoek te gaan naar mogelijkheden. Dit is laagdrempelig, en heel basaal: het gaat over de onderlinge verbondenheid in een netwerk. Tijdens een crisis treedt er vaak een verwijdering (overbelasting) op in het netwerk. Het is dan belangrijk dat het netwerk groter wordt. Een kleiner netwerk is dus geen contra-indicatie voor een EK-c, maar juist een reden.
De tijd die nodig is om een EK-c te realiseren varieert. Soms duurt het maanden, en soms kan het in 1 dag. Dit hangt af van het netwerk en de situatie. Als er een gevoel van urgentie is binnen het netwerk en men echt aan de slag wil met de vraag “hoe kunnen we stoppen wat er nu gaande is” , dan kan het heel snel gaan. Het is voorgekomen dat een familie ’s morgens besloot dat er ’s middags om 4 uur een conferentie gehouden zou worden, en dat is gelukt. Soms is er echter wat meer tijd nodig om alle partijen aan tafel te krijgen. Doordat de EK-c werkt met een groot netwerk van vrijwillige burgers die getraind zijn tot coordinator, is er eigenlijk altijd wel iemand die direct tijd kan maken, ook (juist) in het weekend. Alleen al in Groningen zijn er 41 Eigen Kracht-coordinatoren.

Een andere rol voor hulpverleners is het geven van informatie tijdens het informatie-deel van de Eigen Kracht-conferentie (bijv. informatie over de visie van de hulpverleners en een uitleg van wat de hulpverlening te bieden heeft). De EK-c bestaat uit 3 delen: Het informatieve gedeelte, de besloten familie-tijd, en het nalopen van het plan. Nadat alle deelnemers de benodigde informatie hebben besproken en allemaal begrijpen waar het bij de EK-c om gaat, verlaten alle buitenstaanders de conferentie, zodat de client en het netwerk in besloten kring vrijuit kunnen praten over “hoe nu samen verder”.

Hulpverleners hebben vaak de neiging om te denken “Als dat maar goed gaat…”, maar in de praktijk blijkt dat het meestal juist heel goed gaat. Een Eigen Kracht-conferentie kan heel heftig zijn, doordat emoties een rol kunnen spelen. De sociale dynamieken zijn doorgaans niet geheel nieuw binnen families en sociale netwerken. Het helpt meestal om de situatie bespreekbaar te maken en een gezamenlijk plan te maken om onprettige situaties te voorkomen.
De duur van een EK-c varieert, van enkele uren tot een lange dag. Het blijkt dat het netwerk doorgaans zolang als nodig bijeen blijft, zelfs als het heel lang duurt. Zij zijn oprecht betrokken, en willen dat het goed komt. Naasten vervullen dikwijls een rol in het plan, en doen vaak activiteiten die de hulpverlening niet levert. Heel vaak is dit sociaal ondersteunend (helpen met dagelijkse activiteiten, een praatje maken enz.). Doordat de rolverdeling helder in het plan wordt vastgelegd, weet iedereen waar hij/zij aan toe is, en wordt overbelasting voor alle partijen voorkomen. Het netwerk maakt het plan zelf, op basis van hun eigen ideeen en mogelijkheden, waardoor er ook draagvlak is om dit plan uit te voeren. Doorgaans wordt het monitoren van de uitvoering van het plan ook door een persoon uit het eigen netwerk gedaan.

In het plan kan ook een rol voor de hulpverlening zijn weggelegd. Vaak gaat het dan om een specifieke vraag voor ondersteuning. De psychiatrie wordt daarmee weer een behandel-specialisme. Het netwerk heeft vooral een rol in de sociale zorg en levert ook de boerenwijsheid. De Eigen Kracht-conferentie is dus geen vervanger voor de GGZ, maar een aanvullende mogelijkheid om tot een passend plan te komen.
De mogelijkheid om via een Eigen Kracht-conferentie een eigen plan te maken om daarmee dwang te voorkomen, is ook opgenomen in het wetsvoorstel Verplichte GGZ. We verwachten dan ook een toename in het aantal aanvragen voor Eigen Kracht-conferenties om dwangmaatregelen te voorkomen.

Voor meer informatie of aanvragen van een Eigen Kracht-conferentie, ga naar: www.eigen-kracht.nl .

 

Daarna ging ik naar de workshop over Externe consultatie bij het terugdringen van dwang en drang, door Geraldine Raap en Didier Rammers van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE, www.cce.nl ). Het CCE is bedoeld voor consultatie bij probleemgedrag in de langdurende zorg. Zowel zorgaanbieders, client en familie kunnen bij op www.cce.nl via het aanmeldingsformulier aanmelden voor consultatie. Het gaat daarbij vooral om vastgelopen situaties waarbij een frisse blik van buiten gewenst is. Het CCE werkt met een landelijk netwerk van deskundigen. Het CCE heeft aandacht voor omgevingsfactoren en beschouwt probleemgedrag in de context. Het CCE neemt de zorg voor de client niet over, maar biedt advies (consultatie) en zonodig tijdelijke ondersteuning bij de implementatie van adviezen. Consultatie door het CCE wordt volledig gefinancierd door VWS.

Het Toetsingskader Separeren van de inspectie (IGZ) schrijft voor dat er sinds 1 juli 2013 bij stap 4, bij een separatie van 3 maanden externe consultatie ingeschakeld moet worden. Jaarlijks zitten er gemiddeld zo’n 50 mensen langer dan 3 maanden in de separeer, en toch heeft het CCE geen 50 aanmeldingen gehad, maar pas 9! Dit lijkt op laksheid vanuit de instellingen, die zich dus niet aan de wet houden!
Er werd ons toevertrouwd dat het Toetsingskader wordt aangepast, zodat afzondering ook wordt meegenomen en er zullen kortere termijnen worden gesteld (hehe, eindelijk). Volgens de wet dienen echter alle vormen van dwang te worden voorkomen, en dus is enkel een toetsingskader voor separeren misschien niet genoeg (een toetsingskader voor dwangmedicatie zou een goed idee zijn). Het CCE wil ook graag eerder worden ingeschakeld, liefst nog voordat een situatie totaal vastloopt, dus bij de eerste tekenen van het vastlopen van het contact tussen de hulpverleners en de client.

Bij aanmelding wordt er een consultdag ingepland, waarbij de casus wordt geanalyseerd door gesprekken, het dossier en een afdelingsbezoek. Daarbij wordt gelet op de client en het team, de beeldvorming, de visie, de interactie en de omgeving. Dan wordt er advies gegeven. Bij voorkeur zijn alle partijen daarbij aanwezig, van client tot geneesheer-directeur.

In de tweede helft van de workshop werd gezamenlijk een casus besproken. We kregen een situatie voorgeschoteld waarbij een spiraal van dwangtoepassingen was opgetreden, en vervolgens werd aan ons, aanwezigen, gevraagd of we een idee hadden waar we zouden beginnen om deze situatie vlot te trekken. Het was wel interessant om te zien dat iedereen zijn best deed om een oplossing te vinden. Dit was een praktijkoefening in het anders-benaderen van situaties, en dat is een goede ontwikkeling.

Na de workshops gingen we terug naar de plenaire zaal.

