Slotcongres Dwang en Drang GGZ Nederland

Het was weer even stil op deze blog, maar ik heb de laatste tijd veel internationale activiteiten gehad, zoals:

– een ENUSP empowerment seminar in Zagreb, Kroatie (www.enusp.org) ,
– een workshop in Londen over service-user-involvement in monitoring, met MDAC (www.mdac.info)
– en een congres bij het Europees Parlement in Brussel over de-institutionaliseren met MHE (www.mhe-sme.org ).

Mijn reisverslagen zijn te lezen op www.punkertje.waarbenjij.nu .

 

Op donderdag 29 november 2012 vond in het Beatrix Theater in Utrecht het slotcongres Dwang en Drang plaats, georganiseerd door GGZ Nederland. Daarbij werd teruggekeken op 6 jaar terugdringen van Dwang en Drang (met subsidie), en de vraag: hoe nu verder.
Het congres begon vanaf 12.30 met registratie en een inloop-lunch. Om 13.30 begon het middagprogramma. De bedoeling was, om via het middagprogramma een aantal concrete hartenkreten voor te bereiden, die door de organisatie (GGZ Nederland) en de sprekers in het besloten avondprogramma voor bestuurders zouden worden besproken.

De opening werd gedaan door de dagvoorzitter Astrid Feiter (van mevrouwdevoorzitter.nl). Zij vertelde dat er successen te melden waren in het terugdringen van Dwang en Drang. Verschillende sprekers zullen daarover uitweiden.

Een separeer-interventie in Nederland duurde volgens de laatste cijfers in 2010 gemiddeld 63 uur (in Duitsland 6,5 uur en in Noorwegen 3 uur). In Nederland zit je nu dus gemiddeld 2,6 dagen in de isoleercel. In 2003 was dat nog 294 uur, dus bijna 12 dagen. Er is dus wel iets veranderd, maar in de internationale vergelijking doen we het nog steeds erg slecht.
Er werd gezegd dat het internationale verschil veroorzaakt werd doordat we in Nederland minder dwangmedicatie toepassen, en minder fixeren (vastbinden met riemen en banden), en dat we ook beter registreren dan in de voornoemde andere landen. Ik vraag me af of dit echt zo is. Het verschil is enorm! En iemand 2,5 dagen alleen laten zitten onder het mom van zorg is ook echt onbegrijpelijk, dus ik vraag me af of het echt slechter is in andere landen. Het klonk mij nogal arrogant in de oren om de cijfers de schuld te geven van het verschil (alsof het ondenkbaar is dat Nederland het werkelijk slechter doet dan de landen om ons heen). Dat was dus al een vreemde toonzetting aan het begin van het congres.

De eerste spreker, Linda van den Bos (GGnet), vertelde over de terugkoppelings-rapportages van het terugdringen van dwang en drang bij verschillende GGZ-instellingen.
– De Tussenrapportages 2011 zijn hier te vinden http://www.veiligezorgiederszorg.nl/speerpunt-dwang-en-drang/tussenrapportages-ggz-instellingen-dwang-en-drang-2011.pdf
– En de Slotrapportages 2011 zijn hier te vinden: http://hic-psy.nl/wp-content/uploads/2012/09/2011-Slotrapportage-GGZ-instellingen-Projectgelden-terugdringen-Dwang-en-Drang-2011.pdf

