Verslag van Themadag Shop till you Stop!

Verslag van de themadag Shop till you Stop!

Stop incidenten door clienten-instrumenten.

 

Op woensdag 15 september 2010 vond in Eindhoven bij de Fontys Hogeschool (TF) de Themadag Shop till you Stop!  plaats. Deze themadag was georganiseerd door de werkgroep van het Clientenbelangenbureau van de GGzE, en daar zit ik ook bij.

 

Het doel van de themadag was het uitwisselen en stimuleren van alternatieven voor dwang, die ontwikkeld zijn vanuit clienten- en/of familieperspectief.

 

Het was in het begin een beetje zoeken met de interne logistiek op de Fontys, ook voor ons als organisatoren, maar de koffie kwam uiteindelijk toch nog op tijd, en het ging allemaal precies goed.

Om 9.30 ging iedereen naar de collegezaal op de tweede verdieping voor het xe2x80x9cintake gesprekxe2x80x9d met de dagvoorzitter, die het xe2x80x9csepareer-begeleidingsplanxe2x80x9d voor deze dag toelichtte.

 

De dagvoorzitter Rene Kerkwijk leidde de themadag Shop till you Stop! in met een persoonlijk verhaal. Hij vertelde over zijn eigen ervaringen als hulpverlener op de Grote Beek, jaren geleden, waarbij hij vaak had meegeholpen aan separaties. Hij vertelde dat er in die situaties vaak sprake was van onmacht, van de client, maar ook van de hulpverleners die op zoxe2x80x99n moment niets anders meer weten te bedenken, vanwege de dreiging die van sommige situaties uitgaat. Er waren ook situaties geweest waarbij hij wel een andere oplossing had gezien, en bijvoorbeeld even ging wandelen met de client, in plaats van over te gaan op separatie. Rene Kerkwijk vertelde dat hij in die gevallen vaak bijzonder veel moeite had gehad om aan zijn collegaxe2x80x99s uit te leggen waarom hij die keuze had gemaakt en een bepaald risico had genomen, terwijl mede-collegaxe2x80x99s daar anders over dachten.

De collegialiteit binnen een team geeft dus een bepaalde druk aan de hulpverleners om elkaar te steunen, maar die xe2x80x9ccollegiale verplichtingxe2x80x9d vormt tevens ook een drempel wanneer een hulpverlener alternatieven voor dwang wil proberen, want hij/zij zal zich vaak moeten verantwoorden waarom hij/zij afwijkt van de inschatting van een collega. Dit is voor hulpverleners een grote uitdaging, en het is dus belangrijk dat er in openheid met alle partijen gepraat kan worden over alternatieven voor dwang, om zo gezamenlijk de deur te openen naar verandering.  

 

Daarna was het mijn beurt als ervaringsdeskundige om het eerste xe2x80x9ctherapeutisch gesprekxe2x80x9d te voeren. Ik begon direct met een aantal fotoxe2x80x99s van mijn pop in een isoleercel, om aan te geven waar het (niet) om gaat. Ik vertelde kort over mijn eigen ervaringen en het averechtse effect van dwangtoepassingen op persoonlijk welzijn, en de wanhoop die dwangtoepassing teweeg brengt. Vervolgens zette ik een dik rood kruis door al die dwangvormen. (de volledige fotoserie is te vinden op http://www.flickr.com/photos/40211503@N07/sets/72157623472318956/ )

 

Ik vervolgde mijn verhaal over mijn persoonlijke  herstel, op de KIB (Kliniek voor Intensieve Behandeling), waarbij vooral een respectvolle bejegening en het krijgen van kansen cruciaal waren. De hulpverleners waren toen niet langer mijn vijanden (zoals bij de dwangtoepassingen wel was), maar ze kregen een menselijk gezicht, en werden daardoor een soort bondgenoten. Pas toen kwam ik toe aan mezelf, in plaats van enkel bezig te zijn met verzet tegen dingen die ik niet wilde.

Er is dus een fundamenteel verschil tussen zorg en beheersing. Zorg draait om welzijn en ontwikkeling van de client, en dwang draait om orde en veiligheid (ofwel beheersing). Beide zaken zijn eigenlijk heel simpel te herkennen:  Van zorg word je blij, en van dwang niet.