 

Het laatste woord was aan dhr. Rembrandt Zuijderhoudt met een kritische speech: Gaat de wet verplichte GGZ ons helpen bij de reductie van dwang? Hij schudde de zaal goed wakker. Rembrandt Zuijderhoudt gaf 3 redenen waarom hij geen antwoord kon geven op deze vraag. Ten eerste is de toekomst uberhaupt onbekend, en zeker gezien de veelheid aan ontwikkelingen (bezuinigingen, marktwerking, toenemend keuzerecht voor clienten, de ontwikkeling van kwaliteits-richtlijnen enz.) is het onmogelijk om een uitspraak te doen over hoe de praktijk er in de toekomst door dit alles uit gaat zien. Ten tweede staat de wetswijziging ook in een context met een scala aan transities binnen de zorg (WMO, Zorg en Dwang, Forensische Zorg) en is het onduidelijk of dit zal gaan leiden tot meer of minder dwang. Ten derde is het nog niet eens duidelijk hoe de wet eruit gaat zien, omdat het Kamerdebat tot wijzigingen kan leiden. Dat alles maakt de uitkomst van dit wetsvoorstel onvoorspelbaar.

De huidige wetgeving BOPZ is gebaseerd op de MI-principles (WHO, 1991), en de wet stelt dat bij crisis-situaties een inbreuk op de rechten legitiem is. Daarbij is er een soort binair, bot systeem dat in een diversiteit van situaties toestaat om 1 soort inbreuk te maken op 1 fundamenteel grondrecht, namelijk beroving van de vrijheid. Deze beslissing wordt genomen door een rechter die enkel ja danwel nee kan oordelen. Daarmee is er is dus zogezegd 1 enkele “oplossing” (namelijk vrijheidsberoving) voor alle problemen.
Als het antwoord van de rechter NEE is, dan gebeurt er niks, en de persoon krijgt dan meestal helemaal geen zorg (verwaarlozing), en vervolgens wacht men tot het erger wordt om dan opnieuw een aanvraag voor een machtiging te doen. Als de rechter JA zegt dan volgt gedwongen opname. Eenmaal in de kliniek blijkt de psychiater dan opeens een vrijbrief te hebben om nog meer dwang toe te passen (dwangbehandeling), hetgeen inhoudt: separatie, dwangmedicatie of fixatie.

In wetsvoorstel Verplichte GGZ wil men de reikwijdte van de dwangbehandeling opnemen in de rechterlijke toets, en het toegestane scala aan dwangtoepassingen vastleggen in de zorgmachtiging. Echter onder wetsvoorstel Zorg en Dwang is er dan weer geen rechterlijke toets voor de reikwijdte van dwangbehandeling opgenomen, en is er een soort vrijbrief voor “verzorgers” (inclusief naasten) om dwang toe te passen, ook ambulant (thuis). Daarbij ontbreekt enige toetsing, registratie en toezicht. Dit is erg tegenstrijdig, zeker omdat het gaat om de ontneming (schending) van de grondrechten van zeer kwetsbare burgers. De wetgeving bevat dus nog steeds allerlei ongerijmdheden.

Dwang wordt bovendien in toenemende mate beschouwd als een inbreuk op de mensenrechten, oa door het Europees Hof en de Verenigde Naties. Rembrandt Zuijderhoudt voegde toe: “De Verenigde Naties vindt Nederland zelfs een beetje sukkelig in dit opzicht”. (dat refereert natuurlijk aan de brief van de Speciale VN-Rapporteurs 🙂

Dwang moet korter en minder. Wetsvoorstel Verplichte GGZ beoogt een reductie in gedwongen opname en gedwongen separaties, maar zet tegelijkertijd aan tot meer ambulante dwang. Men dient zich af te vragen of het hier gaat om een reductie of een transitie van dwangtoepassing.

Het is ook de vraag of de toenemende bureaucratie in de zorg niet gaat zorgen voor meer dwang.
Wetsvoorstel Verplichte GGZ vraagt veel meer werk van de aanvragers en de rechters. Rechters dragen geen witte jas. De multidisciplinaire richtlijn dwang en drang zal bij de rechters voor verduidelijking, houvast en een leidraad voor beslissingen moeten zorgen. De ruimte voor eigen interpretatie in wetsvoorstel Verplichte GGZ zorgt voor onvoorspelbare jurisprudentie.

De inspectie kampt al 175 jaar met dezelfde problemen (mbt capaciteit). (En als een metafoor bleek dat er niemand van de IGZ op dit congres aanwezig was). Het is absurd dat deze capaciteitsproblemen nooit opgelost zijn, terwijl het hier om wettelijk-verplichte rechtsbescherming van kwetsbare burgers gaat. De werkwijze van de inspectie is ook een probleem. De IGZ verzamelt en evalueert allerlei data van instellingen, en de groeiende vraag naar data wordt door veel hulpverleners als een belasting ervaren. In zoverre de IGZ een probleem signaleert, dan heeft zij vervolgens enkel de mogelijkheid om repressieve sancties op te leggen (verplicht toezicht, verplichte verbetering of sluiting). Dit ervaren velen als het principe van: “No trust, High penalty”.

Veel hulpverleners die de BOPZ gewend zijn, zien op tegen de werklast die wetsvoorstel Verplichte GGZ met zich meebrengt. Het is nodig dat de jurisprudentie onder wetsvoorstel Verplichte GGZ voorspelbaar is. Hulpverleners hebben behoefte aan een duidelijk instrument dat duidelijk beschrijft wat gewenst is, en wat illegaal is.

Het is vooralsnog zeer de vraag of wetsvoorstel Verplichte GGZ het juiste antwoord is op de problemen die er spelen, en om dwang te voorkomen.

(Ik vond dit een goede, kritische reflectie. Hopelijk zijn alle aanwezigen aan het denken gezet)

Tenslotte gaf Ingmar Heytze nog een laatste ludieke, creatieve samenvatting en daarna verliet iedereen de zaal toch nog met een glimlach. Het was een hele lange, zware dag met heel veel informatie. Maar het is goed dat het thema zo leeft. Er is nog veel werk te doen.

HIC congres 5 juni 2014 – Nooit meer eenzame opsluiting?

 

Op donderdag 5 juni 2014 ging ik naar congres- en vergadercentrum Domstad in Utrecht voor het GGZ+ symposium over High en Intensive Care in de psychiatrie (HIC). Zie voor het programma: http://www.ggzplussymposium.nl/index.php/hic-2014#Programma (daar zijn ook presentaties te bekijken)

Het congres was getiteld: Nooit meer eenzame opsluiting in de Psychiatrie? (het is jammer van dat vraagteken, dat zou natuurlijk een uitroepteken moeten zijn!)
Het was een lange, leerzame, en bijzondere dag.

banner HIC-2014

Om 9.30 begon het programma met een kort filmpje van een dichte deur en allemaal pijnlijke kreten.

Daarna begon de dag, met als eerste een bijdrage vanuit familie-perspectief door Mieke Dorleijn (Ypsilon) en haar dochter Sophie. Zij vertelden over de positieve ervaringen die zij met HIC hadden opgedaan. Sophie had een lange pijnlijke separatie-periode meegemaakt, waarin ze het eigenlijk steeds moeilijker kreeg. Ze was volledig op zichzelf aangewezen, maar kon er in haar eentje niet uitkomen. De HIC maakte een verschil, omdat de verpleging schouder aan schouder werkt met de familie. Bij de HIC mocht de moeder in de separeer komen om haar dochter te verzorgen. (voorheen mocht dat niet). Het maakte een groot verschil voor Sophie dat haar ouders konden komen als zij daar behoefte aan had. Het gaat nu inmiddels stukken beter: ze woont nu al 8 maanden op zichzelf, ze kan genieten en is weer bezig met school. Haar herstel is enorm bevorderd door de mogelijkheid om familie te betrekken bij de behandeling. Het betrekken van familieleden is dus een echte aanrader!

