Slotconferentie van het Zuidelijk Netwerk

Op woensdag 26 juni 2013, was de slotconferentie van het Zuidelijk Netwerk voor de ontwikkeling van High Care  in het danscentrum van Coudewater (GGz Oost Brabant) in Rosmalen.
Met een groepje ervaringsdeskundigen vanuit Eindhoven gingen we met 2 auto’s, direct na onze wekelijkse vergadering van de clientenwerkgroep Het Roer Om bij GGzE, naar de slotconferentie van het Zuidelijk Netwerk in Rosmalen.

Daar begon de middag met 3 lezingen.

De eerste spreekster was Marja van der Zanden, senior inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Zij vertelde over het toetsingskader voor separatie (zie ook http://www.veiligezorgiederszorg.nl/toetsingskader-terugdringen-separeren-igz.pdf pagina 4)
De Inspectie heeft 4 minimale normen geformuleerd:

A. Het voorkomen van separatie: is al het mogelijke geprobeerd?
B. Het registreren van separaties: gebeurt dit volgens de minimale Argus-dataset?
C. Geen eenzame opsluiting: voldoet een separatie daar aan?
D. Consultatie: voldoet consultatie aan de norm respectievelijk bij een separatie langer dan 1 week, langer dan 3 weken, langer dan 6 weken, langer dan 3 maanden?

Hierover was wat discussie. Vanuit hulpverleners werden vragen gesteld mbt de praktische haalbaarheid van bijvoorbeeld intensief contact tijdens separatie; daardoor zou de rest van de clienten mogelijk minder aandacht krijgen. Dat is een organisatorisch probleem dat de Raad van Bestuur dan dient op te lossen, door bijvoorbeeld de keuze te maken voor meer personeel.

Ik zei dat het een tekortkoming was dat er geen absolute tijdslimieten voor separatie waren gesteld, en ik vroeg me af of er wel een positief effect voor de client is. Separatie kan immers nog steeds maandenlang voortduren, zelfs langer dan 3 maanden – en dan gebeurt er niks meer? Er is geen concrete handhaving, geen sancties of beschrijving van wat men moet doen als de consultatie faalt. Met deze normen heeft de verpleegkundige meer werk, maar de client kan nog steeds maanden, en in theorie zelfs jaren aaneen in een separeercel zitten.

Piet vertelde vanuit zijn ervaring als naastbetrokken familielid dat de inzet van een ervaringsdeskundige in een crisissituatie een verbijsterend positief effect had gehad, en voor een doorbraak inde samenwerking had gezorgd. Hij pleitte dat zulke bewezen ‘good practices’ structureel ingezet zouden moeten worden.

Er was ook nog wat discussie over het moment van consultatie: Mag het ook eerder? En vooraf? (wie betaald dat dan?) Wat te doen in het geval van een onderbroken separatie? Marja van der Zanden zei dat het de bedoeling is dat het team zelf het “juiste moment” inschat als er geen einde in zicht is. De normen van de inspectie zijn echt minimale normen, wat men minimaal moet doen. Maar elke instelling is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg….

Daarop vond ik het nodig om nog een opmerking te maken: Er is namelijk een nieuw VN-verdrag (het CRPD) dat in 2015 door Nederland geratificeerd zal worden. Onder het CRPD en andere internationale standaarden is dwang in de zorg inmiddels verboden. De normen van de inspectie zouden daarop aangepast moeten worden, dus veel strenger optreden tegen separatie.

Marja antwoordde dat de IGZ de instellingen wel probeert te stimuleren om geen dwang te gebruiken, maar dat ze enkel op minimale normen kan toetsen.

Ik heb achteraf nog emailcontact gehad met Marja van der Zanden, waarin ik benadrukt heb dat de Inspectie voor de Gezondsheidszorg (IGZ) in 2012 is aangewezen als NPM (National Preventive Mechanism), zie http://www.ivenj.nl/onderwerpen/nationaal_preventiemechanisme_%28NPM%29/
De NPM’s zijn aangewezen “ter voorkoming van foltering op nationaal niveau”, en aangezien de internationale stukken van o.a. de Special Rapporteur on Torture (Mendez, A/HRC/22/53) zeer duidelijk stellen dat dwangtoepassing in de zorg onder marteling/foltering en mishandeling valt, is het juist een taak van de IGZ om actief in te zetten op het afschaffen en beeindigen van dwang.

Op de conferentie vertelde Marja ook nog dat de inspectie momenteel bezig is om ook normen te ontwikkelen voor IC-zorg en ‘extra beveiligde kamers’. Gelukkig waren nagenoeg alle aanwezigen erover eens dat een “Extra Beveiligde Kamer (EBK)” gewoon een duur woord is voor een veredelde separeercel, en wat natuurlijk geen echt kwaliteitsdoel is voor de zorg. Het doel is uiteraard dwangvrije zorg.