Vanwege dit principiele verschil tussen zorg en xe2x80x9cstrafxe2x80x9d (beheersing), heb ik me altijd verzet tegen dwangtoepassing, en kon ik me daar niet bij neerleggen. Het is fout, en het veroorzaakt onnodig lijden. Omdat ik na mijn herstelperiode zag dat dwangtoepassingen nog steeds verkeerd werden ingezet, ben ik uiteindelijk activist geworden. Ik begon met een xe2x80x9copenbare aanklachtxe2x80x9d die ik met een stift op handgemaakte posters heb verspreid, en inmiddels is dit uitgegroeid tot Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! en de officiele Stichting Mind Rights. Ik heb zelf inmiddels een serieuze adviesrol bij het terugdringen van dwang en het ontwikkelen van goede zorg, o.a. bij de GGzE en andere instellingen, in het Zuidelijk Netwerk  en in de klankbordgroep voor de consultatie van het wetsvoorstel Verplichte Zorg bij het ministerie van Justitie (i.s.m. VWS).

Ik vertelde vervolgens kort nog wat over het nieuwe wetsvoorstel Verplichte GGZ, wat is opgesteld door Justitie, en dat is te merken, want het gaat in het wetsvoorstel niet over zorg, maar over beheersing. Een wet die over zorg gaat, hoort thuis bij VWS.

Tenslotte vertelde ik ook nog over mijn internationale activiteiten, zoals de bijeenkomst van het Wereld Netwerk van clienten en overlevenden van de psychiatrie (WNUSP www.wnusp.net ) waarbij ik heel veel geleerd heb over het laatstverschenen VN-verdrag inzake de rechten van personen met beperkingen (CRPD 2006). Eigenlijk zijn alle VN-verdragen hetzelfde, maar blijkt het soms nodig om een specifieke doelgroep aan te wijzen om dezelfde basis-mensenrechten ook aan die speciale groep te geven, zoals bijvoorbeeld voor kinderen en vrouwen en tegen discriminatie. Het laatstverschenen VN-verdrag gaat over de rechten van mensen met beperkingen, die doorgaans over de hele wereld in een ondergeschikte en achtergestelde positie verkeren, met minder kansen, mogelijkheden en rechten dan andere burgers zonder die beperkingen. Het VN-verdrag voor personen met beperkingen is bedoeld om de ogen te openen, en geeft het recht op zelfbeschikking, bewegingsvrijheid en keuzevrijheid ook expliciet aan mensen met een beperking of stoornis. 

 

Het besef dat dwang geen zorg is, en de reeds ingezette cultuurverandering in de GGZ zal dus verder versterkt worden door dit VN-verdrag CRPD, waardoor de GGZ in de toekomst dus werkelijk anders zal zijn dan in het verleden. Zorg wordt weer zo
rg, en de beleving van de hoofdpersoon staat daarbij centraal. Iedereen heeft een rol bij deze ontwikkeling. NU.

 

Het tweede xe2x80x9ctherapeutische gesprekxe2x80x9d werd verzorgd door Joeri Martens. Als warming-up vroeg hij iedereen te gaan staan om het spelletje xe2x80x9cPetje op, petje afxe2x80x9d  te doen, waarbij Joeri kritische vragen stelde over separeergebruik en het publiek antwoord moest geven. Zoals: hoeveel van de 6 jongeren in de werkgroep hebben ervaring met de separeercel? Het antwoord was 5.  En is het  in Nederland bijv. wel of niet toegestaan om je kind een pedagogische tik te geven? Het antwoord is nee, en dat maakt het dus eigenlijk vreemd dat er wel separeercellen zijn in de GGZ.

Vervolgens vertelde Joeri over zijn eigen ervaringen als hulpverlener. Hij had een schatting gemaakt van het aantal separaties waaraan hij zelf had meegeholpen: gemiddeld 1x per 2 weken, dus in 15 jaar zeker 300 keer. Bij ongeveer de helft van de separaties was Joeri het niet eens met de beslissing, maar andersom kwam ook voor.

Ook het aantal contactmomenten (verzorgingsmomenten in de separeer) had hij geschat, en dat was ongeveer 2x per week, dus minimaal 1100 keer (misschien wel 2000x). Bij de contactmomenten komt de verpleging in de separeer om bijv. boterhammen te brengen, de client te laten douchen, en om uitleg te geven over de situatie. Joeri kreeg steeds meer moeite met het vinden van een uitleg.  Hij vond de separeer eigenlijk maar hard, rauw, vies en smerig, en hij kon er geen goede reden meer voor vinden.

