Hoorzitting Tweede Kamer over ratificatie VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen

Gisteren, maandag 9 februari 2015, ging ik naar de Tweede Kamer in Den Haag voor de Hoorzitting over de ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen. De Hoorzitting was bedoeld om de leden van de Tweede Kamer Commissie van VWS, te informeren over de reacties van veldpartijen op de ratificatie-wetsvoorstellen mbt het VN-verdrag.

 

Ik was geen spreker maar zat op de publieke tribune. Ik had me erg verheugd op de Hoorzitting, omdat dit een mijlpaal zou zijn voor de erkenning van mensenrechtenschendingen door dwang in de zorg. Dit thema zou oa onder de aandacht worden gebracht door de Coalitie voor Inclusie, door LPGGZ en door het College voor de Rechten van de Mens. Ik had er erg veel zin in om dit te aanschouwen.

 

Vooral de erkenning door het College voor de Rechten van de Mens is daarbij een mijlpaal, aangezien ik daar vorig jaar nog enkele zeer heftige discussies heb gehad (zie o.a. https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/04/16/zwaar-gesprek-bij-college-voor-de-rechten-van-de-mens-op-24-maart-2014/ ). Er is nu dus sprake is van een visie-verandering.

 

Het officiele schriftelijke advies van het College voor de Rechten van de Mens  over de ratificatie-wetsvoorstellen bevat een kritische passage over dwang in de GGZ:

 

Het College wijst er op dat het toezichthoudend VN-Comité bij het verdrag benadrukt dat gedwongen behandeling door psychiatrische en andere medische professionals strijd oplevert met de beginselen van het recht op persoonlijke integriteit (artikel 17), de vrijwaring van foltering (artikel 15) en de vrijwaring van geweld en misbruik (artikel 16). Mensen met een beperking hebben het recht een medische behandeling te kiezen. Het gedwongen opleggen van een behandeling is volgens het Comité dan ook een inbreuk op artikel 12 van het verdrag.1 Ook wanneer mensen in (psychiatrische) instellingen in crisissituaties geraken moet de Staat hun handelingsbekwaamheid respecteren.

Het College vraagt uw Kamer bij de behandeling van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang na te gaan of de verplichtingen ten aanzien van dwang in de zorg op grond van de verplichtingen uit het verdrag aanpassing behoeven.

(bron: Pagina 8 Advies College voorde Rechten van de Mens: http://www.mensenrechten.nl/publicaties/detail/34841 )

 

De omslag in de visie van het College voor de Rechten van de Mens is een belangrijke doorbraak, en ik keek er erg naar uit om dit werkelijk benoemd te horen worden in de Tweede Kamer. Dat is wellicht voor het eerst dat er echt serieus over het afschaffen van dwang wordt gesproken, een mijlpaal in de geschiedenis van de clientenbeweging.

 

Vol goede moed ging ik naar Den Haag. Om 10.00 begon de Hoorzitting over ratificatie van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen.

 

De sprekers waren verdeeld over 3 blokken, en kregen elk 2 minuten om hun expert-visie toe te lichten, waarna de Kamerleden nog enkele verhelderende vragen konden stellen.

 

De eerste spreker was Dick Houtzager van het College voor de Rechten van de Mens. En hij zei het!! Hij benoemde 3 hoofdpunten:  toegankelijkheid, gelijke behandeling en regie, en bij het punt regie benoemde hij dat herzien moest worden of wetsvoorstel Zorg en Dwang en wetsvoorstel Verplichte GGZ aan het mensenrechtenverdrag voor de rechten van personen met beperkingen voldoet met het oog op ondersteuning. En dit geldt ook voor wetten over curatele, bewind en mentorschap. Ook is het College bereid om de rol van monitoring op zich te nemen.

 

Ik was blij om dit standpunt van het College voor de Rechten van de Mens te horen, ook al was het nogal summier en droog geformuleerd (er was ook maar heel weinig spreektijd). Het is een mijlpaal.

De dag begon dus goed.