De volgende spreekster, Yolande Voskes (VUMC-onderzoekster voor het Zuidelijk Netwerk) vertelde over de ontwikkeling van de HIC ; High en Intensive Care in de psychiatrie. Zie ook http://hic-psy.nl/
Recent is het handboek HIC verschenen. Waarin gewerkt wordt met 3 fases van stepped care:
• Fase groen is ambulante basiszorg, en de hier-gemaakte afspraken zijn leidend voor alle zorg. Preventie van dwang is hierbij belangrijk.
• Fase oranje is het opschalen van zorg, met de mogelijkheid voor de HIC-unit: High en Intensive Care; een gastvrije ‘healing environment’ waar de client als intermezzo kan verblijven, en waarbij continuiteit met de ambulante zorg voorop staat (zoals bijvoorbeeld behoud van dezelfde medicijnen).
• Fase rood is dan de Intensive Care Unit (ICU) met een Extra Beveiligde Kamer (EBK) en intensieve zorg gericht op het ondersteunen van autonomie/regie en herstel.

Yolande benadrukte: het HIC-model is meer dan een fysieke unit, de beste HIC is een lege HIC.

Samen met de ontwikkeling van het HIC-model is er ook een “HIC-monitor” tot stand gebracht; dat is een scorelijst met 60 items en 11 categorien, waarbij instellingen zelf kunnen kijken wat hun ontwikkelings-status is en op welke punten er versterking nodig is om tot de HIC-status te komen. (Er is echter nog geen vastgestelde grens mbt het aantal benodigde punten voor de HIC-status).
Het HIC-model is nieuw, en lijkt effect te hebben in de kortdurende zorg, maar minder in de langdurige zorg. Verdere ontwikkeling van het HIC-model is nog steeds nodig.

Daarna was er nog heel even tijd voor een korte discussie. Het was mooi dat een hulpverlener opmerkte: “De crisis zit bij de hulpverleners, en niet bij de client. Het gaat erom wat er nodig is voor hulpverleners om dwang te voorkomen, en het benadrukken van de vraag: Wie is er hier in crisis? Dat mis ik in het HIC-model.”
Deze opmerking vond brede steun in de zaal. Ik herkende hierin ook echt de oorspronkelijke toonzetting van het Zuidelijk Netwerk.

Een andere vraag uit de zaal was of de Triple C-methode zal worden meegenomen bij het tegengaan van dwang in de langdurige zorg. Met de Triple C-methode is o.a. Brandon uit zijn tuigje bevrijd. (zie: http://www.asvz.nl/triple-c/  )

Toen was het alweer tijd voor de presentatie van Rowdy Retera, ervaringsdeskundig begeleider bij o.a. GGzE, over De inzet van ervaringsdeskundigheid.
“Als er een wind van verandering waait, bouwen sommigen schermen. Anderen bouwen windmolens”. Dit is ook van toepassing op de inzet van ervaringsdeskundigheid in de GGZ.

Rowdy maakte een vergelijking tussen het persoonlijke herstelproces en organisatorische veranderprocessen (zoals de inzet van ervaringsdeskundigheid). Beide processen gaan over veranderingen.
1. De eerste fase van verandering is een fase van onzekerheden en kwetsbaarheden, worstelen en op zoek zijn naar duidelijkheid en houvast, en het accepteren dat men nog niet weet wat de uitkomst zal zijn.
2. De tweede fase is het leven met deze veranderingen, het geven van richting, het inbedden van de transitie en er zo goed mogelijk mee omgaan.
3. In de derde fase is het helder, en heeft men een overzicht en een geijkt kader van wat er gebeurt.

De inzet van ervaringsdeskundigheid bevindt zich op verschillende plaatsen in een verschillende fase. Op sommige afdelingen weet men niet wat men kan gaan verwachten. Op sommige plaatsen is men al bezig met het opzetten en inbedden van ervaringsdeskundige medewerkers, en op sommige plaatsen is de rol van een ervaringsdeskundige al vrij helder ingekleurd. Dit is dus volop in ontwikkeling.

Het delen van eigen ervaringen is overigens totaal niet nieuw, en gebeurt al veel langer in bijv. zelfhulpgroepen. Dit is echter niet precies wat er bedoeld wordt met de term ervaringsdeskundigheid. Een ervaringsdeskundige is opgeleid en heeft specifieke kennis en vaardigheden, zoals het herkennen van herstelprocessen, is gericht op bondgenootschap en wederkerigheid in contact (herkenning, “mens zijn”). Ervaringsdeskundigen kunnen mediator/maatje zijn mbt herstel-ondersteuning. In die rol kunnen ervaringsdeskundigen bijvoorbeeld een team met hulpverleners versterken.