De presentatie bestond uit een kort filmpje, dat binnenkort online zal komen op www.veiligezorgiederszorg.nl . Via het filmpje is te zien dat er veel is gebeurd in de GGZ, zoals het invoeren van het Gastvrijheids-concept (de eerste 5 minuten) , de Comfort Rooms, het betrekken van familie en naasten, het afbreken van kantoren, het inzetten van een Healing Environment, enz.
Ze vertelde dat het inventariseren van de gegevens van verschillende instellingen nu beter ging omdat er een format is gekomen, waardoor de informatie nu goed, compleet een overdraagbaar is geworden. Alleen is de vraag of het einde van de landelijk-gesubsidieerde projecten Dwang en Drang nu ook het einde van deze informatiestroom aan GGZ Nederland betekent. Het zou goed zijn als de gegevens over verbeterprojecten en Best Practices gedeeld kunnen worden in bijvoorbeeld een online database, zoals de database van het Expertisecentrum voor Forensische Psychiatry (www.efp.nl). Een meerderheid van de aanwezigen stemde direct in met het plan om alle informatie over Dwang en Drang projecten openbaar te maken op een website. Het geld daarvoor zou gevraagd worden aan GGZ Nederland. Dit zou direct ‘op het bordje van de bestuurders gelegd worden’ worden in het avondprogramma.

Verder vertelde ze dat er inmiddels 20% minder separeercellen zijn dan in 2011. Er zijn er dus veel opgeheven. Dat is zeker positief nieuws, want wat er niet is, kan ook niet gebruikt worden.

De tweede voordracht van 5 minuten werd gegeven door Petra van der Schaaf (TNO) en Marja van de Zanden (Inspectie voor de Gezondheidszorg, IGZ). Marja vertelde dat de IGZ aan TNO opdracht had gegeven voor nieuwe bouwveldnormen, te ontwikkelen samen met het veld, om de oude veldnormen voor afzondering- en separeer-ruimtes uit 2003 mee te vervangen. De GGZ is namelijk in transitie, en de IGZ wil eenzame opsluiting uitbannen. Separeercellen en afzonderingsruimtes zullen worden verboden per 1 januari 2018.
TNO kreeg daarom de opdracht van de IGZ om nieuwe concepten voor de zorg te ontwikkelen, waarbij het wezenlijk anders moest. (dat klonk goed!). Maar toen bleek dat de IGZ opdracht had gegeven voor nieuwe normen voor een insluitbare ruimte in een IC-zone, maar het mocht geen separeer of afzonderingsruimte zijn; er diende maximale regie, privacy en zeggenschap te zijn, en zo humaan en veilig mogelijk. Nu is het plan om “Extra Beveiligde Kamers (EBK’s )” te gaan bouwen, waarbij men de opsluiting zo aangenaam mogelijk wil proberen te maken. (o.a. naar het voorbeeld van Arkin, Amsterdam)

Ik werd eigenlijk zo enorm kwaad toen ik dit voorstel hoorde, en ik was ook heel diep teleurgesteld in de inspectie, die voorheen toch wel eens met inhoud waren gekomen.. . Dit kan toch niet het denkniveau zijn van onze nationale inspectie; Het bouwen van Extra-Beveiligde-Kamers als alternatief voor isoleercellen en dan doen alsof het iets nieuws is!?! Dit is geen oplossing voor eenzame opsluiting, maar afwentelen op andere termen met een andere nuance. En zo blijven we in kringetjes draaien en wordt er dus weer veel tijd en geld verspild aan nep-oplossingen, waarbij mensen zullen blijven lijdenx85 Dit soort ontwikkelingen zijn tevens in strijd met de actuele mensenrechtenverdragen (CRPD, http://www.un.org/disabilities/default.asp?id=150 ), dus over een paar jaar zullen ook de Extra Beveiligde Kamers weer moeten worden afgebrokenx85

Het was heel wrang om dit zwakke plan van de inspectie te horen. Enerzijds is het mijn grote wens om isoleercellen afgeschaft te zien, maar op deze manier schieten we er niet veel mee op. Opsluiting is opsluiting, of het nou in een kale cel is of het Hilton, als je er niet wil zijn en je wordt gedwongen en je mag er niet uit, dan kan dat traumatisch zijn. Dat is geen zorg!
– Zie voor meer informatie en opinie mbt dit onderwerp mijn verslag over High-Tech isoleercellen (High Care) http://tekeertegendeisoleer.weblog.nl/informatie_congres/high-care-unit-van-ggze-brengt-me-van-mijn-stuk/

 