Toen was het woord aan Tom van Mierlo, psychiater en directeur behandelingszaken GGZ Breburg en voorzitter Stichting HIC. Hij legde de basis uit van het HIC-model.

Ter introductie liet hij de uitzending van EenVandaag: Het einde van de isoleercel  (29 mei 2014) zien aan de 450 aanwezigen. In de uitzending wordt gesproken over de Verenigde Naties die oproepen tot het afschaffen van dwang (met daarin ook mijn bijdrage) en er is ook een stukje over het HIC-model te zien, zie http://www.eenvandaag.nl/buitenland/51755/het_einde_van_de_isoleercel_

Tom van Mierlo legde uit dat men bij GGZ Breburg in 2011 de balans opmaakte, en vaststelde dat de projecten Dwang en Drang ongeveer 50% dwangreductie hadden gerealiseerd in zo’n 7-8 jaar tijd. Dat was echter eigenlijk niet goed genoeg, gezien de gestelde doelstellingen, en men wilde verder werken aan het terugdringen van dwang en drang. Toen werd het HIC-model bedacht, waarbij bestaande Best Practices werden samengebracht. Nu draait het HIC model al ongeveer 1,5 – 2 jaar, en het blijkt dat er nog eens 40% dwangreductie (vooral reductie van separatie) is gerealiseerd na het invoeren van de HIC. Dat is dus een totale reductie van ca. 90% vergeleken bij zo’n 10 jaar terug.

Wat is HIC?
Het HIC model is ontwikkeld met als doelen: het terugdringen van dwangtoepassing en het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Hieronder staat een schematische afbeelding van het HIC model.

hic-model

Tom van Mierlo legde uit:
Fase groen = ambulante zorg. Dat is de basis, en die moet goed geregeld zijn, met o.a. goede ambulante behandeling en FACT teams enz. Het beginsel is: “herstellen doe je thuis”. Een verblijf in een kliniek is geen duurzame oplossing. Een doel binnen het HIC-model is dan ook om de “medium care” / verblijfsafdelingen proberen op te heffen, en iedereen een plek in de samenleving te geven. Ambulante zorg is de basis.

Fase oranje = opname op de HIC. Dit is een moderne afdeling ingericht als “Healing Environment” waar het topje van een crisis opgevangen kan worden. Een verblijf op de HIC duurt maximaal 3 weken (“tenzij…”). Binnen de HIC zijn de ambulante behandelafspraken leidend, en de zorg is vanaf het begin gericht op het terugkeren naar het eigen leven thuis (de ambulante setting). Er wordt dus niet een hele nieuwe diagnose gesteld bij opname, maar de voorgaande afspraken blijven geldig. De ambulante behandelaar blijft betrokken in de kliniek (continuiteit van zorg). De HIC is gericht op het vergroten van de regie van de client, en daarmee het voorkomen van dwang (voorkomen van onmacht). Bij de HIC wordt alles in het werk gesteld om een crisis af te wenden, en om niet op de ICU terecht te komen. “een goede HIC heeft een lege IC”.

Fase rood = Intensive Care Unit (IC) met evt. de Extra Beveiligde Kamer (EBK). Als de crisis niet opgevangen kan worden bij de HIC, dan is er de Intensive Care Unit (ICU) waar 1-op-1-begeleiding mogelijk is in een rustige omgeving zonder teveel afdelingsrumoer. Een verblijf op de IC duurt maximaal 3 dagen (“tenzij…”).
Voor zeer extreme gevaarlijke situaties is er alsnog een Extra Beveiligde Kamer (EBK), wat een soort isoleercel is, maar dan wat luxer, met een kleine luchtplaats eraan vast, en een wc/douche (meestal afsluitbaar), en er is een touch-screen waarmee je oa  kan Skypen (als dat mag). De verpleging is er altijd dichtbij en beschikbaar om mee te praten. Ook naasten kunnen er komen en er wordt geprobeerd om met de client in contact te blijven/komen, zodat de onrust afneemt en de deur weer open kan. De behandeling stopt dus niet bij opsluiting (zoals bij separatie). Bij de EBK is er altijd contact mogelijk, is het uitgangspunt.

Er zijn verschillende klinieken bezig met het invoeren en ontwikkelen van het HIC-model, hetgeen gepaard gaat met verbouwingen en reorganisaties. VUMC doet onderzoek naar de effecten. Op de website staat een lijst met criteria waaraan een HIC moet voldoen, zie http://hic-psy.nl/hic/ . Er is ook een checklist van deze criteria (HIC-Monitor), te vinden via: http://hic-psy.nl/modelgetrouwheid/

Tom van Mierlo voegde nog toe: Het is belangrijk om vanaf het begin de juiste dingen te doen om niet op de ICU te komen, zoals het beginsel van gastvrijheid en de eerste vijf minuten, 1 op 1 begeleiding, crisissignalering, dag-invulling, herstel-ondersteunende zorg, onderlinge samenwerking en communicatie enz. Het HIC-model omvat dus veel meer dan enkel de HIC-afdeling, maar gaat over de zorgkwaliteit in de hele keten van zorg.

Persoonlijke noot:
Ik ben natuurlijk nog steeds wel sceptisch over de Extra Beveiligde Kamer (EBK), want dat is nog steeds een opsluithok. (en ik ben wel eens op de HIC van de GGzE geweest, en het was nog steeds een klinische afdeling waar ik me niet echt prettig voelde, zie https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/07/high-care-unit-van-ggze-brengt-me-van-mijn-stuk/ ). Maar op een congres zoals dit voel ik wel dat er sprake is van een goede achterliggende visie en grotere ontwikkelingen. De inzichten stemmen hoopvol. Ik zie ook wel goede dingen in het HIC-model. De nadruk ligt op de ambulante behandeling, wat dus betekent dat mensen niet meer zo snel tegen hun wil in een kliniek moeten verblijven, en dat scheelt al veel traumas en problemen binnen de kliniek. Voorwaarde is dan wel dat de ambulante zorg op peil is, en van goede kwaliteit. In die zin geloof ik wel dat het HIC-model de juiste aspecten omarmt, maar ook dat er nog veel werk te doen is. Het is in ieder geval een model dat een verandering in de zorgcultuur mogelijk maakt; een cultuuromslag. En dat is precies wat er nodig is in de weerbarstige klinische GGZ. Ik zie het HIC-model zelf het liefst als een soort tussenstap om te komen tot de benodigde zorgcultuur om dwang volledig uit te kunnen bannen. En het feit dat er een sterke daling in de dwangcijfers te zien is (40%), stemt hoopvol, hoewel het niet geheel duidelijk is of ook de dwangmedicatie in deze cijfers is meegenomen. Dat is voor mij nog wel een zorgenpunt. Tot zover deze persoonlijke noot – terug naar het HIC-congres.