Rowdy’s verhaal was helder en riep geen discussie op, alleen applaus 🙂 Op dit vlak stonden alle neuzen blijkbaar dezelfde kant op.

Na de koffiepauze waren er 2 rondes met workshops.
Ik schoof aan bij de workshop over Eigen Kracht –conferenties door Jeanette Vos. Hier werd eerst uitgelegd wat een Eigen Kracht-conferentie is (www.eigen-kracht.nl ) en hoe een Eigen Kracht-conferentie de samenredzaamheid en de eigen regie van de burger ondersteunt en versterkt.
Eigen Kracht-conferenties zijn inzetbaar bij alle hulpvragen op alle leefgebieden, dus ook op het vlak van GGZ en het voorkomen van dwang. Bij een Eigen Kracht-conferentie krijgt de hoofdpersoon een onafhankelijke coordinator, die zal helpen om samen met de hoofdpersoon een aantal vrienden, bekenden, familieleden enz. uit te nodigen om met de persoon mee te denken over mogelijke oplossingen. Dit leidt tot een plan dat vervolgens leidend wordt voor alle hulpverlening.
Momenteel draait er een pilot/onderzoeksproject waarbij Eigen Kracht-conferenties worden ingezet in plaats van BOPZ-maatregelen (Dit is tevens bekend als het “Eindhovens Model”, zie ook http://www.eigen-kracht.nl/nl/artikel/verplichte-zorg-binnen-ggz-te-voorkomen  )

Er ontstond een discussie over wat er nodig zou zijn om de client meer in zijn/haar eigen kracht te ondersteunen. Het ging over contact van mens tot mens, en boven het stigma van de diagnose staan. En over hoe hulpverleners weerstand moeten bieden aan ‘de hete aardappel’ die ze toegeschoven krijgen, met de vraag om het even op te lossen. En de vraag: waar kan ik zoiets declareren? En zijn er contra-indicaties? (de enige contra-indicatie is als de client het zelf niet wil).

Het was alweer tijd voor de volgende workshop over Ervaringsdeskundigheid in klinische setting door Alwin Verdonk, ervaringsdeskundig begeleider bij GGzE.

Hij vertelde over zijn werk als ervaringsdeskundig begeleider, waarbij hij als volwaardige medewerker in een hulpverlenend team meewerkt in een klinische setting. Doordat hij zijn eigen ervaringen inzet op de werkvloer, en bijvoorbeeld openhartig spreekt over de medicijnen die hij zelf gehad heeft, komen clienten vaak zelf naar hem toe met vragen, en dan ontstaat er meestal vanzelf een oprecht gesprek. Alwin heeft daardoor duidelijk een andere positie dan de andere professionals. Hij is in staat om dichtbij de client te staan, en ondersteuning te geven met bruggen bouwen tussen de client en de omgeving. Alwin is een van de eerste ervaringsdeskundigen met een vast contract in een hulpverlenend team in de klinische GGZ, en hij vertelde hoe het eerst wat onwennig was in het team, maar dat men inmiddels aan elkaar en elkaars positie gewend is geraakt.

Daarna ging de discussie weer over separeren, en met name de aanwezige ervaringsdeskundigen discussieerden erover of separatie een rol is die bij ervaringsdeskundigen past. Er is namelijk een spanningsveld tussen het opbouwen de vertrouwensband en het mee-separeren. Dit was een zeer pittige discussie. Alwin kiest er bijvoorbeeld voor om zijn collega’s van zijn team niet in de steek te laten, en dus kan het voorkomen dat hij mee-separeert, waarbij hij er tevens op toeziet dat er geen excessieve maatregelen worden genomen. Daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Echter, de meeste ervaringsdeskundigen willen geen separaties uitvoeren, en zijn ook bang dat dit afbreuk doet aan de unieke positie die ervaringsdeskundigen hebben mbt vertrouwen en contact. (bovendien hebben ervaringsdeskundigen geen BIG-registratie, hetgeen problematisch is mbt de aansprakelijkheid in het geval van klachten).
Er zijn ook afdelingen waar ervaringsdeskundigen tijdens een separatie juist expliciet aandacht geven aan de rest van de clientenpopulatie, die ook last kunnen hebben van de onrust. Deze rol wordt door meer ervaringsdeskundigen als passend ervaren.