Eric Noorthoorn, onderzoeker van GGnet was de volgende spreker. Eerst liet hij cijfers zien van 5 jaar ARGUS-registratie. Men was volgens hem “de helft halverwege”. Veel instellingen hebben de norm van 10% minder separeren in 2011 gehaald, en landelijk is er ook een afname van 10% in het aantal uren separatie. Dat is dus een vooruitgang. Ook is er geen zichtbare substitutie (afschuiving) op dwangmedicatie of vastbinden. Hij gaf een overzicht van een aantal ziektebeelden die meer of minder vertegenwoordigd waren bij dwangtoepassing, en drong aan op “meer protocollair werken met bepaalde subgroepen”.
Daarna kwam hij – tot mijn schrik- met de stelling dat 66% van de mensen in de isoleercel ook dwangmedicatie kregen, dus dat er wat voor te zeggen was om sneller met dwangmedicatie te beginnen, in plaats van separeren. Dit wilde hij als hartenkreet bij de bestuurders neerleggen.

Dat vond ik echt een vreselijke stelling! En absoluut onwenselijk om voor te leggen aan de bestuurders! Beide opties zijn vreselijk. Het KAN ook anders, met menselijke zorg. Een aantal jaren geleden is deze discussie al gevoerd binnen de Dwang en Drang-beweging, en men was het er unaniem over eens dat dwangmedicatie GEEN alternatief mocht zijn voor separeren (geen substitutie). Het is dus kant en klare onzin, oftewel een wetenschappelijke dwaling om deze opmerking bij de bestuurders neer te leggen. Te classificeren als een “Stapel-redenering”.

Het terugdringen van dwang gaat niet om cijfers en normen, maar om mensenlevens, en om menselijk welzijn, het besparen van trauma’s. Daar zou het congres dus eigenlijk over moeten gaan. Maar het leek vooral over politieke woorden en cijfertjes te gaan.

Ik was ondertussen echt kwaad en ziek aan het worden van deze pseudo-wetenschappelijke conclusies en oplossingen zonder moraal. En ik was ook boos op GGZ Nederland, dat zij dit congres zo in deze opzet hebben neergezet, met deze selectie van voordrachten.

Jaren geleden is er met de hele branche afgesproken dat er geen substitutie van dwangmaatregelen zou plaatsvinden binnen de Dwang- en Drangprojecten, dus geen toename van andere vormen van opsluiting of dwangmedicatie of fixeren. Echter de 2 voorgaande sprekers (met nota bene Marja van de officiele inspectie IGZ) deden een voorstel voor substitutie, en kregen daarvoor een podium van GGZ Nederland.
Dit getuigt van zeer slecht leiderschap vanuit GGZ Nederland, die er blijkbaar niet eens in geslaagd is om de afgesproken visie en moraal in hun eigen organisatie en activiteiten te borgen. Bovendien laat GGZ Nederland dus projecten bestaan met tegenstrijdige doelstellingen.

GGZ Nederland zou deze substitutie-plannen niet moeten steunen, want dat is een verspilling van tijd, geld en mensenlevens. Daarbij staat het nieuw-bouwen van EBK’s bijvoorbeeld ook haaks op de ontwikkelingen in Europa, waarbij men geen Europese gelden meer wil investeren in nieuwbouw voor GGZ : geen geld meer naar uitsluiting. (zie ook mijn verslag uit Brussel: http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslag/4423087/mhe-event-mapping-exclusion-at-european-parliament en http://deinstitutionalisationguide.eu ). Al deze nieuwbouwplannen kunnen dus wel eens onhaalbaar blijken te zijn, wegens een gebrek aan Europese subsidie (dan moeten instellingen dat dus zelf gaan betalen). En daarna moeten de EBK’s weer worden afgebroken ivm actuele ontwikkelingen mbt de mensenrechten in het CRPD. Dit is dus echt verspilling. Het geld kan beter besteed worden aan persoonlijke aandacht voor de clienten.

