Verslag van Deskundigenbijeenkomst Gedwongen Zorg, 16 mei 2017 bij Eerste Kamer

Op dinsdag 16 mei 2017 ging ik naar de Deskundigenbijeenkomst “Gedwongen zorg” bij de Eerste Kamer. De bijeenkomst ging over 3 wetsvoorstellen: wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg (WVGGZ, 32399), wetsvoorstel zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk beperkte clienten (WZD, 31996) en wetsvoorstel forensische zorg (WFZ, 32398). Zie het programma hier: https://www.eerstekamer.nl/id/vkdulfgr0vzj/document_extern/programma_deskundigenbijeenkomst/f=/vkdulfssuszy.pdf

Het was een besloten bijeenkomst van 9.00 tot 12.30 met de leden van de Eerste Kamer- commissies VWS en VenJ en 18 genodigde sprekers in Commissiekamer 2. Ik was vroeg opgestaan om vanuit Eindhoven voor 9u bij het Binnenhof in Den Haag te zijn.

Om 9.00 werden we welkom geheten door de voorzitter van de bijeenkomst mevr. M. Martens, die uitlegde dat de bijeenkomst vooral bedoeld was om te kijken naar de samenhang en consistentie van de visie, de juridische eenduidigheid van het wettelijk kader en de proportionaliteit, en de praktische werkbaarheid. De sprekers waren gevraagd om elk een inleiding te verzorgen van maximaal 5 minuten, en elk blok werd afgesloten met een discussie.

Blok 1: Overheid en rechterlijke macht.
Blok 1 had 5 sprekers en ging over: Overheid en rechterlijke macht.
Ik verwachtte een sessie vol kortzichtigheid, en dat was ook zo.

De eerste spreker was P.J. Aalbersberg van de Nationale Politie. Hij stelde dat de politie de “sterke arm van de zorg” is, en vaak als eerste ter plaatse bij overlast en crisissituaties. Hij was een voorstander van de aanpak van het Aanjaagteam/Schakelteam Verwarde Personen, en ook de WVGGZ. Hij koppelde recidive aan “stoppen van medicatie” en vond dat “multiprobleem zaken” beter in de GGZ of VG opgevangen konden worden, want het strafrecht was daar “te duur”voor.

Liesbeth Spies van het Genootschap van Burgemeesters sprak uiteraard over de aanpak van het Aanjaagteam/Schakelteam Verwarde Personen. Vooral de afgifte van de Crisismaatregel (IBS) door de burgemeester werd bekritiseerd: “Een burgemeester is geen arts en kan niet bepalen of een therapie de juiste is”,…,  “en ook het ‘horen’ van de persoon lijkt niet uitvoerbaar omdat de persoon immers ‘niet bekwaam’ is, en ‘geen contact mogelijk is’, en ingrijpen ‘noodzakelijk’ is”. Ze betreurde dat de Observatiemaatregel was geschrapt, maar hoopt dat de WVGGZ snel wordt ingevoerd.

Dhr. Otte van het Openbaar Ministerie bevestigde eveneens dat de rechter een zwarte jas draagt, en geen witte. De juridische toets gaat meestal om de beschikbaarheid van zorg. Daarnaast is de reistijd een praktisch probleem. Bij een summier dossier is de inhoudelijke toetsing lastiger, maar bij een groot dossier ontstaat een lange zitting die kan escaleren, en het OM is doorgaans de boosdoener. Hij pleitte voor selectieve taken voor het OM, enkel wanneer nodig. Ook sprak hij over de aansluiting tussen forensische zorg (strafrecht) en GGZ (civielrecht), die volgens hem niet goed geregeld was omdat de aanvraag opnieuw gedaan moet worden. Hij wilde “dat het OM (strafrecht) zelf een machtiging voor GGZ (civiel) kan afgeven mbt de doorstroom van mensen uit de TBS, zodat men niet het ‘risico’ loopt dat de GGZ een aanvraag afwijst en deze mensen in vrijheid komen.”

Dhr. Ruys van de Raad voor de Rechtspraak was eveneens een voorstander van de WVGGZ, en was eveneens bezorgd om de aansluiting TBS-GGZ die “niet naadloos” of “gegarandeerd” is onder de nieuwe wetsvoorstellen.