Na de uitleg van Tom van Mierlo over wat het HIC-model inhoudt, was het woord aan Ferrald Dunnink (manager bedrijfsvoering GGZ Delfland) en Lydia Dijkshoorn (Verpleegkundige HIC, GGZ Delfland, locatie Delft). Zij gaven een presentatie over: Samen bouwen aan de HIC. Ze vertelden hoe de HIC vorm was gegeven in Delft. Ten eerste waren alle teams herverdeeld op basis van kwaliteiten zoals bejegening. Op de HIC is geen verpleegkundig kantoor meer, maar de verpleging zit nu gewoon mee in de huiskamer. Dat werkt preventief op agressie (men signaleert vroege tekenen van onrust). Vroeger begon een opname meestal met separatie (eenzame opsluiting), en lijstjes met regels, kleine stapjes waarbij de client moest laten zien dat het goed ging, en als het ware moest bewijzen dat hij/zij op de afdeling kon zijn. Familie mocht niet in de separeer komen, want dat zou te traumatisch zijn. Deze rigide “ontvangst-procedure” in de GGZ was heel beschadigend voor clienten. Inmiddels probeert men een prettige ontvangst te regelen en niet in een sfeer van angst en paniek te blijven hangen. Men begint niet met separeren, maar meteen met behandelen. (tot mijn grote schrik werd hieraan toegevoegd) “meestal met medicatie”. (ik mag hopen dat dit niet over dwangmedicatie gaat, want dat is slechts een dwang-variant, en geen verbetering. Ik werd direct wantrouwig mbt deze praktijk). Het tweetal legde nog uit dat de deur van de EBK tegenwoordig nog maar zelden op slot gaat, en dan altijd relatief kort “1 nachtje ofzo, met elk uur een beoordeling door de psychiater en de verpleegkundige”. (maar dat klonk nu opeens heel anders na die opmerking over medicatie).

Het tweetal legde uit: De client heeft nu meer ruimte om te bewegen. Er werd een luchtplaats getoond die bij de EBK hoorde (echt gevangenis-achtig)  – maar het was goed dat de hele zaal mompelend in oproer kwam, en blijkbaar niet tevreden was met dit beeld:

ICU Delft_luchtplaats_meer mogelijkheden

De presentatie ging verder: Als clienten niet op de groep willen zijn, dan maken ze gebruik van de huiskamer van de IC. Er is altijd 1 op 1 begeleiding beschikbaar, bijvoorbeeld om te gaan wandelen. De comfortroom staat vaak leeg. Clienten gaan vaak liever naar hun eigen kamer, allemaal 1 persoonskamers. De comfortroom wordt tegenwoordig wel gebruikt voor “rooming-in” door familie-leden. Het is voor zowel het team als de familie vaak wel even wennen aan de nieuwe intensievere manier van samenwerken, en de verwachtingen zijn niet altijd helemaal duidelijk. Er zijn geen afdelingsregels meer, maar individuele afspraken. Geen vaste bezoektijden meer, maar familie is welkom en kan veel bijdragen aan het herstel. Er hangen geen briefjes meer (zoals “niet storen tijdens overdracht”). De cultuur is veranderd, en ook de verpleegkundigen voelen zich veel beter bij hun werk. Helaas is het wel zo dat de nieuwe attitude zich nog wel beperkt tot de HIC afdeling, en dat als clienten te maken krijgen met vervolg-afdelingen, zij geconfronteerd worden met de “oude stijl” van regels en groepsprogramma’s enz. Dat is een aandachtspunt voor verdere ontwikkeling.

Ik had wel echt gemengde gevoelens na deze voordracht. Ik ben ook wel eens op de HIC bij de GGzE geweest (zie: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/07/high-care-unit-van-ggze-brengt-me-van-mijn-stuk/ ) , en ik werd daar niet echt blij van. Het blijft een institutionele, klinische setting met een gesloten deur, en ook al zijn er geen “groepsregels”, de mate van individuele beperking kan toch oplopen. Het is dus erg moeilijk om vertrouwen te hebben in de vele mooie woorden op dit congres, want met enkel een goede visie zijn we er nog niet. Het gaat er juist om dat de praktijk ook werkelijk zal veranderen. Desalniettemin, het feit dat er 40% reductie van dwang is gerealiseerd is vooralsnog positief, mits dit niet ten koste van een toename van dwangmedicatie is gedaan, want dan is er geen enkele winst. Ik kan dit niet opmaken uit de gepresenteerde stukken.

De volgende presentatie ging over HIC onderzoek en scholing, door Frits Bovenberg (SPV, adviseur en trainer HIC teams, en voorzitter GGZ+) en Yolande Voskes (verpleegkundige, onderzoeker VUMC en bestuurslid stichting HIC). Zij vertelden over de ontwikkeling van de HIC-Monitor en de validering van de criteria. Het was een vrij theoretisch verhaal over het testen van de meetbaarheid en betrouwbaarheid van de verschillende criteria, en testen op uniformiteit van scores bij verschillende auditoren. De gemiddelde score is op dit moment rond de 186 (uit maximaal 360 punten). De score verschilt niet per auditor. Er is nog steeds geen grens gesteld bij welke score men kan spreken van een “echte, goede HIC”. Er is inmiddels een verbeterde versie van de HIC-moitor (checklist) gemaakt en deze is te vinden via http://hic-psy.nl/modelgetrouwheid/ (de versie uit het HIC-werkboek is dus niet meer valide). Er kan nu inmiddels voorzichtig geconcludeerd worden dat de HIC-monitor blijkt te voldoen in het meten van kwaliteitsontwikkeling, en daarmee dus grip geeft op de kwaliteit van zorg. Het is nog onduidelijk of een hoge HIC-score ook een lage ARGUS-score (dwangregistratie) met zich meebrengt, of een kortere opnameduur oid.

Na deze presentatie was het tijd voor de “Elevator pitches”, waarbij de 3 genomineerde HIC-afdelingen zichzelf in 5 minuten presenteerden (HIC-Delfland, HIC-GGzE en HIC-Tactus verslavingszorg). Daarna mocht het publiek stemmen, en de HIC van GGzE heeft de HIC Award 2014 gewonnen (vermoedelijk omdat de binnentuin iets minder op een gevangenis-luchtplaats leek dat die van de HIC-Delfland). Ik heb er wel een beetje een dubbel gevoel bij.

Screen-shot uit de presentatie van GGzE (over dwangreductie):

GGzE dwangreductie HIC

Na de pauze was er een presentatie over de bemande IC bij GGZ Altrecht, door Roxanne Verrnimmen (psychiater en voorzitter raad van bestuur Alrecht). Binnen de organisatie van Altrecht is er gekozen voor een bemande IC (dus niet streven naar een lege IC). Er is een vast team dat zich concentreert op intensieve zorg op de IC. De intensieve zorg kan dan ingezet worden om mensen een beetje extra behandeling en aandacht te geven, waar men anders niet aan toe zou komen (herstelbevorderend). Als de faciliteiten er zijn, dan kan men die ook maar beter gebruiken, zo stelt de organisatie van Altrecht. Daarom doet men afstand van het idee van een “lege IC” en kiest men voor een “bemande IC”. De inhoud van de zorg is hetzelfde als bij een onbemande IC. Het beginsel ligt ook bij stepped care, en de behandelaar volgt de client (zoals ook bij het reguliere HIC-model).

Persoonlijk voel ik meer voor het concept van de Onbemande IC, dan voor de Bemande IC – helemaal als je bedenkt dat er EBK’s (opsluithokken) zijn in/aan de ICU. Bij de Onbemande IC is het streven ook helder: de client moet zo snel mogelijk weer op eigen benen staan, en de regie terugkrijgen. En eigenlijk zou alle zorg kwalitatief moeten zijn, zodat de IC als lapmiddel niet meer nodig is. (en zelfs de High Care niet meer als de ambulante zorg op orde is). Ik ben dus niet zo enthousiast over deze model-verandering naar een bemande IC.