Het ontbreekt hier dus aan sturing, samenhang en continuiteit/borging van de moraal, en daarmee faalt GGZ Nederland in het geven van leiderschap aan de sector. Dit is zeer ernstig!
Tel hierbij op: het falen van de dataverstrekking van GGZ Nederland in het MHE rapport, in het voornoemde verslag uit Brussel.

Misschien moet de substitutie van GGZ Nederland eens overwogen worden.

Gelukkig was de volgende spreekster wel inspirerend.
Alice Padmos van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE, www.cce.nl) benadrukte dat men veel meer naar de persoon moest kijken, en leren begrijpen wat er speelt. Ze illustreerde dat met 2 anekdotes uit de praktijk: Namelijk een jongen die niet vooruitkwam met het opruimen van zijn kamer werd boos aangesproken en vervolgens gesepareerd, maar het bleek dat de jongen vanwege autisme niet geleerd had wat opruimen inhield. Met een andere bejegening was de strijd voorbij. Het andere voorbeeld was van een man die steeds meer ontspoorde en zich voor ging doen als jurist. Het bleek dacht dat hij weggestuurd zou worden als hij raar gedrag zou vertonen. Toen hij besefte dat hij niet weg hoefde deed hij weer gewoon rustig.
Het komt vaak voor dat “moeilijke clienten” in de praktijk op de een of andere manier “overvraagd” worden en/of niet begrepen worden in hun (vaak-sociale) beperkingen. Uit de dagelijkse praktijk van het CCE, en de vastgelopen situaties waarvoor ze opgeroepen worden, blijkt dat er nog een wereld te winnen is in het leren begrijpen van clienten en familie. De werkvloer zou daar ook beter bij ondersteund moeten worden, en er zouden meer middelen voor moeten komen, zoals scholing en uitwisseling, of bijvoorbeeld door het inzetten van psychologen of orthopedagogen in een verpleegkundig team, om problematisch gedrag te vertolken en te leren begrijpen, en de dagelijkse omgang te ondersteunen.

Alice zei ook dat instellingen eerder het CCE zouden moeten benaderen. Het liefst al bij de eerste tekenen van strijd en impasse. En ruim voordat er een haak in de muur geslagen wordt zoals voor Brandon, de jongen die in een tuigje aan de muur zat. Iedereen kan het CCE inschakelen bij een vastlopende situatie tussen client en behandeling, zie www.cce.nl .
Met behulp van het CCE worden de knelpunten in de behandeling opgespoord en opgelost. Zo kunnen instellingen ook leren om het zelf beter te doen. Het CCE werkt echter reactief (ze worden opgeroepen als het misgaat), maar men zoekt nu naar manieren om het leerproces dat plaatsvindt bij consultatie, structureel in zorgvernieuwing te borgen, zodat daarmee ook de algehele kwaliteit van zorg omhoog gaat. Helaas heeft de politiek altijd “andere zaken” te doen, en de dwang en drang subsidies zijn afgelopen, dus men zoekt nu zelf naar ingangen om de zorgvernieuwing toch door te voeren. Vanuit de zaal was er steun voor dit idee, en iedereen stemde ermee in dat dit voorgelegd zou worden aan de bestuurders.

Ik was echt blij met deze inhoudelijke bijdrage. Daardoor besefte ik dat er ook veel mensen zijn die het doel van dwang uitbannen wel echt voor ogen hebben, en dat het “dezelfde strijd is als altijd” (het menselijke tegen het zakelijke). Het is echt jammer dat GGZ Nederland geen bondgenoot is, maar eerder een obstakel in de strijd voor menselijke zorg.