 

Blok 1 vervolgde met een bijdrage vanuit de VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland), waarbij gesteld werd dat de mate van specialisatie in de zorg ook heeft bijgedragen aan exclusie, omdat de kennis van de sector niet is doorgevoerd naar de buitenwereld. Hierdoor ontstaan er oa veel problemen zijn bij de overgangen in de keten, zoals bijvoorbeeld in de bejegening van een persoon met een verstandelijke beperking in de periode voor, tijdens en na justitiele detentie. VGN pleitte er dan ook voor om de kennis die verzameld is in de sector door te voeren in de rest van de samenleving.

 

Daarna kwam aan bod: Toegankelijkheid van sport (NOC-NSF), toegankelijkheid van de horeca (Horeca Nederland), inclusie van personen met beperkingen in de bouw-uitvoering (Bouwend Nederland), de relatie tussen inclusief openbaar vervoer en specifiek doelgroep-vervoer (Connexxion/Veolia).

De laatste bijdrage van Blok 1 ging over het grote knelpunt mbt zorgvraag en indicatiestelling (WMO-onderzoek wat vaak fout gaat), waardoor op allerlei plaatsen in het land, mensen niet de zorg krijgen waar zij recht op hebben (ANBO).

 

De vragen van de Kamerleden gingen vervolgens hoofdzakelijk over toegankelijkheid, waarbij de genodigde sprekers benadrukten dat inclusie en toegankelijkheid begint met besef en bewustwording, geillustreerd met een voorbeeld van het voorlezen van de menu-kaart in de horeca (dat kost eigenlijk niets, maar het begint bij een besef van gastvrijheid en inclusie).

Helaas werd er niets meer gezegd over dwang in de GGZ.

 

Na een korte pauze van 5 minuten begon Blok 2.

 

Illya Soffer van Iederin gaf een treffende uiteenzetting van het belang van regie, inclusie en de mensenrechten in het VN-verdrag: Dat het gewoon is dat ik er ook ben. Het VN-verdrag biedt een routebeschrijving om stap voor stap tot inclusie te komen, en om beeldvorming, houdingen en gedrag ten aanzien van personen met beperkingen te veranderen. Het voeren van eigen regie, zeggenschap en keuzes behoort normaal te zijn voor ieder mens, ook voor personen met beperkingen. Iederin pleit voor een daadkrachtige implementatie en stelde dat de huidige ambities van de regering teleurstellend zijn.

 

Daarna volgde een bijdrage over de toegankelijkheid van kieslokalen en het stemproces (Kiesraad), waarbij de huidige ambitie van de regering (25% toegankelijkheid) als ondermaats wordt beschouwd.

 

Daarna sprak Conny Kooijman van LFB (vereniging door en voor verstandelijk gehandicapten) over de toegankelijkheid van informatie en voorzieningen in de samenleving voor personen met een verstandelijke beperking, zoals ontoegankelijke brieven van instanties, OV-voorzieningen en reis-informatie, het stemproces bij verkiezingen, en allerlei andere aspecten van het leven in de samenleving als medemens. Ook benadrukte Conny dat het wegvallen van subsidies een groot probleem is, waardoor de belangenorganisatie onder druk komt te staan. Betaalde krachten zijn nu onbetaald, en doen het werk als vrijwilligerswerk, en ervaren bijkomende druk van de participatiewet (verplicht betaald werk zoeken).

 

De volgende spreker was Nic Vos de Wael namens het Landelijk Platform GGZ (LPGGZ,). Hij sprak over het terugdringen van separeren in de GGZ. De ontwikkeling van High en Intensive Care in de GGZ (www.hic-psy.nl) laat zien dat het separeren teruggedrongen kan worden tot 0 of bijna 0, door het humaniseren van de zorg en het aanbieden van intensieve 1 op 1 zorg. Maar er bestaan grote verschillen tussen instellingen, en enkele instellingen melden een toename van dwang vanwege de bezuinigingen. Het VN-verdrag is een kans om goede zorg te realiseren en de afgevlakte ambitie om dwang terug te dringen te doen herleven. Het LPGGZ pleit ervoor om de interpretatieve verklaring mbt artikel 14 te schrappen, en wil graag het debat aangaan over het VN-verdrag en de GGZ. Het LPGGZ vindt dat wetsvoorstel Verplichte GGZ en wetsvoorstel Zorg en Dwang getoetst moeten worden aan het VN-verdrag.  Daarnaast benoemde LPGGZ het thema arbeid (slechts 20% heeft betaald werk) en illustreerde het thema inclusie met de problematische nieuwe regelgeving waarin de mogelijkheid bestaat om mensen een woning te weigeren op basis van overlast-meldingen uit het verleden, maar het is natuurlijk niet veiliger om deze mensen op straat te laten staan.  Het LPGGZ benadrukte: ratificatie is niet vrijblijvend en discriminerende wetten moeten worden tegengegaan.