Toen kwam er een Engelstalige presentatie van Ervaringen met andere initiatieven in Europa, door Tilman Steinert (psychiater ZfP-Zentrum Stuttgart), over HIC en vergelijkbare initiatieven in Europa, met Duitsland in het bijzonder. Deze internationale spreker vond ik niet echt interessant. Hij gaf voornamelijk nietszeggende cijfers, losgerukte feiten en zinloze signaleringen (zoals een vergelijking van het aantal vierkante meters per patient in instellingen in verschillende Europese landen – en hoeveel dat kostte), maar er werd niet gesproken over de link met zorgkwaliteit, en daar viel dus weinig lering uit te trekken… Het stoorde mij bovendien dat het taalgebruik van deze meneer niet aansloot bij de nieuwe mensenrechtenstandaarden terwijl hij wel claimde een internationale deskundige te zijn (hij sprak over “aggressive patients with severe mental illnesses” en niet over “persons with psychosocial disabilities and high support needs”). Daardoor wist ik dat het denkkader van deze meneer nog binnen het oude paradigma viel, en ik verwachtte dan ook geen interessant nieuws meer te horen van deze spreker. Ik vond het erg dat men de zorgkwaliteit probeert af te meten aan cijfers, de fysieke gebouwen en aantal vierkante meters per patient. Voor mijn gevoel was deze bijdrage behoorlijk misplaatst als je het hebt over kwalitatieve hulpverlening. Ik ben dus ook niet naar zijn workshop over dwang in internationale vergelijking gegaan, want er stonden zinnigere dingen op het programma die werkelijk verband houden met de verbetering van de inhoudelijke kwaliteit van zorg.

De laatste spreker voor de lunch was Rick Reefman over: Gastvrijheid als kritische succesfactor in de GGZ: wat kan HIC op het gebied van gastvrijheid leren van de hotellerie. Hij sprak over servicegerichtheid, gastgerichtheid en gastvrijheid, wat verschillende concepten zijn. De traditionele GGZ is vaak erg servicegericht, en minder gastgericht, en nog minder gastvrij. In tegenstelling tot de hotellerie, waar het gaat om welbevinden en de beleving van de “guest journey” (de reis die de gast c.q. client maakt van opname tot ontslag). “Het is voor de hulpverleners geen keuze om een gastheer te zijn, dat bén je als je op een afdeling werkt”. De ervaring van de client is cruciaal. Een aangenaam klimaat zorgt voor minder crisis, en meer tijd om leuke dingen te doen, en meer tijd voor herstel. Kostenplaatjes worden vaak als tegenargument gebruikt, maar het is belangrijk om vooral te kijken naar wat gastvrijheid oplevert. Een goede ervaring wordt gemiddeld 20x doorverteld. Een slechte ervaring wordt gemiddeld 11x verteld en wordt dan weer gemiddeld 5x doorverteld (en dus in totaal 55x verteld). Enthousiasme binnen de hele organisatie (integraal) is nodig om een aangenaam klimaat te scheppen. De belangrijke momenten van de guest-journey zijn: Orientatie, Ontvangst (de eerste 5 minuten), Verblijf en Afscheid (de laatste 5 minuten). De kennis mbt gastvrijheid is aanwezig binnen de hotellerie, en biedt een bron aan informatie voor de GGZ om te leren om een goede gastheer te zijn (en de beste te worden).

Dit was al behoorlijk veel informatie, zo voor de lunch.

Na de lunch ging ik naar workshop nummer 6, getiteld “Ja maar…”. Met als toelichting: Verandering gaat vaak gepaard met weerstand. Hoe motiveer je medewerkers of collega’s om hun werk- en denkwijze te veranderen? , door Eveline Duimelaar, Laura Luijkx en Melanie Huijbregts (alle drie van GGZ Breburg). Deze spoedcursus verandermanagement was erg interessant voor mij als activist, met o.a.:
• de innovatie theorie van Everett Rogers (http://nl.wikipedia.org/wiki/Innovatietheorie_van_Rogers ),
• de denkhoeden van Edward de Bono (http://nl.wikipedia.org/wiki/Edward_de_Bono#De_methode_van_de_zes_denkhoeden ),
• de theorie van het Omdenken (http://omdenken.nl/theorie/ ) met als oefening “het beramen van een overval op de Nederlandse bank met een thermische lans” en we mochten geen: Ja-maar… zeggen, maar alleen Ja-en….
• de samenhang van veranderingsaspecten: (http://ilsemeelberghs.files.wordpress.com/2013/12/schema-kpc-samenhang-veranderingsaspecten.jpg )
De gezamenlijke conclusie was: Iedereen heeft weerstanden en innovatieve kanten, maar het is wel interessant om bewust te zijn van de dynamieken die kunnen ontstaan.
Deze workshop vond ik persoonlijk erg interessant en prettig (wellicht mede omdat er geen traumatiserend bijgewicht aan dit onderwerp vastzat: het was geen moeilijke materie, en het sloot volledig aan bij mijn opleiding Duurzame Bedrijfsvoering. Deze sessie was eigenlijk een opluchting, en een “veilige plek” op het toch wel enigszins verwarrende congres. Verwarrend omdat ik nog steeds afstand zie tussen de theorie en de praktijk… De theorie deugt op zich wel, maar gaat daar nu ook echt iets mee gebeuren in de praktijk, dat is de grote vraag.)

In workshopronde 2 ging ik naar de workshop over 1-op-1 begeleiding, de-escalerend en compenserend, door Minco Ruiter (projectleider nabije zorg bij Inforsa, Arkin) en Niels Bouwhuis (verpleegkundig specialist HIC Tilburg, GGZ Breburg). Zij spraken over: Hoe geef je een-op-een-begeleiding vorm, en wat levert het op?

Bij Arkin bleek jaren terug al dat sommige verpleegkundigen extreem goed waren in het de-escaleren van crisis-situaties. Deze mensen zijn toen aangewezen als De-escalatie ondersteuners. Het woord “escalatie” impliceert dat er 2 partijen zijn, in tegenstelling tot het woord “agressie” wat vaak op 1 partij wordt geplakt. Bij agressie moet de persoon veranderen. Bij de-escalatie ligt er een belangrijke rol voor de omgeving. Het woord agressie is dus niet correct in de GGZ context en wordt afgeschaft – we hebben het over (de-)escalatie, waarbij 2 partijen een rol spelen, met een cruciale rol voor de hulpverlener. Het de-escalatie-ondersteunend-team is overgegaan in het een-op-een-begeleiding-team. Bij een escalatie zitten de client en het team samen vast, en is er een ander nodig om contact te maken, een neutrale derde die als vertrouwenspersoon en “vertaler naar het team” toe op kan treden. De 1-op-1 begeleiding wordt ingeschakeld om het contact met de client aan te gaan, en om in te zoomen op wat de client bezielt, wat hem/haar drijft en bezighoudt. De client krijgt op die manier ruimte en ondersteuning voor zijn/haar gevoel, en de rest van het team leert door de briefing ook te begrijpen wat er aan de hand is, en wat er in het vervolg beter zou kunnen. Op die manier kunnen crisis-situaties beter opgevangen en voorkomen worden.
Bij Inforsa zet men in op nabijheid, laagdrempeligheid en beschikbaarheid van ondersteuning, ook ‘s nachts. Na het afschaffen van de centrale nachtdienst is nu 95% van de deuren bij de FPK ’s nachts open. Door aanwezigheid kan men vroege tekenen van onrust signaleren en escalaties voorkomen, en dat draagt bij aan het terugdringen van dwang en drang.