J.C. Zwemstra, Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) was het grotendeels met zijn voorgangers eens. Hij pleitte om “niet door te schieten met regels, want het gaat hier om noodzakelijke zorg, en het moet werkbaar blijven. Het moet simpeler.”. Hij pleitte ervoor om bij een stapeling van procedures (zoals van TBS naar GGZ) niet teveel drempels op te werpen, en bijv. “de WVGGZ criteria achteraf te toetsen tijdens opname”.

Ik vond het een erg onaangename toonzetting, en het maakte me kwaad en verdrietig. Het ging over beheersmaatregelen en procedurevormen, maar niet over goede zorg en herstel-ondersteuning. Het was afstandelijk en kil, en ging over ordehandhaving met de harde hand. Dat is tucht en geen zorg!
Maar ik mocht hier niet direct op reageren (pas wanneer het mijn spreektijd was), dus ik bereidde me alvast voor op mijn eigen pleidooi, als een van de laatste sprekers.

Direct na de 5 korte presentaties van de diverse standpunten uit het eerste Blok (Overheid en rechterlijke macht), kregen de Eerste Kamer commissieleden van VWS en VenJ de gelegenheid om vragen te stellen aan de sprekers.

De vragen gingen vooral over de onwetenschappelijkheid van het containerbegrip “Verwarde Personen” en de effecten daarvan, de informatie-uitwisseling tussen politie en zorg (strafrecht en civielrecht), de kosten en tijdsbestek voor invoering, is de keten op orde?, wel/niet accepteren van dit wetsvoorstel, wel/niet wachten op de uitwerking van de AmvB’s.

De antwoorden van de sprekers waren wederom structureel kortzichtig.
Er werd een “veegwet” gesuggereerd, en mevr. Spies ontkende stellig dat de term “Verwarde Personen” een onwetenschappelijk containerbegrip zou zijn.  Ook kwam er een idee voor een “kliklijn GGZ” voorbij als meldpunt voor zorgen uit de samenleving….

Nog steeds poogt men tijdsdruk uit te oefenen door bepaalde streefdata te noemen (“als we willen dat deze wet kan ingaan per 1 juli 2018, dan moet er nu dit en dat gebeuren”), en het doemscenario van de vorige wetswijziging werd meermaals aangehaald (“De BOPZ onderhandelingen duurden bijna 20 jaar, en zo’n lange discussie willen we nu voorkomen, dus laten we nu niet teveel in discussie gaan maar doorpakken, ook als het niet ideaal is”). Ik vind dit oneigenlijke argumenten die de kwaliteit van de besluitvorming bedreigen.

Het eerste blok voelde voor mij dus direct als een soort ijskoude douche. Maar ik was voorbereid op dit soort pijnlijkheden, en ik bleef vastberaden. Dit soort toestanden had ik (helaas) wel verwacht.

 

Blok 2: Onderzoek, rechtsbescherming en juridische aspecten.
Blok 2 had 3 sprekers en ging over: Onderzoek, rechtsbescherming en juridische aspecten.
Ik was erg benieuwd of hier een spreker met een goede visie tussen zou zitten.

Jos Dute, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht (RUN) was de eerste spreker. Hij werkt tevens bij het College voor de Rechten van de Mens, dus ik had enige hoop (maar geen verwachtingen, omdat er eerder al blijk was van ouderwetse opvattingen, maar wie weet was dit inmiddels veranderd, je weet maar nooit….).
Helaas, Jos Dute pleitte voor “het opheffen van verschillen in rechtsbescherming tussen GGZ en VG/PG, en niet bij de ene sector vooraf in detail toetsen en bij de andere sector achteraf en meer algemeen” (dus als het ware: een recht op gelijke mishandeling). Volgens Jos Dute was “1 wet voor alle sectoren beter in het kader van gelijke rechtsbescherming”. Ook vroeg hij zich af waarom het OM de rol van verzoeker had gekregen, terwijl er uit de voorgaande 3 wetsevaluaties is gebleken dat het OM deze rol niet goed uitvoert.
Het grootste dieptepunt in zijn pleidooi kwam echter bij de vragen, waarbij Jos Dute opmerkte ”de wetsvoorstellen maken de situatie ingewikkelder en dat is een achteruitgang. De zorgsector kan je niet 123 juridisch regelen, een nieuwe regeling moet soberder zijn. De Officier van justitie hoort niet in een zorgwet, want justitie is strafrecht. De schoenmaker moet bij zijn leest blijven. De zorg kan zichzelf regelen, en recht moet enkel ingeroepen worden als nodig”.