Toch durfde hij niet te weigeren om hieraan mee te werken, vanwege zijn collegaxe2x80x99s die op hem rekenen. Hij gaf wel aan in het team dat hij liever niet mee in actie kwam bij een alarm, en liever geen steun wilde geven aan dwangtoepassing, vanwege gewetensbezwaren. Maar hij voelde zich daarin vrij alleen. Bij evaluaties onder hulpverleners werd vaak alleen de aanleiding voor separatie besproken, en niet de separatie zelf, de beleving en het effect op de betrokkenen.

Eigenlijk herkende Joeri heel veel in het verhaal van clienten en ervaringsdeskundigen, waarbij empathie en inlevingsvermogen wel een centrale plaats innemen bij het bespreken van dwangtoepassingen.

Joeri heeft door verpleegkundige te worden de keuze gemaakt om mensen te willen helpen  en naar eer en geweten een goed hulpverlener te zijn. Maar al tijdens zijn stage kwam hij erachter dat de praktijk confronterend en tegenstrijdig is. De intentie van de zorg is xe2x80x9cgenezingxe2x80x9d en meestal gedragsregulatie, maar zaken als xe2x80x9cbeschermenxe2x80x9d en xe2x80x9corde handhavenxe2x80x9d zijn totaal dominant en de diepere inzichten van motiveren lijken daardoor verdrongen te zijn. De huidige trend van kretologie is geen oplossing voor de grote serieuze problemen die in de GGZ spelen.

Werken in de zorg is een roeping van het hart, waarbij men probeert iemand persoonlijk vooruit te helpen. Elke situatie is persoonlijk en uniek.  Er is samenwerking, communicatie en perspectief nodig, vanuit alle betrokkenen.  

Het Eindhovens Model met de Eigen Kracht-conferentie zou hier een goede methode voor zijn, stelde Joeri, en hij verwees naar mijn workshop over het Eindhovens Model in het middagprogramma.

Het verhaal van Joeri was een duidelijk pleidooi voor sociale psychiatrie.

 

Vervolgens ontstond er een kleine discussie in de zaal over het inlevingsvermogen van hulpverleners. Er werd gesuggereerd dat hulpverleners zichzelf op moesten laten sluiten in de separeer, om meer begrip te krijgen voor hun clienten. Maar dat vond ik persoonlijk een slecht idee, want dan zouden hulpverleners feitelijk alle traumaxe2x80x99s een keer mee moeten maken om hulpverlener te kunnen zijn. Dat is niet nodig en ook niet wenselijk. Er moeten zo min mogelijk getraumatiseerde mensen zijn, en hulpverlenen draait om compassie, steun en ontplooiing.

 

Na de koffiepauze was het woord aan Rowdy Retera en John Swaneveld over de evaluatie van dwangtoepassing: xe2x80x9cEvalueren: Zin of Onzin?xe2x80x9d

Rowdy Retera is ervaringsdeskundige en vertelde over het nieuwe evaluatieformulier dat ontwikkeld is door het clientenbelangenbureau van de GGzE. De oude evaluatie was namelijk enkel gericht op het evalueren van de uitvoeringsprocedure en het perspectief van de verpleegkundigen (als intervisie en casuistiek-bespreking),  maar de beleving van de client werd niet onderzocht.

John Swaneveld, manager van de opname-afdeling, vertelde vervolgens over de hervormingsplannen van de GGzE (Eindhoven). Binnen de GGzE wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van High Care (intensieve zorg) en wil men separeren en dwangtoepassing niet langer als xe2x80x9creguliere handelingxe2x80x9d op alle afdelingen toestaan. Er zijn 3 speciale afdelingen aangewezen waar separeren (in nieuwe vorm) als voorbehouden handeling wel toegestaan zal zijn (waaronder de opname-afdeling). De rest van de instelling zal ondersteund worden door een consultatieteam dat opgeroepen kan worden in crisissituaties om de ontstane impasse te doorbreken en nieuwe kansen te bieden.