Bij GGz Breburg gaat men ook uit van nabijheid en de opschaling naar 1-op-1-begeleiding als nodig, maar zij doen dat niet via het inroepen van een extra verpleegkundige van het 1-op-1-team. Bij GGZ Breburg wordt de 1-op-1-begeleiding gegeven door een lid van het bestaande team. Je zou denken dat er dan een gat ontstaat in de huidige bezetting, maar het team wordt tegelijk ook ontlast, en het blijkt werkbaar. Bij GGZ Breburg werkt men met het opschalen van contact; fase 1 is elke 15-30 minuten even kijken, fase 2 is regelmatig contact proberen te zoeken, fase 3 is echt de hele tijd toezicht houden (in het zicht), en fase 4 is hand-in-hand-begeleiding, waarbij er bijv. slechts 1 armlengte afstand is, en soms zelfs 2-op-1-begeleiding. De 1-op-1-begeleider zoekt continue samen met de client naar mogelijkheden, zoals familie, of sport, of medicatie enz. Afhankelijk van de situatie is dit full-time dezelfde hulpverlener, of wordt er afgewisseld (soms is iemand na 1 uur “op”). Het hangt ook af van de klik die je wel of niet met iemand hebt. De 1-op-1-begeleiding leidt tot minder incidenten en minder interventies, meer continuiteit van zorg en een sneller herstel.

Er werd gevraagd: “Maar hoe doe je dat dan, als iemand zo ontregeld is, welke competentie zet je daarvoor in, of is het een soort gave? Ik wil weten hoe je het doet” . Het antwoord was: “Ik stap binnen en ik voel gewoon hoe iemand erbij zit, of hij boos is of verdrietig, ik voel het gewoon, en dan probeer ik contact te maken”. Ik vond dit werkelijk het mooiste antwoord van de hele dag. De erkenning van het bestaan van gevoel is zo enorm belangrijk voor de GGZ. En ik ben oprecht blij dat gevoel hier erkend werd. Ik vond deze presentatie over 1-op-1-begeleiding dan ook echt enorm hoopgevend. Dat was voor mij eigenlijk het hoogtepunt van de dag, maar toen wist ik nog niet wat er verder zou komen.

Er gebeurde namelijk ook nog iets heel bijzonders:

Ik sprak ook nog met een verpleegkundige die vroeger in mijn verleden op een naastgelegen afdeling werkte, en vaak werd opgeroepen om mee te worstelen om mij in de separeer te krijgen. Deze verpleegkundige bood zijn excuses aan voor zijn gedrag en onwetendheid destijds. Hij zei: “Dat wat je zei op EenVandaag, dat het net een soort groepsverkrachting is, dat raakte me, en ik ben het er wel mee eens (!). Ik heb er ook altijd een naar gevoel bij gehad, en ik heb er later ook nog vaak aan teruggedacht… , maar ik hoop dat je begrijpt dat we toen goede bedoelingen met je hadden, alleen we wisten toen niet beter hoe we je konden beschermen. Nu weten we dat wél beter, gelukkig”. Deze verpleegkundige heeft nu een hele actieve rol bij het promoten van 1-op-1-begeleiding om dwang te voorkomen. Ik was nogal overrompeld door deze plotselinge excuses, maar ik vond het heel erg fijn om te horen. Het is heel fijn dat hij me gelijk geeft (dat voelt heel erg “helend”), en het is heel mooi dat hij het blijkbaar ook echt snapt, want nog belangrijker: Hij heeft er iets van geleerd, en hij wil verandering, en hij werkt daarom hard mee aan alternatieven, als voorvechter in de frontlinie! Dit is eigenlijk precies waar het om gaat. De boodschap is dus blijkbaar aangekomen bij hem: Dwang is geen zorg, en het moet anders!
Ik vind het ook echt moedig dat hij naar me toekwam (ik zou hem zelf niet herkend hebben). En ik waardeer het echt dat hij wil voorkomen dat iemand een dergelijk trauma oploopt. Het was echt een heel bijzonder moment.

Hij is de tweede verpleegkundige van toen die excuses maakt voor hetgeen toen uitgevoerd werd op mij. Een aantal jaren geleden ben ik opgebeld door een verpleegkundige, die graag wilde laten weten dat ze spijt had van de dingen waar ze destijds aan had meegewerkt, en dat ze er zelf heel erg mee zat. We hebben toen even gepraat, maar ik was toen ook heel overrompeld, en wist niet goed wat ik moest zeggen. Maar ik waardeerde het wel heel erg dat ze contact met me had gezocht, en dat ze nu beter naar haar hart durfde te luisteren. Ze had het echt moeilijk met haar rol in het verleden, en we waren het er samen over eens dat de dwangtoepassing in de GGZ gewoon moet stoppen.. Dwangtoepassing in de GGZ is een zeer beschadigende praktijk, zowel voor clienten, familie, en zoals blijkt ook voor veel hulpverleners…

Het is heel bijzonder om mee te maken dat er hulpverleners van toen tot inkeer komen, en dat zij het niet opnieuw zover zullen laten komen. Dat is eigenlijk precies wat ik wil: het moet stoppen. Deze ontwikkelingen zijn dus heel hoopgevend. Er is een bewustzijnsverandering gaande.

Maar ik wil niet te vroeg juichen. Naast alle mooie visies en goede ontwikkelingen her en der, zitten er ook nog steeds tal van clienten in separeercellen, en veel High Care-afdelingen hebben ook separeers (of Extra Beveligde Kamers). Dus we zijn er nog niet klaar mee. Het vraagteken achter de titel: Nooit meer eenzame opsluiting? is dus misschien wel terecht zo gekozen…

Maar al met al is het goed dat er via het HIC-model (en andere initiatieven zoals bijv. het Eindhovens Model met Eigen Kracht-conferenties, zie  http://www.eigen-kracht.nl/nl/artikel/verplichte-zorg-binnen-ggz-te-voorkomen ) gewerkt wordt aan grootschalige veranderingen in de GGZ. Het is immers de 21e eeuw. De hoogste tijd voor een echt-sociale GGZ!

Dwangreductie en zorgvernieuwing in de GGZ

Naast alle strijd op juridisch en politiek vlak zijn er gelukkig ook nog steeds goede ontwikkelingen uit het GGZ-veld te melden.

Vorige week stond er een artikel in magazine GGZ Totaal: “Statement tegen een dichte deur” (door Bart Vuijk).