Ik was blij dat het LPGGZ deze punten verwoordde.

 

Daarna werd er nog gesproken over de onduidelijkheden rond de rol en plichten van werkgevers mbt inclusie van personen met beperkingen  (VNO-NCW MKB Nederland),  over toegankelijkheid van winkels en webshops, en de ontwikkeling van een platform voor winkeliers voor informatie-uitwisseling mbt concrete instrumenten en aanpak (Detailhandel Nederland), en over premieberekening, risico-ontwikkeling en verzekerbaarheid  (Verbond van Verzekeraars).

 

Een krachtige bijdrage kwam vervolgens van Eva Westerhoff van Dovenschap. Zij was uitgenodigd als spreker, maar de Tweede Kamer had er niet aan gedacht om een gebaren-tolk te regelen, dus dat had ze zelf maar gedaan, en niet enkel voor zichzelf, maar ook zodat de Kamerleden haar konden begrijpen (die opmerking was een treffende illustratie van de tweeledigheid van inclusie, en bracht de Kamerleden lichtelijk in verlegenheid). Ze vertelde dat tal van aanpassingen nodig zijn in de Nederlandse wetgeving om barrieres weg te nemen voor de inclusie van doven en slechthorenden, zodat ook zij hun talenten kunnen benutten, hetgeen uiteindelijk een kostenbesparing is (geen uitkering maar een opleiding en werk). Ze pleitte expliciet voor de erkenning van de Nederlandse gebarentaal als officieel erkende Nederlandse taal, want dat is nu niet zo, hetgeen leidt tot veel problemen mbt voorzieningen.

 

De laatste bijdrage van Blok 2 was van LOC en ging over inclusief design (design for all). Veel voorzieningen zijn nu “exclusief” dwz. enkel ingericht op mensen zonder beperkingen, en aanpassingen zijn vaak duur en soms niet eens mogelijk. Door voorzieningen “inclusief” vorm te geven (toegankelijk OV, eenvoudig aanpasbare woningen enz.) worden de hoge aanpassingskosten omlaag gebracht of zelfs overbodig, en kunnen mensen met beperkingen ook zelfstandig meedoen in de samenleving, hetgeen een recht is en geen extraatje.

 

Na Blok 2 werden er ook weer vragen gesteld, wederom vooral over concrete doelgroep-voorzieningen en toegankelijkheid, en over de organisatie van clientenorganisaties (door bezuinigingen is dit voor bijna iedereen vrijwilligerswerk, en inkomsten zijn veelal versnipperde project-subsidies met een grote administratielast, en veel lokale initiatieven zijn gestopt terwijl de decentralisaties van de zorg en sociale voorzieningen nu juist vragen om lokale belangenbehartiging).

 

Na de lunchpauze van 30 minuten begon Blok 3, het laatste blok van deze bijeenkomst.

Peter Hoogenveen van de Coalitie voor Inclusie sprak over de tendens in de huidige samenleving waarbij iedereen met een streepje uitgesloten wordt, hetgeen leidt tot een onhoudbare en onbetaalbare situatie. Mensen met een beperking zijn geen kostenpost, maar de uitsluiting is de kostenpost. Het is zaak om de toegankelijkheid van de samenleving te repareren, hetgeen weerspiegeld wordt in de uitspraak: van medisch naar sociaal model.  Gelijkheid voor de wet betekent dat zeggenschap en beslissingen van een persoon niet overgenomen kunnen worden door een ander, en het VN-verdrag stelt dat er zonodig begeleiding beschikbaar moet zijn ter ondersteuning van de uitoefening van de wil en wensen van de persoon. Er kan geen voorbehoud zijn op zelfbeschikking. Meedoen is een recht, dus in plaats van lange discussies zou de Nederlandse staat ambitie moeten tonen, en bijv. mbt verkiezingen de norm stellen op 90-100% toegankelijke stemlocaties ipv de huidige 25%.