John Swaneveld wil van de opname-afdeling een plaats maken xe2x80x9cwaar hij zijn eigen familie zou durven achterlatenxe2x80x9d, daarom wil hij dwang en separeergebruik verminderen, voorkomen en menselijker maken, en dus is het nodig om ook de beleving en opvattingen van de client goed te onderzoeken om tot preventie en alternatieven te komen. Maar bij het nabespreken van separaties en dwangtoepassingen is er echter vaak sprake van een barriere tussen de verpleegkundigen en de client, waarbij de client niet vrijuit durft te praten over allerlei zaken. Dit komt o.a. voort uit angst (onbegrepen voelen, kwetsbaarheid enz.).

Rowdy bezoekt nu als ervaringsdeskundige 1x per week de opname-afdeling, en neemt daar interviews af met de personen die die week te maken hebben gehad met een noodmaatregel (dwangtoepassing volgens Argus). Als ervaringsdeskundige staat hij dichter bij de beleving van de clienten, die zich beter gehoord en beter begrepen voelen. Het gesprek verloopt daardoor veel soepeler en beter.

De vragenlijst van het evaluatieformulier dient als leidraad voor het gesprek en gaat over het belevingsniveau van de client: welke gedachten, gedrag en gevoelens speelden een rol, en welke verbeterpunten ziet de client zelf.  Rowdy neemt de vragen door met de persoon, en maakt daarvan een verslag, dat hij vervolgens voorlegt aan de betreffende persoon voor akkoord. Daarbij vraagt hij of de gegevens teruggekoppeld mogen worden aan het team, want dat kan immers tot verbet
ering van de situatie leiden, zowel persoonlijk als in het algemeen. Terugkoppeling naar het team in het teamoverleg gebeurt 1x per maand. Ook probeert Rowdy uiteraard te stimuleren dat de client en de hulpverleners zelf in contact blijven en de relatie verbeteren, om een kloof te voorkomen. Dat is immers in het directe belang van de client. De evaluatie is een middel voor een betere samenwerking.

De vragen uit de evaluatie zijn opgesteld vanuit het perspectief van client, familie en hulpverlening, en de resultaten van de evaluatie zijn daarom doorgaans bruikbaar voor de hele triade (omdat de beleving van de client centraal staat). De evaluaties kunnen er uiteraard aan bijdragen dat een dergelijke situatie in het vervolg beter wordt beantwoord of wordt voorkomen.

 

Vanuit de zaal kwamen er vragen of deze evaluatie niet zorgde voor een verdere verwijdering tussen de hulpverleners en de client, omdat het gesprek niet rechtstreeks gevoerd werd.  Rowdy benadrukte dat het juist een aanvullende stap was, die juist bedoeld was om elkaar beter te leren begrijpen. De evaluatie met een ervaringsdeskundige is een aanvulling, die het voor clienten makkelijker maakt om hun verhaal kenbaar te maken naar de hulpverleners. Ze worden door Rowdy ondersteund in het onder woorden brengen van hun beleving (gedachten, gevoel en gedrag), en dat biedt vervolgens aanknopingspunten voor het vinden van nieuwe mogelijkheden en alternatieven.

John Swaneveld meldde nog dat de ervaringen met deze manier van evalueren erg positief zijn, en dat er de afgelopen 2 jaar geen enkele klacht meer was ingediend over de opname-afdeling, terwijl dat daarvoor gemiddeld 12 klachten per jaar was.

Op dit moment is men aan het onderzoeken of men de afgenomen evaluaties kan borgen in het dossier van de betreffende client, zodat deze informatie ook voor de toekomst beschikbaar blijft.

 

Een vrouw uit het publiek nam het woord en vertelde over hoe gruwelijk zij het vond, als moeder, om haar eigen kind gesepareerd te zien worden.  Haar moederhart brak op dat moment. Haar emotie was duidelijk voelbaar, en herkenbaar voor velen in de zaal.

Dit resulteerde in een goede tip was om de evaluaties nog verder te verbreden, en voortaan ook te evalueren met familieleden, en hun beleving te onderzoeken.

 

Een andere opmerking uit de zaal ging over een familielid die registreerde wie er aan het werk was, wanneer de client in de separeer kwam en het familielid werd afgebeld voor bezoek. Door de registratie konden er patronen ontdekt worden. Ook dat is dus een tip voor naastbetrokkenen.

 

Toen was het tijd voor de aangrijpende fotoserie xe2x80x9cdwang in beeldxe2x80x9d die met een passend muziekje werd vertoond. Het gaf het gevoel weer van eenzaamheid, sloten en muren, hulpeloos afglijden en eenrichtingswegen.