Daarna was het woord aan Tom van Mierlo (GGZ Breburg) over de HIC (High/Intensive Care in de GGZ). Dit was wederom een behoorlijk zakelijk verhaal over bouwkundige concepten.
Men wil toe naar een getrapt model van intensieve en preventieve ambulante zorg aan de basis (zoals FACT), met als het nodig is een opname in een High Care/Intensieve zorg- unit, waar alle dwangpreventie-middelen aanwezig zijn (gastvrijheid, comfort rooms enz.), met als laatste redmiddel de Extra Beveiligde Kamer als een eenpersoons-unit waarbij 1 op 1 verpleging mogelijk is. De 3 fases zijn vertaald naar de kleuren groen (ambulant), oranje (High Care) en rood (insluiting in EBK). Men is op de locaties Tilburg/Breda nu een HIC-unit aan het bouwen. Men hoopt een handboek voor HIC’s uit te brengen in 2013, en binnen enkele jaren over te kunnen gaan op certificering van het model.

Ook hier word ik dus niet echt vrolijk van. Alweer substitutie van een isoleercel met een Extra Beveiligde Kamer. Het lijkt wel een nieuwe hype. De toename van ambulante zorg is daarentegen op zich wel positief, maar ik weet niet hoeveel impact er te verwachten is van het vervangen van de naam “opname-afdeling” in High-Care-Unit of HIC (ook een soort substitutie).

Ik ben erg sceptisch tegenover dit soort plannen vol mooie woorden, waarbij men hoopt dat de cultuur zal veranderen door het aanbrengen van nieuwe materiele faciliteiten. Maar GGZ draait niet om fysieke voorzieningen, maar om menselijke zorg. Het zou inderdaad fijn zijn als we een lapmiddel konden “kopen”, maar het gaat om een cultuuromslag met een verandering in de bejegening, attitude en visie. Het veranderen van routines, denkkaders, ijkpunten en bedrijfsculturen vergt veel inspanning en is dus hard werken!
De opkomende cultuurverandering is enigszins vergelijkbaar met de opkomst van de milieuzorg, waarbij er een doorbraak in het algehele bewustzijn is gekomen, en de gemiddelde mens zich inmiddels bewust is geworden van kwetsbaarheden. De GGZ heeft ook een dergelijk transitietraject voor zich waarbij nieuwe normen zullen leiden tot nieuwe beeldvorming en nieuwe concepten, die veel verder zullen gaan dan enkel een paar naamsveranderingen. Ik vraag me dan ook openlijk af wat het nut is van deze kostbare verbouwingen, waarbij alle deuren nog steeds op slot zitten, en er geen enkele garantie is voor een werkelijke verandering in bejegening en attitude. Het geld kan beter gebruikt worden voor meer intensieve aandacht voor de client. Ik sluit me nogmaals volledig aan bij de vorige spreekster Alice Padmos van het CCE die pleitte dat het hoofdzakelijk gaat om het leren begrijpen van elkaar. Daar is nog een wereld te winnen.

 

De laatste presentatie van de middag werd gedaan door Janneke van Gog (NVVP) en Marieke van de Ven-Dijkman (wrn. Geneesheer-Directeur en psychiater GGZ-NHN) over een nieuw normenkader dat momenteel in ontwikkeling is met diverse veldpartijen, zoals LPGGZ, V&VN, NVVP, GGZ Nederland en NIP.

Het LPGGZ had al eerder een normenkader opgesteld in 2011 (zie http://www.platformggz.nl/lpggz/download/common/normenkader-dwang-lpggz-25-okt-2011-3.pdf ). In breder overleg zijn hieruit (slechts) 4 vuistregels voortgekomen; Dit is daarmee de eerste aanzet voor een nieuw Normenkader waarover consensus bestaat onder de deelnemende organisaties:

  1. Dat dwang zoveel mogelijk voorkomen dient te worden, en enkel als laatste redmiddel kan worden toegepast.
  2. Dat er inspanningen worden geleverd om bij de toepassing van dwang zoveel mogelijk de voorkeuren van de client te volgen.
  3. Dwang dient zo kort mogelijk, zo humaan mogelijk en zo veilig mogelijk te zijn, waarbij er mogelijkheden zijn voor eigen regie, nabijheid en contact.
  4. En er dient ge-evalueerd te worden.