Dit is een belachelijk standpunt (maar persoonlijk wist ik al langer waar deze meneer stond, – zie een eerdere pijnlijke aanvaring https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2014/04/16/zwaar-gesprek-bij-college-voor-de-rechten-van-de-mens-op-24-maart-2014/ ) . Toch was het een nieuw dieptepunt toen hij pleitte voor het schrappen van de juridische toets bij de ontneming van rechten en vrijheden ….. Maar aangezien dit zo overduidelijk tegen alle mensenrechten ingaat, hoop ik dat dit zal leiden tot de ontmaskering van nep-experts.

De tweede spreker van het tweede blok was Lotje van de Puttelaar van Wybenga advocaten Rotterdam. Zij was het deels met Jos Dute eens over het onwenselijke verschil in rechtsbescherming tussen de sectoren, en pleitte dat er meer rechtsbescherming nodig was voor de meest zwakken in de samenleving. De meeste incidenten zijn te wijten aan het feit dat de huidige wetten niet goed worden toegepast. Zoals de wetsvoorstellen er nu liggen kan het niet. Ze vond het pertinent onjuist om vrijheidsbeneming per AmvB te regelen.

Bauke Koekkoek, lector psychiatrische zorg (HAN) / verpleegkundig specialist, gaf een analyse van de samenstelling van de groep “Verwarde Personen” op basis van de 75.000 meldingen over 2016, en bevestigde dat slechts een deel daarvan een GGZ-problematiek heeft (ca 30-40% werd door verschillende sprekers genoemd), waarvan maar een heel klein deel vaker in beeld komt (ca 5%), dus de vraag is welk doel de aanpak van “verwarde personen” uberhaupt dient.
Dwang moet moeilijk zijn, en niet makkelijk, want dan stoppen hulpverleners te makkelijk met het zoeken naar alternatieven, want als er bedden zijn, dan worden ze gebruikt, en als er separeers zijn, dan worden ze gebruikt enz. (Als je alleen een hamer hebt, wordt alles een spijker).

Hierna volgde weer vragen van de Eerste Kamerleden. Het ging vooral over ambulante dwang en het monitoren daarvan, het vooraf/achteraf toetsen, welke delen van de huidige wetgeving niet goed worden nageleefd, of de administratieve lasten getuigen van wantrouwen naar zorgspecialisten (“professionals pesten”), of het niet teveel gejuridiseerd wordt en de (onwenselijke?) impact van de aanwezigheid van een rechter in een zorgsetting, en ook over incident-politiek (“wat als..”).

De 3 sprekers verduidelijkten hun standpunt. Koekkoek gaf aan dat de wet duidelijk gekaapt was door de “openbare orde”, en dat het nu veel minder over behandeling ging. En Jos Dute bereikte dus zijn nieuwste dieptepunt toen hij pleitte voor het schrappen van de standaard juridische toetsing bij de ontneming van rechten en vrijheden …..

Er was een korte pauze met koffie en muffins, en rond 11.05 werd de bijeenkomst hervat. De naambordjes waren verwisseld, en ditmaal zat ik aan de tafel met sprekers. Veel sprekers uit het eerste deel van de bijeenkomst waren alweer weg, waardoor het leek alsof ze geen interesse hadden in de visies uit het veld (en dat doet de beeldvorming bij die papieren garde uiteraard geen goed).

 

Blok 3: Zorgpartijen.
Blok 3 telde 6 sprekers en ging over Zorgpartijen.
Ik hoopte wederom dat hier een spreker met een echt goede visie tussen zou zitten.