 

De volgende xe2x80x9ctherapeutische sessiexe2x80x9d werd gedaan door Simone Haasnoot en Marie-Jose Spieringhs.

Simone vertelde een zeer aangrijpend en persoonlijk verhaal over haar ervaringen met een xe2x80x9czogenaamd vrijwilligexe2x80x9d separatie die 27 dagen heeft geduurd. Het werd muisstil in de zaal toen ze dit zeer gevoelige verhaal vertelde. Ze vertelde hoe ze vrijwillig opgenomen was op een PAAZ-afdeling, maar toen ze werd opgesloten in een isoleercel wilde ze dat eigenlijk niet. Ze zat daar 27 dagen in totale wanhoop en eenzaamheid, en ze lieten haar er niet uit. Omdat ze xe2x80x9cvrijwillig opgenomenxe2x80x9d was werd dit niet geregistreerd als dwangtoepassing, maar als xe2x80x9cvrijwilligexe2x80x9d separatie, terwijl Simone dat helemaal niet wilde. Simone is hier achteraf achter gekomen, en was het daar uiteraard niet mee eens. Ze heeft een klacht ingediend en die zaak heeft ze uiteindelijk gewonnen, met bijstand van Marie Jose Spieringhs (Schakenraad Advocaten). Het verhaal van Simone gaf een zeer duidelijk beeld van hoe clienten separatie ervaren, en haar openhartigheid maakte bij iedereen veel gevoel los.

Marie-Jose Spieringhs (advocaat) ging vervolgens door op enkele grijze gebieden van de wetgeving, zoals xe2x80x9cvrijwilligheidxe2x80x9d en andere afschuivingen van het jargon.

Ze maakt zich zorgen om termen zoals xe2x80x9ckamerprogramma, Time-out, pedagogische maatregelxe2x80x9d enz. die nu in plaats dreigen te komen voor separatie, maar waarbij de randvoorwaarden voor eenzame opsluiting op creatieve wijze worden omzeild. Voor afzondering en separatie zijn er eisen vastgelegd in de wet, maar door de nieuwe termen lijkt het alsof er geen regels gelden voor kamerprogrammaxe2x80x99s, time-out en dergelijke, maar eigenlijk is dit een xe2x80x9cverkeerd uitgevoerde separatiexe2x80x9d en dan is het wel klachtwaardig. 

Ook xe2x80x9cvrijwilligheidxe2x80x9d is vaak een verhulling. Als iemand vrijwillig een separeer ingaat, maar er na 5 minuten toch weer uit wil, dan is de vrijwilligheid veranderd, echter in de praktijk wordt er vaak geen gehoor gegeven aan dit verzet en noemt men dit nog steeds xe2x80x9cvrijwillige separatiexe2x80x9d.

En ook in het geval van Simone zijn er dergelijke fouten gemaakt. Zij was vrijwillig opgenomen, maar kreeg een onvrijwillige behandeling. Dat mag niet, maar het gebeurde toch en het werd niet goed geregistreerd en weggeschreven als xe2x80x9cvrijwillige behandelingxe2x80x9d. Simone heeft er echter werk van gemaakt en aan de bel getrokken, met succes.

Deze verhullingen en afschuivingen komen helaas veel voor in de praktijk, en gezien deze afschuivingen in de praktijk is het de vraag hoe betrouwbaar de cijfers van de inspectie zijn aangaande separatie en dwangtoepassing. Marie-Jose Spieringhs pleitte voor een juist en eenduidig gebruik van de termen, want dat is belangrijk voor de rechtspositie van clienten.

 

Er kwamen veel reacties uit de zaal. Er werd een opmerking gemaakt dat men moest stoppen met verhullende termen zoals kamerprogramma en separatie, en dat alle opsluiting gewoon opsluiten of isoleren moest worden genoemd. Die opmerking vond brede steun in het publiek.

Ook verpleegkundigen hebben moeite met het creatief boekhouden en krijgen daar vaak een schuldgevoel bij: een xe2x80x9cgestripte kamerxe2x80x9d mag niet, maar een xe2x80x9cveilige kamerxe2x80x9d mag wel, terwijl het in de praktijk op hetzelfde neerkomt.   