De sprekers vroegen zichzelf vervolgens openlijk af wat het nut zou kunnen zijn van deze 4 normen, en wat men er mee zou kunnen (van wie/voor wie). Het is een voorloper op de Multidisciplinaire Richtlijn Dwang en Drang, maar het is geen document met Inspectie-status. Het is geen minimum of ideaal, en ook niet “goed genoeg als je de normen haalt”. Het is meer een ijkpunt van waar we nu staan. Het is bedoeld als richtlijn, om samenwerking te stimuleren en alvast uit te dragen waar de ontwikkeling van de Multidisciplinaire richtlijn heengaat. Misschien kon het dienen als informatiebron voor het nieuwe wetsvoorstel.

Dit versimpelde normenkader was eigenlijk ook echt een soort dooddoener in de discussie, want er zijn al jarenlang allerlei richtlijnen mbt het terugdringen van dwang en drang (zoals de 8 kwaliteitscriteria voor dwang en drang uit 2005, de subsidie-richtlijnen, een gezamenlijke intentieverklaring, enz.).
Het Normenkader bevat niets nieuws of prikkelends, en is hoofdzakelijk een afspiegeling van wat er in de wet BOPZ staat (ultimum remedium met de beginselen proportionaliteit, doelmatigheid en subsidiariteit; zo min mogelijk dwang). Dit lijstje met normen zou jaren geleden wellicht vernieuwend en sturend zijn geweest, maar nu niet meer. Het is nu zaak om door te pakken, en door te gaan met ontwikkelen.
Ik kreeg echt het gevoel dat dit congres enige stappen terugzette in de tijd.

Het gebrek aan niveau en inzicht dat tentoongespreid werd, begon me echt te irriteren en ik begon uit te zien naar de pauze, want ik had inmiddels echt behoefte om met wat gelijkgestemden te overleggen. Ik vond het namelijk een zeer teleurstellend congres, waarbij de inspiratie ver te zoeken was. Maar ik werd ook per minuut kwader en strijdbaarder, omdat dit soort onrecht, hypocrisie, en wanbeleid gewoon niet mag bestaan! Nogmaals, het is een verspilling van geld, tijd en mensenlevens.

Gelukkig kwamen er niet meer sprekers, en werd de Johannes van Duurenprijs uitgereikt door Hans Hesta. Het was echt een goede actie dat het troosteloze congres werd opgeluisterd met dit inspirerende moment. Als jurylid wist ik al langer wie er gewonnen had, en ik had het geheim moeten houden, wat niet makkelijk was, omdat het echt een inspirerend voorbeeld is.

De winnaar van de Johannes van Duurenprijs 2012 is de verpleegkundige Marty Proost van Strandloper/de Jutters, kinder- en jeugdpsychiatrie. Marty Proost is de drijvende kracht bij het introduceren van een nieuwe (Zweedse) manier van werken bij de afdeling Strandloper; Wat 2 jaar terug nog een klinische opname-afdeling was, is nu veranderd in een inloopcentrum met maximaal 24uur opname, waarbij alle zorg gericht is op terugkeer naar de thuissituatie, met als dat nodig is intensieve ambulante ondersteuning (ACT). Strandloper heeft nu een open deur, waar jongeren en ouders binnen kunnen lopen op het moment dat ze ondersteuning nodig hebben.
In 2009 is deze instelling nog op de vingers getikt door de Inspectie, en dat heeft een dusdanige impact gehad dat daarna de hele instelling op de schop is gegaan. Het vergt lef om te veranderen, en de cultuuromslag die in korte tijd heeft plaatsgevonden bij Strandloper is lovenswaardig. De verschuiving waarbij de rol van de afdeling kleiner wordt, en alle zorg gericht is op terugkeer naar huis en ondersteuning van de ouders is vernieuwend, en geeft jongeren en ouders meer vrijheid. Het voorkomen van opname is een bewezen manier van het voorkomen van dwang, en het belang van goede zorg aan jongeren is evident. De nieuwe term die Marty bij deze nieuwe manier van werken heeft gelanceerd is: het extensiveren van de zorg/ extensieve zorg. De jury was onder de indruk van deze inspirerende zorgvernieuwing en heeft unaniem besloten dat Marty Proost de winnaar is van de Johannes van Duurenprijs 2012.