Zie hier het artikel (PDF): http://www.ggztotaal.nl/ggztotaal/4-Statement_tegen_een_dichte_deur.html?utm_source=GGZTotaal&utm_campaign=125cb3f938-Magazine_GGZ_februari2_22_2014&utm_medium=email&utm_term=0_2eb968d0a2-125cb3f938-125398545

In dit artikel wordt uitgelegd hoe het ervoor staat met de reductie van dwang en separeercellen in Nederland. Sommige instellingen zijn na het stoppen van de landelijke dwangreductie-projecten en bijbehorende subsidies en prioritering weer terug bij af, terwijl andere instellingen juist vernieuwend bezig blijven, zoals bijvoorbeeld in Tilburg met de ontwikkeling van het HIC-model.
Ik word ook genoemd in het artikel, en het project met Eigen Kracht-conferenties ook. En ik was erg blij om te zien dat er ook aandacht is voor de brief van de Speciale VN-Rapporteurs onder het kopje: Foltering. Het is een constructief artikel dat inspireert en aanspoort tot verdere ontwikkeling in de GGZ.

HIC-model: High / Intensive Care in de GGZ
In Tilburg en Breda ontwikkelt men het zogeheten HIC-model, zie http://hic-psy.nl/ . Dat doet men samen met 19 andere GGZ-instellingen en organisaties zoals GGZ Nederland en TNO, en met behulp van crowdfunding. (werd uitgelegd in de workshop over HIC op het nationale Voorjaarscongres van de NVVP op 9 april 2014)

Het HIC-model richt zich op vroegsignalering en intensieve zorg samen met verregaande ambulantisering van de GGZ. Een van de einddoelen is het afschaffen van medium-care afdelingen waar mensen weken, maanden of zelfs jaren konden verblijven. Een verblijf op de HIC-afdeling van maximaal 20 bedden kan maximaal 3 weken duren en is bedoeld om de piek van een crisis mee op te vangen. De rest van de behandeling dient in de eigen omgeving van de client plaats te vinden.

Bij de ontwikkeling van het HIC-concept heeft men geprobeerd om zoveel mogelijk “best practices” samen te brengen. Een greep uit de leidende aspecten voor het HIC-model: bezieling en oprecht contact willen/kunnen maken, werken vanuit herstelgedachte en herstelondersteuning, intensieve ambulante zorg zoals FACT, het bedenken van een “open psychiatrie zonder afdelingen”, aanbieden van tijdelijke time-out plaatsen (nav het succes van respijthuizen), doorbehandeling tijdens crisis-situaties (geen separatie of andere dwang), zo humaan en plezierig mogelijk, aandacht voor samenwerking in alle vormen (met naasten, ambulante sector, ervaringsdeskundigen en andere ketenpartners), optimale zorgafstemming, aandacht voor dagbesteding, een gezonde omgeving en een steunende organisatie die deze ontwikkelingen mogelijk maakt.

Het HIC-model is dus niet simpelweg een nieuwe crisis-afdeling, maar het HIC-model omvat een serie van veranderingen, die samen een model vormen voor ambulantisering van gesloten crisis-afdelingen. HIC staat voor een nieuw soort zorg-keten, waarbij de ambulante sector altijd leidend is.
De benodigde veranderingen, subdoelen en andere aspecten die van belang zijn om HIC te kunnen leveren, staan beschreven in de HIC-monitor: een checklist die certificering van het HIC-model mogelijk maakt.

Het HIC-model maakt vernieuwing van de logge klinische GGZ mogelijk doordat het systeemdenken wordt veranderd. Het HIC-model geeft een nieuwe impuls en legt een basis voor doorontwikkeling van de kwaliteit van (kortdurende) GGZ. De ontwikkelaars van het HIC-model zijn zich nu aan het verdiepen in eenzelfde soort intensivering en ambulantisering van de langdurige zorg.

Extra Beveiligde Kamers
Ik ben op zich enthousiast over het HIC-model en het idee van ambulantisering en intensivering van humane plezierige zorg. Helaas is er nog wel een pijnpunt, want ook binnen het HIC-model is er namelijk nog steeds een “opsluithok”. Het mag alleen geen separeercel meer genoemd worden, maar heet nu “Extra Beveiligde Kamer (EBK)” (op verzoek van de inspectie IGZ).
De Extra-Beveiligde-Kamer is als het ware een wat grotere separeer, met wat meer luxe, zoals extra stevig meubilair, een vreemd soort veilige wc-pot en eventueel zelfs een douche (al is hier nog steeds discussie over). Ook hangt er doorgaans een touch-screen en instelbare led-verlichting zijn er extra ramen waardoor “contact en nabijheid” zou kunnen geschieden.

Ook GGzE in Eindhoven heeft sinds 2012 een High Care-unit met “Sensory Support Rooms” (ook een soort Extra Beveiligde Kamer). Maar opsluiting blijft opsluiting, en daarom zie ik die ontwikkeling niet helemaal zitten. Lees hier mijn reactie op de opening van de High Care-unit bij GGzE in oktober 2012:  https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2012/10/07/high-care-unit-van-ggze-brengt-me-van-mijn-stuk/

Insluiting in de EBK zou moeten voldoen aan het nieuwe toetsingskader voor separaties van de inspectie IGZ (2012) waarin 4 nieuwe minimum-normen mbt het gebruik van separatie zijn geformuleerd. Te weten:
A. Het voorkomen van separatie: is al het mogelijke geprobeerd?
B. Het registreren van separaties: gebeurt dit volgens de minimale Argus-dataset?
C. Geen eenzame opsluiting: voldoet een separatie daar aan?
D. Consultatie: voldoet consultatie aan de norm respectievelijk bij een separatie langer dan 1 week, langer dan 3 weken, langer dan 6 weken, langer dan 3 maanden?

Dit laatste punt (D) houdt in dat er in de uitgangspunten van de IGZ al rekening is gehouden met het voortbestaan van langdurige separaties in de toekomst, zoals een separatie van 3 maanden!! Een client in de Nederlandse GGZ anno 2014 kan dus nog steeds 3 maanden in een soort hok opgesloten worden!! Dat getuigt niet van een verbod op separatie noch van handhaving of sturing vanuit de IGZ.

Gelukkig liggen de ambities bij het HIC-model wat hoger: “Een Intensive Care moet in principe leeg zijn, dan is het goed”. Het streven van HIC is dus uiteindelijk om de hele kliniek overbodig te maken, hoofdzakelijk door uitmuntende ambulante ondersteuning, zo humaan en plezierig mogelijk (hetgeen in lijn is met artikel 19 van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen). Bij werken vanuit het HIC-model is alles erop gericht om crisis en dwang te voorkomen, door vroegsignalering en ambulante zorg op basis van samenwerking en de herstelgedachte. Het HIC-model heeft Echte ambities, en is gerichte op levering van Echte zorg.

Enkele cijfers
Bij GGZ Breburg hebben vele inspanningen ertoe geleid dat het aantal separatie-uren drastisch is afgenomen sinds 2010 (ca 80%). Ook het aantal separeercellen binnen de hele instelling daalde van 28 naar 10. Van de 18 gedemonteerde separeerdeuren maakt men nu een kunstwerk.
Bij GGzE in Eindhoven neemt het aantal separeercellen eveneens af door tal van inspanningen. In 2012 waren er nog ongeveer 44 separeers in Eindhoven. Nu zijn dat er minder dan 20.

Dit zijn goede ontwikkelingen die werkelijk betekenis hebben in de levens van clienten. Wij juichen deze ontwikkelingen toe en willen de betrokken hulpverleners aanmoedigen om zich zo te blijven inspannen voor verdere reductie en afschaffing van dwang. Het is tijd om geschiedenis te schrijven. Onze generatie mag afrekenen met dwang en een beter systeem opzetten. Dat is ook de inhoudelijke strekking van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen voor de GGZ. Een andere psychiatrie is mogelijk!