Elnathan Prinsen van de Nederlandse vereniging voor Psychiatrie (NVvP) sprak over “Intensive Home Treatment (IHT) om opname te voorkomen. Door 1 incident en de commissie Hoekstra is de WVGGZ nu een beveiligingswet geworden, terwijl cijfers aantonen dat er van de “Verwarde Personen” slechts ca 20% naar een GGZ-opname gaat, en daarvan is niet alles onder dwang. Er zijn heel veel aspecten van de wet die niet wenselijk zijn, zoals de rol van politie en OM in zorgbeslissingen (privacy en strafkarakter). De keuze voor een bepaalde sector (GGZ en VG/PG en TBS) is in de praktijk niet zo duidelijk, maar dit heeft dus wel gevolgen voor de rechtsbescherming. Bovendien is de WVGGZ gebaseerd op een ICT-systeem dat nog complexer is dan het Elektronisch Patienten Dossier (EPD) en dat nu al onhaalbaar wordt geacht.

Karel van Dijk van ActiZ, organisatie van zorgondernemers, sprak over “BOPZ-itis”, als een soort aandoening die de wet steeds groter en complexer maakt. Hij leverde een plaatje van de besluitvormingsprocedure onder de WZD, en benadrukte dat hoe meer actoren er betrokken worden, hoe ineffectiever de beslissing vaak verloopt.  Onder de WZD wordt het aantal betrokken personen verdubbeld, en dit terwijl het vaak over langdurige zorg-indicaties gaat. “Het lijkt alsof men de zorg niet veel verantwoordelijkheid toevertrouwd”.

Frank Bluiminck van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gaf aan dat hij aanvankelijk blij was met de eerdere versie van de WZD, met name over het stappenplan om dwang af te bouwen, maar de harmonisatie heeft het wetsvoorstel verslechterd. De verschillende rollen en inhoud zijn niet duidelijk wat problematisch is voor de uitvoering. Daarnaast is er volgens de wet toezicht door een medische arts, terwijl de gedragsproblemen in  de VG/PG vaak niet medisch van aard zijn. En ook is het de vraag wie de “zorgverantwoordelijke” moet gaan worden, aangezien veel hulpverleners MBO-geschoold zijn en er straks academische zorgverantwoordelijken nodig zijn. Ook vond hij de registratielast te groot, en pleitte voor een limitatieve lijst van dwangtoepassingen die gemeld moeten worden in de zorg aan verstandelijk gehandicapten en ouderen.

Marijke van Putten, GGZ Nederland, sprak zich uit als voorstander van de 3 wetsvoorstellen die volgens haar een verbetering waren (“een behandelwet ipv opnamewet”). Ze was ook positief over de mogelijkheden voor ambulante dwang (dwang in de thuissituatie). In de toekomst zou er wellicht 1 kaderwet gemaakt kunnen worden om de rechtsongelijkheid tussen sectoren op te heffen, zoals ook de aanbeveling van diverse sprekers en de Thematische Wetsevaluatie van ZonMW (zie mijn mening over de Thematische Wetsevaluatie Gedwongen Zorg van ZonMW hier: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2015/03/17/schokkend-gebrek-aan-kennis-bij-thematische-wetsevaluatie-gedwongen-zorg/ )
Marijke van Putten voegde nog toe dat ze “vreesde voor een claimcultuur” wanneer schadevergoeding via klachtencommissies of geschillencommissies mogelijk zou worden, en pleitte ervoor om dit via een rechter te regelen.

Michiel Vermaak, Vereniging van Artsen voor verstandelijk Gehandicapten (NVAVG), sprak over de WZD en de overlap inde praktijk met jeugdzorg, GGZ en Forensische zorg. Vaak bepaalt het lot in welke sector iemand terechtkomt. Samenwerking is essentieel. Hij sprak over “bescherming tegen de goede bedoelingen van anderen”, en benadrukte dat bescherming ten koste kan gaan van leerervaringen, en dat clienten in de VG/PG doorgaans minder mondig zijn dan andere burgers. Bedrijfstechnische motieven mogen niet de boventoon voeren. Een uitzondering van de Grondwet, zoals vrijheidsbeneming, dient in 1 wet voor alle burgers eenduidig geregeld te worden.