 

Erik Kuijpers (projectleider Dwang en Drang en High Care bij GGzE) stond ook op in de zaal, en vertelde vanuit hulpverlenersperspectief dat verpleegkundigen in een crisissituatie zelf ook gespannen zijn. De eigen angst van de verpleegkundige zit vaak in de weg, en kan leiden tot een soort verkramping naar beheersing en afstand. Het is voor verpleegkundigen moeilijk om dit eigen pantser af te werpen en de client te durven benaderen, en elkaar te zien als mens. Opsluiten zou geen onderdeel van reguliere hulpverlening moeten zijn, stelde Erik. Dat zou hooguit een uiterst zorgvuldige interventie moeten zijn, met gespecialiseerde mensen en middelen. En daarom is er bij de GGzE een High-Care consultatieteam in oprichting, voornamelijk om de verpleegkundigen te ondersteunen in het hanteren van die eigen angst, zodat separeren en zo overbodig kan worden. Het gaat in de zorg om menselijke interactie, en het is belangrijk dat verpleegkundigen leren om met hun eigen angst en beleving om te gaan. Dat is dus een belangrijk punt voor de opleiding van hulpverleners.

 

Daarna werd er weer een fotoserie vertoond met wederom een passend muziekje, maar deze keer werden er gevoelens opgeroepen van welzijn, groei, openheid, kansen, vreugde en warmte.   

Het was een krachtig signaal zonder woorden.

 

Daarna sloot de dagvoorzitter het ochtendprogramma af en was het tijd voor de lunch. Er was een sfeer van openheid en gelijkwaardigheid, en iedereen praatte met iedereen: clienten, hulpverleners, familieleden, studenten, docenten en allerlei andere geinteresseerden. Er was zogezegd geen groepjes-vorming of splitsing, maar er was ruimte voor ieders mening en iedereen liep door elkaar.  De sfeer was verbindend en warm en dat was echt heel erg fijn. Zo zou de sfeer in de zorg altijd moeten zijn:  een respectvolle samenwerking.

 

In de middag heb ik 2x een workshop verzorgd over het Eindhovens Model, samen met Wil Janssen, regiomanager van de Eigen Kracht-Centrale in Noord Brabant. Ook dat verliep goed. Beide keren hadden we een volle zaal van ongeveer 15 mensen in de workshop.

Het Eindhovens Model is een procedure die de BOPZ en het wetsvoorstel Verplichte GGZ  kan vervangen, en is gebaseerd op de Eigen Kracht-conferentie.

Ik vertelde hoe het Eindhovens Model was ontwikkeld, namelijk als tegenvoorstel op het wetsvoorstel Verplichte GGZ, waarbij ik in de consultatiefase bij het Ministerie van Justitie ism VWS heb meegedacht en bij elk thema mijn eigen visie heb gevormd en beschreven. Dat uitgebreide voorwerk is te lezen in de manifesten 1 t/m 4 op www.mindrights.nl/docu_en_info.htm .

Op basis hiervan is bij mij een helder beeld ontstaan waaraan een alternatief model zou moeten voldoen, en toen is xe2x80x9chet Eindhovens Modelxe2x80x9d ontwikkeld, dat niet uitgaat van een onwenselijk ultimum remedium, maar juist van wenselijke zorg (Prima Remedia), eigen regie en keuzevrijheid en een integrale benadering van het leven van de client.

Deze uitgangspunten sluiten aan bij de actuele bevindingen uit de projecten voor dwangreductie en de ontwikkeling van High Care (gastvrijheid, nabijheid, vertrouwen, contact, keuze). Daarbovenop geeft het Eindhovens Model tevens een uitwerking aan het nieuwste VN-verdrag voor personen met beperkingen (CRPD). De algehele visie en opvattingen ten aanzien van goede zorgkwaliteit in de GGZ zijn in de laatste jaren enorm veranderd, en deze cultuuromslag moet uitwaaieren over de hele cultuur. Er is daarbij ook een ander besluitvormingsmodel nodig, dat niet langer top-down en op afstand beslist over zeer complexe en persoonlijke crisissituaties.

Een alternatief werd gevonden in de Eigen Kracht-conferentie, en die vormt de beslisprocedure in het Eindhovens Model.

 

Wil Janssen legde uit wat een Eigen Kracht-conferentie is. (zie ook www.eigen-kracht.nl )

Een Eigen Kracht xe2x80″conferentie is een bijeenkomst van professionals, familie en hun netwerk met als doel een plan te maken als antwoord op de vraag die er ligt.