Inmiddels verschoof de discussie steeds meer richting de zin en onzin van separeren.
Ik merkte op dat de argumenten om te separeren (namelijk: vanwege onmacht, “wat moet je anders?”, en een gebrek aan zorg) overeenkomen met de argumenten van een ouder die een kind mishandeld omdat diegene het niet anders aankan. In beide gevallen zijn de argumenten: “dat het niet anders kan (onmacht), en dat er geen alternatief is, en dat geweld en machtsvertoon de enige manier is om controle of bescherming uit te oefenen in zulke lastige situaties”. Dit staat bol van de misvattingen. Het kan wel anders.
De vergelijking tussen dwangtoepassing in de GGZ en kindermishandeling viel niet bij iedereen in goede aarde. Sommige hulpverleners voelden zich aangevallen en reageerden fel (“dit gaat te ver”), maar anderen pikten het juist op en wisten met iets andere bewoordingen de dialoog constructief op gang te houden. Dat was dus een vrij pittige discussie.

Rond 17.00 werden we geroepen om ons bij de plenaire afsluiting te voegen. Daar werd opgeroepen om door te gaan met het terugdringen van dwang, en het blijven uitwisselen van ervaringen in lerende netwerken. Ook werden we opgeroepen om na te denken over de toekomst van het Zuidelijk Netwerk, en hoe we kunnen blijven samenwerken en leren van elkaar.

“Slotcongressen hebben altijd iets triests”. Dat vond ik ook. We zijn er nog lang niet.
Maar het is wel goed om te zien dat er wel dingen gebeuren, en dat de GGZ in beweging is. De starre GGZ is in ontwikkeling. Juist nu is het dus tijd om er hard aan te trekken!

Advertenties

2 thoughts on “Slotconferentie van het Zuidelijk Netwerk

  1. Via een vriendin hoorde ik over jouw site. Wat een prachtige site heb je. En heerlijk om te lezen dat er eindelijk iemand voor onze rechten opkomt. Ben ook zelf tot drie maal toe geïsoleerd en gefixeerd geworden. Een zeer traumatische ervaring, vooral gezien ik pas bevallen was. Kraambedpsychose. Ik ben niet te spreken over mijn behandeling. Als ik op een of andere manier kan bijdragen aan jouw project hoor ik het graag!

    • Brenda ik vind het heel erg hoor dat het jouw ook is over komen ,maar lees dit maar eens ,@ Wie mag het zien: Alleen vrienden Vrienden van vrienden Hyvers Iedereen

      De kalender leeftijd is 14 jaar.

      Deze dag ,is ze verdrietig ,op haar been zijn schaafwonden.

      Die ik krijg te zien.

      Ik huil ,maar niemand ziet mijn tranen.

      Ze heeft pijn ,en waarom ?

      Ze is in de holding gelegd:

      en daarna geïsoleerd in een time-out ruimte.

      Dit is de gewone gang van zaken,als ze over haar toeren is.

      Over haar toeren ,om dat ze de wereld om haar heen ,zoveel onbegrip aan

      haar geeft.

      De wereld die haar boosheid niet begrijpt,en niet op weten te vangen.

      En ik sta machteloos ,en weet haar geen troost te geven.

      Want uit mijn gezinsleven is ze verbannen.

      Ik kan haar tranen niet drogen,op het moment dat ze me nodig heeft.

      Haar opvoeders ,weten wat goed voor haar is.

      IK HUIL MAAR NIEMAND ZIET MIJN TRANEN ,

      EN HAAR TRANEN WORDEN DIE GEZIEN?

      DE HOLDING EN ISOLEER DE TROOST DIE ZE KRIJGT.

      IS DE CAMERA…..ZE MOET IMMERS OP RUST KOMEN.

      (De prik pil werd al op haar 13 jaar gegeven)

      Omdat ze bang zijn dat ze zwanger word van een vriend die ze toen en nu

      nog niet had en nog niet heeft)

      Defence for Children wijst erop

      dat volgens internationale verdragen

      kinderen alleen als uiterste maatregel mogen worden opgesloten.

      “Nederland sluit veel kinderen op”

      Nederland sluit vergeleken met andere Europese landen veel kinderen op.

      Ook worden kinderen in Nederland snel in een isoleercel gezet.

      Dat staat in een rapport van Defence for Children.

      Volgens het onderzoek neemt in alle West-Europese landen het aantal

      opgesloten kinderen toe.

      In Nederland is het aantal plaatsen in justitiële jeugdinrichtingen in

      tien jaar verdubbeld.

      In 2006 werden 4700 kinderen opgesloten.

      Harder gestraft

      Volgens de onderzoekers wordt er steeds harder gestraft

      en lopen kinderen in justitiële inrichtingen grote kans om slachtoffer te

      worden van geweld.

      http://nos.nl/artikel/68599-nederland-sluit-veel-kinderen-op.html

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s