De laatste spreker van dit derde blok was Roy Knuiman van Verenso-specialisten in ouderengeneeskunde. Hij pleitte eveneens voor uniforme rechtsbescherming, en stelde dat de verschillen tussen de sectoren niet per wet geregeld hoefden te worden, aangezien de sectoren in de praktijk steeds nader tot elkaar groeien (er zitten bijv. ook ouderen in de GGZ). De harmonisaties hadden volgens hem de ongelijkheid al deels opgelost, ook al was het niet perfect, “maar 1 wet zal ook niet perfect zijn”.  Hij suggereerde om de wetsvoorstellen aan te nemen en dan spoedig een evaluatie te doen, inclusief het bekijken van de mogelijkheden tot samenvoeging tot 1 enkele wet, met veel aandacht voor een zorgvuldige invoering.

De Eerste Kamerleden stelden wederom een serie vragen, vooral over de harmonisatie van de verschillende wetten, of er nu 1 of 3 wetten nodig zijn, en wat er afgebakend moet worden, over het gebrek aan preventie, over de werkbaarheid, en over privacy, en over de houdbaarheid van de constructie, en of de wet BOPZ wellicht beter behouden kan blijven.

Elnathan Prinsen (NVVP) maakte de opmerking dat de WVGGZ in theorie al alle sectoren omvat, door de passage “stoornis van de geestvermogens”, dus de onduidelijkheid is compleet. En de term “Verwarde Personen” is aantoonbaar een containerbegrip, oa bewezen door de politiecijfers.

Marijke van Putten pleitte dat “dwangzorg effectief is, zowel gedwongen medicatie, gedwongen therapie en ook vrijheidsbeperking”. Ze vond de WVGGZ “niet ideaal, maar wel beter dan de BOPZ”.

Persoonlijk vond ik het een slechte sessie met weinig kwalitatieve visies. Het was jammer dat er geen fundamentele en ethische bezwaren tegen dwang werden belicht in het blok van de zorgpartijen. Er is immers bijvoorbeeld ook het Dolhuys-manifest waarin zorgverleners zelf het initiatief nemen om de GGZ per 2020 separeervrij te hebben: http://www.hetdolhuys.nl/nieuws/de-isoleercel-is-rijp-voor-het-museum-
En er zijn talloze zorgverleners die wel degelijk problemen hebben met dwangtoepassing in de zorg, zie bijv: https://gedachtenvandezuster-wordpress-com.cdn.ampproject.org/c/s/gedachtenvandezuster.wordpress.com/2016/06/24/waarom-die-deur-er-morgen-uit-moet/amp/
Het is dan ook zeer vreemd dat dit geluid niet ter tafel kwam bij de deskundigenbijeenkomst, waardoor er toch vooral een eenzijdig beeld ontstond vanuit de gevestigde orde die dwang als “normaal” beschouwd, met te weinig ruimte voor vernieuwende visies en innovatieve “Good Practices” zoals Freedom First, HIC-ontwikkeling, peer-support zoals respijthuizen, crisiskaarten, geweldloze de-escalatietechnieken (incl. “talking down”), vroegsignalering en preventie,  gastvrijheidsbenadering, Eigen Kracht-conferenties enz.

Er zijn talloze mogelijkheden die dwang kunnen voorkomen, en het is enorm belangrijk dat de Eerste Kamer zich laat informeren over de mogelijkheden om dwang te voorkomen, en de mogelijkheden om dwangvrije zorg te realiseren, in- en ter voorkoming van crisissituaties, in lijn met het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen. De dwangvrije initiatieven bieden bouwstenen voor een innovatief beleid, waarmee dwang vervangen kan worden door werkelijke herstel-ondersteunende, evidence-based, en vooral humane en menselijke zorg en ondersteuning. Goede zorg kan dwang en crisis immers voorkomen. Preventie en goede zorg kan dwang uitbannen.

Persoonlijk vond ik het echt schokkend dat de “dwangreductie” niet aan bod kwam, waardoor de Eerste Kamer nu onvolledig geinformeerd is. Ik wil de Eerste Kamer aanraden om een aparte deskundigheidsbijeenkomst te beleggen over het voorkomen van dwang.

 

Blok 4: Patienten en familie.
Inmiddels was het tijd voor Blok 4: “Patienten en familie” met in totaal 4 sprekers, waarbij ik zelf de tweede spreker was.