Een Eigen-Kracht-conferentie combineert het formele en informele zorgsysteem rond een gezin of hoofdpersoon, en heeft als doel samen in gesprek te gaan en een oplossing te vinden voor een bepaalde vraag of probleem. Een onafhankelijke coordinator faciliteert het hele traject rondom de bijeenkomst. Een Eigen Kracht-conferentie wordt georganiseerd door een aanmelding te doen bij de Eigen Kracht-centrale, en daarna zal een coordinator het gesprek met elkaar voorbereiden, organiseren en leiden.  

 

Vaak heeft men bij de Eigen Kracht-conferenties te maken met gezinnen waarbij op minimaal 3 levensgebieden ernstige problemen zijn ontstaan, zoals wonen, financixc3xabn, verslaving, GGZ problematiek, fysieke beperkingen, opvoeding, relaties enz.  

Hij gaf een voorbeeld van een gescheiden vader, die soms aan psychosen leed en wilde voorkomen dat zijn dochtertje daaronder zou lijden. Via een Eigen Kracht-conferentie werd als oplossing gevonden dat hij elke dag werd opgebeld door zijn familie en naasten om te kijken of het allemaal goed ging en of de bezoekregeling dat weekend door kon gaan. Op die manier was het veilig voor de dochter, en ook de vader werd beter opgevangen omdat iedereen nu goede informatie had gekregen over psychoses. De vader voelde zich nu beter begrepen en bovendien de moeite waard omdat hij elke dag gebeld werd.

 

Wil Janssen benadrukte het verbindende karakter van de Eigen Kracht-conferentie, waarbij samen met familie en naasten over levensproblemen wordt gepraat. Een Eigen Kracht-conferentie verandert vaak het leven van alle betrokkenen, omdat er een vertrouwelijke sfeer in het netwerk ontstaat, en mensen nader tot elkaar zijn gekomen.

 

Een Eigen Kracht-conferentie kost veel voorbereidingstijd, gemiddeld ca 3-6 weken. Dat is ook echt nodig om een goede conferentie op te zetten. De coordinator probeert in die voorbereiding te achterhalen wat er gaande is, en de betreffende mensen te benaderen en uit te nodigen. Bijna iedereen heeft een drukke agenda, en Eigen Kracht- conferenties worden daardoor vaak op zaterdag gepland.

Mensen geven doorgaans ook zelf tijdens  de voorbereiding al aan dat bijv.  Jantje ruzie heeft met Pietje, en dat een bepaald onderwerp beter vermeden kan worden. De coordinator weet dan al dat daar een pijnpunt zit, en dat er dus meer aan de hand is. De Eigen Kracht-coordinator gaat dan op zoek  naar een mogelijkheid om dit op de bijeenkomst op een veilige manier te bespreken, en probeert bijvoorbeeld een persoon te vinden waar al deze partijen respect voor hebben (bijv. de opa) om zo het constructieve karakter van de Eigen Kracht-conferentie te bewaren.  Maar de regie van het gesprek ligt bij de aanwezigen en de hoofdpersoon zelf, de coordinator legt geen geheimen op tafel. De betrokkenen gaan zelf in gesprek en bepalen hoever ze daarin gaan. In de praktijk blijkt dat het openbaren van een geheim een proces van twijfel met zich meebrengt (wel/niet/wel/niet), en ook de betrokkenen hebben daarom behoefte aan voldoende voorbereidingstijd.

Soms is de hoofdpersoon een puber, die bijvoorbeeld nog leerplichtig is en veel spijbelt. Dan hangt het vaak af van de formulering van de vraag of diegene wel of geen zin heeft om mee te werken aan een Eigen Kracht-conferentie. De vraag kan zijn: Hoe kan deze persoon een diploma halen op een zo prettig mogelijke manier. Dat maakt het voor de hoofdpersoon uitnodigend om mee te doen.  

 

Een Eigen Kracht-conferentie biedt in ieder geval een kans op een oplossing, en geeft hoop aan de betrokkenen. Ook versterkt het de samenhang binnen een netwerk en verenigd de krachten van alle betrokkenen om gezamenlijk over de toekomst na te denken, samen een gezamenlijk doel te hebben en de schouders onder een probleem te zetten, en meer begrip voor elkaar te hebben.