Marty Proost werd verrast door de prijs, en kreeg een daverend applaus van de zaal. Hij heeft deze prijs dubbel en dwars verdiend vind ik. Dit soort vernieuwingen zijn echt inspirerend en hoopgevend. Dit is nou een echte cultuuromslag. Geweldig.

Zie ook: http://www.ggznederland.nl/actueel/perslijsten/publiek-pers/johannes-van-duurenprijs-2012-uitgereikt-aan-sociotherapeut-marty-proost.html

 

Na de koffiepauze waren er discussies rond sta-tafels met de sprekers, hetgeen plaatsvond in een rumoerige ruimte. Dat was echt een slechte opzet, want het was erg moeilijk om elkaar te verstaan.

Ik ben bij de discussietafel van Petra van der Schaaf (TNO) gaan staan om over de bouwplannen van Extra Beveiligde Kamers te discussieren. Marja van de Zanden van de IGZ was al weg. Aan de tafel ontstond een stevige discussie tussen mij en Petra over de inhoud van zorg en bouwkundige voorzieningen. Ik vroeg haar mening bijvoorbeeld over wel/geen toilet, en of die er gewoon normaal uit kan zien voor mensen in een crisis. Zij dacht dat sommige mensen “dat niet aankonden”, maar ik vind dat ronduit onzin: mensen kunnen echt wel omgaan met een wc: het zijn juist die kartonnen hoedjes die aanzetten tot poep smeren (en zelfs poep smeren is geen misdaad of “gevaar”, maar is een signaal, en geen reden om iemand met een stinkend kartonnen bakje op te zadelen. De afwezigheid van een wc is inhumaan). Ze begon zichtbaar te twijfelen over het onderwerp toilet. Ook mbt het vreemd-gevormde bestendige meubilair dat alleen maar verwarring zaait en nergens op lijkt, leek ze opeens minder overtuigd van noodzaak en nut.
Ik heb haar aangeraden om echte (ex-)clienten en ervaringsdeskundigen te raadplegen voor haar project en niet alleen “clientenvertegenwoordigers”, omdat clientenvertegenwoordigers vaak genuanceerder zijn dan echte (ex-)clienten en ervaringsdeskundigen (die weten echt wat het is om opgesloten te worden in een crisis). Ik heb mijn kaartje aan haar gegeven en gezegd dat ik haar kan helpen en in contact kan brengen als ze dat wil. Op zich wilde ze dat wel, maar voor haar hangt dat van de opdrachtgever af.

Bij de centrale terugkoppeling zei Petra dat het niet enkel om gebouwen ging, en dat er misschien uiteindelijk helemaal geen gebouwen nodig waren, maar zolang het nog niet allemaal ambulant kon, is het nodig om naast inhoudelijke zorgvernieuwing ook te investeren in een helende omgeving, waarbij mensen zo kort mogelijk worden opgenomen, zo humaan mogelijk enz.
Eric Noorthoorn bleek van plan te zijn om zijn hartenkreet over dwangmedicatie als substituut toch voor te leggen aan de bestuurdersx85
Het CCE benadrukte het belang van vroeg-signaleren en het betrekken van het hele systeem van de client (context en familie) bij de-escalatie en zorg, ofwel een integrale visie. Het is belangrijk dat bestuurders inzien dat zorgvernieuwing en doorleren in ieders belang is en aandacht verdiend.
De uitspraak van Tom van Mierlo van de HIC was enigszins pijnlijk, met de strekking: “De HIC’s zijn nu ontwikkeld door de instellingen zelf, en we zitten niet te wachten op nieuwe gewijzigde orders van bovenaf, alleen op geld”.