Rutger Colin Kips sprak namens Mind-LPGGZ en benadrukte dat de wet over zorg moet gaan. Dwang geeft de boodschap “Niemand geeft iets om mij. Ik ben te veel”. Hij stelde dat dwangtoepassing niet werkzaam is, maar juist schadelijke effecten heeft, daarom is het een “ultimum remedium”. Door wachtlijsten verergeren de problemen buiten de schuld van de client om. Kwalitatieve gastvrije zorg is nodig. Clienten zijn vaker slachtoffer dan dader, en de wet moet gaan over zorg, niet over beveiliging. Nu de adviescommissie weg is uit het wetsvoorstel, kan de rechter eigenlijk – zonder nader advies – niet oordelen over de zorg-inhoud. Ook pleitte hij dat “wilsbekwaam” verzet gehonoreerd dient te worden.

Direct daarna was ik aan de beurt om te spreken namens Tekeer tegen de isoleer! / Stichting Mind Rights. Ik keek de Eerste Kamerleden aan, en sprak vanuit mijn hart. Ik stelde dat dwangtoepassing afschuwelijk is om mee te maken. Denk bijvoorbeeld aan eenzame opsluiting en gedwongen toediening van ongewenste medicatie. Eenzame opsluiting is bijv. de zwaarste straf bij justitie, en deze maatregel hoort overduidelijk niet thuis in de zorg. Dwangtoepassing heeft niets te maken met echte zorg voor welzijn. Dwang is een akelig overblijfsel uit het verleden, en niet evidence-based noch gebaseerd op het besef van mensenrechten. Maar echte zorg is wel mogelijk. Echter goede zorg vergt meer tijd en aandacht.  De keten is niet op orde.  Ook de VN erkent dat dwang niet bij zorg hoort, en vraagt om het afschaffen van gedwongen zorg (o.a. in het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen). Een zorgbehoefte mag geen reden zijn voor vrijheidsbeperking of verlies van rechten.  De rechtsbescherming van clienten dient verbeterd te worden, want klachtenprocedures werken niet, zoals mijn eigen zaak ook aantoont. (zie ook: https://tekeertegendeisoleer.wordpress.com/2017/01/02/ontwikkelingen-mbt-aangifte-van-mishandeling-door-ggz/ )
“Ik heb mensenrechten, omdat ik besta”. Elk mens heeft recht op eigen stem, integriteit en zelfbeschikking, vrijheid enz. Het mag niet uitmaken of je wel of geen GGZ-achtergrond hebt. Gedwongen zorg moet verboden worden. Dwang heeft niets met zorg te maken. “Regel zorg in plaats van dwang!”

Ik merkte dat mijn zeer-directe pleidooi behoorlijk wat indruk maakte bij de meeste toehoorders. Ik hoop dat het ook echt iets veranderd.

De volgende spreker was Jasper Boele van Iederin, netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte. Eerlijk gezegd had ik een soort mensenrechten-visie verwacht, omdat Iederin ook een lid is van EDF (European Disability Forum) en de Coalitie voor Inclusie in Nederland (VN-Verdrag Waarmaken), maar helaas bleek ook deze spreker een behoorlijk conservatief geluid te vertolken. Dit was voor mij de tweede grote teleurstelling van de dag, aangezien ik anders had gehoopt.
Jasper Boele sprak over de verschillen tussen GGZ (behandeltrajecten) en VG (zorg en woonondersteuning), en stelde dat de opzet en terminologie van zware maatregelen zoals “insluiten, fixatie, onderzoek van kleding” niet bij de Verstandelijk Gehandicapten-sector paste, omdat het in de VG vaker gaat over minder zware elementen, zoals bijv. verplicht douchen of het verbieden van een extra boterham, “waarbij het de vraag is of alles geregistreerd moet worden”, en ook het verzetsbeginsel is lastig te interpreteren (enkel bij “verzet” is er formeel sprake van “onvrijwillige zorg”). Dit sluit onvoldoende aan bij het veld. De WZD biedt een juridisch kader, maar veel aspecten, zoals ambulante dwang, moeten nog uitgewerkt worden in AmvB’s en dat is zeer complex (en wellicht niet uitvoerbaar)

Bert Stavenuiter van Ypsilon betoogde tenslotte dat de familieleden van Ypsilon blij zijn met de nieuwe wetsvoorstellen, omdat de familie hier meer een stem in krijgt. Ambulant dwang zag hij als een alternatief voor gedwongen opname. Hij pleitte voor training aan familieleden om volgens het triade-model te werken (triade van client, familie en hulpverlener).