 

Het uiteindelijk plan dat uit een Eigen Kracht-conferentie komt, wordt leidend voor de hulpverlening. De plannen die uit een Eigen Kracht-conferentie komen zijn per definitie altijd veilig, want het gaat om de eigen dierbaren.

 

In het Eindhovens Model wordt de Eigen Kracht-conferentie ingezet bij crisissituaties op het gebied van geestelijke gezondheid, bij voorkeur in een vroeggesignaleerde situatie (en niet zoals onder de wet BOPZ wachten tot het uit de hand loopt en dan pas iets ondernemen). Het Eindhovens Model is een proactief model, dat gericht is op wenselijke oplossingen en dialoog.

Door de verschuiving te maken naar een vroeger stadium van anticiperen op crisissituaties, ontstaan er meer kansen voor preventie van een werkelijke crisis, waarmee dwangtoepassing dus voorkomen kan worden. Doordat de regie bij de hoofdpersoon en het netwerk ligt, worden de werkelijke behoeften van de persoon en omgeving leidend voor de zorg (vraaggestuurd in plaats van aanbodgestuurd), waardoor de zorg beter aansluit en dus beter is. En bovendien komen via het Eindhovens Model en de Eigen Kracht-conferentie de sociaal-maatschappelijke perspectieven opnieuw op de voorgrond, en kan de GGZ zich gaan richten op sociaal welzijn.

Het Eindhoven Model is dus bedoeld om de cultuuromslag in de GGZ mee te realiseren: van beheersen naar voorkomen. Inmiddels wordt er een pilotproject van het Eindhovens Model opgezet in Eindhoven.

 

Wil Janssen en ik kregen veel positieve reacties op onze workshop.

Tenslotte was het afsluitende woord aan de dagvoorzitter Rene Kerkwijk. Hij hield het kort en zei:  Erover nadenken en erover praten is de eerste stap naar verandering. Het kan pijn doen, maar er ligt wel iets op tafel.

 

Onder het genot van een fris drankje werd er nog wat nagepraat en toen was het tijd om op te ruimen. We hebben veel positieve reacties gekregen zoals: vaker doen, meer, ook met andere themaxe2x80x99s, groter, met nog meer mensen en debat. Vooral opvallend was dat studenten zo enthousiast waren en zo blij waren met deze leerzame dag. Het is dus goed bevallen om deze themadag op de Fontys te doen. En wij zijn heel erg trots op deze geslaagde themadag Shop till you stop!

 

En ik heb die dag ook nog een exemplaar van het boek Reflectie en Participatie in de zorg  gekregen (ISBN 978-90-5931-597-6), waarin vanaf pagina 153 het hoofdstuk staat dat ik samen met Elleke Landeweer heb geschreven: Psychiatrie in de schaduw van neurowetenschappen. Sociale perspectieven noodzakelijk voor herstel van mens en systeem.

Ook daar ben ik erg trots op.

 

Advertenties

Manifest 5 Dwang is geen oplossing, maar een probleem

De zomervakantie zit er weer op, maar ik heb niet stilgezeten.

Er ligt namelijk een wetsvoorstel voor Verplichte GGZ dat dit najaar in de Tweede Kamer behandeld zal gaan worden – mits we een kabinet hebben.

Het wetsvoorstel Verplichte GGZ is in strijd met de fundamentele mensenrechten, zoals omschreven in het VN-verdrag CRPD.

 

In het kader van de wetswijziging BOPZ en het wetsvoorstel Verplichte GGZ is er door Actiegroep Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights een concreet alternatief model ontwikkeld dat wel in lijn is met de uitgangspunten van het nieuwste VN-verdrag CRPD.

Dit is het Eindhovens Model.

Een uitgebreid pleidooi is te lezen in Manifest 5, Dwang is geen oplossing, maar een probleem, met daarin beschreven:

  Kritiek op het wetsvoorstel Verplichte GGZ

  Vergelijking met de wet BOPZ

  Concreet alternatief: het Eindhovens Model

 

Download Manifest5_dwang-is-geen-oplossing-maar-een-probleem (PDF)

Wij hopen dat beleidsmakers en politici zich zullen inzetten voor de cultuuromslag in de GGZ

 

 

 

Ik wens iedereen veel leesplezier en inspiratie!