De ontwikkeling van het HIC-ketenmodel vanuit het GGZ-veld stemt mij hoopvol (in tegenstelling tot de ontwikkeling van het normenkader van de inspectie IGZ). Het HIC-model heeft de ambitie om systematische veranderingen teweeg te brengen in de klinische GGZ. Ik verwacht dat er nu wel een echte cultuuromslag aankomt. Steeds meer hulpverleners vertonen ambities. Helaas blijkt de besturende laag wat traag van begrip, zoals blijkt uit het normenkader van de Inspectie en de wetsvoorstellen Verplichte GGZ en Zorg en Dwang. Maar uiteindelijk is de praktijk het belangrijkste, en het is niet verboden om het beter doen dan de wet en de normen voorschrijven.

Eigen Kracht conferenties
In Eindhoven, Groningen en Noord-Holland-Noord loopt een project waarbij Eigen Kracht-conferenties aangeboden worden om dwang te voorkomen. Zie: http://www.eigen-kracht.nl/nl/artikel/verplichte-zorg-binnen-ggz-te-voorkomen

In tegenstelling tot het reguliere traject onder de BOPZ waarbij onwenselijke dwangmogelijkheden en vrijheidsbeperkingen worden besproken, is een Eigen Kracht-conferentie gericht op het gezamenlijk vinden van wenselijke mogelijkheden om door de crisis heen te komen. Via een Eigen Kracht-conferentie kunnen mensen met hun eigen kring van vrienden en naasten overleggen over wat zij nodig hebben om allemaal weer in beter vaarwater terecht te komen. Een Eigen Kracht-conferentie leidt tot een gezamenlijk plan met een rolverdeling voor alle aanwezigen die duidelijkheid biedt over hoe men samen verder zal gaan.

Inmiddels loopt er een project met Eigen Kracht-conferenties ter voorkoming van BOPZ-maatregelen in 3 regios: Eindhoven, Groningen en Noord Holland-Noord. (En inmiddels is er ook een project gestart met Eigen Kracht-conferenties bij Duurzaam Verblijf in Beilen).

GGzE neemt het project serieus en publiceerde onlangs een column vanuit het bestuur:

Column GD: Eigen Kracht Conferentie biedt uitkomst
Het College Geneesheren-directeur delen gedachtes en ervaringen in een column. Deze keer gaat het over de eigen kracht centrale.

Soms kunnen mensen het even niet alleen. Sommige gebeurtenissen in het dagelijks leven zijn zo overweldigend, ingewikkeld of onoverzichtelijk dat hulp wenselijk is. Hoe regel je die? En hoe houd je zeggenschap en regie over de aanpak? De Eigen Kracht-conferentie biedt uitkomst. Tijdens een Eigen Kracht-conferentie maak je samen met familie en bekenden een plan voor de toekomst (familiegroepsplan).

Dit is de eerste alinea van de informatieve website Eigen Kracht Centrale. Bij een Eigen Kracht-conferentie (EKC) gaat het er om dat je de eigen regie van mensen die de grip op hun leven dreigen te verliezen helpt te versterken. Hun eigen netwerk speelt daarbij een belangrijke rol. Bij een EKC blijkt het netwerk veel meer bereid en tot veel meer in staat dan menig hulpverlener verwacht.

Een EKC kan ons ook helpen om het toepassen van dwang- en drangmaatregelen enorm te verminderen. Daarom wil ik iedereen vragen om de website te bezoeken, de teksten te lezen en de filmpjes te bekijken én er met elkaar over te praten. Wil je er over doorpraten met iemand die hier al ervaring mee heeft? Of heb je vragen? Dan kun je contact opnemen met Esther Pols, werkzaam bij de crisisdienst of met Jolijn Santegoeds, ervaringsdeskundige. Esther kan je ook helpen een Eigen Kracht-conferentie te organiseren.

Laten we het komende jaar vol inzetten op de inzet van een Eigen Kracht-conferentie! Bij elke vraag naar de inzet van dwang- en drangmaatregelen, of het nu gaat om een gedwongen opname of om het toepassen van dwangmedicatie, moeten we ons afvragen of het niet anders kan. En EKC biedt daar een mogelijkheid voor. Eigen regie helpt beter!

Vanuit de herstelgedachte is het behouden van eigen regie óók in moeilijk tijden een basisbehoefte. Het blijkt telkens weer dat dwang- en drangtoepassingen herstel op de lange termijn in de weg staat. Soms kan het niet anders en is actieve ondersteuning, bijvoorbeeld als er sprake is van (levens)gevaar, onvermijdelijk maar niet langer dan absoluut nodig is. Uiteindelijk is het effect op lange termijn contraproductief.

Ik hoop dat we dit jaar grote stappen weten te zetten op het gebied van het terugdringen van dwang en drangmaatregelen en het versterken van de eigen regie.
**

Het is heel positief om te zien dat er een groeiend draagvlak is voor vernieuwende initiatieven in de GGZ.

Eerder deze week (dinsdag 29 april 2014) was er een overleg met de projectgroep in Eindhoven. Er zijn al een aantal Eigen Kracht-conferenties (EKC-s) geweest in de BOPZ-context in Eindhoven, Groningen en Noord Holland-Noord. Daarbij werd bij een aanvraag voor een Rechterlijke Machtiging (RM) of In-Bewaring-Stelling (IBS) gelijktijdig ook een Eigen Kracht-conferentie aan de client aangeboden.

Het onderzoek door VUMC loopt nog. Het is nog te vroeg om resultaten of conclusies te melden. De casussen zijn allemaal zeer verschillend van elkaar en de resultaten van de EKC-s zijn ook verschillend. Het lijkt er wel op dat Eigen Kracht-conferenties door alle partijen als een positieve aanvulling op het bestaande aanbod worden ervaren. Wel blijkt dat het voor alle partijen moeilijk kan zijn om “het aan te durven” en vertrouwen te hebben in deze nieuwe stap, die toch voor velen nog wat onbekend aanvoelt. Het kan extra moeilijk zijn om op spannende momenten “iets nieuws” te proberen, maar soms helpt de spanning van het moment ook als een doorslaggevende factor om de moeilijke zaken bespreekbaar te maken.

Het project met Eigen Kracht-conferenties bij de GGzE begint steeds beter te lopen en er komen steeds meer aanmeldingen binnen voor een Eigen Kracht-conferentie om te proberen een eigen plan te maken en daarmee dwang te voorkomen.

Clienten en naasten die dwangtoepassing willen voorkomen kunnen zich aanmelden bij de Eigen Kracht-Centrale (www.eigen-kracht.nl ).

Meer weten over Eigen Kracht-conferenties om dwang in de GGZ te voorkomen?

– Bekijk hier de website van de Eigen Kracht-Centrale:
http://www.eigen-kracht.nl/nl/artikel/verplichte-zorg-binnen-ggz-te-voorkomen

– YouTube-filmpje over de werking van een Eigen Kracht-conferentie: http://www.youtube.com/watch?v=3Drxf0K1Nvw

– Lees hier een Artikel van Gert Schout:
http://www.wmowonen-nh.nl/uitgelicht/2018eigen-kracht-conferenties-voorkomen-gedwongen-opnames2019

– Bekijk het YouTube kanaal van Eigen Kracht-Centrale, met oa een filmpje over een ervaring met de inzet van EKC-s in de OGGZ: http://www.youtube.com/watch?v=etbkgpFivlg