Die uitspraak is ergens wel begrijpelijk, want het is ook niet prettig voor de instellingen waarvan velen in nieuwbouw-projecten zitten (met bijbehorende investering) om nu alle bouwnormen te zien veranderen. Dat is kapitaalverspilling. Dit is het zoveelste bewijs van slecht leiderschap van de branche-organisatie GGZ Nederland. Door een gebrek aan sturing en samenhang krijgt men een ontwikkelingsdynamiek van losse flodders, waarvan een deel verloren gaat, hetgeen leidt tot verliezen, verdeeldheid, wrijving en weerstand in de sector.

Ik verwacht een bepaalde mate van kwaliteit van een nationale branche-organisatie, maar wat GGZ Nederland laat zien is vooral versnippering en verspilling:

  • Instellingen zijn High/Intensive-Care-Units aan het bouwen (hoewel ik nog geen echte High Care gezien heb, want overal zijn sloten).
  • Halverwege de bouw kondigt de IGZ nieuwe bouwnormen aan, die volgend jaar pas te verwachten zijn. (en achteraf wijzigen of de bouw stilleggen kost ook geld).
  • En nieuwbouw/herbouw van instellingen is sowieso niet de lijn die de Europese Unie wil volgen (nav CRPD art 19, zie ook http://punkertje.waarbenjij.nu/reisverslag/4423087/mhe-event-mapping-exclusion-at-european-parliament ) .

GGZ Nederland breekt ook nog eens met gemaakte branche-afspraken en biedt een podium aan plannen voor substitutie.

Hoever moeten de effecten gaan, om het totale gebrek aan leiderschap, visie en coordinatie-vermogen van GGZ Nederland aan te tonen? Wanneer verandert er iets? Dit kan zo toch niet langer?

In de wandelgangen van de vele voorgaande dwang en drangconferenties was er al langer veel kritiek op GGZ Nederland. Naar mijn mening is de maat nu wel vol. Ik denk dat het de hoogste tijd is om GGZ Nederland eens goed onder de loep te nemen, en te herorganiseren waar nodig.

*

Het was al met al een haast slopende dag, waarbij ik bijna blij werd toen ik een datum hoorde voor een verbod op isoleercelgebruik, maar daarna ook erg verdrietig vanwege de vernieuwde plannen voor substitutie. Daarbij stapelden ook de bewijzen op mbt wanbestuur door GGZ Nederland, in deze conferentie met een discussieniveau van jaren geleden. Het was ronduit schokkend.
Ik ben echt ontdaan van het standpunt van de inspectie (IGZ), en ook van het standpunt van Eric Noorthoorn. En de mate van versnippering van ontwikkelingen, en het tekortschieten van GGZ Nederland. Het was echt een verschrikkelijke conferentie waar ik niet blij van werd.

De enige positieve, inspirerende dingen waren de bijdrage van Alice van het CCE, de uitreiking van Johannes van Duurenprijs, en het contact in de wandelgangen met allerlei deelnemers. Dit bewijst dat er gelukkig ook nog steeds oprechte motivatie en visie bestaat bij het terugdringen van dwang. Het voelt als hetzelfde pionierwerk als jaren geleden.
Ik dacht echt dat we inmiddels wat verder waren, en dat het terugdringen van dwang een nationaal karakter had. Er WAREN duidelijke richtlijnen (geen substitutie), maar deze lijken te verwateren, mede door toedoen van GGZ Nederland via dit congres. Dit is onacceptabel.

Ik hoop dat mijn hartenkreet ook op het bordje van de bestuurders terecht komt.

Dwang en Drang reductie moet doorgaan.

GGZ Nederland faalt door gebrek aan leiderschap, visie en coordinatie-vermogen. Dit leidt tot grote financiele verliezen, tijdsverspilling, verbroken vertrouwen in de sector en niet in de laatste plaats: menselijk leed vanwege ondermaatse zorg.

Wat gaan de bestuurders hieraan doen?

Advertenties

One thought on “Slotcongres Dwang en Drang GGZ Nederland

  1. Pingback: 2 intensieve dagen op het Voorjaarscongres NVVP | Welkom op de weblog van Actiegroep Tekeer tegen de isoleer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s