 

Daarna werd er gesproken over: het advies om nader onderzoek te doen naar procedures en aanpassingskosten voor bestaande ondernemers in geval van verzoeksprocedures voor aanpassingen (Actal)

 

Hadewych Cliteur van de koepel van ouderenorganisaties (CSO) sprak over de positie van ouderen,  die steeds langer thuis wonen, echter vaak in niet-levensloopbestendige woningen, waarvan de aanpassing complex en duur is. Ouderen ondervinden vaak tal van barrieres in de samenleving, zoals toenemende digitalisering, en een afname van voorzieningen als pinautomaten, buurtwinkels, kerken enz. De ratificatie van het VN-verdrag biedt kansen om niet enkel te kijken naar de gezondheidszorg, maar ook naar de kwaliteit van leven en de toegankelijkheid van de samenleving voor ouderen. Het VN-verdrag is geen bezigheidstherapie, en net als veel andere sprekers benadrukte ze dat er een gedegen plan van aanpak voor implementatie dient te komen.

 

Vanuit de Oogvereniging werd er aandacht gevraagd voor tal van barrieres die gelijkwaardig meedoen verhinderen voor blinden en slechtzienden, zoals het OV-chipkaart-systeem dat niet toegankelijk is, ontoegankelijke websites en informatie, problematische toegang tot het stemproces bij verkiezingen, en voorzieningen die blindegeleidehonden weigeren enz. Slechts 39% heeft betaald werk.

 

Daarna volgde een bijdrage vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over lokale implementatie waarbij er diversiteit bestaat tussen gemeenten bij het vormgeven van gemeentelijke beleid en praktische voorzieningen. Enkele gemeenten houden al rekening met het VN-verdrag als leidraad bij beleid (o.a. Middelburg en Utrecht).

 

Daarna werd er vanuit de NS gesproken over de (on)toegankelijkheid van het spoorwegvervoer, waarbij benadrukt werd dat de fysieke aanpassing van treinen zeer lastig is ivm de afschrijftijd van 30 jaar, maar de NS hoopt wel elk jaar iets te verbeteren….  (dit was geen indrukwekkende bijdrage).

 

Gerrit van der Meer van de Landelijke Clientenraad mbt sociale zekerheid (LCR) stelde eveneens dat er een goed plan van aanpak voor implementatie nodig is, en dat er een discrepantie bestaat tussen de participatiewet en het VN-verdrag, mbt discriminatie op het vlak van arbeid. Een inclusieve samenleving is veel rijker dan een samenleving die mensen uitsluit.

 

Daarna was er een bijdrage van Aline Saers van PerSaldo (belangenorganisatie van PGB-houders). Eigen regie is een voorwaarde voor participatie en maatschappelijke deelname, en eigen regie is bovenal een basisrecht. Uitsluiting van personen met beperkingen vindt nog dagelijks plaats, en het is nu nodig om stappen te zetten die echt bijdragen aan volwaardig meedoen en inclusie. Er zijn nog veel barrieres, zoals bijvoorbeeld: de lijst met verzekerde zorg bevat geen hulp buitenshuis (moet je dan maar altijd binnenblijven?). Ook zijn de voorzieningen opgedeeld over verschillende loketten en regels, waardoor het een enorm grote uitdaging wordt om levenslange en levensbrede ondersteuning te regelen. Door het zorgdomein te koppelen aan het VN-verdrag, komt participatie en inclusie van personen met beperkingen op de agenda. De huidige wetten en regels dienen getoetst te worden aan het VN-verdrag , en gemeenten dienen voorwaarden mb inclusie en participatie te stellen aan zichzelf en anderen.

 

De laatste spreker was Jacqueline Kool vanuit Disability Studies. Ratificatie van het VN-verdrag is een historisch moment omdat personen met beperkingen worden erkend als burgers, net als anderen. Personen met beperkingen hebben nog vaak te maken met discriminatie en uitsluiting, o.a. op het vlak van autonomie en eigen regie. Het VN-verdrag benadrukt het belang van actie om gelijkheid te realiseren. Een rode draad in het VN-verdrag is het participatiebeginsel: Nothing about us, without us. Dit impliceert dat de ervaringsdeskundigheid en kennis van personen met beperkingen dient worden erkend en benut bij kennisontwikkeling, en ook bij beleidsvorming en uitvoering van het VN-verdrag. Het thema eigen regie is een belangrijk thema in het VN-verdrag.  De huidige terugloop van voorzieningen bijt de uitvoering van het VN-verdrag.