Ook na deze presentaties kwamen er een aantal vragen en opmerkingen van  de Eerste kamer-leden.  De “veelkleurige opvattingen” werden gewaardeerd, en ook de inbreng van persoonlijke ervaringen. De vragen gingen vooral over de rol van familie, het probleem van de wachtlijsten, de kwalificatie van (wilsbekwaam) “verzet”, de term “ernstig nadeel”, en eventuele cijfers over slachtofferschap.

Aan mij werd gevraagd: hoe dwang te voorkomen is, en welke regeling er nodig zou zijn. Ik legde uit dat het vooral gaat om respectvolle bejegening, en illustreerde dat ik zelf totaal niet geholpen was door dwang, maar dat ik pas minder suicidaal werd toen ik beter werd bejegend. Ik had helaas geen tijd om het Eindhovens Model met Eigen Kracht-conferenties te benoemen, maar ik heb inmiddels een link verstuurd naar een Engelstalig artikel over dit alternatief om dwang te voorkomen (zie Experience based development of the Eindhoven Model, an alternative to forced psychiatric interventions (full article PDF)

Ook werd mij gevraagd of ik een rol voor mezelf zag bij een komende evaluatie van deze nieuwe wetgeving, waarop ik antwoordde dat ik uitga van goed landsbestuur, en dat ik dus verwacht dat deze wetten die in strijd zijn met de mensenrechten, er niet zullen komen, en dus ook geen evaluatie. En bovendien: Ik geef nu ook al duidelijk input, en bij BOPZ evaluatie ook al, maar blijkbaar wordt mijn visie niet gehoord, dus waarom zou ik dan nog aan zo’n evaluatie meedoen….

 

Afronding
Daarna werd de bijeenkomst afgerond. Er werd toegezegd dat het verslag van deze bijeenkomst waarschijnlijk op donderdag 18 mei beschikbaar zou zijn via de website van de Eerste Kamer. (link volgt nog).

Over 4 weken, op 13 juni 2017, zal de Eerste Kamer haar vragen over de wetsvoorstellen voorleggen aan de Tweede Kamer. De Eerste Kamerleden zullen zich dus de komende weken gaan verdiepen in deze materie, en aan ons dus de taak om de beeldvorming te verbeteren.

De bijeenkomst was iets uitgelopen, en het was inmiddels ca 13.00. Na wat nagepraat te hebben met enkele deelnemers, begon ik aan mijn terugreis naar Eindhoven.

Mijn hoofd zat nog vol met de vele indrukken. Hoe kan het dat Jos Dute en Iederin met een dergelijk “ouderwets” standpunt kwamen? (En voor Iederin heb ik nog hoop op verdere ontwikkeling, maar voor die ander echt niet). En ik was dan wel een eenling met een andere visie in de bijeenkomst, maar ik geloof wel dat een aantal mensen het met me eens waren dat een cel geen zorg genoemd kan worden. Ik kreeg van verschillende mensen te horen dat mijn bijdrage indruk had gemaakt.  Maar ik kan niet inschatten waar het nu verder heen zal gaan.

Er was wel vanuit vele disciplines kritiek op de wetsvoorstellen, dus het lijkt mij dat er een reeele kans is dat de Eerste Kamer deze constructie van de wetsvoorstellen WVGGZ, WZD en WFZ niet gaat accepteren. En hopelijk voelen de landsbestuurders de behoefte om zich te verdiepen in dwangvrije zorg, en wetgeving die aansluit bij het VN-Verdrag voor de Rechten van Personen met Beperkingen.

Ik hoop het echt, vurig.

 

Advertenties

2 thoughts on “Verslag van Deskundigenbijeenkomst Gedwongen Zorg, 16 mei 2017 bij Eerste Kamer

  1. Onthutsend. En dan gebruik ik nog een vriendelijk woord. Het is wel duidelijk dat jouw input vanuit mensenrechtenperspectief daar niet kon worden gemist. Dank je dat je erbij was.

  2. Pingback: Iemand shocken totdat die stil wordt?? Dat is geen zorg, maar tucht! | Welkom op de weblog van Actiegroep Tekeer tegen de isoleer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s