 

Daarna was het tijd voor de vragen van de Kamerleden over Blok 3.

 

De eerste vraag was van Kamerlid Renske Leijten (SP) en zij vroeg aan de sprekers of zij konden aangeven welke wetten er gewijzigd dienden te worden voor een goede uitvoering van het VN-verdrag. Er werden tal van wetten genoemd, zoals kieswet, participatiewet, zorgverzekeringswet, quotumwet, omgevingswet, ziektewet, WIA, onderwijs en langdurige zorg. Maar er werd niets meer gezegd over dwang in de GGZ (wet verplichte GGZ en wet Zorg en Dwang) , terwijl de Coalitie voor Inclusie hier in principe ook onze belangen zou behartigen…

Dat trok ik even niet. Ik voelde me vergeten, en dat had ik niet verwacht, omdat ik binnen de Coalitie juist gehoor vindt (en het staat wel in de schriftelijke reactie, p4-5 http://www.vnverdragwaarmaken.nl/images/vninfo/14-0411_Bijlage_Alliantie.pdf ).

Misschien was het juist daarom, dat ik het ongelooflijk schokkend vond dat dit thema “vergeten” werd. Het voelde opeens weer alsof men alles belangrijker vindt dan het lot van de mensen die opgesloten zitten in isoleercellen, onderworpen aan dwang in de GGZ… Het voelde als uitsluiting, terwijl ik er juist op rekende dat het ditmaal anders zou zijn… dat deed echt pijn, en ik werd er zelfs onverwacht emotioneel van, dus toen ben ik maar heel even weggegaan naar de wc.

 

Daarna heb ik nog naar de laatste vragen en antwoorden geluisterd, wat o.a. ging over good practices, proportionaliteit van aanpassingen, gemeentelijk beleid (individueel maatwerk versus algemeen beleid) en clientenparticipatie.

 

Het viel me wel op dat de vragen van de Kamerleden voornamelijk praktisch van aard waren (welke voorzieningen en wijzigingen zijn er nodig), en het leek alsof dit vanuit een “ouderwets” zorg-perspectief werd benaderd (in het licht van versnipperde zorgkosten en haalbaarheid, grenzend aan symptoombestrijding), terwijl het gaat over inclusie: meedoen is een basisrecht.  Deze omslag in denken zag ik nog niet terug in de vragen.

 

Rond 15.00 was de sessie afgelopen. De Tweede kamer zal nu gaan kijken of er nog een consultatie-ronde en/of hoorzitting nodig is voordat men overgaat tot parlementaire behandeling van de ratificatie-wetsvoorstellen.

 

Ik had echt een dubbel gevoel toen ik wegging: Enerzijds was ik echt blij omdat het College voor de Rechten van de Mens, en ook LPGGZ, het punt hadden gemaakt dat dwang in de GGZ niet langer toelaatbaar is onder de nieuwe mensenrechtenstandaarden. Dat is een mijlpaal!
Maar ik was ook teleurgesteld dat dit thema aan het einde van de sessie alweer uit beeld was geraakt, en het is pijnlijk en zorgelijk dat de spreker van de Coalitie voor Inclusie ons zomaar eventjes vergat (dat hoort niet te kunnen). Maar ja, de spreektijd was ook erg kort, en wellicht was hij overdonderd door de vraag. Het was vast een eenmalige vergissing. Maar toch, in de toekomst moet dit wel beter, want mensen in isoleercellen, mensen onderworpen aan dwang in de zorg, mogen niet langer worden vergeten als het gaat over mensenrechten! 

 

Ik ben echt benieuwd hoe dit verder zal gaan.

Advertenties

2 thoughts on “Hoorzitting Tweede Kamer over ratificatie VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen

  1. Pingback: Schokkend gebrek aan kennis bij Thematische wetsevaluatie gedwongen zorg | Welkom op de weblog van Actiegroep Tekeer tegen de isoleer!

  2. Pingback: Jaaroverzicht Mind Rights 2015 | Welkom op de weblog van Actiegroep Tekeer tegen de isoleer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s